Tag: Jacob van Maerlant

Vacature: Doctoraatsbeurs Strofische gedichten van Maerlant

Fragment van de Martijngedichten van Jacob van Maerlant (Montigny-le-Bretonneux, Archives départementales des Yvelines, 1F 180). Foto: Remco Sleiderink

door Remco Sleiderink

Het Departement Letteren van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte zoekt een veelbelovend talent voor een voltijds doctoraatsbeurs (100%, 4 jaar) in het domein van de oude Nederlandse letterkunde.

Lees verder >>

Een onbekend kroniekje van Jacob van Maerlant?

Door Dirk Schoenaers

Eind mei vond ik, toevallig, in het abdijarchief van Averbode, in een zeventiende-eeuwse verzamelband een onbekend kroniekje van Vlaanderen op rijm. Even was ik uit mijn lood geslagen, toen ik in de inhoudsopgave achteraan het titeltje ‘Vande cornycke van Vlaendren / die Jacob van Merlant maeckte’ las (fig. 1).

(afbeelding 1: inhoudsopgave)

Als die omschrijving klopte, lag hier niets minder dan een tot nu toe onbekende tekst van Jacob van Maerlant op tafel. Mogelijk was dit een uitzonderlijke vondst, want nieuw werk van de ‘vader der dietsche dichtren allegader’ komt niet elke dag bovendrijven. De laatste grote ‘vondsten’ op dat vlak dateren uit het derde kwart van de negentiende eeuw. Nauwelijks twee jaar nadat in Wenen de Tweede Partie van de Spiegel historiael was teruggevonden, werd in 1871 in de bibliotheek van de graaf van Loë, ook al bij toeval, een volledig afschrift van de Historie van Troyen ontdekt. Helemaal ‘onbekend’ waren deze teksten niet. Van de Trojegeschiedenis was pas in 1821 een eerste fragment komen bovendrijven. Dat moet zowat de laatste keer zijn geweest dat er een ‘nieuwe’ tekst van Maerlant werd ontdekt, hoewel het bestaan ervan op aangeven van de Spiegel historiael al werd vermoed. Lees verder >>

Handschrift Der naturen bloeme (BL Add MS 11390) on-line

Door Willem Kuiper

Voor de Facebook-vrienden van Remco Sleiderink is dit oud nieuws: In zijn lezing over (parende) olifanten in het Londense handschrift van Jacob van M(a)erlants Der naturen bloeme, gehouden tijdens de presentatie van het Madoc nummer Dertig dieren in de Middeleeuwen, vertelde Frank Brandsma zijn toehoorders dat dit handschrift nu on-line bekeken kon worden dankzij een gehonoreerd digitaliseringsverzoek, ingediend door Remco Sleiderink. Ik was nog niet thuis of ik zette mij achter het toetsenbord, surfde naar www.bl.uk/manuscripts, vulde aldaar in het zoekvakje ‘Manuscripts’ in: Add MS 11390, klikte op SEARCH en vond onder deze link de bibliografische informatie en onder deze link het gedigitaliseerde handschrift.
Druk nu op F11 om uw beeldschermoppervlak te vergroten en blader naar of ga in één keer naar folium 12 verso, kolom a voor de olifant: Elephas dats de olifant / In dietsch .i. elpendier ghenamt. En nu inzoomen! Wat u ziet is een ‘oude’ hand die begin veertiende eeuw gedateerd wordt. In het handschrift liet deze kopiist ruimte over voor miniaturen zoals in bijvoorbeeld dit handschrift: KB Den Haag KA 16.
Als een bibliofiele middeleeuwer ergens een hekel aan had dan was het aan open plekken in een boek. Soms schreef men daarin: ‘Hic nihil deficit’ (hier ontbreekt niets), maar nog veel liever vulde men die gaten op. Dat laatste is hier gebeurd. Een vrolijke schilder heeft het onaffe boek met talloze illustraties niet alleen visueel zeer aantrekkelijk gemaakt, maar ook de functie van dit boek als naslagwerk sterk verbeterd. Jacob heeft de dieren alfabetisch geordend op hun Latijnse naam. De Beer vind je dus niet onder de letter B maar onder de letter V van Ursus. De schilder heeft alle dieren, vogels, vissen, bomen enzovoort een banderol met hun volkstalige naam meegegeven.
Ik wens u heel veel kijk- en leesplezier.

Alexanders geesten : het enige compleet bewaard gebleven handschrift [München, Bayerische Staatsbibliothek Cod. germ. 41] nu in hoge resolutie on-line !

