Tag: klucht

De klucht van Olef Brom, het plezier van de ambiguïteit

Door Ton Harmsen

Ik ken geen mooiere bezigheid dan annoteren, maar ik houd niet van geannoteerde uitgaven. Ooit heb ik zelf met Ben Beenen twee uit Plautus’ Menaechmi vertaalde toneelstukken van verklarende aantekeningen voorzien. Toen dat meer haken en ogen bleek te hebben dan wij op onze schouders konden nemen riepen we de professionele steun in van de Leidse hoogleraar B.C. (Kees) Damsteegt. In zijn studeerkamer nam hij de complete teksten met me door, hij trok uit zijn boekenkast naslagwerken waarvan ik het bestaan niet vermoed had. We kregen nooit ruzie maar we werden het ook niet altijd eens. Ik leerde toen dat niet alle woorden één vaststaande betekenis hebben, en dat die Mehrdeutigkeit juist de charme van de lectuur vormt. Lezen is de aangename taak van de lezer, en juist daarom is het mateloos irritant als iemand je voorschrijft hoe je de woorden moet interpreteren en appreciëren

De lezer wil zijn eigen eruditie meebrengen en niet schoolmeesterlijk toegesproken worden. Bij de annotatie ‘Aristoteles: Grieks filosoof 384-322 v.Chr.’ vraag je je af wat je daar wijzer van wordt. Er bestaat een moderne editie van een toneelstuk waarin ‘leer-suchtige’ wordt verklaard als ‘leergierige’; ik hoopte vergeefs dat ‘leergierig’ verderop in de tekst zou voorkomen om daar als ‘leerzuchtig’ te worden geannoteerd.

Lees verder >>

Niet de klucht van de koe

Bredero’s iconische drietal ontwaakt in een absurde prog-rockopera!

(Bekijk deze video op YouTube.)

Gerbrand Adriaenszoon Bredero, de dichter, toneelschrijver en ras Amsterdammer, overleed 400 jaar geleden op 23 augustus 1618. Als eerbetoon is rondom de drie hoofdpersonages uit zijn beroemdste werk, ‘De Klucht van de Koe’ een gloednieuwe opera gemaakt. Maar deze keer is alles anders. De landelijke rust wordt verstoord door prog-rock, barok instrumentaria, wrange ritmes en mierzoete melodieën. De koe is haar weiland ontgroeid en de boer laat geld groeien. De dief is haar obsessie voor het materiële verloren en verlangt nu naar een ideologische buit. Bredero’s iconische drietal heeft het onschuldige universum van de klucht definitief verlaten en ontwaakt in een absurd, duister en fysiek muziekdrama.

Een co-productie van het Kameroperahuis en het Grachtenfestival.

Slimme slaven en knullige knechten

Door Ton Harmsen

De Romeinse komedie (waarvan Plautus en Terentius de belangrijkste auteurs zijn) beschikt over een vast arsenaal aan personages. De oude man (senex) is vaak  knorrig, vermogend en gierig. Zijn zoon is meestal onbezonnen, onstuimig en verliefd. Het arme meisje, de geliefde van de zoon, blijkt later een uitstekende schoondochter te zijn. De oude dokter stelt vaak een verkeerde diagnose, en de klaploper praat iedereen naar de mond die hem mee wil laten eten. De meest bijzondere rol is weggelegd voor de slaaf: in zijn optreden toont hij niet de minste serviliteit. Hij is intelligent en ad rem. In komedies over gedwarsboomde liefdes staat hij aan de kant van de zoon en lost hij diens moeilijkheden op door zijn brutale, sluwe en doortastende optreden.

Lees verder >>

Cornelis de Bie overtreft Cervantes… in absurdisme

Cervantes Los habladores

Door Ton Harmsen

Cervantes was populair in het Nederland van de zeventiende eeuw. Zijn Don Quichot en drie van zijn Novelas exemplares zijn herhaaldelijk voor het toneel bewerkt. Slechts één van zijn vele toneelstukken vond zijn weg naar de Nederlanden: Los habladores, een ‘entremés’ (een tussenspel, dat werd opgevoerd tussen de bedrijven van een ernstig spel). Het werd bewerkt door Cornelis de Bie in zijn klucht Roelandt de Clapper. De Bie, notaris te Lier, imiteerde wel vaker Spaans toneel, hij werkte naar stukken van Lope de Vega en van Don Agustín Moreto. Misschien was dat in de zuidelijke Nederlanden ook makkelijker dan boven de rivieren: in Brabant had je meer last van de Spanjaarden, maar ook meer contact. De Bie is vooral bekend als auteur van een schilderboek, Het gulden cabinet van de edel vry schilderconst (1662). Hij is een productief toneelschrijver, met 32 titels die bijna allemaal herdrukt zijn. Treurspelen, martelaarsspelen, blijspelen en kluchten. Lees verder >>

