Tag: Jacob van Lennep

Van Lenneps befaamde roman Klaasje Zevenster bewerkt voor de moderne lezer

Door Gera de Bruijn

De biografie van Van Lennep door Marita Mathijsen, die vorig jaar is verschenen, was een groot succes. Dat toont wel aan dat er nog steeds belangstelling is voor de literatuur van de 19e eeuw. Toch worden de romans uit die tijd niet veel gelezen. De taal is te verouderd en ze lijden soms aan een overdaad aan uitgebreide beschrijvingen en lange verhandelingen. Maar in aangepaste vorm blijken het toch verhalen die de moeite waard zijn.

Daarom ben ik blij dat eind vorig jaar mijn bewerking van Klaasje Zevenster is uitgekomen. Dit is volgens Marita Mathijsen een van Van Lenneps beste romans. Het is dan ook een prachtig verhaal met veel dramatische elementen:  een geheimzinnige afkomst, een onschuldig jong meisje, vuige verleiders, liefdesperikelen, integere personen en frauderende bankiers. Voor zijn tijd was de roman ongekend openhartig – er wordt beschreven hoe het er in een bordeel toegaat – en hij veroorzaakte dan ook veel ophef. Lees verder >>

Taalspeeltje: het lipogram

Door Marita Mathijsen

Een lipogram is een tekst waarin één bepaalde letter niet gebruikt wordt, of juist alleen maar één klinker toegepast is, of een tekst waarin elk woord begint met dezelfde letter. Zomaar een taalspelletje dus voor fanatiekelingen. Hugo Brandt Corstius was er dol op, Gerrit Komrij beoefende het (‘U-tumult’), je zou je kunnen voorstellen dat Drs. P er lol in gehad zou kunnen hebben maar ik geloof niet dat er een hedendaags dichter is die er zich mee bezighoudt. De meest fanatieke beoefenaar was wellicht de Engelse schrijver Ernest Vincent Wright, die de roman Gadsby in 1939 schreef zonder e en daarvoor deze letter uit zijn typemachine brak. De meest bekende is Georges Perec die in 1969 een boek zonder e schreef (La disparition), een crimi over de verdwijning van de e, en in 1972 een boek met alléen maar de klinker e: Les revenentes.

Het genre is al eeuwenoud, de Grieken beoefenden het al in de zesde eeuw voor Christus (kijk voor de gegevens even op de Engelse Wikipedia). Casanova schijnt voor een geliefde actrice een toneelstuk zo herschreven te hebben dat er geen r, die ze lelijk uitsprak, in voorkwam. Dat is pas liefde! Lees verder >>

25 augustus 2018, Oosterbeek: herdenking 150ste sterfdag Jacob van Lennep

Op 25 augustus is het 150 geleden dat Jacob van Lennep in Oosterbeek overleed. In samenwerking met de Stichting Begraafplaats Fangmanweg en de Stichting van Lennep is er om 16.00 uur een kleine herdenkingsbijeenkomst georganiseerd op de begraafplaats in Oosterbeek, die openbaar toegankelijk is.

Programma

  • Verwelkoming door Herman Erinkveld, voorzitter van de Stichting Begraafplaats Fangmanweg
  • Toespraak door Marita Mathijsen, schrijver van de biografie Jacob van Lennep, een bezielde schavuit
  •  Toespraak door Louis van Lennep, voorzitter van de Stichting van Lennep
  • Zang door Job Hubatka, bariton, betachterachterkleinzoon van Jacob van Lennep, begeleid door de accordeonist Gert Wantenaar. Lied op tekst van Jacob van Lennep
  • Toespraak door Dick Welsink, conservator van het Literatuurmuseum
  • Zang door Job Hubatka van een lied op tekst van Jacob van Lennep. Begeleiding Gert Wantenaar

 

Van Lennep, gij moet in deze niet zo opgetild!

