Tag: Jeugdverhalen over joden

‘De koopman met kersen’ (1822)

Jeugdverhalen over joden (63)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

‘Kersen heb ik bruin en zoet,
Groot en frisch, ook zwart en goed,
Regte zomerkrieken!
’k Geef een goed gewigt daarbij,
Holla, kindren! koop bij mij
Zwarte zomerkrieken.’

Dus roept mousje langs de straat,
Waar de jeugd naar school toe gaat,
Vent zijn zomervruchten.
Ieder koopt, wie koopen kan;
Want men heeft van dezen man
Geene schâ te duchten!

Het gedicht ‘De koopman met kersen’ is opgenomen in de bundel Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd. Het is niet bekend wie dit boekje, dat naast gedichten ook verhalen bevat, heeft samengesteld. In een ‘Opdragt aan mijne jeugdige lezers en lezeressen’ maakt de samensteller zijn bedoeling duidelijk:

Lees verder >>

Eene dochter Israels, Schets uit het Leven eener Diacones (1911)

Jeugdverhalen over joden (62)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend.
Vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Eene dochter Israels. Schets uit het Leven eener Diacones’ verscheen in 1911 in zes afleveringen als feuilleton in De Volksvriend, een Nederlandstalige krant die werd uitgegeven in Orange City, Iowa. De krant was gericht op Nederlandse emigranten in de Verenigde Staten. Aangezien dit bekeringsverhaal in Londen speelt, zal het door De Volksvriend uit een Britse bron zijn overgenomen. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend. Esther (de ik-persoon) vertelt het relaas van haar bekering aan een andere zuster in het diaconessenhuis, een ziekenhuis op orthodox-protestantse grondslag.

Lees verder >>

De barnsteendief (1871)

Jeugdverhalen over joden (61)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes, de auteur van De barnsteendief, behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

         De barnsteendief verscheen in 1871 bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden als zelfstandige druk en in Nieuwe Zondagsvertellingen, een bundel met vier verhalen, alle van Gerdes. In 1912 werden de rechten van De barnsteendief – samen met alle andere werken van Gerdes uit het fonds van Sijthoff – aangekocht door uitgeverij Callenbach in Nijkerk. In tegenstelling tot veel andere titels werd De barnsteendief echter niet opnieuw door Callenbach uitgegeven.

Lees verder >>

‘De roovers in het bosch’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (60)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Halverwege de 19de eeuw kwamen miniatuurpoppenspelen in de mode die gebruikmaakten van schaduw- of lichteffecten. We kennen dergelijke spelen nu onder de naam Wajang, maar toen werden ze schaduwbeelden of Chinese schimmen genoemd. Bij deze voorstellingen verschenen ook tekstboekjes, met kluchten, kleine vertellingen, sprookjes en versjes.


Chinese schimmen of schaduwbeelden. Bron: Europeana Collections.

         De vertelling ‘De roovers in het bosch’ is opgenomen in Kluchtspelen voor de Chinesche schimmen, geschikt voor kinderen, een uitgave uit 1852 van de Amsterdamse uitgeverij G. Theod. Bom. De papieren voorstellingen die bij dit boekje horen zijn helaas niet bewaard gebleven. Het verhaal gaat over rovers die in een bos op de loer liggen om reizigers te overvallen die op weg zijn naar de jaarmarkt in een dorp.

Lees verder >>

De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder >>

‘De diamanten ring’ (1842)

Jeugdverhalen over joden (58)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Mary Howitt (1799-1888)
Vertaald uit het Engels, waarschijnlijk door J.H. Laarman

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De diamanten ring’ is in 1842 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit weekblad werd uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het gaat om een vertaling van ‘The Little Jew Merchant’ van Mary Howitt, in 1830 gepubliceerd in The New Year’s Gift and Juvenile Souvenir.Mary Howitt was in haar tijd een geliefde Britse auteur en dichteres. Zij publiceerde tientallen boeken en gedichten. Haar gedicht ‘The Spider and the Fly’ (1828) wordt nog altijd gelezen. ‘The Little Jew Merchant’ behoort tot haar vroegste verhalen.