Verschenen: Klucht van de Blotevoetenbroeders

We berichten onlangs over de uitvoering van de middelnederlandse klucht De blotevoetenbroeders van aanstaande zondag. Van deze klucht is nu ook een tekstbundel verschenen met de originele tekst en een vertaling die gemaakt is door een groepje Nijmeegse studenten in samenwerking met de producent Johan Koeleman. Dit boekje kunt u bestellen voor € 12,50 (prijs van de bundel + verzendkosten) via info@kunstkeetfestival.nl o.v.v. aantal boekjes + naam en adres.

Na ontvangst van het verschuldigde bedrag op rekeningnummer: NL20 RABO 0108598373 t.n.v. St. Kunstkeetfestival o.v.v. aantal boekjes en naam, wordt uw bestelling binnen 5 werkdagen toegestuurd.

Een berooide student en een zingende molenaar

Door Ton Harmsen

059noosemanstudent164601

Het leven van een filoloog is met het internet in korte tijd wel een stuk gemakkelijker geworden. Natuurlijk was het twaalf jaar geleden veel avontuurlijker: als je iets wilde weten bracht je uren door in studiezalen en je was dolgelukkig als je vond wat je zocht, of iets wat erop leek. Nu tik je bij google drie woorden in en daar is het resultaat. De romantiek is eraf, maar het is wel praktisch.

Ineke Grootegoed, Arjan van Leuvensteijn en Marielle Rebel, die in 2004 De beroyde student (1646) van Jelis Noozeman uitgaven (inmiddels met hun inleiding en broodnodige annotaties zowel bij de DBNL als bij Ceneton te vinden) moesten het nog doen zonder de elektronische Nederlandse liederenbank. In vers 212 zingt Volckert de molenaar het lied van ‘Moy Niesje, en Rosbaertje’. Zij wisten dit te koppelen aan het lied ‘Van Plompaard en zen Wijvetje’, maar die tekst komt niet helemaal overeen met wat de molenaar in de klucht zingt. De ‘Liederenbank’ toont nu meteen de oplossing: het lied van Rosbeyertje en Mooy Niesje. Lees verder >>

Broershert, de duëllerende huisknecht

047Affiche19Door Ton Harmsen

Laat je een paar keer keihard plat op het toneel vallen, maak je belachelijk door angstig weg te lopen voor een duel. Of beraam uit woede over een futiliteit een dubbele moord. Als je dat in 1668 in een Nederlandse klucht doet – zoals Adriaan Bastiaensz de Leeuw in Broershert – is je succes een eeuw lang verzekerd.

Adriaan Bastiaensz. Leeuw was toneelspeler en vertaalde zelf zeven spelen uit het Frans, Spaans en Duits. Zijn Broershert (naar een onbekende Franse bron) beleefde acht drukken, de laatste in 1727. In 1748 werd in Hamburg nog een Duitse vertaling gedrukt: Der Hausknecht oder der lächerliche Zwey-Kampf: ein Lustspiel in Versen. Tot 1768 staat het op de toneelaffiches als nastuk bij tragedies, deze klucht heeft het dus een volle eeuw op het toneel uitgehouden. Ook in tijden waarin de literaire smaak radicaal veranderd was, wat bewijst dat de tekst dramaturgische kwaliteit heeft.

Broershert heet na de eerste druk soms ook Broershart. De klemtoon valt op de tweede lettergreep, Broershért en Broershárt, het metrum van viervoetige jambes wijst dat duidelijk aan. Het spel is opgedragen aan Y.V., dat kan niemand anders zijn dan Ysbrand Vincent, in 1669 een van de oprichters van Nil Volentibus Arduum. Vijftig jaar later, als Nil Volentibus Arduum al bijna vergeten is, keert hij terug uit Frankrijk waar hij rijk geworden is met zijn papiermolen. Hij geeft dan het verzameld werk van Nil uit in een luxe-editie, met gravures door kunstenaars als Romeyn de Hooghe en Bernard Picart. Deze weldaad deed hij weer te niet door ongevraagd werk van anderen in het oeuvre van Nil op te nemen; hij staat nu bekend als ‘de zeventiende-eeuwse letterdief.’ Maar dat kon De Leeuw in 1668 natuurlijk niet weten, noch dat Vincent mede-oprichter zou zijn van een kunstgenootschap dat dergelijke sadistische kluchten zou verfoeien, noch dat hij zou eindigen als plagiateur: voor hem is er geen bezwaar om zijn Broershert op te dragen aan Vincent, die zelf ook een klucht uit het Frans vertaald had. De Leeuw geeft in de opdracht een enigszins cryptische omschrijving van de inhoud: Lees verder >>

