Tag: Jeugdverhalen over joden

‘De feestdag der herstelde Suze’ (1825)

Jeugdverhalen over joden (83)

Door Ewoud Sanders

Illustratie uit Nieuw geschenk aan de lieve jeugd (1825). Dirk en Suze met hun hondje ‘Ami’, een geschenk van een joodse jongen die vanwege zijn achtergrond bijna niet was uitgenodigd op Suzes feestje.

Auteur: Petronella Moens (1762-1843)

Herkomst en drukgeschiedenis

Op vierjarige leeftijd werd Petronella Moens getroffen door kinderpokken. Zij overleefde de ziekte maar werd er blind door. Die handicap weerhield haar er echter niet van om zich verder te ontwikkelen. Haar vader leerde haar schrijven en ook liet zij zich veel voorlezen door familieleden en vrienden.

Lees verder >>

‘De haringjood’ (1815)

Jeugdverhalen over joden (82)

Door Ewoud Sanders

‘Mousje’ de ‘haringjood’. Illustratie uit Letterkransje voor de Nederlandsche jeugd (1815).

Auteur: onbekend
Moraal: bespot geen arme mensen

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘De haringjood’ is gepubliceerd in Letterkransje voor de Nederlandsche jeugd. Dit boek werd uitgegeven door Mensing en Van Westreenen in Rotterdam en beleefde drie drukken: in 1815, in 1821 en omstreeks 1830. De auteur is niet bekend.

Lees verder >>

‘De haringjood’ (1813)

De haringjood. Illustratie uit Kweekhof van vernuft en smaak aangelegd voor de Nederlandsche jeugd van beide seksen (1813). ‘Ik heb zulk een man voor mijne jonge vrienden laten afbeelden’, aldus de anonieme schrijver, ‘ofschoon zij zonder dat wel zullen weten welk mensch zij zich onder die benaming moeten voorstellen.’

Jeugdverhalen over joden (81)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: kijk niet neer op lagere standen

Herkomst en drukgeschiedenis

De ‘haringjood’ komt voor in een tweespraak tussen vader Lizimon en zijn dochter Bethje. Die tweespraak is te vinden in Kweekhof van vernuft en smaak aangelegd voor de Nederlandsche jeugd van beide seksen. Dit boekje werd in 1813 uitgegeven door H. Gartman in Amsterdam.

Samenvatting

Bethje is een arrogant meisje. Tot ‘levendig verdriet’ van haar vader laat zij zich voorstaan op haar ouders rijkdom. Zij heeft weinig vriendinnen want iedereen vindt haar ‘volstrekt ongezellig’.

Lees verder >>

André Romieu en Samuel Friedlander (1886)

De oude Mendel Baruch in gesprek met Salmon, een als ‘Poolse jood’ vermomde dief en bedrieger. Op de achtergrond kijkt Samuel Friedlander argwanend toe. Voor zover bekend is dit de eerste illustratie van een orthodoxe jood in een Nederlandstalig jeugdverhaal. De naam van de illustrator is niet bekend. Bron: André Romieu en Samuel Friedlander (1868).

Jeugdverhalen over joden (80)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door Suze Andriessen (1850-1924)

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

         André Romieu en Samuel Friedlander verscheen in 1886 in twee edities bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden: als zelfstandige titel en samen met een ander verhaal in de bundel Verhalen voor de jeugd. Die bundel maakte deel uit van een reeks van tien jeugdboeken van Hoffmann, vertaald en bewerkt door Suze Andriessen, indertijd een bekende kinderboekenschrijfster.

Lees verder >>

De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’ (1878)

Jeugdverhalen over joden (79)

Omslag van de derde druk van De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’, uit 1897.

Door Ewoud Sanders

Door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906) bewerkt en vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

Evert Jacob Veenendaal Jz. was hoofdonderwijzer in Heteren in Gelderland. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 publiceerde hij bij verschillende uitgevers tientallen zondagsschoolboekjes. Daarnaast schreef hij allerlei leerboeken, vooral voor de lagere school.

