Tag: Ilja Leonard Pfeijffer

Ilja Leonard Pfeijffer als jambicus

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (10)

Door Marc van Oostendorp

Alexandrijnen zijn de meest Nederlandse versvorm die er bestaat. ‘Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange leste’ van Vondel (de eerste regel van diens toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel) is een bekend voorbeeld.

Ze bestaan uit zes  eenheden van een onbeklemtoonde en dan een beklemtoonde lettergreep, ‘jamben’: taDAMtaDAMtaDAMtaDAMtaDAMtaDAM. Ze hebben een breekpunt, een cesuur, na de derde beklemtoonde lettergreep (hier: recht). Dat breekpunt betekent dat de volgende lettergreep nooit tot hetzelfde woord behoort en eigenlijk ook niet tot dezelfde woordgroep.

De alexandrijn is, zoals Friedrich Kossmann, de grootste geleerde op het gebied van de Nederlandse metriek, in 1963 liet zien, door Nederlandse dichters gecreëerd in de zeventiende eeuw. Andere tradities kennen hem niet, of hij is er in ieder geval niet zo populair. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als pornograaf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (9)

Door Marc van Oostendorp

aandeeltje, boeing, brandweerslang, designpiston, dinges, dreglijn, erectie, fluit, frikadel, gepiemelte, geslacht, geslachtsdeel, glijpaal, grote, heipaal, johan-friso, joystick, kleinduimpje, kleine heer, kruis, lans, lardeerpriem, leuter, lul, meneer des huizes, neukstaaf, paal, paalmansje, paling, penis, pennetje, pias, piemeltje, piemertje, Piet, pikkemans, pik, pikkie, pinkeltje, pi-pa-puddingbuks, pisbuis, pook, praalhans, prakkertje, ranshansje, roe, sigaar, slurf, slurfje, snikkel, snikkeltje, snorkel, snorkeltje, spies, staart, stijve, stokbrood, stukje stinklijf, tokkeletokus, vleeshomp, wat er in het broekje hangt, Willem-Alexander, ijsje, zuigstang

aars, aarsje, aarshol, anus, billen, booty, hammen, hol, holte, kleffe kadetjes, kont, kontje, krent, lubberkwabben, piece of ass, poepertje, poepgaatje, poepgat, reet, roos, stoelgang, tokus, snolhol, zweethol Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als cryptogrammaticus

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (8)

Door Marc van Oostendorp

Van alle Idyllen uit Ilja Leonard Pfeijffers gelijknamige bundel uit 2015, wordt de zevende het vaakst geciteerd, ook door de dichter zelf. Hij nam hem, als enige eigen werk, op in zijn recente dikke bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 20e en 21e eeuw.

Als ooit een gedicht programmatisch heeft geklonken, dan is het de zevende Idylle:

Geen deconstructies meer, geen cryptogram, geen quiz.
We zullen moeten leren zeggen hoe het is.
Ik heb het zelf in het verleden fout gedaan,
ontwortelaartje dat ik mij daar was. De waan
dat ik de toch al losse schroeven nog meer moest
ontregelen en hoopjes zekerheden woest
moest ondergraven, heeft de zaak geen goed gedaan.

Er zijn mensen die dit gedicht door deze toon inderdaad lezen als een programma. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als verticaal toerist

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (7)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn weinig schrijvers die zich zo consequent zo negatief hebben uitgelaten over het toerisme als Ilja Leonard Pfeijffer. Een van zijn eerste gedichten heet venetië en beschrijft spottend het lot van de toerist:

duizenden drommen hun middagen af
met moegemutste fotografen in de rol van wanhopig
genietend

Op een ironische manier komt dezelfde observatie terug in La Superba:

Ik houd van toeristen. Ik kan ze urenlang gadeslaan en volgen. Ze zijn aandoenlijk in hun vermoeide pogingen om iets te maken van de dag.