Scheele Griet grijpt haar kans

Door Ton Harmsen

041AntoniusAbtHet gaat goed met de zeventiende-eeuwse klucht. Er zijn opvoeringen door het hele land, het ouderwetse vermaak vindt waardering. Ceneton merkt dat ook: steeds vaker sturen lezers uit alle windstreken door hen gedigitaliseerde kluchten toe. Hoe meer handen, hoe lichter het werk.

De jongste aanwinst is De klucht van Scheele Griet of gestrafte wellust door Pieter Elzevier uit 1662. De auteur wordt soms – en met goede argumenten – vereenzelvigd met de Utrechtse uitgever Pieter Elzevier, die leefde van 1643 tot 1696. Voor een negentienjarige is het een gewaagde tekst. De Utrechter woonde in 1662 nog in Amsterdam, waar de klucht verscheen bij Jacob Lescailje, de huisdrukker van de Schouwburg. In de jaren daarna drukte Lescaille nog drie kluchten van Pieter Elzevier: De gestoorde vreught (1664), De broekdragende vrouw (1666) en De springende dokter (1666). Veel laat hij niet los over zijn poëticale opvattingen: de meeste opdrachten, berichten aan de lezer en lofdichten vermelden niets meer dan dat men zich niet moet storen aan de platte onderwerpen die hij kiest. Heel vaak is het temmen van een Xantippe het onderwerp van een klucht. Des te opmerkelijker is dat in het geval van Scheele Griet juist de vrouw aan het langste eind trekt door kordaat en moedig optreden. Lees verder >>

De kluchten van Joan van Paffenrode

Door Ton Harmsen

035HopmanUlrich1663Gelukkig beschikt de mens over een flinke dosis leedvermaak, anders zouden we maar weinig plezier beleven aan het zien of lezen van een zeventiende-eeuwse klucht. In die kluchten leren we de mens van zijn slechtste en ongelukkigste kant kennen. In blijspelen wil de hoofdpersoon nog wel eens iets goeds doen, daar helpen de personages elkaar om uit de moeilijkheden of tot een bepaald doel te komen. Bedrog, gierigheid, zelfvoldaanheid en begeerte spelen daarbij een rol, maar aan het eind komt alles goed: het sympatieke stel trouwt met elkaar, de vrek wordt van zijn gierigheid genezen of de bedrieger wordt ontmaskerd en weggejaagd. In een klucht zegeviert juist vaak de ondeugd; de hoofdpersoon vindt geen sympathie bij het publiek, maar trapt voor hun lering en vermaak in een valkuil van ondeugd en domheid. In dat opzicht zijn kluchten vaak triest: de personages zijn de dupe van hun eigen slechtheid en zelfgenoegzaamheid.

Misschien is dit geen wet van Meden en Perzen, maar het gaat wel op voor de twee kluchten van kapitein Joan van Paffenrode. Lees verder >>

Krijn Onverstant: k.o. in acht klappen

017Onverstant1659

Door Ton Harmsen

Van de kluchten die in de zeventiende en achttiende eeuw geschreven zijn, is ongetwijfeld veel verloren gegaan. Kluchten die in de Amsterdamse Schouwburg vertoond zijn hebben een behoorlijke overlevingskans, maar veel dat op de markt in Deventer of in een schuur in Hoogmade werd gespeeld, is er gewoon niet meer. Toch zijn er nog ruim 500 bewaard. Gemiddeld zijn die net iets meer dan één keer herdrukt: in Ceneton staan naast 506 eerste drukken 550 herdrukken. Daarnaast is er nog een aantal handschriften, plus wat vermeldingen en korte samenvattingen.

Reden te meer om de overgebleven kluchten te koesteren, en het is verheugend dat daar ook veel aan gedaan wordt. Bij de DBNL, books.google en Ceneton is alles bij elkaar ongeveer de helft te lezen. Dat betekent wel dat er nog 250 op de verlanglijst staan; zonder hulp van vrijwilligers zal dit aantal maar langzaam slinken.

