Tag: hoger onderwijs

Studeren is leren wie je bent

Door Nico Keuning

Het studiejaar voor HBO en WO gaat morgen weer beginnen. Alleen al aan de Hogeschool van Amsterdam starten zo’n 13.000 eerstejaarsstudenten met hun nieuwe opleiding. Hoe zal het de nieuwe lichting vergaan, als we weten dat zo’n 30% in het eerste jaar stopt. Niet met studeren, maar met de (verkeerde) studie. 

Er worden in het onderwijs tal van maatregelen genomen om studie-uitval te voorkomen. Er zijn studieadviseurs, mentoren en coaches aangesteld om de student te begeleiden. Het afgelopen studiejaar heeft de Hogeschool van Amsterdam via de 100Dagen Monitor onderzocht hoe ‘onze eerstejaars voltijd bachelor studenten’ de eerste honderd dagen van de opleiding hebben ervaren. De vraag is natuurlijk wat er met de onderzoeksresultaten gedaan wordt.

Lees verder >>

Dalend taalniveau bij jongeren: we kunnen het tij keren

Door Lieven Buysse, Lars Bernaert, Kristoffel Demoen, Elke D’hoker, Patrick Goethals, Liesbet Heyvaert, Alex Housen, Tanja Mortelmans, Paul Pauwels, Ann Peeters, Esli Struys, Erwin Snauwaert, An Vande Casteele, Kornee Van der Haven en Toon Van Hal.

De taalvaardigheid van instromende hogeschoolstudenten daalt: 18-jarigen weten niet meer wat woorden zoals empathie of impliceren betekenen, zo blijkt uit onderzoek van Odisee (DS 20/5). Het is maar een van de tekenen die erop wijzen dat de talenkennis van Vlaamse jongeren erop achteruit gaat. In 2016 bijvoorbeeld suggereerde het PIRLS-onderzoek – dat het niveau van begrijpend lezen in het vierde leerjaar peilt – dat de leesvaardigheid in Vlaanderen in vrije val is. Ook voor de vreemde talen werd al herhaaldelijk aangetoond dat het instroomniveau in het hoger onderwijs erop achteruitgaat. Het is tijd om in te grijpen.

Al te vaak wordt talenkennis verengd tot het louter instrumentele doel van een boodschap kunnen verstaan en zelf produceren. Uiteraard is dat een basisvereiste, maar belangrijker nog is dat taal de toegangspoort vormt naar de meest essentiële vaardigheden voor de samenleving van vandaag: kennis, inzicht en kritisch en probleemoplossend denken. Om die vaardigheden te ontwikkelen, is talenonderwijs nodig dat voorbijgaat aan het of/of-verhaal dat hetzij bijna uitsluitend inzet op communicatieve competenties hetzij op lexicale en grammaticale kennis. Uiteraard moet een mondige burger in de 21ste eeuw zich perfect kunnen uitdrukken in zijn of haar moedertaal en verschillende vreemde talen, maar dat lukt enkel met het stevige fundament van taalinzicht.

Lees verder >>

Iedere universiteit moet haar taalbeleid op orde hebben

Door Lotte Jensen

Onlangs uitte Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht, in een column in NRC Handelsblad stevige kritiek op de brandbrief die een groep hoogleraren en prominenten naar de Tweede Kamer stuurden. Zij uitten daarin hun zorgen over het oprukkende Engels aan universiteiten en de op handen zijnde wetswijziging. Volgens het wetsvoorstel mogen universiteiten voortaan onderwijs in een andere taal aanbieden, mits de meerwaarde daarvan kan worden aangetoond. De groep ondertekenaars vreest voor een verdere ondermijning van de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs, met alle kwalijke gevolgen van dien. 

