Tag: Jacob Verdam

Voer voor MNW-ers : mandaet

Door Willem Kuiper

Geen mens is onfeilbaar, maar sommige mensen komen een heel eind. Jacob Verdam (1845-1919) was zo iemand. Samen met Eelco Verwijs (1830-1880) maakte hij het monumentale Middelnederlandsch Woordenboek (1885-1929), een naslagwerk dat ik bijna dagelijks digitaal raadpleeg via de onmisbare CD-ROM Middelnederlands. Verdam op een fout betrappen doe je maar hoogstzelden. Vandaar ook mijn verbazing toen ik een woord tegenkwam, waarvan ik dacht dat hij het zeker onder ogen gehad moest hebben, maar dat niet in het MNW staat. Ik citeer (mijn editie i.s.n.):

“Grote bloetstortinge geschiede in dit pongijs aen beyde siden. Ogiers mandaet van Denemercken en ware niet mogelijc te scriven, die hi daer dede, slaende, stekende, hem niet ontsiende, hoe groten oploop hem de heydenen deden. Desghelijc de Rode Galeaen, die hem ridderlijc queet, verslaende menigen Sarazijn.”
 
                                           Den droefliken strijt die opten berch van Roncevale, cap. [8]

In eerste instantie las ik “mandaet” verkeerd als ‘mandáát’, om mij vervolgens te realiseren dat dit niet in de context past. Pas in tweede instantie zag ik dat hier ‘mándaad’ gelezen moest worden: ‘mannelijke daad / daden’, zoals in ‘misdaad’ en ‘weldaad’. Omdat het woord mij niet bekend voorkwam, keek ik eerst of het vaker gebruikt werd in de Droefliken strijt. En ja hoor, ook in het volgende capittel [9], alleen nu niet in het proza-deel, maar in de versregels die Willem Vorsterman ontleende aan een / de Middelnederlandse vertaling van het Chanson de Roland: het Roelantslied:

Lees verder >>