Tag: In Memoriam

Gedicht: Hans Verhagen • Azalea

Dichter en P.C. Hooft-laureaat Hans Verhagen overleden.

Azalea

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Keldert het vertrouwen in de voortplanting, drommen
er wel pap van lustende van onder gladgeschorenen
zich bescheurend samen voor een pas op!
slipgevaar-party

Lees verder >>

Gedicht: T. van Deel • De wereld

T. van Deel overleden.

De wereld

De geur van brem, van tijm, van vijg
vervlucht in het voorbijgaan tot een
eeuwigheid waarin ook het gestoofde
zand, de wierook van verhitte kruiden
zich mengt tot een verhoopt verband.
De kleur van oleander, agave en olijf
verlucht het heenbewegen door dal
en berg waar geitenbellen klinken
als water dat maar stroomt. Zo hevig
is het leven dan, het voelt en proeft en
het ontvalt, al meer en meer en meer.

T. van Deel (1945-2019)
uit: Boven de koude steen (2017)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: J.A. Dèr Mouw • God’s wijze liefde had ’t heelal geschapen

Vorige week honderd jaar geleden overleed J.A. Dèr Mouw – Bertram Mourits staat daar in het Literatuurmuseum bij stil. Het gedicht hieronder komt uit een na Dèr Mouw’s dood verschenen verzencyclus, waarin hij terugkeek op zijn jeugd.

God’s wijze liefde had ’t heelal geschapen:
vol lente, net als de appelbomen bloeien;
weldadig-groen liet voor het vee Hij groeien
het gras, voor ons doperwtjes en knolrapen,

’t varken om spek en ham, om wol de schapen,
om boter, kaas, melk, leer, vlees, been de koeien;
waar steden zijn, liet Hij rivieren vloeien;
het zonlicht spaarde Hij uit, als wij toch slapen. Lees verder >>

Gedicht: Alfred Kossmann • Toen ik dat las, Cornelis Bastiaan

Op Vaandrager’s gedicht van gister, over Anna Blaman, reageerde Alfred Kossmann (in Hollands Maandblad) als volgt: 

Toen ik dat las, Cornelis Bastiaan,
dacht ik: zo heette ze niet,
ze heette Johanna Petronella
en het stierf er niet van de katten,
er waren twee Siamezen.
Ze lag altijd op haar brede bed
waar overdag een divankleed over was gespreid.
Of eigenlijk lag ze niet,
ze hing tegen kussens.
In dat bed is zij gestorven
naast een vriendin die een dag of twee later
toestemming vroeg en kreeg
om nog een nacht bij haar te slapen.

Ik heb naast die vriendin in de begrafenisauto gezeten,
het was erg warm en ze huilde aan een stuk.
Haar man die van niets wist, zeiden ze,
keek onder het zwarte gordijntje door
en begon een gesprek over het vliegveld Zestienhoven. Lees verder >>

Gedicht: C.B. Vaandrager • I remember Anna

Op 13 juli 1960 overleed Anna Blaman (Johanna Petronella Vrugt).

I remember Anna

De de Vliegerstraat is een straat
waar ik zelden of nooit iets te zoeken heb.
Ik rij er langs, dat is alles.
Ik rij er regelmatig langs, dat is een feit,
en altijd moet ik even denken
aan Johanna F. Vrugt
en het benedenhuis op nr. 50a

Ik ben er 1,
hooguit 2 keer geweest.
Het stierf er van de katten.
Ze lag altijd in bed
of op een divan onder de dekens
Ze was altijd ontzettend hartelijk.
Ik vond haar ontzettend lelijk en ontzettend aardig.
Maar laten we eerlijk zijn:
schrijven kon ze niet.


Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992)
Made in Rotterdam, Gard Sivik 32

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Karel ten Haaf • drie gedichten

Schrijver/dichter/trotskist Karel ten Haaf, die in 2007 debuteerde met een bundel van 544 blz., is overleden.

Credo

Bewaar mijn nimbus, wil je
eens
zal ik hem – misschien –
wel komen halen

Als ik zin heb
en tijd

Als het bewijs voor
Gods bestaan
onomstotelijk
gegeven is

Houd mijn nimbus, wil je
het heeft geen zin, hij is de jouwe
eens
zal jij hem – als ik –
weloverwogen afstaan

Verbrand mijn nimbus, wil je
en zijn rook stijgt kaarsrecht omhoog

*

over de zin van het leven

soms wou ik, dat ik zeldzaam weinig voorhoofd had
een hoofd met weinig voorhuid had,
gewoon een kale eikel was,
een lul van hier tot ginder

