Tag: Johan Andreas Dèr Mouw

All-round onpraktischheid. Het leven en werk van Johan Andreas Dèr Mouw

Door Marc van Oostendorp

De ik-persoon in het beroemdste sonnet van Johan Andreas dèr Mouw (1863-1919) is heel onhandig: hij kan niks in huis, hij moet alles aan ‘haar’ overlaten en als hij dan doet zegt zij “dat dat geen werk is voor een man”. Gelukkig maar, denkt de lezer, dat hij die “onpraktischheid” compenseert met grote liefde voor die ‘zij’, fijn dat hij in ieder geval ‘grote adoratie’ voelt voor ‘haar vereelte handen’.

Die onhandigheid was misschien een autobiografisch detail, blijkt uit de biografie die Lucien Custers over Dèr Mouw schreef, en dat de passende titel Alleen in wervelende wereld draagt. Maar van die warme gevoelens bleek maar weinig. Dèr Mouw was ook sociaal juist heel “onpraktisch”. en behandelde in ieder geval geen van de drie grote liefdes in zijn leven met erg veel adoratie. Lees verder >>

God zou de ziel vergodlijken door smart?

Door Marc van Oostendorp

In het nawoord van zijn onlangs verschenen bloemlezing ‘Mijn taalorkest’ uit het werk van Johan Andreas Dèr Mouw wijst Jan Kuijper terecht op het vaak veronachtzaamde muzikale aspect van het werk van deze dichter, die juist vaak om zijn inhoud wordt geprezen. Kuijper wijst erop dat met Dèr Mouw eindelijk de saaie regelmaat uit de Nederlandse jambe verdween, en juist de muzikaliteit van het Nederlands ten gehore werd gebracht. Zoals, zou ik zeggen, dit gedicht, mijn favoriet uit dit werk.