Tag: Jubileum

De neerlandistiek als netwerk

Onderstaand bericht kon door omstandigheden niet in tijdens onze jubeldag (donderdag) geplaatst worden. 

Door Fred Weerman

Ik weet niet wat we ervan moeten denken dat wij ons bij elk jubileum afvragen hoe we er over tweemaal jubileum (Neder-L in 2042?) voorstaan. Met jubilea in de persoonlijke sfeer doe ik dat in ieder geval toch maar niet. In het laatste geval is de evidentie voor de eindigheid zo overtuigend dat we daar geen woorden aan vuil maken. Met de neerlandistiek is dat kennelijk anders. Ik vermoed dat het eigenlijk zo zit: we veronderstellen dat vakgebieden in het algemeen de tand des tijds doorstaan en we aarzelen of dat wel opgaat voor de neerlandistiek.

Dus daarom nog maar eens: Er is niets mis met het Nederlands, dat over 25 jaar ook nog volop zal worden gesproken en geschreven, schat ik zo. Er is niets mis met de vele onderdelen van de neerlandistiek, die volgens mij allemaal hun partij prima meeblazen. Zeker, in de ene discipline levert dat misschien meer geluid op dan in de andere discipline, maar als dat zo is ligt dat volgens mij niet, of in ieder geval niet alleen, aan de betreffende neerlandici, maar eerder aan het verschijnsel dat soms de ene instrumentengroep nu eenmaal wat meer een opvallende solo kan spelen en soms de andere groep. Zeker, het is niet altijd makkelijk om fondsen te werven voor onderzoek, er is veel competitie, die vooral voor jonge wetenschappers grote persoonlijke gevolgen kan hebben, de werkdruk is groot, de bezuinigingen idem, maar ik geloof niet dat positie van neerlandici wat dat betreft slechter is dan die van andere geesteswetenschappers. (Eerder beter, eerlijk gezegd). Lees verder >>

Marieke Winkler: Een voetnoot bij de toekomst van de letterkundige neerlandistiek

Door Marieke Winkler
‘we gaan vooruit. We ontwennen, spelen vroegertje’
uit: Anne Vegter, Wat helpt is een wonder (2017)

Wat is toekomst anders dan de uitdrukking van een verlangen naar een nieuw begin, het uitproberen van een andere loop der dingen? ‘De moderne tijd zet zijn kaarten (…) uitdrukkelijk op vernieuwing in plaats van herhaling’, schrijft Rüdiger Safranski in Tijd (2014), ‘dit is de tijd van beginnen.’ Aan die tijd is volgens Hans Ulrich Gumbrecht (en hij bouwt daarbij voort op Kosellecks historisering van het historisch bewustzijn) een einde gekomen. ‘For us the future no longer presents itself as an open horizon of possibilities; instead it is a dimension increasingly closed to all prognoses – and which, at the same time, seems to draw near as a menace’. Tussen het verleden dat ons overspoelt, en dat we als een malle proberen te conserveren en annexeren, en de bedreigende toekomst (het ijs op Antarctica smelt nú), is het heden getransformeerd tot een (in beide richtingen) uitdijend landschap, tot iets wat Gumbrecht our broad present noemt. Hoe in dit expansieve heden iets over de toekomst te zeggen zonder al te naïef een nieuw begin af te roepen? Misschien dat het graven in het niet al te verre verleden mij daarom zo vruchtbaar overkomt, namelijk als een handeling die wel degelijk nieuwe scenario’s mogelijk maakt… Lees verder >>

Reinhild Vandekerckhove: Neerlandistiek van de open grenzen

Door Reinhild Vandekerckhove

In de neerlandistiek van de toekomst zijn ‘variatie’ en ‘contact’ de codewoorden: de neerlandistiek honoreert de vele duizenden mensen die het Nederlands als tweede, derde, vierde… taal verwerven en zich dat Nederlands toe-eigenen, ze bestudeert het Nederlands in contact met andere talen en culturen, en het Nederlands dat zijn weg vindt in, alweer andere, nieuwe media. Neerlandici verwerven complexe talige en liefst ook heel wat relevante niet-talige skills. Dat betekent echter vooral niet dat reflectie de plaats moet ruimen: docenten en onderzoekers maken studenten (nog altijd) warm voor taalsystematiek, taalvariatie, en de systematiek van taalvariatie. Maar finaal hangt de survival van de neerlandistiek m.i. af van haar interdisciplinariteit: ze haalt haar vitaliteit uit de interactie met taaltechnologie, psychologie, sociologie, antropologie, neurologie…

Een neerlandistiek van de open grenzen dus.