– ik ben het weten soms zo zat

*

rei

meisje ik heb mijn hart verloren
is het aan jou misschien

Karel ten Haaf (1962-2019)
uit: Meisjespijn (2007)

—————————–

Gedicht: Leo Herberghs • schoonheid & erts

Dichter Leo Herberghs is afgelopen weekend overleden.

schoonheid

schoonheid is
een gebrek aan ernst

zoals een onbewegelijke vogel
geen vogel meer is

elk woord onhoffelijker
dan een getal is

zoals water vlees is
de golf een zwaard
dat de zee stuk slaat

erts

ik rust in het donker
van een erts. wie zegt dat ik ben
is een ander erts
even donker

voel maar mijn adem
is hard. mijn lippen plooien
zich niet. ik verander
niet van gedaante

kon ik muziek zijn
was ik een wolk of een tak
ik brak uit mij zelf, ik bewoog
uit mij vandaan

kijk maar, ik ben
donker, beweeg niet
zelfs een bliksem
ontdekt mij niet, lieve

Leo Herberghs (1924-2019)
uit: Portret van een landschap. Gedichten 1953-1997 (1998)

—————————–



In memoriam Dick Blok

Door Rudi Künzel

Ik heb Dick een halve eeuw gekend en twintig jaar daarvan met hem samengewerkt aan het Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200 (1987). We zijn elkaar blijven zien na zijn pensionering en mijn vrouw Anne-Ruth en ik hebben ook meermaals samen Henny en hem opgezocht. Ik was op hem gesteld.

Dick was een degelijk opgeleide mediëvist die hield van de ambachtelijke kant van het vak. Zijn proefschrift Een diplomatisch onderzoek van de oudste particuliere oorkonden van Werden (1960) is een briljant stuk werk.

Niermeyer was de eerste hoogleraar in de Middeleeuwse Geschiedenis aan de UvA. Hij had – zonder anderen te kort te willen doen – twee belangrijke leerlingen, Co van de Kieft en Dick Blok. Co volgde Niermeyer op toen die voortijdig stierf. Dick had toen al een eigen domein en werd eerst docent, later hoogleraar in de naamkunde in verband met de nederzettingsgeschiedenis. Lees verder >>

Gedicht: Patty Scholten • De dood & Het pad

Patty Scholten is afgelopen zaterdag overleden.

De dood
voor James Brockway

Die norse gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: ‘Kom ik gelegen?’
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.

Beloftes worden niet door hem gedaan
en nooit zal hij zijn knekelvoeten vegen.
Hij kent geen smalltalk. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.

Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: ‘Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp, die vaas, het doet er niet meer toe.

Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.’ Lees verder >>

Gedicht: Shrinivási • Iets en zijn waarom

Alwéér een Surinaamse dichter overleden, de vijfde in vijf weken: Shrinivási.

Iets en zijn waarom

Zie je
alles ontvalt je
de details ben je vergeten.

De boom laat
elke dag
een blad los.

Rondom de stam
versteent de grond.

Alles ontgaat je
De kinderen zeggen:
dat weten wij allang…

Je kunt het niet overdenken.
Een lach verraadt
iets en zijn waarom.
Maar verder kom je niet.
Je bent het gelijk weer kwijt.
En je vertelt
van vroeger
en verzwijgt
de boom in bloei
waaraan de vruchten
tot takkenbrekens toe
hingen te lonken.

En nu
zo laat in het seizoen
tegen de mond van
een nieuw gebeuren
tasten de handen
tevergeefs
naar het eerste wonder.

Shrinivási (1926-2019)

———————————–

Gedicht: Bhai • drie gedichten

Op dezelfde dag als zijn jaargenoot Michaël Slory overleed eergister de Surinaamse dichter James Ramlall (ook bekend als Bhai).

dhan ka dukhra
(Rijstesmart)

Slechts zij, die uit rijst geboren zijn
Slechts zij, die in rijst zijn opgegroeid
Slechts zij, die door rijst gestorven zijn
Kennen alleen de jammerklacht der halmen.
Want weet, dat iedere groei
in wezen sterven is
en iedere bloei vergaan.
Zo weet dan ook, dat iedere oogst
zeer smart’lijk is.

Lees verder >>

Gedicht: Wilbert Cornelissen • Proustzeep

Wilbert Cornelissen overleed op 19 oktober jl. Eind mei verscheen zijn vierde bundel Elke dag een / proefsleuven, in feite een bloemlezing uit de 3417 gedichten die hij (‘elke dag een’) schreef tussen 2007 en 2016. Op de Coster-site nog twee gedichten uit deze bundel.