In Philarete (wat ‘liefde door deugd’ betekent) wordt Howitt niet als auteur genoemd. De vertaling is ondertekend met ‘L’; hoogstwaarschijnlijk de initiaal van Laarman. In 1843 publiceerde hij ‘De diamanten ring’ nogmaals in de bundel Viooltjes, verhalen en mengelingen voor de jeugd.

Lees verder >>

Gefopt door een jood en een aap (1838)

Jeugdverhalen over joden (57)

Door Ewoud Sanders

Auteur: George markies de Thouars (1807-1850)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘Brief van Leonard aan zijn zusje’ staat in het Dichtbundeltje voor de jeugd. Hoewel de titelpagina geen auteursnaam vermeldt, onthulde E.J. Potgieter in een bespreking in De Gids (zie hieronder) al snel wie de auteur was: George markies de Thouars.

          George de Thouars kwam uit een aanzienlijk adellijk geslacht, maar groeide in armoede op in een klein dorp in Twente. Hij was korte tijd page aan het hof van koning Willem I, klerk van het kantongerecht en officier in het leger. Wegens drankmisbruik werd hij uit het leger ontslagen.

          Vanaf 1830 publiceerde De Thouars zo’n twintig dichtbundels. In veel van zijn gedichten bezingt hij het koningshuis. Ook schreef hij gedichten in het Twents.

          De Thouars, die zich liet voorstaan op de titel markies, eindigde zijn leven als bedelaar. In necrologieën werd vermeld dat hij kort voor zijn dood langs een landweg was gesignaleerd, ‘in lompen gehuld (…) zich vergastende aan een stuk brood, hem door de weldadigheid uitgereikt’.

          Dichtbundeltje voor de jeugd beleefde vier drukken: in 1838 en 1840 bij de gebroeders Vermande in Hoorn, in 1851 en 1853 bij D. Noothoven van Goor in Leiden.

Lees verder >>

‘Het vragend Koosje’ (1810)

Jeugdverhalen over joden (56)

Door Ewoud Sanders

‘Het vragend Koosje’ (1810)

Auteur: Petronella Cornelia van Alphen (1763-1833)

’t Knaapje met dat zwart gezigt,
’t Welk mij niet verstaat;
Vader! Zou het zonde zijn
Als ik ’t Moortje haat?

’t Is zoo lelijk in mijn oog
Met een apensnoet:
Is dat Joodje ook al een mensch
Met dat schoenengoed?

De vader:
Gij stelt zeker, lieve kind!
Al mijn zorg te leur
Zoo ge uw evenmensch veracht
Enkel om de kleur.

God schiep zwart, en bruin, en wit,
Uit hetzelfde bloed,
Gaf aan allen ’t zelfde hart,
Doen aan allen goed.

’t Joodje is uw broeder ook,
Heb hem lief, mijn kind!
Vader Abram was een Jood
En God was zijn vrind.

Zijt dan vriend van elken mensch
Doe aan allen wel;
Denk: in ’t land, waar negers zijn,
Lacht m’ om ’t blanke vel.


Advertentie voor de eerste druk van Gedichtjes voor de jeugd (‘Op goed Schryfpapier gedrukt’) in de Rotterdamse Courant van 11-8-1810.
Lees verder >>

Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal (1929)

Jeugdverhalen over joden (55)

Door Ewoud Sanders

Auteur: ‘Oom Wim’

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal’ is geschreven door ‘Oom Wim’. Wie zich van dit pseudoniem bediende, is niet bekend. Het verhaal verscheen tussen 21 december 1929 en 15 februari 1930 in zes afleveringen als feuilleton in Het Centrum, een katholiek ‘dagblad voor Utrecht en Nederland’.

Lees verder >>

Het jodinnetje (1929)

Jeugdverhalen over joden (54)

Door Ewoud Sanders

Uit het Duits vertaald door A.H. Schlüter (1877-1946)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het jodinnetje is vertaald/bewerkt door Alberdina Hermanna Schlüter, onder haar schrijversnaam AHS/Hermanna. De oorspronkelijke titel en de naam van de orginele schrijver is niet bekend.