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als komische zitter

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (6)

Door Marc van Oostendorp

Ilja Leonard Pfeijffer is een meester van het zitten. In zijn werk wordt weliswaar af en toe ook gewandeld en op bed gelegen, maar ik geloof dat er weinig schrijvers zijn voor wie het zitten zo’n karakteristieke pose is: in het café, op het terras, naakt op de bank.

Als je erop gaat letten, merk je dat ook zijn personages heel veel zitten, en zulks niet alleen in de gevangenis of het gesticht. Deels heeft dat te maken met, of staat het zelfs symbool voor, het niet-actieve leven dat ze leiden. In Rupert en in La Superba wordt bijvoorbeeld uitvoerig werk gemaakt van het zitten op een terras.  Terwijl andere personages in Het ware leven op allerlei manieren in beweging komen, blijft de Ilja in dat boek meestal zitten. In het toneelstuk Malpensa is het eerste dat de hoofdpersonages aan elkaar vragen: ‘Is deze stoel vrij?’

“Als de goden al bestaan”, zei Epicurus volgens Pfeijffer in Second Life,  “dan zitten zij ergens ver weg op een stralende ster gelukzalig te wezen”.  Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als lekker wijf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (5)

Door Marc van Oostendorp

Het tweede leven dat de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ooit leidde, bestaat nog steeds. In 2007 begaf hij zich enkele maanden op Second Life, een website waar de internetgebruiker zich een andere identiteit kan aanmeten – een poppetje dat je kleren kon aandoen en een naam kon geven en waarmee je dan een wereld in kon trekken met andere poppetjes met andere namen en andere kleren.

Het was een hype, in 2007. Bedrijven richtten er kantoren in: hier zouden de klanten te vinden zijn. Universiteiten gingen college geven op Second Life. ‘First Life’-gemeenten openden er hun loket. De toekomst was een poppetje met een zelfverzonnen naam en een zelfinelkaargepixeld jurkje.

Ilja Leonard Pfeijffer was Lilith Lunardi. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als plagiator

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (4)

Door Marc van Oostendorp

Wie herinnert zich nog de opwinding van vijftien jaar geleden, toen de roemruchte dichter Ilja Leonard Pfeijffer zijn prozadebuut maakte met de roman Rupert. Een bekentenis en door het Dagblad van het Noorden werd gesnapt als plagiator? Het literaire weblog Rottend Staal maakte er nog een opgewonden dossier van, dat gelukkig nog online staat, anders zou niemand weten wat er toen allemaal aan de hand was. Ad Melkert zou de nieuwe premier worden, en in de wereld der boekenbijlagen gonsde het: na Adriaan van Dis was nu ook deze blaag betrapt!

Een paar weken later werd Pim Fortuyn vermoord en verlegde de aandacht zich.

Het ging indertijd om hoofdstuk 8 van het deel ‘Tweede zitting’ van de roman. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer as a young man

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (3)

Door Marc van Oostendorp

Klik op afbeelding om haar groter te maken

Ja, mensen, ik heb een van de oudste tekstjes van de vooraanstaande Nederlandse dichter Ilja Leonard Pfeijffer in handschrift in mijn bezit. 19 was hij toen hij het bovenstaande schreef: hij had nog 20 jaar in Leiden voor de boeg, en daarna 20 jaar Genua, en daarna nog vele jaren op een andere plaats die we nu nog niet kennen. (‘Casablanca, Tunis, Zanzibar of Gotham City’, voorspelt hij in La Superba.)

Ik had indertijd nog meer teksten van hem, want Pfeijffer, die twee huizen verder woonde op de Hogewoerd in die verdoemde provinciestad waar mensen alleen langer dan een middag verblijven als ze doodongelukkig willen zijn, en die ik kende van het studentenkamerorkest LESKO, had mij bekend dat hij dichter wilde worden en me wat van zijn eerste gedichten laten lezen. Zo ging dat in die jaren, ik kreeg meer gedichten van leeftijdgenoten voor commentaar.