Proustzeep

je bent anders zo verschrikkelijk zuinig met de kruimel,
de geurmolecuul,

of delicaat met een geluid, het tikken van bestek op
een porseleinen bord, of een beweging,

het (bijna) struikelen over een tegel;
Proust pakt één draad en trekt er heel voorzichtig aan;
Lees verder >>

Gedicht: Armando – Het laatste gesprek

Armando overleden.

Het laatste gesprek

‘Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?’
‘Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?’
‘Ik wacht op woorden, heer.’
‘Ik was de Dader, u het Offer. De medemens is leeg.’
‘Sterven Daders niet?’
‘Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.’
‘Heeft u ginds gesproken, heer?’
‘De dagen zijn beschreven.’
‘Heeft de Tijd nog kwaad gewild?’
‘Ja, het slagveld is begroeid.’
‘Geen spoor van oorlog meer?’
‘Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.’
‘Nadert weer de Dood, o heer?’
‘Neen. Hij was er al.’

Armando (1929-2018)
uit: Dagboek van een dader (1973)

———————————–

Internet-poëzie-pionier Rob de Vos overleden

Rob de Vos, meer dan twintig jaar de drijvende kracht achter het e-poëziemagazine Meander, is begin deze week onverwacht overleden in zijn woonplaats Hoogvliet. Hij zou op 20 mei 63 jaar zijn geworden.

De Vos was de geestelijk vader van Meander. In 1995, een jaar nadat internet (toen nog met een hoofdletter geschreven) op grotere schaal in Europa was geïntroduceerd, zette hij, nadat hij iets dergelijks eerder al op papier had gedaan, een literaire e-mailnieuwsbrief met een bijbehorende website op en noemde het geheel Meander.

Dit e-magazine annex nieuwsbrief beoogde (en beoogt) vooral kansen te geven aan beginnend literair talent, maar al snel bleken ook meer gevestigde dichters graag bereid om erin te publiceren. In de loop van de jaren heeft een enorme hoeveelheid dichters (op den duur werd uitsluitend voor poëzie gekozen en werd het publiceren van literair proza verlaten) in Meander gepubliceerd en heeft een keur aan mensen (net als Rob zelf altijd om niet) aan het magazine meegewerkt. De wekelijkse nieuwsbrief heeft een bereik van ruim 7000 abonnees.

Rob was 23 jaar lang de spil van Meander. Hij was webmaster, redacteur, ideeënbedenker, boekhouder en bestuurder. Het zal de redactie en de medewerkers zwaar vallen zonder hem verder te moeten.

Bestuur, redactie en medewerkers van Meander

Gedicht: F. Starik – Volgende keer & Het evangelie van Starik

Dichter en ‘Eenzame uitvaart’-coördinator F. Starik overleden.

Volgende keer

Als ik in een volgend leven terugkom, graag zonder
mondkapjes, plastic handschoenen, graag geen
verpleegsters met een mutsje op, leggende infusen
aan ziekenhuisbedden, graag zonder ziekenhuizen

in het algemeen, helemaal geen. Als ik in een volgend leven
terugkom, graag, laten we dan in ieder geval een paar
dingen afspreken; geen verrassingen meer, laat ons
de volgende keer allemaal tegelijk het pand verlaten

niet dat telkens zomaar iemand, terwijl we staan
te praten, ertussenuit wordt gehaald, midden in een gesprek
vertrekt, alsof er een mobiel afgaat – die neem je even op.

Dat er ergens iemand aan je denkt. Worstelt met een vraag alsof
jij daarop een antwoord weet. Dat dus allemaal graag niet nog
een keer. Mobieltjes uit. Mondkappen af. Zo niet meer. Stop.

uit: Victoria (2009)

*

Het evangelie van Starik

Ik moet mijn zoon nog zeggen
dat hij moet leren op zichzelf
te staan, ik moet hem uitleggen

je komt alleen, je gaat alleen
en onderweg zijn vele wegen
maar die gaan nergens heen.

Twaalf is hij. En grijnst verlegen.

F. Starik (1958-2018)
uit: Songloed (2007)

———————————–

Maarten van den Toorn 4 januari 1929 – 23 november 2017

door Maarten Klein

51 jaar geleden, 19 jaar oud, begon ik in Utrecht, bij het Instituut De Vooys, Emmalaan 29, aan de studie Nederlands. Direct voelde ik in de gangen van dat statige pand een bijzondere sfeer, een magische sfeer van wetenschap die gecreëerd werd door de fantastische docenten die er toen waren: Gerritsen, Sötemann, Van den Berg, Koelmans, Vermeer en Van den Toorn. De neerlandistiek, zo voelde ik in de bibliotheek en collegezalen, was een bijna heilige wetenschap, je was een bevoorrecht student als je in de Nederlandse taal- en letterkunde ingewijd mocht worden.

