Tag: klemtoon

Competatief

Door Marc van Oostendorp

De man met de beste taaloren van Nederland is zonder twijfel Siemon Reker. Deze emeritus hoogleraar Gronings was de eerste die het verschijnsel opmerkte dat Jan Stroop later Poldernederlands zou noemen. Nu hoorde hij drie jaar geleden al iets bij Mark Rutte dat anderen, pas recentelijk begint op te vallen: de man zegt competatief. Net als tal van anderen, die trouwens ook bijvoorbeeld repetatief zeggen.

Lees verder >>

Hansworst

Door Henk Wolf

Ik heb de klemtoon in het woord hansworst altijd op worst gelegd. Ik wist ook niet beter of iedereen deed dat. Tot iemand een paar jaar geleden verbaasd uitriep: “Wat zeg je nou?”

Zij zei namelijk HANSworst, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Dat vond ik weer heel erg gek. Uiteraard hebben we toen rondgevraagd en tot onze verbazing waren beide uitspraakvarianten in onze omgeving ongeveer even sterk vertegenwoordigd.

Mijn Groot Woordenboek der Nederlandse Taal van Van Dale (twaalfde druk) noemde alleen mijn variant, met de klemtoon op worst. Dat was raar, als die andere variant ook zo vaak voorkwam.

Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>

Baby’s die zinnen in woorden hakken

Door Marc van Oostendorp

Nooit worden we meer zulke sponzen als we in de eerste jaren van ons leven waren. Stel, je bent een paar maanden oud en je wil je moedertaal leren. Het lijkt misschien een goed idee om dan te beginnen met woorden, maar helaas spreken mensen eigenlijk nooit in losse woorden. Ze zeggen alles aan elkaar en je hoort dan bijvoorbeeld dingen als:

Wanneer je Turks spreekt, hoor je de woorden wel, maar dat komt omdat je die woorden al kent. Maar wie geen Turks kent, hoort alleen een lange stroom klanken. Hoe kun je nu bepalen waar  het ene woord begint en het andere ophoudt? Lees verder >>

Ebola hééft geen juiste klemtoon!

Door Marc van Oostendorp


Waar komt toch de neiging van mensen vandaan om in taalzaken altijd per se een keuze te maken? De ziekte ebola doet zich nog niet voor, of mensen beginnen zich af te vragen wat nu de correcte klemtoon is. De VRT heeft er een mening over,  het Genootschap Onze Taal heeft er dezelfde mening over. Er zijn ook nog afwijkende meningen (Onze Taal noemt het Pinkhof Geneeskundig Lexicon), maar we kunnen ervan uitgaan dat men dit een ongewenste toestand vindt – en dat de twee sites hetzelfde kunnen zeggen: correct is ébola of ebóla, maar beslist niet allebei.

Maar waarom niet? Wat is er zo ongewenst aan de huidige situatie waarin er twee klemtonen zijn? Zijn er mensen die hierdoor in verwarring raken en menen dat er sprake is van twéé gevaarlijke ziektes, ébola en ebóla?

Ik denk dat het meer is dan het zoeken naar broodwinning van de taaladviseurs. Er zit iets in de taal, of wie weet in de samenleving, dat ervoor zorgt dat we het onaangenaam vinden als mensen zaken anders benoemen dan wijzelf. Dat kan niet! Dat mag niet!
Lees verder >>

Extremere klemtoon in de Randstad?

Door Marc van Oostendorp

Vaak kun je zelfs door een wandje heen horen waar iemand vandaan komt. Wat de persoon zegt, hoor je niet: de identiteit van de klinkers en medeklinkers gaat verloren door de tussenliggende triplexplaten, maar toch hoor je: Hij is een Limburger en zij komt uit Rotterdam.

Dat komt door de zinsklemtoon en de intonatie – de toonmelodie die je over de zin heen legt en waarmee je het verschil maakt tussen:

  • Eet jij PLASTIC?
  • EET jij plastic?
  • Eet jij plastic!
  • Eet, jij plastic!

De precieze manier waarop we dat soort verschillen maken verschilt van dialect tot dialect. Iedereen weet dat onbewust wel – het Amsterdams heeft een andere melodie dan het Gronings – maar het verschijnsel wordt pas sinds kort serieus onderzocht. Een van de eerste artikelen erover verscheen deze maand in het Journal of Phonetics.

Lees verder >>

Hoe (en waarom) kennen we klemtoon?

Door Marc van Oostendorp

Waar ligt de klemtoon in anani? Ik durf te wedden dat je zegt: op na. In een webexperiment dat we het afgelopen jaar gedaan hebben onder enkele duizenden sprekers van het Nederlands, is gebleken dat ongeveer zeventig procent van de sprekers dat doet bij woorden als deze die ze nog nooit eerder hebben gehoord, bijvoorbeeld omdat ze (de woorden) niet bestaan.

Waarom is er zoveel overeenstemming? Lang niet alle woorden met drie open lettergrepen hebben klemtoon op de tweede: in Panama ligt hij bijvoorbeeld op de eerste, en in chocola op de derde. Wel zijn de woorden met klemtoon op de tweede plaats in de meerderheid (kolonie, pyjama, cathode).

Het lijkt er daarom op alsof sprekers van het Nederlands op de een of andere manier kennis hebben van die statistische verdeling. Bij de uitvoering van een experiment vergelijk je het woord met een aantal woorden die je kent, en laat dat de klemtoon bepalen. Maar waarom?

