Tag: hulpwerkwoord

‘Het hoeft niet meer per se.’

De geschiedenis van hoeven

Door Marc van Oostendorp

Alles moet altijd veranderen en dus ontkomt ook het werkwoord hoeven daar niet aan. Het is een opmerkelijk werkwoord, bijvoorbeeld omdat het in het moderne Nederlands eigenlijk alleen kan voorkomen in zinnen waar een ontkenning voorkomt: je kunt wel zeggen ‘je hoeft dat niet te doen’, of ‘je hoeft niets te doen’ of ‘niemand hoeft dat te doen’, maar niet ‘je hoeft dat te doen’.

In een nieuw artikel zetten de Antwerpse hoogleraar Nederlandse taalkunde Jan Nuyts en twee van zijn promovendi (Henri-Joseph Goelen en Wim Caers) de geschiedenis van het werkwoord op een rijtje, van het Oud-Nederlands tot gesproken werd tot pakweg 1150 tot en met het hedendaagse Nederlands. De manier waarop het woord ontstond uit behoeven. De buitelingen in de betekenisgeschiedenis. Maar vooral ook: de almaar veranderende woordsoort.

Het woord begon vermoedelijk ooit als hoofdwerkwoord, later werd het een hulpwerkwoord, en inmiddels kan het, zij het in anderssoortige constructies, weer als hoofdwerkwoord worden gebruikt:

Lees verder >>

Niet gevangen zijn of hebben, maar zitten: hoe zit dat?

Door Maarten Bogaards

Prinses zit gevangen bij Goejanverwellesluis. Bron: Pricryl

Werk moet lonen voor iedereen die in de bijstand gevangen zit’, betoogt NRC eerder dit jaar in het redactioneel commentaar. Op zich geen baanbrekend standpunt, maar de formulering ervan bevat wel een interessante constructie van het Nederlands: de combinatie van een voltooid deelwoord, gevangen, met het houdingswerkwoord zitten.

Zo’n soort combinatie kennen we vooral van de voltooide tijd. Daarin gaat een voltooid deelwoord vergezeld van een hulpwerkwoord van tijd, zijn of hebben. ‘Zelfs de choreografie van de zangers is gevangen in notenschrift’, schrijft NRC bijvoorbeeld over de recente uitvoering van een experimentele opera van de twintigste-eeuwse componist Stockhausen. En over het werk van fotograaf Christian Voigt, die dinosaurusskeletten vastlegde in ultrahoge resolutie: ‘zoals Voigt ze heeft gevangen zag je ze nog niet’. Is en heeft gevangen zijn voorbeelden van de voltooide tijd. Maar in het voorbeeld waarmee we begonnen, staat geen is of heeft, maar zit. De vraag ligt voor de hand: hoe zit dat?

Lees verder >>

Een foto van gaan en zullen

Door Marc van Oostendorp

Een van de interessante aspecten van taalverandering is dat ze niet in één klap gebeurt. Nooit is voorgekomen dat een heel land op een ochtend opstond en eensgezind de woorden op een andere manier gebruikte. Het is eerst een klein groepje die de woorden in sommige omstandigheden anders gebruikt, en gaandeweg breidt het gebruik zich uit: meer mensen, meer omstandigheden.

En dat zich uitbreiden kan soms eeuwenlang voortduren: een periode die de generaties omspant en waarin mensen soms het ene zeggen, en dan het andere.

Zo zit het met gaan, dat gaandeweg (haha) de plaats van zullen aan het overnemen is: niet meer ik zal komen’, maar ‘ik ga komen’. In een inmiddels grijs verleden zei iedereen het eerste, en als de zaken blijven voortgaan zoals ze nu gaan zal in een betrekkelijk ver verleden iedereen het tweede zeggen. Ondertussen zitten we in een situatie waar de meeste mensen allebei de dingen soms zeggen – de ene vorm meer dan de andere. (Vlaanderen loopt enigszins voorop in het gebruik van gaan.) Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als komische zitter

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (6)

Door Marc van Oostendorp

Ilja Leonard Pfeijffer is een meester van het zitten. In zijn werk wordt weliswaar af en toe ook gewandeld en op bed gelegen, maar ik geloof dat er weinig schrijvers zijn voor wie het zitten zo’n karakteristieke pose is: in het café, op het terras, naakt op de bank.

Als je erop gaat letten, merk je dat ook zijn personages heel veel zitten, en zulks niet alleen in de gevangenis of het gesticht. Deels heeft dat te maken met, of staat het zelfs symbool voor, het niet-actieve leven dat ze leiden. In Rupert en in La Superba wordt bijvoorbeeld uitvoerig werk gemaakt van het zitten op een terras.  Terwijl andere personages in Het ware leven op allerlei manieren in beweging komen, blijft de Ilja in dat boek meestal zitten. In het toneelstuk Malpensa is het eerste dat de hoofdpersonages aan elkaar vragen: ‘Is deze stoel vrij?’

“Als de goden al bestaan”, zei Epicurus volgens Pfeijffer in Second Life,  “dan zitten zij ergens ver weg op een stralende ster gelukzalig te wezen”.  Lees verder >>