         Veenendaal vertaalde en bewerkte minstens dertien zondagsschoolboekjes uit het Engels. De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’ gaat over de belevenissen van Grace Franksen. Onder die eigennaam werd het verhaal in 1871 afgedrukt in het tijdschrift The Sunday at Home, een uitgave van de Londense Religious Tract Society. Het verhaal speelt echter in Duitsland, wat het waarschijnlijk maakt dat dit christelijke tijdschrift (ondertitel: ‘A Family Magazine for Sabbath Reading’) het uit een Duitse bron heeft overgenomen. Die bron heb ik niet kunnen achterhalen.

Lees verder >>

De erfenis eener moeder (1877)

Jeugdverhalen over joden (78)

Door Ewoud Sanders

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

P.J. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         De erfenis eener moeder was Andriessens laatste boek – het verscheen een paar maanden voor zijn dood en berust volgens zijn voorbericht op fantasie. ‘Van zelf spreekt’, schreef het Algemeen Handelsblad op 22 maart 1877 in Andriessens necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

De kanten zakdoek (1867)

Jeugdverhalen over joden (77)

Door Ewoud Sanders

Eduard Gerdes. Links als jonge man, rechts zeventig jaar oud.

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa. Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz, een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

Lees verder >>

‘Naömi’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (76)

Door Ewoud Sanders

Links: Charles Benjamin Tayler, rechts: Anna Maria Moens. Bronnen: The British Museum en Huygens ING.

Auteur: Charles Benjamin Tayler (1797-1875)
Uit het Engels vertaald door Anna Maria Moens (1777-1832)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Naömi’ is een verhaal in de bundel Mogt het U behagen!, of Belangrijke tafereelen geschetst door een’ landprediker (1828). Het gaat om een vertaling van May you like it, by a country curate uit 1822. Dit is het (anonieme) debuut van de Britse dominee en jeugdboekenschrijver Charles Benjamin Tayler. De bundel bevat nog acht andere verhalen. ‘I have purposely interwoven Religion with every Tale’, aldus Tayler in zijn voorwoord, dat overigens niet in de Nederlandse editie is overgenomen.

Lees verder >>

Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895)


Omslag van Door de menschen verstooten (1895). Van dit boekje is geen enkel exemplaar in een openbare collectie bewaard gebleven.

Jeugdverhalen over joden (75)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Wilhelmina Jacoba Riem Vis (1859-1915)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Wilhelmina Jacoba Riem Vis was vaste medewerkster van het christelijke jeugdtijdschrift Timotheüs en gaf les aan kinderen en volwassenen. Zij schreef ruim veertig boeken, voornamelijk voor de jeugd.

          Rusland had haar speciale belangstelling. Tussen 1894 en 1906 schreef zij vijf boeken over dit land: De pelgrim: een verhaal uit den laatsten hongersnood in Rusland (1894), Vaska en Arina: een verhaal uit de lijfeigenschap in Rusland (1894), De bannelingen: een verhaal uit de laatste joden-vervolging in Rusland (1895), Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895) en In den Russischen smeltkroes (1906).

Lees verder >>

Grootvader en kleindochter (1919)

Jeugdverhalen over joden (74)


Links: de eerste vertaling/bewerking van Grootvader en kleindochter, door J.P.G. Westhoff. Rechts: de tweede vertaling/bewerking, door J. van Bergen. De ondertitel van de eerste editie luidt ‘Eene kerstgeschiedenis’; bij de tweede editie werd dit: ‘Een kerstvertelling’. De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Vertaald uit het Duits door J.P.G. Westhoff (1832-1906) en J. van Bergen

Herkomst en drukgeschiedenis

De eerste editie Grootvader en kleindochter verscheen in 1888 bij uitgeverij J.H. van Peursem in Utrecht en is geschreven door J.P.G. Westhoff (1832-1906), een Lutherse predikant. Hij vertaalde het boek uit het Duits. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend.