Door Willem Kuiper

Jacobs debuut, een vrije bewerking van de Alexandreis van Gautier de Châtillon, geschreven voor dan wel opgedragen aan Guillaume aux Blanches Mains (Willem met de Witte Handen), aartsbisschop van Reims (1135-1202). Naar men denkt nog voor 1176 voltooid. De Alexandreis is een vrije bewerking van de Alexander-biografie van Quintus Curtius Rufus (de Roodharige) en geldt als een van de beste middeleeuwse Latijnse gedichten. Er is een goede Engelse vertaling van de hand van R. Telfryn Pritchard. Toronto etc. 1986. Lees verder >>

De Rijmbijbel van Maerlant, restauratie en digitale ontsluiting (film)

Door Willem Kuiper

Het handschrift KB Brussel 15001 met daarin de voor Middelnederlandse begrippen uitzonderlijk rijk geïllumineerde oudste bewaardgebleven redactie van Jacob van M(a)erlants Scolastica, beter bekend onder de naam ‘Rijmbijbel’, en Jacobs Wrake van Jherusalem, een vooringenomen bewerking van Flavius Josephus’ De bello judaico (Over de Joodse oorlog) werd vermoedelijk net nog in de dertiende eeuw geschreven. Maurits Gysseling heeft dit handschrift integraal en diplomatisch uitgegeven in zijn ‘Corpus van Middelnederlandse tekten (tot en met het jaar 1300), reeks II: literaire handschriften’ als deel 3: Rijmbijbel. De Wrake wordt als titel enkel in de inleiding genoemd. Van Scolastica weten wij dat het werk voltooid werd op 25 maart 1271, dat is Maria Boodschap. Hoe veel jaar later de Wrake volgde is onduidelijk. Even onduidelijk als voor wie beide teksten bestemd waren. Jacob noemt zijn opdrachtgever een “goede vrient” (ed. Gysseling, r. 27082). Volgens Gysseling werd het handschrift omstreeks 1285 in een Brugse instelling geschreven.

Het afgelopen semester is dit handschrift uit de kluis gehaald, waarin het de afgelopen decennia bewaard werd omdat het bladgoud en de pigmenten loslieten. Het handschrift is gerestaureerd en in hoge resolutie gedigitaliseerd en de miniaturen zijn onderwerp van onderzoek geworden van studenten aan de universiteiten van Antwerpen en Utrecht, onder de bezielende leiding van prof. Frank Willaert en dr. Martine Meuwese. Over hun werkzaamheden is een film gemaakt, waarin ook prof. em. Jef Janssens en dr. Ann Kelders, de laatste namens de KB Brussel aan het woord komen. De kers op de taart is de voordracht van twee passages uit Scolastica door Frank Willaert. De film De Rijmbijbel van Maerlant, restauratie en digitale ontsluiting vindt u hieronder. Ga die film zien en verheug u bij voorbaat op de resultaten van dit intensieve kunsthistorisch onderzoek!

Column 90: 100 % DNA match Jacob van Maerlant

Door Willem Kuiper

Elke woensdagmiddag werken Hella Hendriks en ik een aantal uren aan het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT). Verspreid over de week editeer, lees, of excerpeer ik teksten die tot het corpus behoren of eraan kunnen bijdragen. Jan van Stijevoorts refreinenbundel uit 1524 bijvoorbeeld. In die refreinen lees je zinnen als: ik houd nog meer van jou dan A van B hield, of C van D, of E van F. A tot en met F zijn doorgaans literaire personages, en zo kun je je een betrouwbare indruk vormen van hoe er in het begin van de zestiende eeuw gedacht werd over antieke en middeleeuwse literaire helden. Refreinen vormen een heel rijke bron voor de receptie van literaire kennis.
Lees verder >>

Van Oostroms Wereld

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen tien jaar is het stil geweest rond Frits van Oostrom. Het is een teken aan de wand voor de Nederlandse cultuur. Ware Frits een Duitser, een Fransoos of een Engelsman, er zou elk jaar een boek over hem verschijnen en elke vijf jaar een congres gehouden worden. Nu de zesentwintigste eeuw zijn einde nadert, hebben we het een decennium lang moeten doen met de — weliswaar prachtige — dissertatie van Martin Braga.

In dat proefschrift toonde Braga met een verbluffend eenvoudige methode aan dat het magnum opus van Van Oostrom, Maerlants Wereld, niet eerder dan in de laatste jaren van de twintigste eeuw verschenen kon zijn. Die methode behelsde niet veel meer dan een lexicale analyse. De woordenschat van Van Oostrom bevatte volgens Braga hier en daar een overduidelijke overeenkomst met de taal die in bestuurlijke kringen in precies die tijd opgeld deed. Zo telde Braga in het boek maar liefst vier maal de uitdrukking werkendeweg; een term die rond het eind van de twintigste eeuw door een minister-president (Ruud van Lubbers) in het spraakgebruik geïntroduceerd was. Lees verder >>