Tag: Jiddisch

Nederlandse Rijksoverheid tevreden over eigen beleid voor minderheidstalen

Door Henk Wolf

De Nederlandse Rijksoverheid heeft zichzelf ertoe verplicht zorg te dragen voor vijf kleine talen: het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romanes. Dat is gebeurd door het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren. Om de drie jaar onderzoekt een groep deskundigen (juristen, politici, onderzoekers) in opdracht van de Raad van Europa of Nederland z’n verplichtingen wel nakomt en om de paar jaar moet het Ministerie van binnenlandse zaken een zelfrapportage schrijven. De laatste is deze week verschenen en heel veel verantwoordelijkheidsbesef spreekt er niet uit.

In het document, waarin geen auteur wordt genoemd, gaat het ministerie vooral in op kritiek en suggesties van drie partijen: de genoemde groep deskundigen, het Comité van ministers van de Raad van Europa en het eigen adviesorgaan voor de Friese taal Dingtiid. Die zijn op diverse vlakken niet zo tevreden, maar de kritiek wordt luchtig weggewuifd.

Lees verder >>

Alleen halsstarrige joden gebruiken Jiddische woorden

Door Ewoud Sanders

Eduard Gerdes. In welk jaar deze foto, uit de collectie van het Letterkundig Museum, is genomen, is niet bekend.

Twee zwervelingen, een jeugdboek uit 1882 waarin een joodse jongen tot het christendom wordt bekeerd, bevat uitzonderlijk veel joodse woorden en uitdrukkingen, namelijk 41 – beduidend meer dan alle andere jeugdverhalen in dit genre. Het boek is geschreven door Eduard Gerdes, indertijd een beroemde schrijver, en beleefde drie drukken. Waar haalde Gerdes die joodse woorden en uitdrukkingen vandaan en welke functie hadden ze?

Eduard Gerdes (1821-1898) behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij werd in Kleef in Duitsland geboren, als jongste in een gezin met zes kinderen. Twee kinderen stierven bij hun geboorte en drie op jonge leeftijd bij een epidemie, zodat Eduard als enig kind overbleef. Zijn vader stierf jong, zijn moeder was zeer godsdienstig. ‘Elken avond moest ik haar een hoofdstuk uit haren (duitschen) Bijbel voorlezen’, schreef hij later in het tijdschrift Oud en Nieuw (1891:221). Gerdes hield hier een gedegen Bijbelkennis aan over. Hij werd onderwijzer, werkte korte tijd in Duitsland en vestigde zich vervolgens in Amsterdam. Daar kwam hij in 1856 in contact met dominee Jan de Liefde (1814-1869). Lees verder >>

Een echte geleerde

Door Marc van Oostendorp

Gisterenmiddag was ik erbij, toen het Jiddisch Nederlands Woordenboek werd gepresenteerd, een gigantisch lexicografisch project dat vrijwel geheel het werk is van één man: Justus van de Kamp. 80.000 woorden Jiddisch heeft hij al beschreven. Het is daarmee nu al waarschijnlijk het grootste woordenboek ter wereld voor die taal. En nog altijd werkt hij door: 10 woorden per dag, ook in weekeinden en tijdens vakanties. “Over sommige woorden doe ik twintig minuten, over andere zes uur.” Als hij een dag niet werkt, moet hij die 10 woorden later inhalen van zichzelf.

Tijdens de presentatie liet Van de Kamp zien hoe hij ooit begon. Als geschiedenisstudent was hij gegrepen door de Joodse geschiedenis. Om die beter te leren kennen moest hij Jiddisch leren en zo raakte hij verslingerd aan de schoonheid van de taal, waar hij zijn leven aan zou wijden. Tijdens een college zei een hoogleraar: “maak je eigen woordenboek!” Hij was de enige die het serieus nam – eerst in een schriftje, na verloop van tijd op een computer. Lees verder >>

22 februari 2018: presentatie digitaal woordenboek Jiddisch-Nederlands

Justus van de Kamp. Foto: Mark Kohn

Stichting Jiddische Lexicografie Amsterdam en Stichting Jiddisj nodigen u uit voor de feestelijke presentatie van het nieuwe

Digitale woordenboek Jiddisch-Nederlands (JNW)

donderdag 22 februari 2018, 15.00 – 18.30 uur

Dit grootste Jiddische woordenboek ter wereld, waaraan gewerkt wordt sinds eind jaren ’80, heeft inmiddels een omvang bereikt van circa 80.000 trefwoorden. Het woordenboek, te vinden op www.JiddischWoordenboek.nl, is gratis te raadplegen. Lees verder >>

In ligstoelen luiert het schuim van de naties

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (145)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Kust van Guinee

Zacht ruischt langs den scheepswand het schuim,
Langs de kim vloeit aanhoudend geflikker.
De kopra broeit in het ruim,
De kaptein wordt hoe langer hoe dikker.