Lees verder >>

De droeve vioolspeler, of De geschiedenis van een lied (1884)

Jeugdverhalen over joden (73)


Uitsnede omslag vierde druk van De droeve vioolspeler, uit 1912. Illustratie Arie Rünckel (1876-1956). Het tijdschrift De Christelijke Familiekring noemde deze illustratie ‘leelijk’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adolf Jacob Hoogenbirk (1848-1920)

Herkomst en drukgeschiedenis

Adolf Jacob Hoogenbirk groeide op in een vroom protestants gezin in Amsterdam. Hij werd beïnvloed door dominee Jan de Liefde en door de evangelist Eduard Gerdes. Beiden schreven jeugdboeken. Hoogenbirk schreef zijn eerste jeugdboek op zijn veertiende. In totaal zou hij er ruim vijftig publiceren, de meeste met een sterk evangeliserende boodschap. ‘Hij steeg met zijn werk uit boven een groot gedeelte van de toenmalige zondagsschoollectuur’, aldus Richard van Schoonderwoerd in het Lexicon van de jeugdliteratuur.

Lees verder >>

Het hoogste lot (1865)

Jeugdverhalen over joden (72)


‘Loterij-jood’ Aron Meijer probeert Richard en George, beiden net afgestudeerd, loten te verkopen. Illustratie uit: Het hoogste lot (1865). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door R. Bell

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

          Dat geldt ook voor Das große Loos uit 1862, dat in 1865 in het Nederlands werd vertaald door R. Bell, hoofdonderwijzer aan de Openbare Armenscholen te Amsterdam.

          Het hoogste lot verscheen bij C.L. Brinkman in Amsterdam en beleefde drie drukken: in 1865, 1877 en ergens voor 1882.

          In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Levi’s eerste Kerstfeest (1879)

Jeugdverhalen over joden (68)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Albertus Hardenberg (1833-1880)

Herkomst en drukgeschiedenis

Levi’s eerste Kerstfeest is geschreven door Albertus Hardenberg (1833-1880). Hardenberg was een leerling van Jan de Liefde (1814-1869) die in 1856 in Amsterdam de Vrije Evangelische Gemeente stichtte. Hardenberg volgde De Liefde op als ‘herder en leraar’ van de Vrije Evangelische Gemeente. Hij stond bekend als ‘een uitnemend Schriftkenner en Schriftuitlegger, doch zonder welsprekendheid’. Omdat er steeds minder mensen naar zijn preken kwamen luisteren, werd hij ontslagen. Hardenberg legde zich vervolgens toe op letterkundig werk. Daarnaast was hij werkzaam bij de drukkerij van de Weesinrichting in Nijmegen. Hardenberg leverde onder meer bijdragen aan Samuel, een orthodox-protestants jeugdtijdschrift, dat verscheen tussen 1857 en 1866.

Lees verder >>

‘Die oude Jood met zijn hooge slaapmuts op’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (66)


Voor hij zijn mantel heeft uitgedaan wordt Sinterklaas vanwege zijn baard aangezien voor een ‘smous’. Illustratie uit Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis van Schaick (1808-1874)

Kennelijk werden volle, lange baarden lange tijd geassocieerd met joden. Dat kon tot pijnlijke misverstanden leiden. Het boek Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849) van Cornelis van Schaick (1808-1874) bevat een verhaal over de jonge freule Jeannette de Wit. Ondanks herhaalde waarschuwingen van haar moeder blijft dit meisje zich onuitstaanbaar gedragen: ze is hooghartig, trots en buitengewoon zelfingenomen.

Lees verder >>

‘De chinaasappelen jood’ (1833)

Jeugdverhalen over joden (65)


Illustratie uit het Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen (1833). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Het gedicht ‘De chinaasappelen jood’ is te vinden in Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen van Gijsbertus van Sandwijk. Dit boekje verscheen in 1833 bij uitgeverij Broedelet en Rykenberg in Purmerend. Van Sandwijk was hoofdonderwijzer op de stadsburgerschool in Purmerend.

