Tag: ironie

Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

Lees verder >>

Ironie is niet het omgekeerde zeggen van wat je denkt

Ilja Leonard Pfeijffer als ironicus

Door Marc van Oostendorp

Het is een geleerd essay, dat Ilja Leonard Pfeijffer schreef over de ironie. Hij lardeert zijn betoog, Ondraaglijke lichtheid, – dat ongeveer tot strekking heeft dat de ironie een mooi stijlmiddel is maar dat het tot nihilisme voert wanneer je je hele leven ironisch gaat leven – met verwijzingen naar tal van geleerden uit binnen- en buitenland, uit vroeger tijd en uit het heden.

Pfeijffer presenteert die opvatting als een inzicht dat hij tot zijn eigen verrassing verworven zou hebben tijdens het schrijven van zijn essay. Oorspronkelijk was zijn bedoeling om voor de ironie te pleiten, maar uiteindelijk herzag hij zijn mening.

Dat kun je alleen maar interpreteren als een teken dat de schrijver zijn eigen oeuvre niet goed kent. Daar zitten weliswaar een paar door en door ironische boeken in – de gedachten gaan onwillekeurig uit naar Het ware leven. Een roman – maar toch ook vrijwel vanaf het begin oproepen om serieus te zijn. Bovendien is inmiddels misschien wel zijn bekendste gedicht Idylle 7. Dat gedicht richt zich weliswaar niet zozeer tegen de ironie, maar wel tegen moedwillige duisterheid – het probleem is in essentie hetzelfde: dichters verschuilen zich achter de ontworteling zoals essayisten achter de ironie. Het gedicht eindigt dan ook met de regels:

Lees verder >>

Ironie en samen naar een concert gaan

Door Marc van Oostendorp

Common ground.

Een van de fascinerendste verschijnselen in de communicatie is ongetwijfeld de ironie. Het is typisch menselijk: ik geloof niet dat er diersoorten zijn die elkaar ironisch bejegenen, en  kunstmatige intelligentie is er bij mijn weten ook nog niet aan toe.

Het is alleen de vraag hoe je het gebruik van ironie precies moet begrijpen. De klassieke definitie is dat je bij ironie het ‘omgekeerde zegt van wat je bedoelt’. Je kijkt uit het raam, het regent pijpenstelen, en je zegt ‘lekker weer, hè’.

Dat voorbeeld is alleen minder kenmerkend dan je zou denken. Er zijn allerlei problemen met die definitie, en in een recent (ongepubliceerd) artikel vatten de Amerikaanse taalkundigen Cohn-Gordon en Bergen die aardig samen. Lees verder >>

Ironie. #not

Door Marc van Oostendorp

De Nederlandse Twittertaal ontwikkelt een verschil tussen de hashtags #niet en #not, ontdekte ik gisteren toevallig. De eerste geeft meestal een krachtige ontkenning aan; de tweede betekent ironie.

Het is niet gemakkelijk om ironie te herkennen. Dat komt doordat het een stijlfiguur is die zich als het ware verstopt: de spreker neemt terwijl hij iets zegt afstand van wat hij zegt, en je moet over een verfijnde antenne beschikken om dat aan te voelen: hoe waarschijnlijk is het dat deze spreker doodernstig is als hij zegt wat hij zegt? Het lukt eigenlijk alleen als je de spreker goed genoeg kent, of op de een of andere manier weet dat hij in vertrouwde sociale kringen verkeert.

Het is menselijkerwijs onmogelijk om van al je medemensen te kunnen herkennen of ze ironisch zijn. Lees verder >>

Wat betekent het als iemand raar praat?

Door Marc van Oostendorp

Het coöperatieprincipe van de Britse filosoof Paul Grice (1913-1988) behoort zonder enige twijfel tot de grote taalkundige ontdekkingen van de twintigste eeuw. Het principe klinkt op het oog heel simpel: mensen gaan ervan uit dat deelnemers aan een gesprek zich coöperatief opstellen. Je praat met elkaar om een bepaalde reden, en wat iedereen zegt kan alleen in die zin begrepen worden.

Het verbluffende inzicht van Grice was dat het coöperatieprincipe je juist helpt om situaties te gebruiken waarin dat principe op het eerste gezicht geschonden wordt:

  • A: Hoe vind je mijn nieuwe boek?
    B: Het heeft een mooie kaft.