Twee omslagen van Het Jodinnetje. De illustraties zijn gemaakt door Hendrik (‘Henk’) Poeder (1897-1958).

          Schlüter debuteerde in 1899 bij uitgeverij G.F. Callenbach met Op den Lindenhof. In totaal zou zij zo’n dertig jeugdboeken publiceren, waarvan sommige door de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging werden bekroond. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het huisje onder de hooge dennen en Haar vriendje.

          Het jodinnetje is een vrije bewerking van een Duits bekeringsboekje. Schlüter situeerde het verhaal in Nederland; de rijke tante (‘Bekka’), die ervoor zorgt dat Hanna op een ‘Christenschool’ terechtkomt, woont in Amsterdam.

          Het jodinnetje verscheen in 1929 bij uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk en beleefde één druk. Najaar 1934 was dit boek nog leverbaar.

Lees verder >>

Het Kerstjoodje (1924)

Jeugdverhalen over joden (53)

Door Ewoud Sanders


George van Aalst (foto: Letterkundig Museum).

Auteur: George van Aalst (1897-1925)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

George van Aalst groeide op in Den Haag. Hij wilde dominee worden maar het lukte hem niet om de juiste vooropleiding te behalen. Tijdens zijn korte leven (hij stierf op zijn 28ste aan tuberculose) schreef hij enkele Pietje Bell-achtige boeken. Het gaat om o.a. De bengels van III B (1922), De h.b.s.-krant (1923), De bengels op reis (1924). Deze boeken verschenen bij uitgeverij Valkhoff & Co. in Amersfoort.

          Het Kerstjoodje beleefde twee drukken: in 1924 bij W. Kirchner in Amsterdam, in 1926 bij G.F. Callenbach in Nijkerk. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk. Voorjaar 1930 was de tweede druk nog leverbaar.

Lees verder >>

‘De Citroen- en Appelen China’s Jood’ (1825)

Jeugdverhalen over joden (52)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

Verscheidenheden voor kinderen, een boekje dat in 1825 werd uitgegeven door J. de Lange in Deventer, bevat een zedenles die is gekoppeld aan de afbeelding van een jood die citroenen en ‘appelen-China’s’ verkoopt – een oude benaming voor sinaasappel, een vrucht die oorspronkelijk uit China komt. In het voorwoord waarschuwt de anonieme schrijver de ‘lieve kinderen’ om zich niet alleen te ‘vergenoegen’ met het lezen van zijn boekje. ‘Behartigt tevens de lessen die in hetzelve voorkomen, want dan voldoet gij eigenlijk aan het oogmerk waartoe uwe ouders u hetzelve gegeven hebben, en gij zult voor u zelve er veel voordeel uit plukken, doordien gij dan als gehoorzame kinderen zult handelen, en door alle weldenkende menschen bemind worden.’


Illustratie uit Verscheidenheden voor kinderen (1825).
Lees verder >>

‘De Jood Lévi met augurkjes’ (1822) en ‘De koopman in hoeden’ (1824)

Jeugdverhalen over joden (51)

Door Ewoud Sanders

Roelf Gerrit Rijkens (bron: Geschiedenis van de opvoeding en het onderwijs, vooral in Nederland, 1927)

Auteur: Roelf Gerrit Rijkens (1795-1855)

Roelf Gerrit Rijkens was de derde zoon van een onderwijzer uit Garmerwolde in Groningen. Op zijn veertiende ging hij zelf lesgeven, op een dorpsschooltje in Ommen. Een bezoekende schoolinspecteur adviseerde hem een ander beroep te kiezen: als onderwijzer zou hij het nooit ver schoppen.

         De jonge Rijkens vatte dit op als een uitdaging. Hij zette zijn tanden in de studie en bij een volgend bezoek was de schoolinspecteur wel positief. Rijkens vestigde zich in Groningen en werd schoolhoofd. Allengs ontwikkelde hij zich tot een vernieuwende didacticus en pedagoog die landelijk veel invloed had.

         In de eerste helft van de negentiende eeuw publiceerde Rijkens tientallen schoolboeken over vrijwel alle schoolvakken. Veel van die boeken werden door hem zelf geïllustreerd, want hij kon ook verdienstelijk tekenen.