Lees verder >>

‘De appelen jood’ (1830)

Jeugdverhalen over joden (64)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In 1830 gaf de Amsterdamse boekhandelaar Hendrik Moolenijzer een reeks van vier kleine boekjes uit onder de titel Prentenkamer voor de jeugd, waarin het nuttige met het aangename is vereenigd. Het eerste deeltje bevat, naast een handgekleurde gravure van ‘De appelen jood’, een korte tekst die begint met een rekenvoorbeeld en eindigt met een voedingsadvies. Het rekenvoorbeeld heeft de vorm van een gesprek:

Lees verder >>

‘De koopman met kersen’ (1822)

Jeugdverhalen over joden (63)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

‘Kersen heb ik bruin en zoet,
Groot en frisch, ook zwart en goed,
Regte zomerkrieken!
’k Geef een goed gewigt daarbij,
Holla, kindren! koop bij mij
Zwarte zomerkrieken.’

Dus roept mousje langs de straat,
Waar de jeugd naar school toe gaat,
Vent zijn zomervruchten.
Ieder koopt, wie koopen kan;
Want men heeft van dezen man
Geene schâ te duchten!

Het gedicht ‘De koopman met kersen’ is opgenomen in de bundel Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd. Het is niet bekend wie dit boekje, dat naast gedichten ook verhalen bevat, heeft samengesteld. In een ‘Opdragt aan mijne jeugdige lezers en lezeressen’ maakt de samensteller zijn bedoeling duidelijk:

Lees verder >>

Eene dochter Israels, Schets uit het Leven eener Diacones (1911)

Jeugdverhalen over joden (62)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend.
Vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Eene dochter Israels. Schets uit het Leven eener Diacones’ verscheen in 1911 in zes afleveringen als feuilleton in De Volksvriend, een Nederlandstalige krant die werd uitgegeven in Orange City, Iowa. De krant was gericht op Nederlandse emigranten in de Verenigde Staten. Aangezien dit bekeringsverhaal in Londen speelt, zal het door De Volksvriend uit een Britse bron zijn overgenomen. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend. Esther (de ik-persoon) vertelt het relaas van haar bekering aan een andere zuster in het diaconessenhuis, een ziekenhuis op orthodox-protestantse grondslag.

Lees verder >>

De barnsteendief (1871)

Jeugdverhalen over joden (61)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes, de auteur van De barnsteendief, behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

         De barnsteendief verscheen in 1871 bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden als zelfstandige druk en in Nieuwe Zondagsvertellingen, een bundel met vier verhalen, alle van Gerdes. In 1912 werden de rechten van De barnsteendief – samen met alle andere werken van Gerdes uit het fonds van Sijthoff – aangekocht door uitgeverij Callenbach in Nijkerk. In tegenstelling tot veel andere titels werd De barnsteendief echter niet opnieuw door Callenbach uitgegeven.

Lees verder >>

‘De roovers in het bosch’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (60)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Halverwege de 19de eeuw kwamen miniatuurpoppenspelen in de mode die gebruikmaakten van schaduw- of lichteffecten. We kennen dergelijke spelen nu onder de naam Wajang, maar toen werden ze schaduwbeelden of Chinese schimmen genoemd. Bij deze voorstellingen verschenen ook tekstboekjes, met kluchten, kleine vertellingen, sprookjes en versjes.


Chinese schimmen of schaduwbeelden. Bron: Europeana Collections.

         De vertelling ‘De roovers in het bosch’ is opgenomen in Kluchtspelen voor de Chinesche schimmen, geschikt voor kinderen, een uitgave uit 1852 van de Amsterdamse uitgeverij G. Theod. Bom. De papieren voorstellingen die bij dit boekje horen zijn helaas niet bewaard gebleven. Het verhaal gaat over rovers die in een bos op de loer liggen om reizigers te overvallen die op weg zijn naar de jaarmarkt in een dorp.

Lees verder >>

De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder >>