Tag: Jeugdverhalen over joden

De kanten zakdoek (1867)

Jeugdverhalen over joden (77)

Door Ewoud Sanders

Eduard Gerdes. Links als jonge man, rechts zeventig jaar oud.

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa. Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz, een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

Lees verder >>

‘Naömi’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (76)

Door Ewoud Sanders

Links: Charles Benjamin Tayler, rechts: Anna Maria Moens. Bronnen: The British Museum en Huygens ING.

Auteur: Charles Benjamin Tayler (1797-1875)
Uit het Engels vertaald door Anna Maria Moens (1777-1832)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Naömi’ is een verhaal in de bundel Mogt het U behagen!, of Belangrijke tafereelen geschetst door een’ landprediker (1828). Het gaat om een vertaling van May you like it, by a country curate uit 1822. Dit is het (anonieme) debuut van de Britse dominee en jeugdboekenschrijver Charles Benjamin Tayler. De bundel bevat nog acht andere verhalen. ‘I have purposely interwoven Religion with every Tale’, aldus Tayler in zijn voorwoord, dat overigens niet in de Nederlandse editie is overgenomen.

Lees verder >>

Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895)


Omslag van Door de menschen verstooten (1895). Van dit boekje is geen enkel exemplaar in een openbare collectie bewaard gebleven.

Jeugdverhalen over joden (75)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Wilhelmina Jacoba Riem Vis (1859-1915)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Wilhelmina Jacoba Riem Vis was vaste medewerkster van het christelijke jeugdtijdschrift Timotheüs en gaf les aan kinderen en volwassenen. Zij schreef ruim veertig boeken, voornamelijk voor de jeugd.

          Rusland had haar speciale belangstelling. Tussen 1894 en 1906 schreef zij vijf boeken over dit land: De pelgrim: een verhaal uit den laatsten hongersnood in Rusland (1894), Vaska en Arina: een verhaal uit de lijfeigenschap in Rusland (1894), De bannelingen: een verhaal uit de laatste joden-vervolging in Rusland (1895), Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895) en In den Russischen smeltkroes (1906).

Lees verder >>

Grootvader en kleindochter (1919)

Jeugdverhalen over joden (74)


Links: de eerste vertaling/bewerking van Grootvader en kleindochter, door J.P.G. Westhoff. Rechts: de tweede vertaling/bewerking, door J. van Bergen. De ondertitel van de eerste editie luidt ‘Eene kerstgeschiedenis’; bij de tweede editie werd dit: ‘Een kerstvertelling’. De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Vertaald uit het Duits door J.P.G. Westhoff (1832-1906) en J. van Bergen

Herkomst en drukgeschiedenis

De eerste editie Grootvader en kleindochter verscheen in 1888 bij uitgeverij J.H. van Peursem in Utrecht en is geschreven door J.P.G. Westhoff (1832-1906), een Lutherse predikant. Hij vertaalde het boek uit het Duits. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend.

Lees verder >>

De droeve vioolspeler, of De geschiedenis van een lied (1884)

Jeugdverhalen over joden (73)


Uitsnede omslag vierde druk van De droeve vioolspeler, uit 1912. Illustratie Arie Rünckel (1876-1956). Het tijdschrift De Christelijke Familiekring noemde deze illustratie ‘leelijk’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adolf Jacob Hoogenbirk (1848-1920)

Herkomst en drukgeschiedenis

Adolf Jacob Hoogenbirk groeide op in een vroom protestants gezin in Amsterdam. Hij werd beïnvloed door dominee Jan de Liefde en door de evangelist Eduard Gerdes. Beiden schreven jeugdboeken. Hoogenbirk schreef zijn eerste jeugdboek op zijn veertiende. In totaal zou hij er ruim vijftig publiceren, de meeste met een sterk evangeliserende boodschap. ‘Hij steeg met zijn werk uit boven een groot gedeelte van de toenmalige zondagsschoollectuur’, aldus Richard van Schoonderwoerd in het Lexicon van de jeugdliteratuur.

Lees verder >>

Het hoogste lot (1865)

Jeugdverhalen over joden (72)


‘Loterij-jood’ Aron Meijer probeert Richard en George, beiden net afgestudeerd, loten te verkopen. Illustratie uit: Het hoogste lot (1865). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door R. Bell

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

          Dat geldt ook voor Das große Loos uit 1862, dat in 1865 in het Nederlands werd vertaald door R. Bell, hoofdonderwijzer aan de Openbare Armenscholen te Amsterdam.