De sterren beklimmen het ruim,
Hoog boven den mast – o, was ik er!
In ligstoelen luiert het schuim
Van de naties op dek, meest half sikker.

De zee is zoo goed en zoo groot,
Maar het schip zoo benauwd en zoo klein,
En het leven eentonig en schriel.

Men kan beter in Noordwijk, Deauville
In een strandstoel ’t zeeleven genieten,
Dan door werkelijk zeeman te zijn.

J.J. Slauerhoff (uit: Een eerlijk zeemansgraf)

Dat de Nederlandse woordenschat gevormd is door de zee, daarvan getuigt het werk van J.J. Slauerhoff. De zee zorgde voor contact met ander volk – omdat je nog eens ergens kwam, en omdat je nog eens iemand anders meenam in je bootje. Lees verder >>

Nepjiddisch

Door Marc van Oostendorp

Het Jiddisch schijnt de laatste jaren met name in Amerika een revival door te maken, doordat streng-orthodoxe Joodse gemeenschappen, waar de taal als familietaal gebruikt wordt, betrekkelijk sterk groeien. Het is moeilijk voor buitenstaanders om in die gemeenschappen door te dringen – en iedereen die net zo streng orthodox is als zij is een buitenstaander –, maar het is een interessante ontwikkeling. Het Jiddisch is er gewoonweg niet onder te krijgen.

Het Nederlandse dialect van die taal is wel verdwenen, en dat al sinds zo’n honderd jaar. De negentiende-eeuwse Nederlandse taalpolitiek die de Joden dwong om zich zoveel mogelijk te assimileren, wierp uiteindelijk zijn vruchten af. Men kende hier en daar nog wel een woordje Jiddisch, maar sprak als moedertaal toch Nederlands. Het handjevol moedertaalsprekers dat hier nog is bestaat uit oude nakomelingen van migranten uit de jaren dertig, of uit Amerikaanse en Israëlische expats. Zij allen spreken echter een Oost-Jiddisch dialect. Van het Westjiddisch is sowieso nog weinig over. Lees verder >>

Attenoje: Jiddisch ondergronds

Door Marc van Oostendorp


Het Nederlandse Jiddisch, de taal van de Asjkenazische joden in Nederland, is volgens de meeste geleerden al aan het begin van de twintigste eeuw uitgestorven. Het assimilatiebeleid dat de Nederlandse regering in de negentiende eeuw had ingezet – Joden moesten ook op school en in de sjoel zoveel mogelijk Nederlands spreken, de Tenach moest in die taal worden vertaald, enzovoort – had succes gehad.

De Joden spraken geen Jiddisch meer. Pas in de jaren dertig kwam er een nieuw golfje, van mensen die uit Oost-Europa gevlucht waren en dus een heel ander dialect spraken dan de mensen uit de negentiende eeuw. Ook de enkeling die in Amsterdam of Amstelveen nu nog Jiddisch spreekt – dat zijn dan bijvoorbeeld vrome Amerikanen of Israëli’s –, gebruikt een oostelijk dialect.

Maar dat wil niet zeggen dat het Jiddisch uit ons land verdwenen is. Het is ondergronds gegaan in de Nederlandse dialecten. Dat is algemeen bekend voor het Amsterdams, maar het geldt op een wat minder duidelijke manier voor allerlei andere (stads-)dialecten.

Neem het woord attenoje (dat zoiets als ‘mijn hemel!’ betekent, en afkomstig is van het Hebreeuwse woord adonai ‘Heer’). Amsterdammers zijn er trots op dat dit een woord is in ‘hun dialect’:
Lees verder >>

Klezmer met één tamboerijn

Toen Het Parool in 2006 een verkiezing van het ‘mooiste Amsterdamse woord’ uitschreef, won achenebbisj. Dat was lang niet het enige jiddische woord dat in de lijst terecht kwam: ook attenoje (‘krijg nou wat’), gebbetje (grapje), en mesjogge (‘gek’)stonden hoog en hadden een Jiddische oorsprong.

Wie in Amsterdam naar ‘echt Amsterdams’ wil luisteren, hoort nog steeds een heleboel joodse klanken. Lees verder >>