Door Chris van de Ven en Luck van Leeuwen

Geachte mevrouw Mathijsen,

Uw reactie op onze open brief getuigt van vasthoudendheid die u in principe siert, maar in de praktijk toch enige nadelen heeft. Wij gunnen Van Lennep wel tien standbeelden in Amsterdam en een dozijn straatnamen. Voor zijn schrijverschap, zijn bijdrage aan de verbetering van de hygiëne en het behoud van cultureel erfgoed, zijn erkenning van een buitenechtelijk kind, voor zijn humor en schalksheid. Wij voelen in dat Van Lennep dacht te handelen in vermeend landsbelang. Goed, goed, allemaal goed maar til hem niet op het voetstuk inzake het uitkomen van Max Havelaar. Of het zou een standbeeld moeten zijn voor het smoren van Havelaar.

We poneren twee uitgangspunten, die tezamen alle handelingen en uitingen van zowel Dekker als die van Van Lennep logisch maken. Lees verder >>

Van Lennep, gij moet hangen!

Door Marita Mathijsen

Geachte Heren Van de Ven en Van Leeuwen

Bij deze mijn dank voor uw brief die getuigt van een vasthoudendheid die u in principe siert, maar in de praktijk toch enige nadelen heeft.

Graag ga ik op uw argumentatie en uw vragen in. In de eerste plaats stoort uw woordgebruik over Van Lennep die Multatuli ‘een oor heeft aangenaaid’ mij buitengewoon. Het gezegde betekent dat je iemand voor de gek houdt, iemand bedot. Nu is vanaf de eerste brief die Douwes Dekker van Van Lennep gelezen heeft duidelijk dat deze bezwaren heeft tegen de data en het slot. Dat blijkt in de brief van 18 november 1859 van Van Lennep aan Van Hasselt, die Douwes Dekker te lezen kreeg. Uit diezelfde brief blijkt ook dat Van Lennep erkent en veroordeelt dat er ‘knevelarijen’ en ‘infamiën’ in de Oost plaatsvinden. Als het slot gehandhaafd bleef, zou het publiek denken dat de auteur door wraakzucht gedreven werd. Lezers zouden hem dan minder geloven, en er zouden ook minder exemplaren van verkocht worden. Met de data erin zou het boek te zeer als feitelijk, te historisch gezien worden. Lees verder >>

En toch heeft Van Lennep Multatuli een oor aangenaaid

Open brief aan Marita Mathijsen

Door  Chris van de Ven & Luck van Leeuwen

Geachte mevrouw Mathijsen,

Jacob van Lennep en Eduard Douwes Dekker waren briefschrijvers: bij elkaar schreven ze er duizenden, waaronder ook open brieven. Wij hebben vragen: vandaar dat wij u benaderen via deze open praatbrief. Dit doen wij, omdat uw lezing op de voorjaarsvergadering bij het Multatuli Genootschap onze belangstelling heeft gewekt. Daarop hebben wij uw kort daarvoor verschenen biografie grondig bestudeerd, bediscussieerd en het een en ander omheen gelezen.

De heren Van Lennep en Multatuli waren niet te beroerd om van zich te laten horen als er iets te melden, te vragen, te onderzoeken of recht te zetten was. Daar voelen wij ons bij thuis. De kiem van onze liefde voor Multatuli is gelegd in onze jeugd, vooral door toedoen van bevlogen leraren Nederlands. Vanuit een humanistisch-atheïstisch perspectief wilde Multatuli de wereld verbeteren, metterdaad en niet biddend wachten totdat we wellicht de hemel zouden beërven. Dit spreekt ons aan. Lees verder >>

Kanttekeningen bij Marita Mathijsen: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit.

Door Renaat J.G.A.A. Gaspar

Een mooi boek, een knap boek. Mooi van vormgeving, knap van inhoud. En vooral vol, bijna overvol met allerlei vermeldenswaardige feiten en gebeurtenissen.

Niettemin kunnen op een tweetal onderdelen van deze biografie enkele aanvullingen gegeven worden. Ze betreffen de eerste en de laatste roman van Jacob van Lennep: De pleegzoon en De lotgevallen van Klaasje Zevenster.

De pleegzoon

Over Van Lenneps eersteling, De pleegzoon, vermeldt Marita Mathijsen een aantal interessante aspecten, met name inzake de thematiek van dit boek (Mathijsen, pag. 253-257).

