Tag: identiteit

Genks en Jiddisj

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Lees verder >>

De verbondenheid van Nederlanders met hun taal

Door Marc van Oostendorp

De journalist van Trouw die me er vorige week kort over interviewde, deed heel geheimzinnig over het rapport van het Sociaal-Cultureel Planbureau over de Nederlandse identiteit: hij kon er niet teveel over vertellen, maar er zou wel instaan dat taal door Nederlanders héél belangrijk werd gevonden.

En of dat dan niet strijdig was met het feit dat Nederlanders zoveel Engelse woorden gebruiken.

In feite staat er in het rapport helemaal niet zoveel meer dan die journalist suggereerde. Uit een onderzoek van het SCP blijkt inderdaad dat Nederlanders taal het vaakst noemen als een verbindend element. Wie het rapport zelf leest, merkt dat dit geen nieuws is. Taal wordt vaak het allerbelangrijkst gevonden in dit soort onderzoeken – ook in andere landen. Het is natuurlijk ook iets dat je met vrijwel al je landgenoten bindt in een land waar de facto één taal dominant is, zoals Nederland.

Lees verder >>

18 april, Delft: Interscience-bijeenkomst over identiteit

Woensdag 18 april vindt in de Prinsenhof te Delft een Interscience bijeenkomst plaats van De Jonge Akademie over Identiteit. Met lezingen van Adriaan van Dis, Lotte Jensen, Quentin Bourgeois en Virginia Dignum. Ze vertellen over het idee dat de strijd tegen het water de Nederlandse identiteit zou hebben gevormd, het opgroeien ‘tussen rijstkorrel en aardappel’, de identieke grafheuvels die over een afstand van duizenden kilometers worden gevonden en de menselijke identiteit in het robottijdperk.

Tijd 19.00-20.50. De toegang is gratis, maar je moet je wel even aanmelden via de site van de Jonge Akademie.

7 september 2017: 26e Bert van Selm-lezing, Leiden

Op donderdag 7 september 2017 zal in Leiden de zesentwintigste Bert van Selm-lezing plaatsvinden met de voordracht van prof. dr. Mary Kemperink (Universiteit Groningen) onder de titel: ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.

Literatuur heeft het vermogen om ons te ontroeren en te amuseren. Veel lezers zullen dit onderschrijven. Iets anders is dat literatuur, vaak op een tamelijk onmerkbare manier, onze blik stuurt op de wereld buiten het boek: op onze (directe en minder directe) omgeving, op de mensen die we daarin tegenkomen en niet in de laatste plaats ook op onszelf. Welke thema’s een gedicht of verhaal ook mag bestrijken, en wat voor soort personages er ook in mogen optreden, literatuur gaat als puntje bij paaltje komt altijd over mensen. En zo worden we geconfronteerd met personages die gedragingen, gevoelens en soms zelfs complete persoonlijkheden laten zien waarvan we voorheen het bestaan niet of nauwelijks vermoedden, of die we juist verheugd als een tweede ik begroeten. Literatuur reikt ons daarbij denkschema’s aan die we bewust of onbewust in de wereld buiten het boek gaan toepassen. In deze lezing zal worden geïllustreerd hoe spectaculair dit kan gebeuren door de rol te belichten die literatuur in de periode 1885-1925 heeft gespeeld bij het medisch, juridisch en maatschappelijk op de kaart zetten van de homoseksueel als iemand met een specifieke, herkenbare lichamelijke en psychische identiteit. Lees verder >>

Programme Announcement 2nd Postgraduate Colloquium in Low Countries Studies (London, 6th-7th July 2017)

In just under two weeks postgraduate students of Dutch and Flemish DrHLstoryhistory, literature, translation studies and sociology will come together for the second edition of the ALCS Postgraduate Colloquium. This international meeting is designed to foster links between British and Irish Low Countries Studies and scholars from other countries, and to support the next generation of researchers in our field. The conference will take place in the medium of English and we welcome anyone with a curiosity about the Netherlands and Flanders or any of the topics up for discussion. This year’s papers are particularly exciting, with strong themes of identity, ideology and transnationality emerging. The keynote will be given by our chair, Henriette Louwerse (University of Sheffield). Lees verder >>

Oorlog met andere middelen

Door Marc van Oostendorp

vieren-van-vrede_rgb-1024x874Ik ken echt helemaal niemand die liever Dantes Paradiso leest dan Inferno. Ellende moet er zijn en anders vallen we in slaap. Wat dat betreft valt Lotte Jensen niet te benijden, die voor haar boek Vieren van vrede. Het ontstaan van de Nederlandse identiteit 1648-1815 door vele, vele jubelzangen, allegorieën en vrome overpeinzingen over de vrede heeft moeten doorwerken.