Lees verder >>

‘De goede vrijdag’ (1821)

Jeugdverhalen over joden (50)

Door Ewoud Sanders

‘De goede vrijdag’ (1821)
Auteur: Jan Antonie Oostkamp (1778-1845)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘De goede vrijdag’ is een verhaal in de bundel Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd. De auteur, Jan Antonie Oostkamp, was godsdienstonderwijzer in Zwolle. Tussen 1814 en 1836 schreef hij zo’n dertig lesboeken, vooral over aardrijkskunde, godsdienst, vaderlandse en Bijbelse geschiedenis.

Illustratie uit Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd (1821). Het oorspronkelijke onderschrift luidt: ‘Triomf! de Heer is opgestaan, / Wij kunnen vrolijk grafwaarts gaan.’

         ‘Niet tegenstaande de menigte der kinderschriften, thans in onze moedertaal voorhanden’, aldus Oostkamp in zijn voorwoord, ‘ontbrak er naar het oordeel van deskundigen nog een Feestgeschenkje voor onze Christelijke Jeugd: dat is, een boekje, in hetwelk den kinderen, op eene aangename en leerzame wijs, met de algemeen erkende feestdagen der Christenen, naar hunne vatbaarheid, bekend gemaakt werden.’

         Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd was in 1821 een coproductie van twee uitgevers: J.L. Zeehuisen in Zwolle en R. van Groenenbergh in Groningen.

Lees verder >>

‘De gevolgen van een slecht gedrag’ (1800)

Jeugdverhalen over joden (49)

Door Ewoud Sanders

‘De gevolgen van een slecht gedrag’ (1800)
Auteur: Daniël Willem Stoopendaal (1776-1829)

Herkomst en drukgeschiedenis

Willem krijgt slaag nadat hij de ruit van een schoenmaker kapot heeft gegooid met een steen die was bedoeld voor een arme, oude joodse straathandelaar. Gravure van de Amsterdamse prentkunstenaar Daniël Veelwaard (1766-1851) uit Zedelijke, nuttige en leerzaame verhaalen, voorbeelden en gedichtjens voor kinderen.

Daniël Willem Stoopendaal, de auteur van dit verhaal, was de zoon van de Amsterdamse graveur Daniël Stoopendaal en diens vrouw Maria Schmidt, toneelspeelster van beroep. Daniël Willem, die zijn werk meestal signeerde met D.W.S. of D.W. Stoopendaal, was als steendrukker en graveur gespecialiseerd in het maken van bord- en gezelschapsspellen. Daarnaast schreef hij toneelstukken: tussen 1797 en 1828 verschenen er vijftien van zijn hand, doorgaans kluchten, waarvan sommige uit het Duits zijn vertaald.

Lees verder >>

‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ (1793)

Jeugdverhalen over joden (48)

Door Ewoud Sanders

‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ (1793)
Auteur: Cornelis Müller (†1793)

Advertentie uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 23-11-1793.

Herkomst en drukgeschiedenis

Cornelis Müller, de auteur van deze verhalen, was tussen 1791 en 1793 predikant in Zijderveld, een klein dorp in de provincie Utrecht. Aan het eind van de 18de eeuw schreef hij verschillende jeugdboeken. ‘Edelmoedigheid en dankbaarheid van een Jood’ en ‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ zijn opgenomen in Nuttige uitspanningen voor de Nederlandsche jeugd. Voor deze bundel leende Müller ‘zommige verhaalen uit werken in andere taalen geschreven’. De hier samengevatte verhalen zijn hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk in het Duits geschreven.