Het is bekend dat Van Lennep zijn inspiratie voor een publicatie vaak in andermans werk vond. Zijn eerste publicatie is zelfs niet meer dan een vertaling van het lange gedicht La Grace van Louis Racine. Ook zijn Nederlandsche Legenden zijn, hoe kan het anders, een navolging van Walter Scott in diens onovertroffen sfeertekening van het middeleeuws landschap in haar bewoners. Sommige gedeelten zijn zelfs een nagenoeg letterlijke ontlening aan Walter Scott en Lord Byron (p. 166). Lees verder >>

Marita Mathijsen: Waarom Nederlandse literatuur lezen?

Door Marc van Oostendorp

Deze week bezocht ik Marita Mathijsen, om haar te interviewen over haar zeer indrukwekkende biografie van Jacob van Lennep, Een bezielde schavuit. Dat was een heel interessant gesprek, over het ambacht van de biograaf, het belang van het vinden van een rode draad in iemands leden en over hoe Mathijsen in het werk van Toon Tellegen woorden aanstreepte om te gebruiken in haar boek over Van Lennep. Jullie kunnen dat lezen in het eerstvolgende nummer van VakTaal.

Aan het eind van die middag vroeg ik haar om een kort betoog te houden over het belang van het lezen. Zij kan dat, zomaar voor de vuist weg. Ik had door de schittering van haar betoog te weinig in de gaten dat mijn cameraatje protesteerde tegen de slechte lichtkwaliteit, maar het verhaal is er niet minder inspirerend om:

(Deze video bekijken op YouTube.)

Joods staan

Door Marc van Oostendorp

‘Staan te zeggen’ in de taal van de Jooden, 1791. Bron: Delpher. (Met dank aan Ewoud Sanders.)

Ik heb nieuws over zitten!

Zoals jullie weten heeft het Nederlands zinnen zoals ‘hij zit zich vreselijk op te winden’ en ‘ik zit me al weken te vervelen op Vlieland’, die best waar kunnen zijn als hij of ik af en toe gaan staan.  Het werkwoord drukt vooral uit dat de activiteit lang duurde. Lopen en staan hebben ook zo’n betekenis (‘die jongens lopen zich te vervelen’, ‘ik sta bloemen te verkopen’), al lijkt er toch nog iets meer over van de betekenis van staan (je kunt nog wel zeggen ‘ik loop me’, maar niet zo makkelijk ‘ik sta me al weken te vervelen op Vlieland’). Met andere werkwoorden van beweging is het helemaal niet mogelijk: ‘ik kruip me de hele dag te vervelen’ is geen goede zin.

Van zitten is de oorspronkelijke betekenis ook nog niet helemaal weg – daarom kun je niet zeggen ‘ik zit op de hoek te staan’ – maar hij is ernstig aan het vervagen. We hebben hier op Neerlandistiek al een paar keer gewezen op het humoristische effect dat je ermee kunt sorteren. Peter-Arno Coppen schreef in 2011 een column over lopen in het programma Neonletters, en ik besteedde nog maar onlangs een stukje aan de manier waarop Ilja Pfeijffer zitten gebruikte. Door de constructie net iets verder te rekken dan hij toch al is, krijg je een grappig effect. Tegelijkertijd is niet ondenkbaar dat ooit – niet morgen, misschien over een paar eeuwen – zal moeten worden uitgelegd waarom dat grappig is, omdat iedereen het dan zo zegt.

Het nieuws is dat de constructie bovendien al veel eerder werd opgerekt en ook toen een humoristisch effect beoogde. Ik dank het aan de journalist en historicus Ewoud Sanders. Lees verder >>

5 oktober 2017: Achtste Jacob van Lenneplezing door Robert Verhoogt

Werkgroep De Moderne Tijd in samenwerking met de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA

De negentiende eeuw onder de grond. Over de fascinatie voor de aardbodem en de verbeelding ervan