Gelukkig zijn er allerlei gezelschappen die zich met de klucht bezighouden. In Rotterdam werd een tijd geleden de klucht van de molenaar in het Turks gespeeld door een professioneel Turks gezelschap dat voor een gedistingeerd Turks publiek een prachtige voorstelling gaf. Het kan dus wel! Ook de Leydse KluchtenCompagnie (binnenkort tijdens de Hanzefeesten in Doesburg te zien) en Theatergroep De Kale hebben grote verdienste voor het instandhouden van het genre. De Kale speelt op 14 februari de klucht van Krijn Onverstant of Vrouwen Parlement door Jelis Noozeman, met een inleiding van Olga van Marion. Voor leesclubs is het een goed idee samen een toneelstuk te lezen. Het Leidse Renaissancedispuut Proteus organiseert al vele jaren een succesvolle kluchtlezing: enkele leden komen bijeen, verdelen de rollen en lezen een klucht, onder veel gelach en versnaperingen; met het resultaat dat de deelnemers de klucht beter lezen, begrijpen en waarderen dan wanneer zij het bij hun eigen haardvuur hadden gedaan.

Lees verder >>

Kluchten van Jan Zoet en Jan Vos bij Ceneton

Door Ton Harmsen 

008ZoetJoolEen appel en een ei lopen door de Kalverstraat. Hoe is het nu, vraagt het ei gemeen, om geplukt te worden? Nou, zegt de appel, wacht jij maar tot je een kip bent. Net zo als de mop speelt de klucht een spelletje met aristotelische waarschijnlijkheid en logica. Het is een fictioneel genre, een gestileerde weergave van de realiteit, dus we moeten ons erbij neerleggen dat de werkelijkheid niet getrouw wordt weergegeven. Maar we moeten de klucht wel serieus nemen, en hoge eisen stellen aan opbouw en stijl. In de zeventiende eeuw verschenen er meer dan 200 kluchten in de Nederlanden, de achttiende eeuw produceerde er nog eens ruim 300. Twee kluchtspelen zijn onlangs bij Ceneton uitgegeven: de klucht van Jochem Jool (1637) door Jan Zoet en de eerste druk van de klucht van Oene door Jan Vos (1642). W.J.C. Buitendijk heeft verschillende latere edities uitgegeven – ook te vinden bij de DBNL.
Lees verder >>

De Klucht van de Koe (1612) 8 en 9 februari 2014 in De Brakke Grond

Theatergroep De Kale speelt De Klucht van de Koe van Bredero in Theater de Brakke Grond, Amsterdam op 8 februari om 21.00 uur en 9 februari om 15.00 uur.

Voor de voorstelling is er een inleiding door dr. Jeroen Jansen, docent Historische Nederlandse letterkunde (UvA). De inleiding begint een uur voor de voorstelling. Aanvang op 8 februari is daarom om 20.00 uur en op 9 februari om 14.00 uur.
Na vierhonderd jaar keert Bredero’s meesterwerk terug naar de plek waar het zijn première beleefde.

Humor uit de Gouden Eeuw

Theatergroep De Kale, bekend van hun opvoeringen van Bredero’s Klucht van de molenaeren P.C. Hoofts Warenar, organiseert dit najaar in Amsterdam een aantal leesvoorstellingen van ten onrechte vergeten komedies uit de 17e eeuw. Op zondag 17 november spelen ze de Beroyde studentvan Jillis Nooseman, ingeleid door dr. René van Stipriaan.

Jillis Nooseman was behalve auteur ook een gevierd acteur. Hij speelde van jongs af aan op de Amsterdamse Schouwburg, en trok met zijn komediantentroep langs kermissen en hoven in binnen- en buitenland. Zijn Beroyde Student(1646), een hilarisch stuk vol seksuele dubbelzinnigheden, bedrog en toverij, was een regelrecht kassucces. Gregorius, een arme maar slimme student, vertoont zijn magische toverkunsten aan een verbaasde molenaar en diens overspelige vrouw. En Gregorius heeft nog meer streken op zijn repertoire. Wie het laatst lacht, lacht het best!

