Tag: jongerentaal

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Nee, fucking hard juist

Door Marc van Oostendorp

De jeugd! Altijd op zoek naar manieren om haar bewondering uit te drukken. En altijd moeten dat nieuwe begrippen zijn, omdat iedere nieuwe generatie weer nieuwe dingen bewondert, die natuurlijk heel anders zijn dan de dingen die de oude generatie bewonderde.

En zo kun je laten horen tot welke generatie je behoort door tot op hoge leeftijd het positieve woord van jouw generatie te gebruiken. Waar J.J. Voskuil tot in zijn graf soms dingen mieters vond, zal Mark Rutte nog hopelijk vele jaren plezier vinden in de gaafheid der dingen.

Nu komt er een generatie aanwaaien die alles dom gaat vinden. Het fijne van de sociale media is dat je daar dan snel van op de hoogte kunt worden gesteld. Zo wees iemand me op de volgende tweet:

Lees verder >>

Smurfentaal

Door Marc van Oostendorp


Ik herinner me smurfentaal. Aan het eind van de jaren negentig kwam er ineens aandacht – in eerste instantie in Het Parool – voor het feit dat jongeren, vooral jongeren uit etnische minderheidsgroepen, een eigen taalgebruik hadden ontwikkeld. De journalist gebruikte daar die term smurfentaal voor omdat hij dacht dat het om een vereenvoudigd soort taalgebruik ging; dat die jongeren zich maar een beetje onbeholpen uitdrukten.

De Amsterdamse taalkundige en schrijver René Appel raakte als een van de eerste geïnteresseerd in het fenomeen. De naam smurfentaal was wel erg denigrerend en daarom stelde hij een andere term voor: straattaal, ook omdat sommige jongeren dat zelf gebruikten. Die term is sindsdien, in ieder geval in de vakliteratuur, blijven hangen.

In een onlangs verschenen artikel bespreken Leonie Cornips, Jürgen Jaspers en Vincent de Rooij de geschiedenis van de term sindsdien. Ze laten zien hoe het woord, ondanks Appels goede bedoelingen, in de loop van de tijd vooral in de populaire pers een aantal negatieve connotaties krijgt. Ook wijzen ze op het opvallende feit dat in Vlaanderen niet alleen de term straattaal niet bestaat, maar dat er eigenlijk geen equivalente term is om de verschijnselen die in Nederland zo genoemd worden, te beschrijven.

Lees verder >>

Leidse corpsstuko

Door Leonie Cornips

Het universitaire leven is weer begonnen. Verse studenten dwalen door hun universiteit en stad en proberen zich aan het nieuwe aan te passen, ook in hun manier van spreken. Het woord ‘student’ roept veel stereotyperingen op. Een KNO-arts werkzaam bij het VU Medisch Centrum vertelde dit jaar in de Volkskrant: ‘Ik zie veel stemproblemen bij studerende vrouwen van begin twintig. Ik kan niet bewijzen dat het door het verenigingsleven komt, daar vragen we niet standaard naar, maar het is een herkenbare populatie. Ze zijn hees na het stappen of hebben helemaal geen stem als ze opstaan.’ Auteurs die over het studentenleven in het verleden schreven, typeerden de student als iemand die veel tijd besteedde ‘aan tabak, wijn, aan de jol, maar ook aan het dispuut, doch minder aan de colleges’ of ‘feesten, slempen, vrijen, uitslapen, en tussen de bedrijven door een beetje studeren’.

Voor haar stage aan het Meertens Instituut heeft Tess van der Zanden (Universiteit Leiden) onderzoek verricht naar hoe studenten, die in Leiden lid zijn van de vijf grootste studentenverenigingen (Minerva, Augustinus, SSR, Catena, Quintus), spreken en hoe zij zelf hun manier van spreken omschrijven. Ze heeft in het bijzonder gekeken naar studenten die corpsleden zijn. Minerva is het oudste en meest elitaire studentencorps, telt 1600 leden en is voor iedere student toegankelijk. Dat was vroeger nogal anders omdat de kosten van lidmaatschap voor velen te hoog waren. Minerva staat bekend als een ontmoetingsplaats voor adel en patriciaat omdat leden van het koningshuis – Beatrix en Willem-Alexander – corpslid waren. In 2015 blijkt uit een onderzoek van NRC Handelsbladonder 189 Nederlandse topbestuurders dat nagenoeg een derde van hen lid is geweest van een studentencorps, waaronder velen van Minerva.