Thomas Vaessens: Vijfentwintig jaar is een eeuwigheid

Door Thomas Vaessens

Als we praten over de toekomst van de neerlandistiek, hebben we het over de toekomst van een opleiding. Een discipline is de neerlandistiek beslist óók geweest, maar het is de vraag hoeveel mensen ‘het vak’ vandaag nog als een discipline zien. Vroeger, in de tijd van de nationale filologieën, spraken we over letterkunde en taalkunde als ‘vertakkingen’ van de neerlandistieke stam. Nu is het veeleer zo dat de verschillende ‘neerlandici’ zich hebben verspreid over het hele bos. Al decennialang zijn sommige van de interessantste neerlandici werkzaam (en ook institutioneel ingebed) in andere velden: gender, media, postkolonial studies, erfgoed… Ook werken er her en der door hun collega’s zeer gewaardeerde mensen ‘bij neerlandistiek’ die binnen andere disciplines zijn opgeleid.

Maar discipline of niet, de opleiding Nederlandse taal en cultuur is er nog steeds. Ik zal het dus over die opleiding hebben, en dan vooral (zoals aan mijn voorbeelden al te merken was) de cultuurkant ervan. Lees verder >>

Michiel de Vaan: De Neerlandistiek over 25 jaar

Door Michiel de Vaan

Over vijfentwintig jaar heb ik bijna de dan geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Als lichaam en geest nog meedoen, breekt dan de productiefste periode van mijn wetenschappelijk leven aan. Tenzij de supercomputer tegen die tijd mijn kennis en creativiteit heeft ingehaald, wat niet denkbeeldig is. Hoe ‘de Neerlandistiek’ er dan in zijn geheel uitziet, weet ik niet, maar ik kan wel een verlanglijstje neerleggen.

Op dat lijstje staat maar een ding, maar wel iets groots: dat alle teksten die we als Nederlands beschouwen (eigenlijk dekt de tot in de tweede helft van de negentiende eeuw gangbare term Nederduytsch de lading beter) uitgegeven en doorzoekbaar zijn. Allemaal. Thuis aan mijn bureau. En vooral: in hun originele spelling en opmaak. Op dit moment is dat slechts voor de teksten tot 1300 het geval. Ik weet het, de hoeveelheid literaire en vooral niet-literaire teksten van na 1300 is onvoorstelbaar groot. Inderdaad, het opsnorren, lezen, begrijpen, transcriberen en diplomatiek uitgeven van alle charters, stadsrekeningen, cijnsregisters, gerechtsprotocollen, dagboeken, annalen, zeemansbrieven, vondelingbriefjes en andere handgeschreven teksten, uit alle gewesten, dat is een onnoemelijk grote hoeveelheid werk. Niemand zal al die teksten in een leven gaan lezen. Maar een computer kan ze doorzoeken, taalkundigen en historici kunnen er nieuwe ideeën door krijgen, en cineasten kunnen er muziek onder zetten. Lees verder >>

Yves T’Sjoen en Piet Gerbrandy: De smalle mens van morgen

Door Yves T’Sjoen en Piet Gerbrandy

Yves T’Sjoen

Instellingen voor hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen voeren een taalbeleid dat almaar meer in de kaart speelt van het “globish”. Volgens criticasters rolt niet zozeer een golf van verengelsing door de universitaire auditoria. Het Engels wordt vooral verbasterd tot een weeskind van die prachtige Angelsaksische dichterstaal.