Lees verder >>

Mozes de marskramer (1829)

Jeugdverhalen over joden (47)

Door Ewoud Sanders

Mozes de marskramer (1829)
Auteur: J.H. Du Sart (1783-1867)

Herkomst en drukgeschiedenis

Over Jan Hendrik Du Sart, de schrijver van dit jeugdboek, is vrijwel niets bekend. Tussen 1807 en 1840 publiceerde hij zeker tien jeugdboeken. Voor zover ze werden besproken, werden ze positief ontvangen.
         Lees-geschenk, bestaande in verhalen en gesprekken tot nut en vermaak der jeugd, dat in 1829 te Amsterdam werd uitgegeven door Schalekamp en Van de Grampel, bestaat uit zes gesprekken tussen een onderwijzer en zijn leerlingen. Het vijfde gesprek is grotendeels gewijd aan de joodse marskramer Mozes.
         In 1860 werd dit boek herdrukt door W. Willems te Amsterdam onder de titel Verhalen tot nut en vermaak der jeugd.
         In de samenvatting is geciteerd uit de eerste uitgave.

Lees verder >>

‘De jood’ (1785)

Jeugdverhalen over joden (46)

Door Ewoud Sanders

‘De jood’ (1785)
Auteur: Christian Gotthilf Salzmann (1744-1811)

Herkomst en drukgeschiedenis

Christian Gotthilf Salzmann

Salzmann was een Duitse predikant en pedagoog. In 1784 stichtte hij op landgoed Schnepfenthal in Waltershausen (Thüringen) een eigen opvoedingsinstituut. Salzmann behoorde tot de laat-achttiende-eeuwse Duitse pedagogen die bekendstaan als filantropijnen. Zij propageerden dat er in de opvoeding geen hoger gezag bestaat dan de rede/het gezonde verstand.

         Salzmann schreef diverse pedagogische werken en lesboeken. Daarnaast schreef hij allerlei zedenlessen voor de jeugd. Het verhaal ‘De jood’ verscheen in Unterhaltungen für Kinder und Kinderfreunde, een reeks die verscheen tussen 1778 en 1787. Het verhaal werd ten minste twee keer in het Nederlands vertaald en vier maal gepubliceerd: in 1825, 1792, 1793 en 1820. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede vertaling uit 1792.

Lees verder >>

De Kleeren maken den Man (1848)

Jeugdverhalen over joden (45)

Door Ewoud Sanders

De Kleeren maken den Man (1848)
Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

De Kleeren maken den Man verscheen begin 1848 als nummer 21 in een reeks prentenboekjes van uitgeverij G.B. van Goor in Gouda. Auteur en tekenaar ervan zijn onbekend. Het boekje bevat veertien afbeeldingen – handgekleurde houtsneden – van personen met daaronder telkens ‘een lief [vierregelig] versje in den regten kindertoon’, aldus de achterflap.

Op de titelpagina staat:

Wie is er, die de spreuk niet weet:
‘Men schat de menschen naar hun kleed’?
Ja, ’t is afhankelijk van uw kleêren,
Of ge u ziet smaden of vereeren.

Na enkele tekeningen van onder meer een predikant (‘Elk ziet aan mijn driepunthoed,/Dat hij mij vereeren moet’) en een harlekijn (‘Maar ’t zal heel wat anders zijn,/ Kleed ik mij als Harlekijn’), volgen deze twee prentjes en versjes:

Lees verder >>

‘Pietje en zijne moeder’ (1784)

Jeugdverhalen over joden (44)

Door Ewoud Sanders

‘Pietje en zijne moeder’ (1784)
Auteur: waarschijnlijk Augustus Sterk (1748-1815)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Augustus Sterk uit 1794, gemaakt door Reinier Vinkeles en gedrukt door Anthony Mens Jansz. Bron: Rijksmuseum.

‘Pietje en zijne moeder’ verscheen op 11 november 1784 in het Weekblad voor Neêrlands jongelingschap. Dit tijdschrift werd samengesteld door de Lutherse predikant Augustus Sterk, toen werkzaam in Amsterdam. Het verscheen tussen 1783 en 1786 en behoort tot de oudste Nederlandse jeugdtijdschriften.

         Van wie de artikelen in dit weekblad afkomstig zijn, is niet bekend: ze werden niet ondertekend. Waarschijnlijk was Sterk zelf een van de voornaamste auteurs. De dominee profileerde zich wel duidelijk in de correspondentie met lezers. ‘Hij beantwoordt de door lezers gestuurde brieven, waarbij hij soms de brief geheel of gedeeltelijk opneemt’, aldus Marjoke Rietveld-van Wingerden in 1995. ‘Het is achteraf moeilijk te bepalen of deze ingezonden brieven fictief zijn of onderdeel uitmaken van een echte correspondentie.’