Ik hoop dat studenten dat onderling nog steeds doen, dan is er nog wel hoop voor de wereld. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als criticus van het onvoltooid deelwoord

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (2)

Door Marc van Oostendorp

Een tijdlang maakte Ilja Leonard Pfeijffer een gimmick van zijn afkeer van het onvoltooid deelwoord. In een bespreking van werk van Adriaan Roland Holst:

Deze verzen herbergen de twee grootste poëtische doodzonden: het tegenwoordig deelwoord en het gedachtestreepje.

Een bespreking van Een nieuw Paaslied van Gerard Reve:

Verder heeft het gedicht iets wat in poëzie ten strengste is verboden: tegenwoordige deelwoorden. Niet alleen ‘denkend’, ‘opbotsend’, ‘schreiend’, ‘neuriënd’, ‘profeterend’ en ‘pogend’, maar ook ‘voortwandelend’ en om het nog erger te maken zelfs ‘al voortwandelend’.

Hans Faverey dan: Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als Alexandrijn

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (1)

Door Marc van Oostendorp

Inmiddels is ze weggëbd, de agressie die  Ilja Leonard Pfeijffer ooit opriep. Je las d’r in de kranten, je kwam d’r tegen in gesprek met geletterde mensen: die Pfeijffer was een braller, een krullendraaier die met veel bravoure zichzelf in de kijker werkte, maar eigenlijk maar weinig te melden had, iemand die met zijn dichterlijk lange haren maar een beetje in de provinciestad waar hij was neergestreken Chouffes zat te drinken en de romantische poëet uit te hangen zonder daadwerkelijk iets poëtisch tot stand te brengen.

Nee, dan de grote schrijver Arie Storm!

Ik geloof dat de critici minstens één ding over het hoofd zagen: dat ze zelf een te romantisch beeld hadden van het dichterschap, een beeld waarin iemand gaat dichten doordat een innerlijke demon hem ertoe drijft. Op zijn minst verwachten we van een dichter dat hij dicht omdat hij iets bijzonders te vertellen heeft en dan eventueel een mooie, of goede, of interessante vorm voor het vertelde probeert te vinden.

Iemand die vooral schrijver werd uit liefde voor de taal, om met taal bezig te kunnen zijn, om zich in verschillende genres te kunnen oefenen; omdat het fijn is om woorden op een beeldscherm te toveren – zo iemand past nog altijd niet in ons beeld. Met woorden toveren, dat kan mijn zus ook.

Lees verder >>

Sanskriet op de beat

De grootste woordenschat in nederhop

Door Alex Reuneker (Universiteit Leiden), Vivien Waszink (Instituut voor de Nederlandse Taal) en Ton van der Wouden (Meertens Instituut)

Op The Pudding – een onlinetijdschrift met ‘visuele essays’ – verscheen een interessant onderzoekje naar de woordenschat van Amerikaanse hiphopartiesten. De vraag was simpel: ‘Als literatuurliefhebbers Shakespeare roemen om zijn grote vocabulaire, hoe verhouden hedendaagse rappers zich daar dan toe?’. Onderzoeker Matt Daniels vergeleek van een aantal rappers 35000 woorden en gebruikte daarbij evenveel woorden uit Shakespeares werk en uit Melvilles Moby Dick als ijkpunt. Wat bleek? 50 Cent, Drake (zou ’ie nog komen?) en DMX scoren het laagst, met iets meer dan 3000 unieke (dus verschillende) woorden, maar GZA en Aesop Rock overtreffen zelfs Shakespeare (5170 unieke woorden) en Moby Dick (6022 unieke woorden) met meer dan 6400 unieke woorden. Dat bleef niet onopgemerkt; media als The Guardian en Rolling Stone berichtten erover.

Uiteraard zegt het aantal unieke woorden in een tekst niet zozeer iets over kwaliteit, maar het laat wel iets zien over de woordenschat van rappers. Dat gegeven leek ons – drie taalkundigen, onder wie één fervent hiphopliefhebber – interessant genoeg om hetzelfde te doen voor ‘nederhop’, Nederlandstalige hiphop. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer wint Prozaprijs van de KANTL

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) heeft haar Prozaprijs van 2016 toegekend aan Ilja Leonard Pfeijffer. Hij krijgt de prijs voor de roman La Superba, die in 2013 bij De Arbeiderspers is verschenen.