Aan Nederlandse universiteiten worden bacheloropleidingen en in toenemende mate masterspecialisaties aangeboden in de wetenschappelijke lingua franca van de wereld van vandaag. De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) maakte enkele maanden geleden een advies bekend en bepleit daarin de taalvaardigheid van studenten. Voor bestuurders is dit een aanmoediging om binnen de bestaande taalwetgeving méér academisch onderwijs in dat “globish” te voorzien.

Een van de misvattingen van bestuursleden en opleidingsverantwoordelijken is dat taal een medium is. Niets meer dan een vehikel om kennis over te dragen en met elkaar te praten. Bijgevolg is taal een nuttig instrument om meer buitenlandse studenten aan te trekken en een hogere plek te veroveren in de Shanghai Ranking. Lees verder >>

Jan Stroop: Neerlandistiek in de gloria

door Jan Stroop

Toen de Landelijke Vereniging van Neerlandici (de LVVN) in 2001 actie voerde onder ’t motto ‘Zorg om het schoolvak Nederlands’, lees mijn congrestoespraak, hadden we te maken met politici, die wel commissies instelden om te komen tot een vernieuwing van het examenprogramma Nederlands, maar die de rapporten van die commissies naast zich neerlegden of zelfs beleid bedachten dat inging tegen de aanbevelingen van de eigen commissies. Minister Netelenbos orakelde: ”Als je naar leraren luistert, verandert er nooit iets.”

Waaruit bleek dat ze naar niemand wilde luisteren. Net als haar opvolgster, minister Van der Hoeven. Toen de LVVN ’t resultaat van de actie, een pakket handtekeningen van leraren die veranderingen wilden, aan de minister mocht aanbieden, zei de minister vooraf, dus zonder dat ze kennis genomen had van ’t doel van actie, dat ze er zich niets van aan zou trekken. Lees verder >>

René van Stipriaan: Tijd voor een tussenjaar

Door René van Stipriaan

Mijn dochter zit aan het einde van een tussenjaar. In augustus begint ze aan haar studie biologie. Waar weet ze nog niet. Ze twijfelt nog. Twijfelen is een goede eigenschap voor een aankomende wetenschapper. Zo twijfelde ze een jaar geleden nog of het wel biologie moest worden. Zodra haar eindexamens waren afgelopen schreef ze zich in voor een aantal matchingsdagen. Bij Italiaans, bij kunstgeschiedenis, bij biologie, en zelfs bij Nederlands. Volgens stemmen in mijn omgeving om haar pappie een plezier te doen.

Ik wist niet of ik er blij mee moest zijn. Gemengde gevoelens. Een mooi vak, maar zit er wel toekomst in, leeft de neerlandistiek eigenlijk nog wel? Is het nog mogelijk om een goed neerlandicus te worden, na jaren gestage, van bovenaf opgelegde, afkalving van het curriculum? Want dit vak is pas echt aantrekkelijk als je het op een hoog niveau kunt beoefenen. En als je gebieden kunt binnengaan die nog nooit door anderen zijn betreden, als je ergens een heel dikke laag stof kunt afblazen, als je kunt aantonen dat twee zaken die mijlenver uit elkaar lijken te liggen toch bij elkaar horen. Die wonderen geschieden nooit op de eerste dag van de studie – ten minste, ik heb daar nog nooit van gehoord. Het gebeurt na eindeloze uren studie. Honderden, duizenden uren waarin je niet verder komt dan het herkauwen van de ideeën van anderen. Het is het langzaam beklimmen van een berg. Aan de voet ben je nog in de bewoonde wereld, er rijden nog auto’s en bussen, maar uiteindelijk kom je op de wandelpaden, en die worden ook telkens wat smaller, terwijl je klimt probeer je op de been te blijven tussen het rulle grind en de wegrollende keien, maar als je omkijkt zie je dat de uitzichten steeds mooier worden. Lees verder >>

Wilbert Spooren: Profielkeuze Cultuur & Gezondheid

Door Wilbert Spooren

Toen ik bij het vorige jublieum van neerlandistiek.nl over de toestand van de neerlandistiek blogde, had ik het over de professionalisering van het vak. Die ontwikkeling heeft zich ongetwijfeld voortgezet: de methodologische grenzen tussen de deelgebieden letterkunde en taalkunde/taalbeheersing zijn scherper geworden, het gebruik van big data en geavanceerde experimentele technieken zijn vaste onderdelen van de gereedschapskist van de empirisch georiënteerde taalonderzoeker en letterkundige onderzoekers dingen succesvol mee naar prestigieuze onderzoeksbeurzen in competitie met bèta- en gammawetenschappers.