Lees verder >>

Drie minnaars in de klas

Eén van de leukste kluchten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis is het zestiende-eeuwse Een speel van drie minners. Er is inmiddels een moderne vertaling van: De drie minnaars: de bankier, de manager en de makelaar. Ik zou zeggen: ‘Lees die klucht.’ Maar misschien zijn er wel docenten Nederlands onder ons die deze tekst in de klas willen gebruiken. In dat geval is hier een kleine lesopzet voor de onderbouw havo/vwo of voor het vmbo, ontwikkeld en uitgevoerd door Chantal van Hest. Het is een controversiële aanpak, want je hebt er geen beamer, smartboard, digiboard, wifi, tablet, flipping the classroom of wat dan ook voor nodig. Het is unplugged onderwijs. 


Lees verder >>

Drie minnaars

Morgen verdedigt Chantal van Hest op de lerarenopleiding Nederlands in Tilburg haar bachelor-scriptie over leesvaardigheid van literaire teksten. Voor die scriptie heeft zij Een speel van drie minners vertaald in modern Nederlands. Deze zestiende-eeuwse klucht is een variant van ATU 1730, ook wel The entrapped suitors genoemd. De klucht is te leuk om niet verder te verspreiden.
De drie minnaars: de bankier, de manager en de makelaar
Vrouw
Iedere ochtend als ik opsta, ben ik weer blij met mijn uiterlijk. Ik kan wel zeggen dat ik er goed uitzie. Dat dit zo is, blijkt uit alle aandacht die ik krijg van de mannen. Lopend over straat, in mijn bontjas en mijn hoge hakken, zie ik de mannen naar mij staren.
Lees verder >>

De klucht van de Schuyfman

De klucht van de Schuyfman is een vroeg zestiende-eeuws stuk dat bewaard is gebleven in het Trou moet blijcken-archief. Het is een van de leukste toneelstukken uit onze literatuurgeschiedenis en het verdient meer aandacht. Helaas is de editie uit 1928 (herdruk 1932) van Stoett alleen maar tweedehands te koop en gelukkig staat deze editie op dbnl-site. Femke Kramer gebruikte deze klucht als schoolvoorbeeld van laat-middeleeuwse humor in haar proefschrift Mooi vies, knap lelijk.

In Een esbatement Vande Schuyfman zijn twee bevriende schooiers, Schuyfman en Sloef, op zoek naar iets te eten. Ze zijn op zee geweest, maar vonden het werk op een schip toch wel erg zwaar. Dat zien ze niet meer zitten. Ze bedenken allerlei plannen, zoals huismussen van het dak schieten, een beurs stelen en bedelen als schipbreukelingen.

Voordat ze die plannen echter tot uitvoering kunnen brengen, stuiten ze op een afgelegen woning waar ze wel om eten kunnen gaan vragen. Helaas reageert de dove vrouw die opendoet niet op hun smeekbedes, maar begint allerlei onsamenhangende verhalen te vertellen. Terwijl Schuyfman haar aan de praat houdt, probeert Sloef naar binnen te gaan om eten te zoeken. Dan maakt de vrouw een opmerking waar ze wél wat aan hebben: de overbuurvrouw is overleden en daarom geeft de familie eten weg.

Lees verder >>

Rutger en Bervoete Broers

In de klucht De Bervoete Broers uit 1559 haalt de treiterige Hans Goetbloet het bloed onder de nagels van de franciscaner monniken vandaan. Deze monniken worden afgeschilderd als volgevreten fatsoensrakkers die ervan overtuigd zijn dat ze het gelijk aan hun kant hebben, en één van hen aarzelt niet Hans af te tuigen om zijn argumentatie kracht bij te zetten. Voor de vechtpartij begint trekt de monnik eerst zijn pij uit, zodat hij op dat moment geen monnik meer is en er wél op los mag meppen.

Aan deze klucht moest ik denken, toen Rutger Castricum van PowNews op bezoek ging bij Naeme Tahir om haar te bevragen over de persvrijheid. Tahir had in haar Buitenhof-column betoogd dat er grenzen zijn aan wat journalisten mogen doen. Helaas voor Castricum is Naeme Tahir getrouwd met Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie. Kinneging trok zijn professorale toga uit en legde zijn boek Geografie van goed en kwaad aan de kant toen Castricum aanbelde. Kinneging bleek een hoogleraar in de filosofie van de rechtse directe; een schermutseling op de wijze van voor de Franse revolutie volgde.

Uiteindelijk liep alles toch nog goed af. Zowel de monnik als de hoogleraar sloeg de tegenstander niet volledig in elkaar, zowel Hans Goetbloet als Rutger Castricum belandde niet in het ziekenhuis. De conclusie is dat de Nederlandse samenleving steeds kluchtiger wordt, maar waarom horen we zo weinig mensen lachen?