Tag: Jac. van Ginneken

Gelaat, gebaar en klankexpressie

Neerlandistiek van 100 jaar geleden

Door Marc van Oostendorp

“Wat zou de wetenschap spoedig een hooge vlucht nemen als wij eris een genie zagen opstaan, dat weer eens alle vakken samen beheerschte met zijn éénig denkhoofd!” Er is maar één persoon in de geschiedenis van de neerlandistiek geweest die zulke zinnen kon schrijven: de Nijmeegse hoogleraar Jac. van Ginneken (1877-1945).

Lees verder >>

Het Louise Kaiser Instituut

Door Marc van Oostendorp

Louise Kaiser (zelfportret, 1949)

Romanschrijvers hebben later hun best gedaan van het Meertens Instituut een toonbeeld van saaiheid te maken, maar het begon met een persoonlijk drama. In een recent artikel in Nederlandse Taalkunde geeft de biograaf van P.J. Meertens, Theo van der Meer, nieuw inzicht in dat drama.

De contouren ervan waren bekend. Het ging in de jaren twintig en dertig niet goed met het dialectonderzoek in Nederland en Vlaanderen. Waar aanpalende taalgebieden grote en gedetailleerde atlassen hadden van taalverschijnselen, was het bij ons armoe troef. Een groep geleerden, waaronder G.G. Kloeke (1887-1963), misschien wel de grootste dialectonderzoeker die Nederland ooit heeft gekend, wilde daar een einde aan maken door een Dialectenbureau op te zetten dat in een aantal jaar tijd een goede atlas zou produceren.

Lees verder >>

Prof. Jac. van Ginneken SJ zegt middenklinkers en zingt ‘In ’t bronsgroen eikenhout’

Door Marc van Oostendorp

Jac. van Ginneken. Bron: Wikimedia

Bovenstaande opname is een van de vele uit de rijke audio-archieven van het Meertens Instituut. De oorspronkelijke opname komt van het Fonetisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Als de archieven juist zijn, hoor je hier Jac. van Ginneken (1877-1945), de roemruchte eerste hoogleraar Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij spreekt de klinkers aa-ee-oo-ie-oe in verschillende omgevingen in: los, voor een n, voor een m, enzovoort.  Lees verder >>

Acht baanbrekers in het moedertaalonderwijs tussen 1769 en 1936


Door Hans Hulshof

Pioniers, voortrekkers, wegbereiders, innovators, nieuwlichters, iconen: zij ontsloten elk op hun eigen manier nieuwe wegen en terreinen voor de ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Zij ‘vertaalden’ nieuwe ideeën op het gebied van taal, filosofie en pedagogiek naar de praktijk van het moedertaalonderwijs in artikelen, schoolboeken en didactische handleidingen. Zij spraken zich uit over de inhoud van het schoolvak. Het zijn stuk voor stuk onderwijsmensen (mannen, heren) die je nu nog graag eens zou willen spreken.
In feite gaat het om cultureel erfgoed in het kader van de (helaas nog niet bestaande) canon van het moedertaalonderwijs. Een eerste proeve. Lees verder >>

Toen de phonologie in de N.R.C. stond

Door Marc van Oostendorp

Ooit waren fonologen – ik ben een fonoloog, ik bestudeer de klanken van het Nederlands – de grote helden van de taalwetenschap. In de jaren twintig en dertig kon je als jonge ambitieuze taalkundige niets beter doen dan fonologie bestuderen. Dát was waar de nieuwe taalwetenschappelijke inzichten konden worden bestudeerd! Dát was waar alle groten van, bijvoorbeeld, de Nederlandse taalkunde zich op richten.