          Het hoogste lot verscheen bij C.L. Brinkman in Amsterdam en beleefde drie drukken: in 1865, 1877 en ergens voor 1882.

          In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Levi’s eerste Kerstfeest (1879)

Jeugdverhalen over joden (68)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Albertus Hardenberg (1833-1880)

Herkomst en drukgeschiedenis

Levi’s eerste Kerstfeest is geschreven door Albertus Hardenberg (1833-1880). Hardenberg was een leerling van Jan de Liefde (1814-1869) die in 1856 in Amsterdam de Vrije Evangelische Gemeente stichtte. Hardenberg volgde De Liefde op als ‘herder en leraar’ van de Vrije Evangelische Gemeente. Hij stond bekend als ‘een uitnemend Schriftkenner en Schriftuitlegger, doch zonder welsprekendheid’. Omdat er steeds minder mensen naar zijn preken kwamen luisteren, werd hij ontslagen. Hardenberg legde zich vervolgens toe op letterkundig werk. Daarnaast was hij werkzaam bij de drukkerij van de Weesinrichting in Nijmegen. Hardenberg leverde onder meer bijdragen aan Samuel, een orthodox-protestants jeugdtijdschrift, dat verscheen tussen 1857 en 1866.

Lees verder >>

‘Die oude Jood met zijn hooge slaapmuts op’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (66)


Voor hij zijn mantel heeft uitgedaan wordt Sinterklaas vanwege zijn baard aangezien voor een ‘smous’. Illustratie uit Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis van Schaick (1808-1874)

Kennelijk werden volle, lange baarden lange tijd geassocieerd met joden. Dat kon tot pijnlijke misverstanden leiden. Het boek Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849) van Cornelis van Schaick (1808-1874) bevat een verhaal over de jonge freule Jeannette de Wit. Ondanks herhaalde waarschuwingen van haar moeder blijft dit meisje zich onuitstaanbaar gedragen: ze is hooghartig, trots en buitengewoon zelfingenomen.

Lees verder >>

‘De chinaasappelen jood’ (1833)

Jeugdverhalen over joden (65)


Illustratie uit het Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen (1833). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Het gedicht ‘De chinaasappelen jood’ is te vinden in Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen van Gijsbertus van Sandwijk. Dit boekje verscheen in 1833 bij uitgeverij Broedelet en Rykenberg in Purmerend. Van Sandwijk was hoofdonderwijzer op de stadsburgerschool in Purmerend.

Lees verder >>

‘De appelen jood’ (1830)

Jeugdverhalen over joden (64)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In 1830 gaf de Amsterdamse boekhandelaar Hendrik Moolenijzer een reeks van vier kleine boekjes uit onder de titel Prentenkamer voor de jeugd, waarin het nuttige met het aangename is vereenigd. Het eerste deeltje bevat, naast een handgekleurde gravure van ‘De appelen jood’, een korte tekst die begint met een rekenvoorbeeld en eindigt met een voedingsadvies. Het rekenvoorbeeld heeft de vorm van een gesprek:

Lees verder >>

‘De koopman met kersen’ (1822)

Jeugdverhalen over joden (63)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

‘Kersen heb ik bruin en zoet,
Groot en frisch, ook zwart en goed,
Regte zomerkrieken!
’k Geef een goed gewigt daarbij,
Holla, kindren! koop bij mij
Zwarte zomerkrieken.’

Dus roept mousje langs de straat,
Waar de jeugd naar school toe gaat,
Vent zijn zomervruchten.
Ieder koopt, wie koopen kan;
Want men heeft van dezen man
Geene schâ te duchten!

Het gedicht ‘De koopman met kersen’ is opgenomen in de bundel Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd. Het is niet bekend wie dit boekje, dat naast gedichten ook verhalen bevat, heeft samengesteld. In een ‘Opdragt aan mijne jeugdige lezers en lezeressen’ maakt de samensteller zijn bedoeling duidelijk:

Lees verder >>

Eene dochter Israels, Schets uit het Leven eener Diacones (1911)

Jeugdverhalen over joden (62)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend.
Vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Eene dochter Israels. Schets uit het Leven eener Diacones’ verscheen in 1911 in zes afleveringen als feuilleton in De Volksvriend, een Nederlandstalige krant die werd uitgegeven in Orange City, Iowa. De krant was gericht op Nederlandse emigranten in de Verenigde Staten. Aangezien dit bekeringsverhaal in Londen speelt, zal het door De Volksvriend uit een Britse bron zijn overgenomen. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend. Esther (de ik-persoon) vertelt het relaas van haar bekering aan een andere zuster in het diaconessenhuis, een ziekenhuis op orthodox-protestantse grondslag.