         In 1785 kreeg Sterk in een ingezonden brief een schouderklopje voor zijn strijd tegen discriminatie van joden: ‘Mijn Heer! Gij hebt meermalen getoond, het prijzenswaardig voorneemen te hebben, om het vooroordeel te verminderen, het welk, hoe schandelijk en onchristelijk ook, veele zoogenaamde Christenen, tegen een geheel, door zijne oudheid tenminste eerwaardig, Volk bezielt; en ten dien einde het ’er op toegelegd, om uwe jonge Leezeren te overtuigen, dat, ook onder de Jooden, menschen gevonden worden, die, door hunne braafheid en edelmoedige denkwijze, onze hoogachting verdienen.’

Lees verder >>

‘De voordeelige koop’ (1819)

Jeugdverhalen over joden (43)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

Silhouetportret van Jean Baptiste Didier Wibmer, in 1819 gemaakt door Pieter van der Meulen. Het onderschrift luidt: ‘Dit’s Wibmer, die, hoe snood gelasterd en gesmaald, / Op nieuw bewezen heeft, dat de onschuld zegepraalt.’ Wibmer werd in 1819 wegens kritiek op de regering vervolgd, maar vrijgesproken. Bron: Rijksstudio.

Eereprijs voor leerzame en gehoorzame kinderen, een prijsboek dat in 1819 werd samengesteld door Jean Baptiste Didier Wibmer (1792-1836), bevat twee verhalen waarin diverse joodse straathandelaren voorkomen: ‘De voordeelige koop’ en ‘Het zware loterijbriefje’. Beide verhalen zijn van oorsprong Duits.

         Wibmer was een zoon van gevluchte Franse protestanten. In 1814 was hij kandidaat-predikant van de Waalse Kerk in Amsterdam. In diverse anonieme publicaties bracht hij misstanden in de kerk aan het licht. Toen bekend werd dat Wibmer de auteur was, werd hij ontslagen. ‘Dit was het begin van zijn broodschrijverschap: vanaf 1819 begon hij een grote stroom van klein, goedkoop drukwerk op de markt te brengen, vaak in de vorm van (satirische) tijdschriften of brochures’, aldus Laurens Ham in een artikel over Wibmer.

Lees verder >>

‘De verkeerde vrees’ (1782)

Jeugdverhalen over joden (42)

Door Ewoud Sanders

‘De verkeerde vrees’ (1782)
Auteur: Hieronymus van Alphen (1746-1803)

Keesje zag eens Joden loopen,
Om wat ouds! wat ouds! te koopen;
Hij werd bang, ja bleek van schrik;
Hij kroop weg, en ging aan ’t huilen.
Pietje spotte met dat schuilen;
En zei lagchend: doe als ik!

Kees zei: zoudt gij niet ontstellen,
Als gij hun eens aan zaagt bellen?
Neen ik tog, zei Pietje toen:
Waarom zou ik altoos vreezen?
Men behoeft slegts bang te weezen,
Als men voorneemt kwaad te doen.

Herkomst en drukgeschiedenis

De Utrechtse advocaat Hieronymus van Alphen debuteerde als kinderdichter in 1778 met de bundel Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen. Hij was op dat moment zonder emplooi. Zijn vrouw was overleden en hij schreef de gedichten in eerste instantie voor zijn drie zoons: Jan (5), Daniël (4) en Hieronymus (3). De eerste druk verscheen zonder auteursnaam. ‘De maker weet zeer wel, dat hij, als digter, daar door zeer weinig roem behalen kan, maar dat was ook zijn oogmerk niet’, zo vermeldt het beknopte voorwoord.

Lees verder >>

Het Volmaakte Kind (1798)

Jeugdverhalen over joden (41)

Door Ewoud Sanders

Het Volmaakte Kind (1798)
Auteur: Johannes Henricus Nieuwold (1737-1812)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Johannes Henricus Nieuwold, gemaakt door Walraad Nieuwhoff en gedrukt door G.J.A. Beyerinck. Bron: Rijksmuseum.

Johannes Henricus Nieuwold staat bekend als de Nederlandse Pestalozzi. Net als deze Zwitserse pedagoog was hij een onderwijshervormer.

         Nieuwold begon zijn loopbaan in 1764 als predikant in Gelderland. Twee jaar later werd hij beroepen door de gemeenten Warraga, Warfriens en Wartena in Friesland. ‘Daar in zijne gemeente de dweeperij en onkunde ten top was geklommen, begon hij zich aan de verbetering van het onderwijs te wijden’, aldus A.J. van der Aa in 1868 in zijn Biographisch woordenboek der Nederlanden.

         Vanaf 1775 schreef Nieuwold kinderboeken. ‘Zij zijn zeer menigvuldig’, aldus Van der Aa, ‘en toonen alle duidelijk zijne groote kinderkennis aan en zuivere begrippen omtrent alles wat de kinderen noodig en nuttig is. Zijne eerste werkjes waren allerlei kleine boekjes, losse bladen, raadgevingen, schrijflijsten enz. welke moesten dienen om de kinderen op eene gemakkelijke wijze, zonder het langwijlige spellen, het lezen te leeren.’

Lees verder >>

De kleine Kindervriend (1804)

Jeugdverhalen over joden (40)

Door Ewoud Sanders

De kleine Kindervriend (1804)
Auteur: Mattheus van Heijningen Bosch (1773-1821)

Portret van Mattheus van Heijningen Bosch. Philippus Velijn maakte deze gravure naar een tekening van Willem Bartel van der Kooi van omstreeks 1821. Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

Mattheus van Heijningen Bosch kwam uit een ‘deftig burgerlijk geslacht’ in Groningen. Tijdens zijn studie rechten in Groningen raakte hij betrokken bij de Patriottenbeweging. Dit leidde ertoe dat hij zijn studie niet voltooide. In 1796 werd Van Heijningen Bosch lid van het Groningse College van Gedeputeerde Staten. Daarnaast was hij zeer betrokken bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.

         In 1804 publiceerde hij de eerste van een reeks ‘schoolleesboekjes’ die hem beroemd zouden maken: De kleine Kindervriend, behelzende vertellingjes, versjes en liedjes, een schoolboekje voor jonge kinderen. In zijn voorrede schrijft Van Heijningen Bosch dat hij voor de meeste ‘vertellingjes’ uit zijn ‘eigene kinderjaaren en die van anderen’ had geput.

         Van 1806 tot aan zijn dood was hij uitgever en redacteur van de Ommelander Courant (vanaf 1814 Provinciale Groninger Courant geheten). Daarin verscheen ook de eerste advertentie van De kleine Kindervriend.

Lees verder >>

Hoe raar een knikker rollen kan (1857)

Jeugdverhalen over joden (39)

Door Ewoud Sanders

Hoe raar een knikker rollen kan (1857)
Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

Lijp, de joodse straathandelaar, tussen zijn kapotte handel. Illustratie uit Hoe raar een knikker rollen kan (1857). Lijp (dan wel Leib of Leip) is de Jiddisje vorm van de voornaam Levi.

In diverse jeugdverhalen worden joodse straathandelaren getreiterd. Hun handel wordt door straatjongens met opzet kapotgemaakt. In het boekje Hoe raar een knikker rollen kan gaat de handel van Lijp – hij verkoopt schalen en borden – ook kapot, maar de oorzaak is dit geval een ongeluk.

            Dat ongeluk wordt in gang gezet door twee jongens die elkaar uitdagen bij een potje knikkeren. Een rijke heer struikelt over de knikker, hij grijpt zich vast aan de rok van een dame, die rent weg en valt over een varken, dit dier laat de paarden van een rijtuig op hol slaan, de koetsier belandt daardoor op een wagen met eieren, waarna Lijps wagen door vluchtende mensen omver wordt gelopen. Bij de rechter wordt het hele gebeuren in omgekeerde volgorde besproken en volgt de straf: de knikker wordt kapotgeslagen en de heer moet alle schade betalen omdat hij nu eenmaal rijk is.

Lees verder >>