Maar er is ook slecht nieuws. De belangstelling voor de studie Nederlands neemt zorgwekkend snel af. De oorzaken zijn divers en voor het merendeel bekend. Zo heeft het profiel ‘Cultuur & Maatschappij’, vanouds de natuurlijke instroom voor de talenstudies, een vreselijk slecht imago, met als gevolg dat het het afvoerputje van de middelbare school dreigt te worden. Nog steeds hoor je over schooldecanen die scholieren verwijzen naar een ‘echt vak’ in plaats van zo’n studie over een taal die je toch al kent. Het schoolvak Nederlands is ook nog eens een verplicht vak, dat door veel leerlingen als een corvee wordt beschouwd. Ze hebben het gevoel vooral getraind te worden in het maken van het centraal eindexamen, dat bovenmatig veel aandacht besteedt aan leesvaardigheid (analyseren, interpreteren, beoordelen, samenvatten) en argumenteren (betogen analyseren en beoordelen).  Lees verder >>

Nicoline van der Sijs: Een mooie toekomst tegemoet

Door Nicoline van der Sijs

Maatschappelijke veranderingen gaan niet ononderbroken in dezelfde richting voorwaarts. Integendeel, ze maken een voortdurende pendelbeweging. In het verleden fuseerden kleine middelbare scholen tot grote scholengemeenschappen, zodat ze meer bestand waren tegen schommelingen in personeel en financiën. Die grote scholengemeenschappen leidden tot anonimiteit van leerlingen en leraren, en werden weer opgebroken in kleinere middelbare scholen. Dezelfde slingerbeweging verwacht ik voor de neerlandistiek. Dat betekent dat we naar het verleden moeten kijken om de toekomst te kunnen voorspellen.

In het verleden was de neerlandistiek een eenheid: onderzoekers en docenten publiceerden en doceerden over zowel taalkunde als letterkunde en taalbeheersing, zij het dat sommige voor één van de disciplines een persoonlijke voorkeur tentoonspreidden. Daarna kwam de specialisatie voor een discipline, en vervolgens kwam er superspecialisatie: een neerlandicus legde zich binnen een bepaalde discipline toe op een specifieke tijdsperiode, theorie, onderwerp. En zo kwamen er steeds meer specialisten op steeds kleinere gebiedjes. Lees verder >>

Lucas Seuren: Toevallig Neerlandicus

Door Lucas Seuren

Ik ben geen Neerlandicus—om John F. Kennedy maar wat te parafraseren. Op de middelbare school was Nederlands niet bepaald mijn favoriete vak. Ik heb me door mijn leeslijst gebluft door, net als veel van mijn medescholieren, een stapel samenvattingen te lezen. Ongetwijfeld had mijn docent het door—hij was absoluut een Neerlandicus—maar liet hij me ermee wegkomen.  Eenmaal aan de universiteit had ik zelfs niks meer met de Neerlandistiek te maken: ik was sterrenkunde gaan studeren. In plaats van Vondel  en de Tachtigers wilde ik Newton en Einstein lezen en begrijpen.

Ook toen ik na vier jaar mijn astronomische ambities opgaf kwam ik niet bij Nederlands terecht. Lees verder >>

Ben Salemans: Neder-L / neerlandistiek.nl 25 jaar!

Door Ben Salemans

Marc van Oostendorp vroeg mij enkele dagen geleden of ik ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Neder-L/neerlandistiek.nl een stukje wilde schrijven over de toekomst van de neerlandistiek. Of bedoelde hij misschien een stukje over de toekomst van neerlandistiek.nl? Het moest in elk geval op de jubileumdag, op 8 juni 2017, zei Marc, klaar zijn. Nou, daar gaan we dan. Opa vertelt. Eerst wat geschiedenis. En dan komen we uiteindelijk ook uit op de toekomst van de neerlandistiek.