Lees verder >>

De meesterlijke ironie van Harry Mulisch

Door Marc van Oostendorp

In de novelle Het beeld en de klok van Harry Mulisch vindt een personage dat ‘de meester’ wordt genoemd en in wie de lezer vrij gemakkelijk de contouren van de schrijver kan onderscheiden een ironieteken uit:

Dat nieuwe leesteken had hij ingevoerd omdat hij voortdurend verkeerd werd begrepen. Omdat het uitroepteken gezien kon worden als het cijfer één met een punt eronder, ! en het vraagteken als het cijfer twee met een punt eronder, ?, was het ironieteken [een drie met een punt eronder]. Bij de aanvaarding van zijn orde in het koninklijk paleis had hij uiteengezet, dat dus nog een oneindig aantal leestekens mogelijk was, – met als culminatie: [∞ met een punt eronder].

De liefhebber van Mulisch vindt dit, als ik op mijn eigen oordeel mag afgaan, briljant. Het is ook Mulisch ten voeten uit: niet te bescheiden om de wereld niet te voorzien van een oneindig aantal leestekens, als dat ervoor kan zorgen dat de schrijver beter begrepen wordt. Lees verder >>

‘Ik zit bhel shi zombi achter de laptop’

Door Marc van Oostendorp

Dat Marokkaanse jongeren in Nederland graag hun taal kruiden met woorden uit het Berber en het Arabisch, dat weet vermoedelijk iedereen. Maar waarom doen ze dat eigenlijk?

De reden is aantoonbaar niet dat ze niet beter weten. Wanneer een Marokkaanse jongere een officiële brief moet schrijven, komt hij heus niet ineens met wollah aanzetten. Maar waarom doen ze het dan wel? In het meeste onderzoek tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat de jongeren het doen om hun identiteit uit te drukken of vorm te geven: door dat soort woorden te gebruiken laat je zien wie je bent, wie je wilt zijn, tot welke groep je hoort. Je creëert een onderlinge band door te laten merken dat je Marokkaanse woorden kent.

Maar in een interessant nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde laat de hoogleraar Berber-talen Maarten Kossmann zien dat ook nog een andere factor een rol kan spelen: Marokkaanse jongeren gebruiken dat soort woorden ook om een wat lichtere toets aan te slaan – om te laten merken dat ze wat ze zeggen licht ironisch is. Lees verder >>

Eindexamen vwo 2016: de enig juiste interpretatie van ironie

Door Marc van Oostendorp

Het is ze weer gelukt: vanmiddag werd het centraal eindexamen Nederlands bij vwo-scholieren afgenomen en ik ben weer uit mijn humeur. Wat is dat toch een afschuwelijke wereld, die je binnentreedt als je het examenblad openslaat. Wat ben ik toch blij dat je die wereld buiten het eindexamen nooit tegenkomt; en wat betreur ik die arme meisjes en jongens die hun entree tot het volwassen bestaan moeten maken door zich te conformeren aan een manier van lezen die ik verwerp.

Het is een wereld waarin je ondubbelzinnig kunt aanwijzen wat de ‘belangrijkste gedachte’ van een tekst is, benevens de ‘voornaamste argumentatie’ die er wordt gebruikt – allebei de kwesties worden herhaaldelijk aangesneden. Een wereld waarin zelfs de ironie objectief vaststelbaar is, en een wereld waarin het je de kop kost als je een uitwerking een precisering noemt, of andersom. Het is een wereld waarin je kortom leest op een manier die niet alleen alle vreugde uit het lezen slaat, maar die ook volkomen onzinnig is.

Dit is het vierde eindexamen vwo op rij dat ik maakte en het bezwaar is en blijft hetzelfde: Lees verder >>

De ironische zachte g

Door Marc van Oostendorp

Jolanda Joppe, De zachte g

De afgelopen week viel het me ineens bij twee mensen op: een ironische zachte g. Iemand die verder met een harde g praat, zegt ineens één woord of woordgroep met een zachte.

Eerst was het een collega, een retoricus, die mij om een gunst kwam vragen.  Althans als ik de harde g even schrijf als /χ/ en de zachte als /ɣ/ (dat is niet precies, maar wel duidelijk), zei hij:

– Ma/χ/ ik jou om een /ɣ/unst vra/χ/en?

De collega is een Zuid-Hollander en heeft bij wijze van spreke nog nooit een voet gezet in Breda of Roermond. Hij nam een korte pauze voor de /ɣ/.
Lees verder >>