Lees verder >>

Overleden: M.C. van den Toorn (4 januari 1929 – 23 november 2017)

Door Marc van Oostendorp

Ons bereikt het bericht dat de taalkundige M.C. (Maarten) van den Toorn afgelopen donderdag in zijn woonplaats Nijmegen overleden is.

Van den Toorn studeerde Nederlands in Leiden en was daarna jarenlang verbonden aan het Instituut De Vooys van de Universiteit Utrecht. In 1974 werd hij benoemd als hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde onder andere een veel bestudeerde Nederlandse Grammatica (Prisma, 1973), een leerboek over de Nederlandse taalkunde en een studie over de taal van het nationaal-socialisme. Ook stond hij aan de basis van de Algemene Nederlandse Spraakkunst.

Van den Toorn was een neerlandicus van de oude stempel, die het vak nog in zijn geheel had kunnen overzien voor het gaandeweg specialistischer werd. Hij bleef zijn hele leven ook belangstelling houden voor de letterkunde en hij hechtte er ook aan zich helder uit te drukken. Tegelijkertijd was hij sceptisch over het bestaan van dat vak: zijn afscheidscollege was getiteld De eenheid van de neerlandistiek, en hoewel Van den Toorn betwistte dat er ooit zo’n eenheid was geweest, pleitte hij wel voor meer streven naar gezamelijkheid.

Bovenal was Van den Toorn zelf natuurlijk een taalkundige, die zijn vak goed bijhield, en die ook op de hoogte was van moderne ontwikkelingen, zoals de Chomskyaanse taalwetenschap. Bekend is zijn artikel over ‘De methode Paardekooper‘, waarin hij de bekende grammaticus respectvol bekritiseerde vanwege diens gebrek aan theoretisch kader. Tegelijkertijd was Van den Toorn in zijn eigen werk toch ook vooral een eclecticus die het moest hebben van goede inzichten, los van strakke theoretische kaders.

Bij dit alles was Van den Toorn een zeer beminnelijk mens die tot deze week geïnteresseerd bleef in het vak; ook in de jonge mensen die erin werkzaam waren.

Vijfentwintig jaar geleden schreef Van den Toorn een aardig autobiografisch essay voor Neerlandica extra muros.

In memoriam Ben Peperkamp (21 april 1959 – 18 november 2017)

Door Johan Koppenol, Anne-Fleur van der Meer en Nelleke Moser (Literatuur en Samenleving, Vrije Universiteit)

Op 18 november 2017 overleed in het VUmc, aan de gevolgen van een longembolie, prof.dr. Ben Peperkamp, onze hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Vrije Universiteit. Wij zijn onthutst en verslagen door dit plotselinge verlies.

Ben werd geboren in Den Haag op 21 april 1959, maar hij groeide op in katholiek Brabant. Als jongetje mocht hij regelmatig zijn school verzuimen om misdienaar te zijn, omdat hij zo mooi vroom kon kijken – hij vertelde graag over de rijksdaalders die hem dat opleverde. Ben ging Nederlandse Taal en Letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap studeren  in Utrecht. Na zijn afstuderen in 1987 begon hij daar aan een promotietraject en ook na het voltooien zijn dissertatie, bleef hij werkzaam aan de Universiteit Utrecht als docent, hoofddocent en senior onderzoeker.

In 2007 werd hij hoogleraar aan de VU. Ben begon zijn VU-loopbaan aan een traditionele opleiding Nederlandse taal en cultuur. Een aantal jaren na zijn aanstelling besloot de Faculteit Letteren  van de Vrije Universiteit te kiezen voor een model van brede bacheloropleidingen. Het werd een ingrijpende operatie, waarbij oude opleidingen verdwenen en samengevoegd werden in nieuwe constellaties. Zo ontstond in 2013 de opleiding Literatuur en Samenleving / Literature and Society. Het was Ben die met een enorme denk- en daadkracht de kar trok om de vereiste omslag mogelijk te maken. De website van de nieuwe opleiding is prachtig en terecht was Ben daar heel trots op: het is voor een belangrijk deel zijn werk. Lees verder >>

Overleden: Ben Peperkamp (1959-2017)

Dit weekeinde is onze collega prof. dr. Ben Peperkamp, bij leven hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de VU in Amsterdam, overleden aan de gevolgen van een longembolie.

Peperkamp was vooral bestuurlijk zeer actief en had onder andere zitting in de Raad voor Cultuur en in het bestuursdomein van NWO Sociale en Geesteswetenschappen. Daarnaast publiceerde hij over moderne Nederlandse literatuur; recent nog verscheen een editie van de dagboeken van Doeschka Meijsing die hij samen met Annette Portegies verzorgde.