Dit is trouwens een vrij ongeordend van-de-hak-op-de-tak-verhaal. Hopelijk lezen mijn leerlingen van de bovenbouw havo en vwo op het Sophianum in Gulpen dit stukje niet. Ik hamer als docent Nederlands er in mijn schrijflessen namelijk altijd op dat een opstel een heldere structuur en heldere kernzinnen aan het begin alinea’s moet hebben. Die heldere structuur ontbreekt hier, misschien. Vergeef mij dat. Drukdruk. Ik heb dit stuk in gloeiende haast geschreven. Ik ben tegelijkertijd ook bezig met de tweede correctie van eindexamens Nederlands en die/dat moet ook uiterlijk 8 juni voltooid zijn. Anders worden diverse managers boos. “Het is ook altijd wat met die docenten Nederlands, altijd maar klagen, nooit iets op tijd af…” Lees verder >>

Viorica Van der Roest: De tuin van de Neerlandistiek

door Viorica Van der Roest

Wat mensen, prieelvogels en mieren onderscheidt van andere levende wezens, is dat ze hun omgeving graag willen organiseren. In cultuur brengen, zoals dat zo mooi heet. Ik weet niet welke jubilea de prieelvogels en mieren vandaag te vieren hebben, maar de mensen vieren dat Neder-L/Neerlandistiek.nl vandaag 25 jaar bestaat, dus ik wil mijn betoog vanaf hier verder tot de mensen beperken. Die ordening van de wereld om ons heen is ooit begonnen met netjes iedereen zijn eigen vuurplaats, en heeft inmiddels geleid tot zo diverse zaken als het Europees Parlement, Google en een aparte hoek met barbecues in het tuincentrum. Hetgeen we ordenen heeft vast wel een hogere orde, maar die zien we dan vaak weer niet, zodat we een arbitrair gebied afbakenen en met z’n allen afspreken hoe dat hoort te functioneren (de Tweede Kamer, de Volkskrant, een supermarkt). Werkt meestal prima.

Eén van die afgebakende gebieden hebben we Neerlandistiek genoemd. Laten we ons die voor het gemak even voorstellen als een tuin: achterin de kas (taalkunde), links naast de ingang de rozentuin (letterkunde) en rechts de moestuin (taalbeheersing). Deze tuin is in de 19e en het begin van de 20e eeuw aangelegd, en het was er lange tijd heel prettig toeven. De laatste decennia echter gebeurt er nogal wat in en rond de tuin. De vraag die vandaag centraal staat is: heeft deze tuin nog toekomst?Een actuele vraag, want er is onlangs een nieuwe diersoort bijgekomen: de manager Lees verder >>

Johan Oosterman: Gebroken knoppen en nieuwe lentes

Door Johan Oosterman

Rozen verwelken, schepen vergaan…. maar zal de neerlandistiek altijd bestaan? Ik ben er niet zo zeker van. De neerlandistiek is al een tamelijk oude discipline in de academische wereld. De eerste leerstoel dateert van 1797 en de jonge en ambitieuze Willem Jonckbloet durfde enkele decennia later zijn eigen discipline, blakend van zelfvertrouwen, naast de eerbiedwaardige Germanistik te plaatsen. Meer dan twee eeuwen oud. Vele generaties van neerlandici zijn ons voorgegaan. De psychologie en de economie, spraakmakende disciplines in onze tijd, zijn piepjong vergeleken met de discipline waarin ik ben gevormd. Nederlandse Taal en Letterkunde studeerde ik ruim dertig jaar geleden in Groningen, en toen ik even niet oplette was die studie getransformeerd tot Nederlandse Taal en Cultuur. Maar het etiket dat erop geplakt werd bleef dat van de neerlandistiek, een discipline met subdisciplines, waarvan in de tijd dat ik promoveerde de medioneerlandistiek wel de meest assertieve was. Neerlandicus was ik, en ik behorende tot de ondersoort van de Medioneerlandicus. Mooi voor in de eigen biotoop, waar we precies wisten wat we met die etiketten bedoelden, maar onbruikbaar in de grote wereld, want wie weet er nu wat een neerlandicus is? Lees verder >>