De KANTL reikt voortaan nog jaarlijks één literaire (en daarnaast ook één wetenschappelijke) prijs uit. De literaire prijs van 2016 bedraagt 5.000 euro en bekroont een Nederlandstalig prozawerk uit de periode van 2011 tot 2015.

De uitreiking gebeurt tijdens een openbare vergadering van de KANTL op woensdag 21 december in het Academiegebouw in Gent.

In de jury zetelden de volgende leden van de Academie: Hugo Brems (voorzitter), Piet Couttenier, Luc Devoldere, Bart Vervaeck en Erik Vlaminck.
De jury noemt La Superba “een buitengewoon rijke, labyrintische, fascinerende en verwarrende roman” en vindt het “een boek dat fascineert en afstoot, dat ontroert en bij momenten doet walgen, dat choqueert en dat verontrust, dat doet nadenken en doet lachen.”
Vorige laureaten van de prozaprijs van de KANTL waren Stefan Brijs (De engelenmaker, 2006) en Arnon Grunberg (Tirza, 2011).

Meer informatie over de prijs vindt u hier.
Meer informatie over de uitreiking vindt u hier.

Het leven: een toneelstuk zonder regisseur

Door Marc van Oostendorp

 

Gehaast maakte Ilja Leonard Pfeijffer, de dichter met de lange manen en de poëtensnor, de romancier die ooit naar Genua fietste om daar in vrijwillige ballingschap te leven, de toneelschrijver van wie zojuist een fonkelend stuk in premiere was gegaan, gisterenavond een buiging. Hij wist van verlegenheid niet hoe snel hij van het toneel moest hollen.

Er was weinig reden voor die timiditeit, want voor zover ik kon peilen, had het publiek het stuk doorgemaakt zoals het bedoeld was. Het had vanaf het begin gelachen en waar de regieaanwijzingen zeiden dat het stil moest zijn, was het publiek ook stil.

Blauwdruk voor een nog beter leven, heet het nieuwe stuk dat Pfeijffer baseerde op Noel Cowards komedie Design for living van Noel Coward, maar waarin hij bijna evenveel Pirandello stopte.
Lees verder >>

Hoe ik een dialoog leerde schrijven

Door Marc van Oostendorp


Hoe gaat het inmiddels met mijn goede voornemens? Ik ging toch beter leren schrijven dit jaar? Waarom merken jullie daar dan zo weinig van?

Het kwam, mijn leraar is Ilja Pfeijffer is veel te aardig voor mijn medecursist die haar opdrachten steeds veel te laat inlevert. Affijn, ik heb dus sinds de vorige keer ook heel lang moeten wachten, maar inmiddels ben ik toch echt wel een stapje verder. Want inmiddels kan ik ook een dialoog schrijven, waar je bij staat.

De tweede opdracht luidde:
Lees verder >>

Schrijfles van Pfeijffer: begin uw zinnen met ‘hoewel’

Het jaar van de stijl

Door Marc van Oostendorp

Beter leren schrijven – dat was mijn voornemen aan het begin van dit jaar. Dus meldde ik me bij mijn eerste privé-leraar: de gelauwerde Italiaans-Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer. Hij accepteerde me na enige onderhandelingen als leerling in een schriftelijke cursus die bestaat uit een aantal opdrachten die door de meester van commentaar worden voorzien. Er is ook een andere cursist die ik niet ken maar die volgens Pfeijffer “wel heel slim is”, en die dezelfde opdrachten uitvoert.

Op 8 januari kregen we ons eerste huiswerk:

Je eerste opdracht is om een grote kerststal te beschrijven. Je weet wel. Met honderden poppetjes in papier-maché-bergen die elektrisch zijn aangedreven. Kort. Een alinea. 100/200 woorden.

Lees verder >>