Lees verder >>

Hoe herken ik appjes van oude mensen?

Door Marc van Oostendorp


Sinds kort weet ik hoe men op het gymnasium de app-berichten van ons oude mensen herkent. Een vriendin stuurde me een lijstje tips die haar dochter had opgesteld. Ik geef het even door, inclusief het commentaar van de scholieren, omdat jullie natuurlijk ook liever niet als oud mens herkend worden:

  1. lange lappen tekst (het is godvergeme geen e-mail) 
  2. bij alles een passende emoji (dan lijkt het alsof je teveel moeite in dat bericht hebt gestopt, en het ziet er nog knullig uit ook) 
  3. gebruik van punctuatie (zie punt 1 en 4) 
  4. geen afkortingen (maakt het bericht gelijk serieus en daar wordt men nerveus van)
Met punctuatie bedoelt men op het moderne gymnasium: het plaatsen van punten. 

Beter bedenken we ff een nieuwe zinsbepaling

Door Maartje Lindhout

Sinds een paar jaar begint een echt goed voorstel bij voorkeur met ‘beter’. Althans, bij jongeren. Beter koop jij ook even een kaartje. Beter is het morgen wel mooi weer. en Beter gaan we eerst naar het strand. zijn nu redelijk gebruikelijk, terwijl je die laatste zin voorheen zou corrigeren tot We kunnen beter eerst naar het strand gaan. of Zullen we niet eerst naar het strand gaan?

Lees verder >>

Big up! Woord! is fris als februari



Woord!, het nieuwe boek van Vivien Waszink over de taal van nederhop, leest zoals een hiphopnummer klinkt: termen, namen, grappen en interessante taalvondsten, zoals het heerlijk Hollandse “eenvoudig als een vouwfiets”, buitelen over elkaar heen als de flow van een rapper. Dit boek geeft een fijn overzicht van hoe en waarom de taal van nederhop nou zo boeiend is, en waarom de nederhoppers de ware taalkunstenaars van Nederland zijn.

Afgelopen woensdag 23 oktober kwam Woord! uit bij Uitgeverij Nieuwezijds. In dit boek geeft taalkundige Vivien Waszink een overzicht van de taal van nederhop (Nederlandse hiphop). Waszink is al sinds jaar en dag verslaafd aan hiphop, zowel het muzikale aspect als het taalkundige: het is namelijk, vindt zij, taalkundig gezien allemaal knap interessant.
Lees verder >>

Een vrije dag? Jood!

Het woord jood maakt weer een nieuwe fase in zijn ontwikkeling door. Op scholen in Zuid-Holland wordt het inmiddels gebruikt om aan te duiden dat iets prachtig of heel prettig is. “Een vrije dag? Jood!”

Wat is hier nu weer aan de hand? Er zijn natuurlijk weinig woorden die zo razendsnel veranderen als precies de aanduiding dat iets de goedkeuring wegdraagt. Onze opa’s zeiden mieters, onze vaders zeiden tof, wij zeiden gaaf, onze kinderen zeiden flex. En nu is kennelijk de tijd aangebroken voor de jood-generatie.
Lees verder >>

Lekker interfacen op het big screamm

In de nieuwe Taalpeil van de Taalunie staat een fascinerend artikel over de soap Goede Tijden Slechte Tijden. De journalist Maarten Dessing sprak er met de ‘hoofdschrijver’ Jantien van der Meer (dat zou ik ook wel willen zijn, ‘hoofdschrijver’, bijna net zo leuk als ‘knutselpiet’, maar je kunt niet alles hebben), maar dat stukje is vééls te kort. Ik zou wel een boek willen lezen over het onderwerp.