Raymond Noë: Jan Kal – Waarom ik geen neerlandistiek studeer

Waarom ik geen neerlandistiek studeer

Van de beroemdste dertien dichtersnamen
uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,
behaalden tien het Literair Examen
en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

Toe Foe en Meng Hau Jan, maar nummer drie,
Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen
tot hoge ambten, maar schreef poëzie
zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

Daarom studeer ik geen neerlandistiek.
Heeft één gedicht dat op z’n poten staat,
niet méér gewicht dan een professoraat?

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,
(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).
Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

Jan Kal (1946)

Marita Mathijsen: Drie scenario’s

Door Marita Mathijsen

Het zwarte scenario

Aan alle Nederlandse universiteiten is Neerlandistiek opgegaan in Literatuurwetenschap, Algemene taalkunde en Argumentatie-analyse. Als apart vak bestaat het niet meer. Alle colleges worden in het Engels gegeven, zowel op bachelorniveau als op masterniveau. Wie in Nederlandse literatuur geïnteresseerd is, kan voorbeelden daaruit gebruiken om algemene patronen te demonstreren. Op de middelbare scholen is Nederlands ook geen apart vak meer, alleen op de basisscholen wordt er nog geleerd hoe je in het Nederlands spelt.

Er bestaat nog wel een researchvariant Nederlandse taal- en literatuur, alleen in Leiden, die men één jaar kan volgen ná de gewone master. Daar word je in één semester geschoold in specifiek Nederlandse middeleeuwse of zeventiende-eeuwse taal of literatuur. In het tweede semester schrijf je een researchmasterscriptie. Die mag in het Engels zijn. Lees verder >>

Henriette Louwerse: Gerard Reve is een Brit

Door Henriette Louwerse

Afgelopen november werd ik benaderd door een Britse journalist met een vraag over de aangekondigde vertaling van een klassieker uit de Nederlandse literaire canon, The Evenings. James Reith nam contact op omdat er, volgens Reith, zo weinig geschreven is over Reve in het Engels en ‘wordt deze roman niet juist beschouwd als een van de topwerken in de Nederlandse literatuur? En waarom wordt het dan nu pas, zeventig jaar na dato, vertaald’? In het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic stelt James dat de uitgestelde vertaling wellicht het gevolg is van de heersende overtuiging dat De avonden gewoon ‘te Nederlands’ is voor een internationaal publiek. Dat het onvertaalbaar was; dat de culturele verwijzingen niet zouden kunnen worden herkend; dat de humor te persoonlijk was; dat de statige taal geen equivalent zou hebben; en dat de specifieke context van het boek (met de verzwegen Tweede Wereldoorlog) niet begrepen zou worden door de buitenlandse lezer.

Dat bleek niet zo te zijn. The Evenings was eind januari al aan een zesde druk toe. Wat te Nederlands voor vertaling werd geacht, wordt nu geprezen als universeel: berry-apple cordial werkt net zo goed als bessen-appel en de doelloosheid en de apathie van Frits Egters blijkt niet aan landsgrenzen gebonden. Zelfs de humor van Reve vindt men ‘quirky‘ en daardoor juist heel Brits. Lees verder >>

Maartje Lindhout: Te lui om naar de bieb te fietsen

e-bookDoor Maartje Lindhout

Over 25 jaar is mijn leeftijd verdubbeld.

Als relatieve jongeling binnen de neerlandistiek gedraag ik me niet compleet ‘jong’ als het gaat om het medium van romans. Ik lees echte boekenboeken. Slechts één keer heb ik een volledig e-book gelezen, op een tablet, en dat was uit nood: het boek was in alle bibliotheken uitgeleend, ik kon het me niet veroorloven om het te kopen en ik was té nieuwsgierig naar de inhoud. Het lezen gaf me geen rust. Het voelde alsof ik scannend moest lezen, iets wat je over het algemeen toch meer gewend bent op een tablet of smartphone.