De verwoestende aardbeving op 1 november 1755 in Lissabon leek het einde van de wereld, maar al snel bleek het een nieuw begin. Nadat het stof gedaald was ontstond onder geleerden en het grote publiek een grote nieuwsgierigheid naar de aarde zelf en haar geschiedenis. Natuurverschijnselen zoals spectaculaire vulkaanuitbarstingen werden toeristische attracties, de vondsten van dinosauriërs of Neanderthalers werden breed uitgemeten in kranten en tijdschriften. Ondertussen was er een voortdurende zoektocht naar nieuwe delfstoffen die essentieel waren voor de handel en industrie. Ten slotte bood de ondergrond ruimte aan een wirwar van tunnels en metro’s voor het transport van personen en goederen. Hoe ging men in de lange negentiende eeuw om met al die nieuwe mogelijkheden onder de grond? In de Jacob van Lenneplezing zal Robert Verhoogt ingaan op de fascinatie voor, de verbeelding van en nieuwe opvattingen over de aardbodem in de lange negentiende eeuw. Lees verder >>

Cursus: Het Amsterdam van Jacob van Lennep

Door Marita Mathijsen

kaart Am sterdam geillustreerd

Jacob van Lennep was een Amsterdammer in hart en nieren. Hij zou het goed hebben kunnen vinden met Eberhard van der Laan en hij zou hem nog een paar suggesties hebben gedaan om de stad nog liever te maken: een zwembad in een van de grachten, het Paleis op de Dam terug aan de Amsterdammers, een veiliger verkeer bij de kruising van de Elandsgracht en de Marnixstraat, lijn 16 terug, scholen met een curriculum op de 21ste eeuw toegesneden. Hoe dan ook: de cursus ‘Het Amsterdam van Jacob van Lennep’ gaat over de spoorwegen, het drinkwater, het behoud van monumenten, het Rijksmuseum, Multatuli, de prostitutie, allemaal in samenhang met Amsterdam, de negentiende eeuw en Jacob van Lennep. Vanaf 26 september aan de VU (HOVO-onderwijs) in zes colleges. Zie de website van HOVO.

Dit bericht verscheen ook op de website van Marita Mathijsen.

Twistgezangen van Vleesch en Visch: oplichterij

Door Marita Mathijsen

bruiloftsavondkoutOplichterij in de literatuur: het gebeurde al vóór Ossian. Ook Van Lennep deed eraan mee. De Rijmkroniek van Klaas Kolijn, zogenaamd uit de twaalfde eeuw maar in werkelijkheid in de zeventiende eeuw geproduceerd, is er een bekend Nederlands voorbeeld van. Iedereen tuinde indertijd in het bestaan van het Oera Linda Boek dat in 1872 werd uitgegeven als een handschrift uit 1256. Hoogstwaarschijnlijk was François HaverSchmidt (Piet Paaltjens) de voornaamste schrijver ervan. Het maken van forgeries is een leuk spelletje voor hele of halve geleerden die de taal van een bepaald tijdvak goed kennen en die zelf daarin wat willen presteren. Van Lennep hield van spelletjes.

Lees verder >>

Een stijve hark en een gangmaker

Door Marita Mathijsen

lopenmetvanlennepIn 2000, het jaar waarin ‘de negentiende eeuw’ niet meer ‘de vorige eeuw’ was, liep Geert Mak in zijn eentje de tocht na die Jacob van Lennep in 1823 samen met Dirk van Hogendorp door Nederland maakte. Van Lennep hield een dagboek van die tocht bij en dat hebben Mak en ik in 2000 opnieuw uitgeven. Er werd een televisieserie in tien delen van gemaakt: De zomer van 1823. Natuurlijk liep Mak niet echt in zijn eentje: cameraman en regisseur Theo Uittenbogaard en een onderzoeksassistente liepen mee en ook ik was af en toe van de partij.

Jacob liep met Dirk. Dirk was een zoon van de staatsman Gijsbert van Hogendorp, maar had niets van het ondernemende van zijn vader. Integendeel, het was een echte stijve hark, een studje, iemand die elk café voorbijliep omdat hij bang was dan zijn beurs te moeten trekken voor een rondje. Waar hij wel naar binnen liep was de kerk. Hij was diepgelovig, op het kwezelige af. Alles werd bij hem afgemeten aan God. Hoe kwam zo’n jongen dan met Jacob op sjouw?
Lees verder >>