Bijvoorbeeld vertelt Van der Meer dat het taalgebruik in de serie zo ‘onopvallend’ mogelijk moet zijn: niet te hip, niet te ouderwets, niet te moeilijk, niet te ordinair. Goede Tijden Slechte Tijden is weliswaar van taal gemaakt, maar niemand mag het merken.

Er is één uitzondering: het personage Nina.

Lees verder >>

Een ondeugdelijk rapport

Als je ’t pas verschenen rapport  Jongeren, de Nederlandse taal & participatie  mag geloven, spreken jongeren in Nederland, Vlaanderen (België), Aruba en Suriname ’t meest Algemeen Nederlands. Opmerkelijk nieuws voor wie wel eens jongeren heeft horen praten en ook helemaal in strijd met wat je er over leest. Het onderzoek waar dat rapport een verslag van is, is uitgevoerd in opdracht van de Taalunie.

Uit de Inleiding: “De Nederlandse Taalunie besloot eind 2010 om een Taalunie Jongerenraad op te richten. De bedoeling is jongeren uit Aruba, Curaçao, Nederland, Sint-Maarten, Suriname en Vlaanderen te laten meepraten over kwesties die de Nederlandse taal betreffen. 
Het onderhavige kwalitatieve onderzoek naar de mening van de jongeren over de Nederlandse taal is een opmaat voor de vorming van zo’n raad. De toetsing van een participatieconcept dat als model kan dienen, maakt deel uit van dit onderzoek.” (blz. 13).
Dit onderzoek deugt niet omdat de gevolgde methode onder de maat is, ’t verslag zichzelf voortdurend tegenspreekt en omdat de conclusies door andere onderzoeken weersproken worden. Om over ’t modieuze doel ‘jongeren te laten meepraten over kwesties die de Nederlandse taal betreffen’ nog maar te zwijgen.

Lees verder >>

Alsnog

Om de Nederlandse taal te kunnen bijhouden in haar voortdurende onstuimige ontwikkeling, moet een geleerde heden ten dage Facebook lezen. Wat mij in ieder geval nog niet was opgevallen: dat jongeren alsnog op een andere manier gebruiken. Mijn Utrechtse collega Jacomine Nortier kwam er echter mee in haar laatste statusupdate:

Het valt mij bij het lezen van scripties en […] het praten met studenten op dat het woord ‘alsnog’ onder die groep steeds vaker wordt gebruikt. De betekenis is uitgebreid naar ‘toch’. […] In ‘alsnog’ zit iets temporeels, dacht ik, maar in de verander(en)de betekenis valt dat aspect weg.

Even zoeken op Twitter – je hebt Facebook voor de aanwijzingen en Twitter voor de gegevens – levert inderdaad meteen een hele lijst met vindplaatsen van alsnog op die mij vreemd in de oren klinken: Lees verder >>

Ouderwets en suf

Jongeren vinden het Nederlands ‘ouderwets’ en ‘suf’. Dat blijkt uit het gisteren gepresenteerde rapport Jongeren, de Nederlandse taal & participatie in opdracht van de Nederlandse Taalunie, waarin de resultaten staan van gesprekken met honderd jongeren uit Nederland, België, Suriname en Aruba in de afgelopen drie maanden. Hoe nuttig vinden zij het Nederlands? Hoe moeilijk? Houden ze van lezen? Of van woordgrapjes? Hoeveel waarde hechten zij aan correctheid?

Uit het rapport komt een interessant beeld naar voren. Lees verder >>

Ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig

Slechts één keer in mijn leven heb ik een nota geschreven: toen ik mijn propedeuse Nederlands deed in Leiden. We moesten toen oefenen om een wetenschappelijke tekst te schrijven en dat gebeurde dus in de vorm van die nota — geen idee waarom dit zo genoemd werd. Van Dale Hedendaags Nederlands kent die betekenis niet.

Ik was enorm braaf in die tijd, en de nota was een braaf genre. Lees verder >>