In 1939 werd daarom de Phonologische Werkgemeenschap opgericht. Omdat de administratie daarvan eerst werd gedaan door P.J. Meertens en later door Jo Daan, die hoofd dialectologie was op het instituut waarvan Meertens de directeur was, bevinden die archieven zich op het Meertens Instituut. Het is voor een taalkundige een ontroerend moment om zo’n map open te slaan en daar zoveel bekende namen te zien: Nicolaas van Wijk, Jac. van Ginneken, Berend van den Berg, Klaas Heeroma, P.J. Meertens en Jo Daan; Branco van Dantzig, de ‘moeder van de logopedie’, die een paar jaar later in Auschwitz zou worden vermoord. Lees verder >>

Jac. van Ginneken: Jodenhaat of plagiaat?

Wanneer ik oud en der dagen zat ben, trek ik me terug en schrijf een biografie over Jac. van Ginneken S.J. (1877-1945), de kleurrijkste taalkundige die Nederland gekend heeft: iemand die in zijn tijd zo ongeveer alle vormen van taalwetenschap beoefende, vooral als ze nieuw en uitdagend waren – die fonetische experimenten uitvoerde door menselijke spraak met roetwalmen op papier vast te leggen, persoonlijk contact onderhield met de beroemdste geleerden uit zijn vak, maar er ook nog allerlei bizarre ideeën op nahield die geen van hen deelden, en die in zijn vrije tijd ook nog katholieke vrouwenverenigingen oprichtte. (Ik heb af en toe over hem geschreven; dit jaar nog in Onze Taal en in Neder-L.)

Nu verscheen vorige maand een proefschrift van Gerrold van der Stroom, een van de Van Ginneken-kenners die er in Nederland zijn. Het boek heet Jac. van Ginneken onder vuur. Over eigentijdse en naoorlogse kritiek op de taalkundige J.J.A. van Ginneken (1877-1945). 


De titel is dubbelzinnig. Volgens Van der Stroom heeft Van Ginneken na de oorlog om de verkeerde redenen ‘onder vuur’ gelegen.
Lees verder >>

Roetstrookjes

Voor het meinummer van Onze Taal heb ik een artikel geschreven over Jac. van Ginneken (1877-1945), de kleurrijkste Nederlandse taalwetenschapper ooit. Ik heb vaker over Van Ginneken gepubliceerd, bijvoorbeeld in het boek Fonologie. Uitnodiging tot de klankleer van het Nederlands dat ik in 2002 samen met Jan Kooij publiceerde (dat stukje staat hier).

Maar ik ben nog lang niet klaar met oom Jac. Lees verder >>

Sittardse diftongering

Door Marc van Oostendorp

Als er één taalkundig leven verfilmd moet worden, is het dat van Willy Dols. Een lange film hoeft het niet te worden.

Dols schreef vlak voor de oorlog een proefschrift bij Jac. van Ginneken over diftongering in het Sittards. Van Ginneken vond dat proefschrift briljant, en hij probeerde zijn leerling al voor de verdediging een baan te bezorgen. Sterker nog, zelfs voordat Dols afstudeerde, was er al een hoogleraarspost voor hem geregeld in Estland. Jammer genoeg voor Dols kreeg hij, toen de zaak bijna rond was, concurrentie van de Duitse Exil-geleerde Agathe Lasch. Dat leverde nogal wat vertraging op. Voordat de Esten konden beslissen, vielen de Duitsers hun land binnen en werd de hoogleraarspost opgeheven. Dit was nog geen onoverkomelijke ramp — een paar maanden later kreeg Dols al een nieuwe baan aangeboden: lector Nederlands in Praag. Als voorbereiding op die baan stortte Dols zich op de studie van het Tsjechisch bij de beroemde Leidse slavist Nicolaas van Wijk. Toen vielen de Duitsers ook Tsjechië binnen.

Niet lang daarna was heel Europa in oorlog geraakt. Willy Dols schreef aan zijn proefschrift en werkte ondertussen als leraar op een paar middelbare scholen in Limburg. In het voorjaar 1944 zag Van Ginneken zijn emeritaat naderen en bepaalde in een notitie dat Dols hem dan maar moest opvolgen in Nijmegen. Dols besloot toen tijdens zijn zomervakantie zijn proefschrift in Arnhem te voltooien. Lees verder >>