Want wat lees je zoal op die moderne en steeds meer vertegenwoordigde devices? Vooral WhatsAppberichtjes, Facebook-posts, tweets. En dan heb ik het nog niet eens over wat je allemaal alleen nog maar zíét op zo’n ding: foto’s, icoontjes, indelingen, overzichten, kernwoorden, alles gemaakt ten behoeve van gebruiksgemak en snelheid. Je hoeft de afbeeldingen en woorden niet echt te bestuderen. Vluchtig kijken en herkennen is voldoende. Van de verschillende leesstrategieën neemt het scannen de overhand.

Lees verder >>

Willem Kuiper: De neerlandistiek over 25 jaar – de Middeleeuwen

Door Willem Kuiper

In geen enkel West-Europees land is er zo hard gebroken met het middeleeuwse verleden als in de noordelijke Nederlanden. Voor de Republiek der Zeven Provincien belichaamde deze periode alles wat in de loop der eeuwen fout gegaan was sinds de ineenstorting van het Romeinse Rijk. De enige tekortkoming aan dit absolute hoogtepunt van de beschaving van de westerse wereld was het niet aanbidden van de enige ware God. Deze fout werd goedgemaakt met de komst van de vaderlandse Renaissance, de wedergeboorte van de klassieke cultuur, maar nu vast gefundeerd op een Nederlands hervormd christendom, dat zich losgemaakt had van de Roomse dictatuur en zich ontdaan had van het middeleeuwse bijgeloof.

Dat ging een hele tijd goed, tot in de tweede helft van de achttiende eeuw, toen de Romantiek de kop op stak. Eerst vanuit Duitsland als een radicale, anti-klassicistische, anti-modernistische ‘terug naar de natuur’ beweging. Lees verder >>

Marc Kregting: Doe niet zo pissy

Door Marc Kregting

1.

Aarle-Rixtel, 8 juni 2042. Aan de poort zijgt de conservator van het Museum Voor Neerlandistiek ineen onder een vuur van slagroomtaarten. De hoogbejaarde man wordt een stuk karton in de handen gedrukt.

Bikers snellen toe. Waarschijnlijk door alle room kan niemand hem direct identificeren. Toch is er een tijd geweest dat dat de conservator zelfs onder een laag leem herkend werd. Toen had hij op de actualiteitentelevisie een gesproken analyse gegeven van het Koningslied, geschreven door ‘het volk’. Die anonieme collectieve auteur bleek af te wijken van alle toestromende medestanders, door de neerlandicus verworven wegens zijn flux de bouche.

Wij hebben geen kwaad in de zin maar we hebben wel een mening.’ Ongewild had Robert Anker in een gedicht zo de neerlandistiek beschreven. Nu was die mening een hoofdletter toebedeeld en kende het vak enige tienduizenden beoefenaars, van wie het kruim wist dat de in het Koningslied gebruikte constructies, om iets te noemen, duidden op extractie van een factief werkwoord. Lees verder >>

Marjo van Koppen: Disciplines bundelt uw krachten!

Door Marjo van Koppen

In 1633 schreef P.C. Hooft aan zijn vriendin Tesselschade Roemers Visscher dat haar brieven fenomenaal zijn. Letterlijk zegt hij Wat hij meent met het topswaer van lauwer, en kan ik niet anders vatten, dan ’s prinssen triomfwaeghen. De hij in dit citaat is Huygens de vertaling is zoiets als: Wat Huygens bedoelt met de topzware lauwerkrans, kan ik niet anders vatten dan de triomfwagen van de prins. De brieven van Tessel zijn dus zo subliem dat zij een topzware lauwerkrans verdienen en zo prachtig zijn als de triomfwagen van de prins. Hooft gebruikt hier een stijlfiguur, litotes, om de noodzaak van zijn lof te onderstrepen. De ontkenning helpt hem het tegenovergestelde uit te drukken, en daarmee te benadrukken dat hij Tessel we MOET eren. Interessant is dat hij precies in deze context tweeledige negatie gebruikt: en…niet. In dezelfde brief gebruik Hooft ook enkelvoudige negatie, dus alleen niet.