Lees verder >>

Waar ligt de klemtoon in ‘holländisch’?

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik deze week zijdelings geschreven had over Russisch, kreeg ik een e-mail van mijn beroemde Vlaamse collega José Cajot over holländisch. In het Duits ligt de klemtoon in dat woord op hol; waarom leggen Nederlandstaligen het op län?

Het komt niet doordat de klemtoon altijd op de voorlaatste lettergreep ligt in het Nederlands, al komt dat patroon wel het vaakst voor. In drielettergrepige woorden kan hij op de eerste (Canada), de tweede (pyjama) of derde (paraplu) lettergreep liggen. Bovendien gebeurt het niet bij andere woorden; ik heb niet de indruk dat mensen holländer zeggen.

Het moet iets te maken hebben met het achtervoegsel –isch; dat trekt de klemtoon altijd naar de lettergreep die er onmiddellijk aan voorafgaat. Próza wordt prozáisch, prótotype wordt prototípisch.

Lees verder >>

Waarom nieuwslezers volgen

Door Marc van Oostendorp

Het is vreemd om een nieuwslezer tegen te komen. Je kent de stem, maar zo iemand blijkt er altijd anders uit te zien dan je dacht. Kennelijk vorm je je op basis van een stem onwillekeurig een beeld van de persoon. (Ik ben zelf ook wel eens iemand tegengekomen die zei: ‘ik dacht dat u zwart haar had en slank was!’ Toen heb ik mijn haar geverfd en ben naar de sportschool gegaan, maar niet iedereen is zo dienstwillig.)

Gisteren kwam ik dus een nieuwslezer tegen en ik kon een paar minuten met hem praten voor hij weer ging nieuwslezen. Hoewel we weinig tijd hadden, vertelde hij een aantal interessante dingen. Dat zijn stem eigenlijk wat te hoog was bijvoorbeeld, voor de moderne tijd.

Lees verder >>

Cúltureel erfgoed, pólitieke elite

Waarom klemtoon soms naar voren schuift
Door Marc van Oostendorp 

“Dit is al een paar jaar gaande,” schrijft iemand op het Meldpunt Taal, “maar steeds meer hoor ik bij woorden met drie of meer lettergrepen de klemtoon op de eerste lettergreep: cùlturele hoofdstad, Débussy, ìdeale partner, spèctaculaire show. En gisteren (12-06-2913) 3 x in het Tropenmuseum-item tijdens Eén Vandaag: pòlitieke besluitvorming, vòòrmalige koloniale gebieden, cùlturele erfgoed.”

Het is een verschijnsel dat al enige tijd bestaat – een verschijnsel dat in 1982 een Nederlandse naam kreeg, toen de taalkundige Ron van Zonneveld (1942-2012) het ‘de ritmische hangmat’ noemde. Hij gebruikte weliswaar niet precies dit soort voorbeelden, maar ze vallen wel makkelijk in die dertig jaar oude theorie te passen.

Die naam hangmat is aardig gekozen.
Lees verder >>

Nogmaals ‘doodziek’

Een vragenlijstje


Door Marc van Oostendorp  

Ruim een jaar geleden schreef ik al eens over ons onderzoekje naar de klemtoon in doodziek en zeeziek.  In het laatste bijvoeglijk naamwoord ligt de klemtoon onveranderlijk op het eerste lid (dat geef ik aan met onderstreping):

– Het kind is zeeziek.
– Het zeezieke kind ligt in bed.

Maar bij doodziek is dat anders. Daar ligt de klemtoon soms op het eerste lid en soms op het tweede:

– Het kind is doodziek.
– Het doodzieke kind ligt in bed.

Het werkt vooral wanneer het eerste lid het tweede versterkt: een doodziek kind is heel ziek. Sterker nog bij constructies met versterkers als heel en erg werkt het ook:
Lees verder >>

Grote Taaldag

Door Marc van Oostendorp
Vandaag is het weer Grote Taaldag, hoera! Voor de derde keer alweer gebeurt er van alles in Utrecht: er worden tientallen lezingen gegeven, er worden prijzen uitgereikt voor het mooiste proefschrift en de beste populair-wetenschappelijke publicatie van het afgelopen jaar. 
Zoals iedere taalkundige heb ik allerlei belangen: voor allebei de prijzen heb ik mijn persoonlijke favoriet, er zijn een paar lezingen die ik wil horen en ik ga er ook één geven: samen met mijn collega’s Frans Hinskens en Björn Köhnlein hoop ik de toegestroomde menigten de eerste resultaten te kunnen geven naar ons onderzoek naar de uitspraak van bijbelnamen.
Dat onderzoek moet licht werpen op een nijpend probleem in de Nederlandse taalkunde.

Lees verder >>

De klemtoon in PvdA

Toen ik de post van Gaston Dorren las, gisteren, hier op Neder-L, werd ik even bang. De post ging over afkortingen en letternamen, en eigenlijk over de spelling ervan, maar ik begon ineens te vrezen voor de uitspraak.

Niet zo lang geleden kreeg ik een vraag doorgestuurd die daarover ging:

Waarom ligt de klemtoon bij afkortingen die letter voor letter worden uitgesproken altijd (of in elk geval opvallend vaak) op de laatste letter: VPRO, ANWB, amvb, BMW, btw, AOW, PvdA?

Ja, waarom is dat zo?
Lees verder >>