Tag: intonatie

Nederlands op Turkse melodie

Door Marc van Oostendorp

Vloeiend Nederlands spreken ze over het algemeen, de Turken van de tweede generatie in Nederland, en ook nog een behoorlijk mondje Turks. De laatste taal is vaak technisch gezien hun eerste – ze hebben hem van hun ouders meegekregen –, maar omdat een groot deel van hun opleiding en hun maatschappelijk en sociaal leven zich natuurlijk in het Nederlands afspeelt, is die laatste taal in zekere zin sterker.

Je kunt daarom verwachten dat hun Turks meer vernederlandst is dan dat hun Nederlands is verturkst. Over onderzoek naar het eerste heb ik weleens geschreven, maar onderzoek naar het tweede is veel schaarser. Vaak gaat het dan over etnolectisch Nederlands, dat wil zeggen een taalgebruik waarmee mensen zich bewust of onbewust als ‘etnisch’ profileren. Dat kan zelfs betekenen dat Turken met een Marokkaanse z praten.

Maar uit nieuw onderzoek blijkt er dat ook in het ‘gewone’ Nederlands van Turken van de tweede generatie nog heel subtiele spoortjes Turks zitten. Lees verder >>

De vragenschaal

Door Marc van Oostendorp

untitled_artwork-8Er zijn graden van vraagachtigheid. De vraagachtigste vraag is er een die met een vraagwoord begint:

  • Waar haalt Abraham de mosterd? [1]

Iets minder vraagachtig is de ja/nee-vraag, die met de persoonsvorm begint:

  • Haalt Abraham zijn mosterd nu eens op? [2]

En de minst vraagachtige vraag heeft de vorm van een bewering:

  • Abraham is toch die man die altijd mosterd komt halen? [3]

Die vragenschaal correspondeert met andere dingen. Met de inhoud bijvoorbeeld: op vraagwoordvragen zoals  [1] moet je vrij veel informatie geven (een locatie, in dit geval). Op ja/nee-vragen zoals [2] volgt – de naam zegt het al – in ieder geval een ja of een nee. De ‘vraag’ in [3] impliceert dat de spreker het antwoord eigenlijk al weet. Lees verder >>

Extremere klemtoon in de Randstad?

Door Marc van Oostendorp

Vaak kun je zelfs door een wandje heen horen waar iemand vandaan komt. Wat de persoon zegt, hoor je niet: de identiteit van de klinkers en medeklinkers gaat verloren door de tussenliggende triplexplaten, maar toch hoor je: Hij is een Limburger en zij komt uit Rotterdam.

Dat komt door de zinsklemtoon en de intonatie – de toonmelodie die je over de zin heen legt en waarmee je het verschil maakt tussen:

  • Eet jij PLASTIC?
  • EET jij plastic?
  • Eet jij plastic!
  • Eet, jij plastic!

De precieze manier waarop we dat soort verschillen maken verschilt van dialect tot dialect. Iedereen weet dat onbewust wel – het Amsterdams heeft een andere melodie dan het Gronings – maar het verschijnsel wordt pas sinds kort serieus onderzocht. Een van de eerste artikelen erover verscheen deze maand in het Journal of Phonetics.

Lees verder >>

Zang versus zinsmelodie

door Miet Ooms

Gisteren ontdekte ik via Twitter een clipje, waarin het nummer ‘Let it go’ uit de Disneyfilm Frozen in 25 talen te horen is. Ik nodig iedereen uit om het zelf hier eens te beluisteren, liefst met de ogen dicht. Ik vond het alleszins een aparte ervaring.
De volgende talen komen aan de beurt, in deze volgorde: Engels, Frans, Duits, Mandarijn (Chinees), Zweeds, Japans, Spaans (Lat. Am.), Pools, Hongaars, Castiliaans, Catalaans, Italiaans, Koreaans, Servisch, Kantonees, Portugees, Bahasa Maleisisch, Russisch, Deens, Bulgaars, Noors, Thai, Canadees Frans, Vlaams. Dit zijn uiteraard niet alle talen waarin de film (en dus ook de song) is vertaald, het is wel een heel gevarieerde selectie. Lees verder >>

Iedereen zegt Huh?

Door Marc van Oostendorp

Met het woordje huh? kun je over de hele wereld terecht. Probeer het maar: ga naar een ver en vreemd buitenland, liefst een waar niemand een taal spreekt die u ook spreekt. Meng u onder de lokale bevolking en laat deze tot u spreken. Hoor een en ander geduldig aan en zeg dan: huh? Men zal opgelucht merken dat u een van de hunnen bent, en het voorafgaande nog eens herhalen.
Uit onderzoek dat een groepje Nijmeegse onderzoekers vandaag op PLOS One publiceert (de eerste auteur is Mark Dingemanse, een snel rijzende ster aan het firmament van de vaderlandse taalwetenschap), blijkt het zonneklaar: wij sprekers van het Nederlands staan niet alleen met ons huh? We delen het woord met sprekers van het Cha’palaa (in Ecuador), het IJslands, het Italiaans, het Lao, het Mandarijn, het Murrinh-Patha (in Australië), het Russisch, het Siwu (in Ghana) en het Spaans.
De onderzoekers beweren daarom dat huh een ‘universeel woord’ is. Hebben ze daarin gelijk? Is het universeel? Is het een woord?

Lees verder >>

Hè hoort niet bij de Nederlandse taal

Maar wel bij de Nederlandse cultuur

Door Marc van Oostendorp

Is  een woord? Dat vraag ik me sinds gisterenmiddag ineens af. Ik was bij een bijeenkomst waar Engels werd gesproken en ook een paar Nederlanders aan het woord kwamen. Sommige van hen doorspekten hun lezingen, met Engels:

– If we do this, hè, we will not succeed.

De praatjes waren allemaal in grammaticaal correct Engels en je kunt je niet voorstellen dat een van de sprekers er ineens een echt Nederlands woord tussen zou hebben gegooid (If we do this, we will not slagen.) Bovendien, toen ik eraan terugdacht, herinnerde ik me veel meer Nederlanders die  zeggen als ze Engels praten. Zelfs andere tussenwerpsels zou je denk ik niet zo snel verwachten (If we do this, tjonge, we will not succeed.) Vandaar dat ik dacht dat voor die sprekers misschien wel geen woord is.

Maar wat is het dan wel?

Lees verder >>

Hééééél leuk

Ik zat gisteren aan de lunch met een Poolse en een Catalaanse collega-taalkundige die allebei al een tijdje met Nederlanders verkeren. Ik stelde hun de vraag der vragen, wat ik eigenlijk het allerliefst zou willen weten: hoe klinkt onze taal wanneer je naar onze taal luistert zonder haar te verstaan? Je kunt het zelf niet weten, je kunt als moedertaalspreker nooit eens echt luisteren, altijd komt de betekenis er doorheen.

Daar kwam deze grafiek uit voort.
Lees verder >>