Waarom nu begint een generatief taalkundige haar bijdrage aan de toekomst van de neerlandistiek met een citaat uit een letterkundige brief van P.C. Hooft uit de zeventiende eeuw en de uitleg van de manier waarop een stijlfiguur wordt ingezet om een boodschap over te brengen?

Lees verder >>

Ine Kiekens: Een pleidooi voor verwondering en bewondering

Door Ine Kiekens

Eerst en vooral wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om alle medewerkers die achter Neerlandistiek staan van harte te feliciteren met dit 25-jarige jubileum. De toewijding en de inzet waarmee dit team dag in dag uit blogposts verzorgt en mededelingen omtrent de neerlandistiek de wijde wereld van het web instuurt, is niet te onderschatten. Ik hoop daar binnenkort weer vaker mijn steentje aan bij te dragen.

Hoe zie ik de toekomst van de neerlandistiek? Ik moet toegeven dat bij de uitnodiging om dit stuk te schrijven mijn gedachten onwillekeurig afdwaalden naar de negatieve berichten over de neerlandistiek die met de regelmaat van de klok in de media te vinden zijn. Er zou steeds minder aandacht en interesse zijn voor het Nederlands en dat laat zich volgens deze negatieve berichtenstroom op verschillende vlakken zien: de inschrijvingscijfers voor een academische opleiding Nederlands dalen, de verengelsing en internationalisering zijn aan een opmars bezig, er komt steeds minder geld vrij voor onderzoek waarin het Nederlands centraal staat omdat alles interdisciplinair moet zijn, scholieren én hun leerkrachten zouden niets meer om het vak geven,… Het beeld dat tegenwoordig van de neerlandistiek wordt geschetst, is helaas niet zo fraai te noemen. Lees verder >>

Bas Jongenelen: De laatste student Nederlands

Door Bas Jongenelen

Soms heb ik geluk in mijn leven. Zo heb ik mijn studie net lang genoeg weten te rekken om onder de dienstplicht uit te komen. Als ik een maandje eerder was afgestudeerd (had zo maar gekund), dan had ik moeten dienen. Over 25 jaar heb ik weer zo’n geluksmomentje. Dan wordt de beslissing genomen om de neerlandistiek af te schaffen. Maar niet per direct. Nee, de vijf studenten Nederlands krijgen nog drie jaar de tijd om hun studie af te maken. Een van hen studeert in Tilburg aan de lerarenopleiding van de Algemene Hogescholen Zuid-Nederland, mijn werkgever. Dit betekent dat mijn pensioen en de opheffing van de studie Nederlands netjes samenvallen. Lees verder >>

Lotte Jensen: Het inwendige vuur

Door Lotte Jensen

De neerlandistiek bestaat, wat lot ons zij beschoren!
Nog heft het zijn gelaat, en zonder blos, omhoog.
Zoo lang zijn schoone spraak voor ’t oor niet gaat verloren;
Zoo lang wij nog haar’ klank en volle taalkracht hooren;
Zoo lang blinkt de neerlandistiek aan der volkren Hemelboog!

Als de dichter Johannes Kinker (1764-1845) een lofdicht op het zilveren jubileum van Neder-L had geschreven, had het vast zo geklonken. Ruim tweehonderd jaar geleden, in 1810, schreef hij een ‘Stille bemoeding’ na de inlijving van Nederland bij het Franse keizerrijk, waarin ik voor deze gelegenheid alleen de woorden ‘Vaderland’ en ‘Holland’ heb vervangen door ‘neerlandistiek’ . Anti-Franse stemmen werden de kop ingedrukt door de censuur, maar Kinkers verzen boden troost in bange dagen. Zolang er nog Nederlands gesproken werd, zou het vaderland niet ten onder gaan. De taal vormde immers het kloppende hart van de natie, in Kinkers woorden: de taal was het ‘inwendige vuur’. Lees verder >>