Maar het bleek een ijzersterk idee. De zeventiende en de achttiende eeuw waren een periode van opeenvolgende grotere en kleinere conflicten in Europa, waar Nederland op allerlei manieren bij betrokken waren. In het nawoord wijst Jensen er terecht op dat bij het opsommen van al die oorlogen weleens vergeten wordt dat er dan natuurlijk net zo vaak vrede werd gesloten. En de teksten die dan geschreven werden, geven misschien de moderne lezer weinig esthetisch genoegen – maar wetenschappelijk zijn ze juist interessanter. Lees verder >>

‘Nederland is een taalgemeenschap’

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1Soms komt zelfs uit het Meertens Instituut ineens een heleboel onzin kruien. De afgelopen maanden is bijvoorbeeld bij ons de journalist Warna Oosterbaan op bezoek geweest. In NRC Handelsblad schreef hij vervolgens vorige maand een artikel waarin hij zoveel mogelijk onzin op elkaar stapelde. Ik had het artikel gemist, maar heb er deze week met een paar collega’s uitgebreid over gepraat.

In het artikel bepleit Oosterbaan dat Nederland ‘identiteitspolitiek’ moet voeren. Je verwacht van zo’n pleidooi voor nieuw beleid dat er dan argumenten gegeven waarom zo’n politiek gevoerd zou moeten worden en hoe dit er idealiter uit zou moeten zien, maar dat is geen van beide het geval. In plaats daarvan wijst Oosterbaan twee onderwerpen aan die volgens hem het speerpunt zouden moeten zijn van een dergelijke politiek. De eerste is het landschap – over wat hij daarover zegt moet men zich maar buigen bij RuimtelijkeOrdening.nl. Het tweede is de taal. Lees verder >>

Vrede: utopie of haalbaal ideaal? Boekpresentatie & debat

plaatje kaft (1)In de loop van de geschiedenis zijn tal van vredescongressen georganiseerd en vredesorganisaties opgericht. De Nobelprijs voor de vrede is ingesteld om personen te eren die zich op uitzonderlijke wijze voor de vrede hebben ingezet. Cynici menen echter dat de toestand van vrede nooit te bereiken zal zijn. Sterker nog: elke vrede vormt de opmaat van een nieuwe oorlog. Wie heeft er gelijk? Drie kenners van de Europese geschiedenis gaan hierover met elkaar in debat: Beatrice de Graaf, Maarten Prak en Ad van Liempt.

Bij deze gelegenheid wordt het nieuwe boek van Lotte Jensen gepresenteerd: Vieren van vrede. Het ontstaan van de Nederlandse identiteit, 1648-1815 (Nijmegen: Vantilt). Dit boek laat zien dat vredessluitingen een belangrijke impuls aan de nationale identiteit gaven. Dromen van een gouden toekomst gingen hand in hand met discussies over de ideale Nederlandse samenleving.

Wanneer: woensdag 14 september, 17.00-18.30 uur
Waar: Spui 25, Amsterdam

Aanmelden dient te gebeuren via de website van Spui 25.  

Polemologische taalwetenschap

Sinds kort is Marc van Oostendorp op Neder-L begonnen met het beantwoorden van vragen over taal die zijn gesteld aan de Nationale Wetenschapsagenda. Zo ook deze vraag:

Welke rol spelen verschillen in spreek- en schrijftaal bij internationale en intranationale conflicten? Het valt mij op dat bij berichtgeving over grootschalige en kleinschalige conflicten tussen groepen wel veel aandacht besteed wordt aan politieke, raciale en godsdienstige verschillen, maar zelden of nooit aan taalverschillen. Toch lijkt het met voor een beter begrip en mogelijke conflictoplossing niet onbelangrijk te weten of de betrokken groeperingen (bijvoorbeeld soennieten en sjiïeten) elkaar kunnen verstaan en elkaars schrift kunnen lezen. Is er sprake van taaldiscriminatie? Is er een lingua franca (bijv. Engels) en voor wie is die toegankelijk? Ook op kleine schaal (Nederlandse samenleving) is de sociaal-onderscheidende functie van verschillen in spreektaal (dialect, uitspraak, woordgebruik) wellicht belangrijker aan het worden dan een zichtbaar verschil als huidskleur of culturele kenmerken als godsdienst en kleding. 

Marc van Oostendorp maakt in reactie op deze vraag een paar goede observaties en opmerkingen, maar een echt antwoord heeft hij niet. Dat heb ik ook niet, maar ik heb wel nog wat meer interessante observaties en opmerkingen. Misschien dat we de polemologische taalwetenschap, net door Marc bedacht, wat meer leven kunnen inblazen…

Lees verder >>

Sjtómme Limburger

Door Leonie Cornips

Gé Reinders heeft maar twee coupletten in zijn lied Sjtómme Limburger van het album ‘As ’t d’r op aan kump’ nodig om het hart te raken van het onderzoek naar Taalcultuur in Limburg.