Lees verder >>

De barnsteendief (1871)

Jeugdverhalen over joden (61)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes, de auteur van De barnsteendief, behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

         De barnsteendief verscheen in 1871 bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden als zelfstandige druk en in Nieuwe Zondagsvertellingen, een bundel met vier verhalen, alle van Gerdes. In 1912 werden de rechten van De barnsteendief – samen met alle andere werken van Gerdes uit het fonds van Sijthoff – aangekocht door uitgeverij Callenbach in Nijkerk. In tegenstelling tot veel andere titels werd De barnsteendief echter niet opnieuw door Callenbach uitgegeven.

Lees verder >>

‘De roovers in het bosch’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (60)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Halverwege de 19de eeuw kwamen miniatuurpoppenspelen in de mode die gebruikmaakten van schaduw- of lichteffecten. We kennen dergelijke spelen nu onder de naam Wajang, maar toen werden ze schaduwbeelden of Chinese schimmen genoemd. Bij deze voorstellingen verschenen ook tekstboekjes, met kluchten, kleine vertellingen, sprookjes en versjes.


Chinese schimmen of schaduwbeelden. Bron: Europeana Collections.

         De vertelling ‘De roovers in het bosch’ is opgenomen in Kluchtspelen voor de Chinesche schimmen, geschikt voor kinderen, een uitgave uit 1852 van de Amsterdamse uitgeverij G. Theod. Bom. De papieren voorstellingen die bij dit boekje horen zijn helaas niet bewaard gebleven. Het verhaal gaat over rovers die in een bos op de loer liggen om reizigers te overvallen die op weg zijn naar de jaarmarkt in een dorp.

Lees verder >>

De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder >>

‘De diamanten ring’ (1842)

Jeugdverhalen over joden (58)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Mary Howitt (1799-1888)
Vertaald uit het Engels, waarschijnlijk door J.H. Laarman

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De diamanten ring’ is in 1842 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit weekblad werd uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het gaat om een vertaling van ‘The Little Jew Merchant’ van Mary Howitt, in 1830 gepubliceerd in The New Year’s Gift and Juvenile Souvenir.Mary Howitt was in haar tijd een geliefde Britse auteur en dichteres. Zij publiceerde tientallen boeken en gedichten. Haar gedicht ‘The Spider and the Fly’ (1828) wordt nog altijd gelezen. ‘The Little Jew Merchant’ behoort tot haar vroegste verhalen.

In Philarete (wat ‘liefde door deugd’ betekent) wordt Howitt niet als auteur genoemd. De vertaling is ondertekend met ‘L’; hoogstwaarschijnlijk de initiaal van Laarman. In 1843 publiceerde hij ‘De diamanten ring’ nogmaals in de bundel Viooltjes, verhalen en mengelingen voor de jeugd.

Lees verder >>

Gefopt door een jood en een aap (1838)

Jeugdverhalen over joden (57)

Door Ewoud Sanders

Auteur: George markies de Thouars (1807-1850)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘Brief van Leonard aan zijn zusje’ staat in het Dichtbundeltje voor de jeugd. Hoewel de titelpagina geen auteursnaam vermeldt, onthulde E.J. Potgieter in een bespreking in De Gids (zie hieronder) al snel wie de auteur was: George markies de Thouars.

          George de Thouars kwam uit een aanzienlijk adellijk geslacht, maar groeide in armoede op in een klein dorp in Twente. Hij was korte tijd page aan het hof van koning Willem I, klerk van het kantongerecht en officier in het leger. Wegens drankmisbruik werd hij uit het leger ontslagen.

          Vanaf 1830 publiceerde De Thouars zo’n twintig dichtbundels. In veel van zijn gedichten bezingt hij het koningshuis. Ook schreef hij gedichten in het Twents.

          De Thouars, die zich liet voorstaan op de titel markies, eindigde zijn leven als bedelaar. In necrologieën werd vermeld dat hij kort voor zijn dood langs een landweg was gesignaleerd, ‘in lompen gehuld (…) zich vergastende aan een stuk brood, hem door de weldadigheid uitgereikt’.

          Dichtbundeltje voor de jeugd beleefde vier drukken: in 1838 en 1840 bij de gebroeders Vermande in Hoorn, in 1851 en 1853 bij D. Noothoven van Goor in Leiden.

Lees verder >>

‘Het vragend Koosje’ (1810)

Jeugdverhalen over joden (56)

Door Ewoud Sanders

‘Het vragend Koosje’ (1810)

Auteur: Petronella Cornelia van Alphen (1763-1833)

’t Knaapje met dat zwart gezigt,
’t Welk mij niet verstaat;
Vader! Zou het zonde zijn
Als ik ’t Moortje haat?

’t Is zoo lelijk in mijn oog
Met een apensnoet:
Is dat Joodje ook al een mensch
Met dat schoenengoed?

De vader:
Gij stelt zeker, lieve kind!
Al mijn zorg te leur
Zoo ge uw evenmensch veracht
Enkel om de kleur.

God schiep zwart, en bruin, en wit,
Uit hetzelfde bloed,
Gaf aan allen ’t zelfde hart,
Doen aan allen goed.

’t Joodje is uw broeder ook,
Heb hem lief, mijn kind!
Vader Abram was een Jood
En God was zijn vrind.

Zijt dan vriend van elken mensch
Doe aan allen wel;
Denk: in ’t land, waar negers zijn,
Lacht m’ om ’t blanke vel.


Advertentie voor de eerste druk van Gedichtjes voor de jeugd (‘Op goed Schryfpapier gedrukt’) in de Rotterdamse Courant van 11-8-1810.
Lees verder >>

Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal (1929)

Jeugdverhalen over joden (55)

Door Ewoud Sanders

Auteur: ‘Oom Wim’

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal’ is geschreven door ‘Oom Wim’. Wie zich van dit pseudoniem bediende, is niet bekend. Het verhaal verscheen tussen 21 december 1929 en 15 februari 1930 in zes afleveringen als feuilleton in Het Centrum, een katholiek ‘dagblad voor Utrecht en Nederland’.

Lees verder >>

Het jodinnetje (1929)

Jeugdverhalen over joden (54)

Door Ewoud Sanders

Uit het Duits vertaald door A.H. Schlüter (1877-1946)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het jodinnetje is vertaald/bewerkt door Alberdina Hermanna Schlüter, onder haar schrijversnaam AHS/Hermanna. De oorspronkelijke titel en de naam van de orginele schrijver is niet bekend.


Twee omslagen van Het Jodinnetje. De illustraties zijn gemaakt door Hendrik (‘Henk’) Poeder (1897-1958).

          Schlüter debuteerde in 1899 bij uitgeverij G.F. Callenbach met Op den Lindenhof. In totaal zou zij zo’n dertig jeugdboeken publiceren, waarvan sommige door de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging werden bekroond. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het huisje onder de hooge dennen en Haar vriendje.

          Het jodinnetje is een vrije bewerking van een Duits bekeringsboekje. Schlüter situeerde het verhaal in Nederland; de rijke tante (‘Bekka’), die ervoor zorgt dat Hanna op een ‘Christenschool’ terechtkomt, woont in Amsterdam.

          Het jodinnetje verscheen in 1929 bij uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk en beleefde één druk. Najaar 1934 was dit boek nog leverbaar.

Lees verder >>

Het Kerstjoodje (1924)

Jeugdverhalen over joden (53)

Door Ewoud Sanders


George van Aalst (foto: Letterkundig Museum).

Auteur: George van Aalst (1897-1925)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

George van Aalst groeide op in Den Haag. Hij wilde dominee worden maar het lukte hem niet om de juiste vooropleiding te behalen. Tijdens zijn korte leven (hij stierf op zijn 28ste aan tuberculose) schreef hij enkele Pietje Bell-achtige boeken. Het gaat om o.a. De bengels van III B (1922), De h.b.s.-krant (1923), De bengels op reis (1924). Deze boeken verschenen bij uitgeverij Valkhoff & Co. in Amersfoort.

          Het Kerstjoodje beleefde twee drukken: in 1924 bij W. Kirchner in Amsterdam, in 1926 bij G.F. Callenbach in Nijkerk. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk. Voorjaar 1930 was de tweede druk nog leverbaar.

Lees verder >>