In het eerste couplet van Sjtómme Limburger introduceert Gé een ik-figuur die ons laat weten dat hij met rijke mensen op een boot voor het land van de vrijheid – Amerika – zeilt.  Op die zeilboot is het goed vertoeven: ‘Veur hadde radar, veur hadde cocktails, veur hadde cashew-neutjes, veur hadde ’t good’. En in de boot zit de ik-figuur ‘gezellig te aajhore in ’t Ingels’ met onder andere de gastvrouw. Maar opeens vertelt die gastvrouw dat ze in Nederland geboren is. En dan schuiven er spreekwoordelijke donkere wolken voor de zon; de gastvrouw die eerst zo gezellig kabbelend Engels met de ik-figuur spreekt: ‘ging Hollands kalle en waerde opins ’n Haarlemse kakmevrouw’. De ik-figuur weet zich geen raad. ‘Ich höb drie zinne Nederlands gekald, veulde ós allebei ter plekke verandere en zag: “If you don’t mind, I’d rather talk English now”.’ Weg is het gevoel van welbehagen en de goede sfeer is volledig bedorven. De ik-figuur voelt zich in zijn confrontatie met het Nederlands ‘weer eine sjtómme Limburger mit miene zachte G. Zónne kleffe zuiderling, klef wie aje sjlappe thee. Ich vinj det geveul neet good maar ’t zit heel deep in mien blood.’
Lees verder >>

24 mei 2014: Literatuur en ‘wij’

Op zaterdag 24 mei 2014 organiseert de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een bijeenkomst die als titel draagt: Literatuur en ‘wij’

Sprekers zijn: Kevin Absillis – Dirk van Bastelaere – Thierry Baudet – Mano Bouzamour

Speelt literatuur nog een rol bij de vorming van een wij-gevoel? En is het eigenlijk nog wel aan de literatuur om die rol te spelen? Betreft het dan een morele plicht van de individuele schrijver? Of moeten we een en ander beschouwen als een laatste kans voor de literatuur om iets meer te zijn dan slechts koopwaar?

Door de tijden heen is het literaire medium altijd bijzonder bruikbaar gebleken om gemeenschappen te verbeelden en collectieve identiteiten te definiëren: de stadstaat Athene, de wereld van de oude Grieken en de wereld van de Romeinen, het christelijke westen, koninkrijken, natiestaten, sub-nationale, regionale en lokale gemeenschappen, Europa,… een wereldomvattende republiek van verlichte burgers.
Lees verder >>

Aap, roos, zeef

Door Leonie Cornips

Op school toverde ik letters uit een roodbruine bakelieten doos die ik op richels van de deksel tot woorden combineerde. Na gebruik moesten we die letterdozen weer fatsoeneren en inleveren bij de meester. Ik weet nog hoe spannend ik het vond dat ik leerde lezen. In de openbare bibliotheek van Roermond zijn nu enkele letterdozen en leesplankjes te zien. Best jammer dat de letterdozen in de vitrine staan want bij het zien ervan popel ik om er eentje vast te houden en de letters weer door mijn handen te laten glijden. Ik hoor weer het krassen van mijn kroontjespen en haast denk ik de inkt te ruiken.

Bij het leesplankje dat onderwijzer Hoogeveen ontwierp – aap-noot-mies – hoorde een vertelselplaat, een letterdoosje, een leesboekje en natuurlijk het zwarte schoolbord met krijtjes. De leesplankjes waren bedoeld om lange en korte klinkers te kunnen herkennen. Het is niet voor niets dat het leesplankje zijn intrede doet rondom de invoering van de leerplicht in 1901. Begin 1900 verschijnt een versie voor Nederlands-Indië met het beginrijtje aap, gijs, dien, zus, boe en later voor het Afrikaans met lam, wit, pien en leen.

Lees verder >>

Nationale cultuur en identiteit in de Surinaamse literatuur

Door Rabin Gangadin

Binnen Surinaamse kringen is er een discussie aan het uitkristalliseren betreffende de sociale en culturele elementen die moeten bijdragen tot een natievorming. Haast alle syllabi en readers betreffende het vak antropologie laten reeds in eerste oogopslag zien dat er pas sprake is van natievorming indien een groep mensen dezelfde zeden, achtergrond, cultuur en taal met zich meedraagt. Je zou je daarbij op z’n minst de volgende vragen kunnen stellen: hebben Surinamers in grote mate dezelfde cultuur, spreken ze dezelfde taal, hebben ze een groot deel van hun geschiedenis gemeenschappelijk? We moeten ons er niet aan onttrekken dat de gemiddelde Surinamer zich meer Nederlander voelt dan dat die bereid is achter het spookbeeld van een zogeheten authentiek Surinamerschap aan te sjokken.

Lees verder >>