Lees verder >>

Het hoger onderwijs mag niet in zijn eentje verengelsen

Door Marc van Oostendorp

Door gunstige persoonlijke omstandigheden volg ik dezer dagen het taalnieuws iets minder intensief, en daardoor hoorde ik pas in de laatste aflevering van De Taalstaat dat er gelukkig ook nog mensen zijn die proberen een genuanceerde visie op de ‘verengelsing’ te formuleren.

René Cuperus bijvoorbeeld, een cultuurhistoricus die vorige week in de Volkskrant (of all places) opmerkte dat het natuurlijk ook heel goed is als jonge mensen behalve goed Nederlands ook goed Engels leren: Lees verder >>

De landelijke kennistoets Nederlands is een rommeltje

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden was het theoretisch gezien mogelijk dat een studie Nederlands aan twee verschillende onderwijsinstellingen een heel verschillende inhoud had. Om de studies vergelijkbaarder te maken en om tegelijkertijd een landelijk minimumniveau vast te stellen zijn hbo-docenten uit heel Nederland toen voor een groot aantal hogeschoolstudies een zogenaamde kennisbasis gaan schrijven – een beschrijving van parate kennis waarover elke afstudeerder moest beschikken. Dat gebeurde onder de vleugels van de toenmalige HBO Raad, waaruit de werkgroep 10 voor de leraar is voortgekomen. Dat samenwerkingsverband van docenten ontwerpt nu elk jaar een aantal toetsen om na te gaan of studenten echt over de vereiste minimale kennis beschikken.

Natuurlijk is er op detailniveau altijd kritiek mogelijk, maar de kennisbases en de bijbehorende landelijke kennistoetsen zijn in mijn ogen een goed idee. Alleen moeten de toetsen uiteraard wel doen waar ze voor gemaakt zijn: achterhalen of de kennis uit de kennisbasis aanwezig is. Omdat de docenten die de toetsvragen ontwerpen die pas na uitgebreide peer feedback goedgekeurd krijgen, nam ik aan dat dat wel goed zat. En dat veel studenten klaagden over de toets, dat weet ik aan toetsstress of externe attributie. Dat was onterecht. Ik heb vandaag de oefentoets voor de bachelor Nederlands gemaakt en ik schrok van de kwaliteit van veel vragen. Die waren ongeschikt om na te gaan of studenten over de kennisbasisstof beschikten. Al met al is de oefentoets een rommeltje. Als de vragen daarin uit dezelfde databank komen als die van de echte toets, dan is dat ernstig.

De vragen bestrijken in principe het hele gebied van de neerlandistiek. Omdat ik taalkunde doceer, laat ik alle vragen die gaan over literatuur en taalbeheersing hier links liggen, al doe ik dat wel met de opmerking dat daar ook uitermate beroerde vragen tussen zitten. Vragen die in mijn ogen in orde zijn, bespreek ik ook niet. Ik bespreek hieronder uitsluitend taalkundevragen waaraan iets mankeert. Dat geeft al genoeg stof om een flink artikel te vullen. Ik doe dat in de hoop dat de makers van de landelijke kennisbasistoets Nederlands schrikken en heel snel iets doen aan de kwaliteit van hun toetsen. Lees verder >>

Verengelsing is eerder instrument voor onderwijstoerisme dan voor cultuuruitwisseling

Door Henk Wolf

In de studiegidsen en later in de online-onderwijscatalogus van de instelling waar ik werk, staat zolang ik me kan herinneren bij elke cursus in welke taal of talen die wordt aangeboden. Nou heb ik me daar nooit veel van aangetrokken. Tenzij de vaardigheid in een specifieke taal de kern van de cursus vormt, pas ik de taal eigenlijk altijd bij de groep aan. Zo heb ik de afgelopen jaren in vijf talen onderwijs gegeven, soms met verschillende talen binnen één college. Ik heb studenten daarbij altijd aangemoedigd om zoveel mogelijk hun eigen taal te gebruiken, als ze zich daarbij prettiger voelden. En als iemand die taal niet verstond, dan vatte ik het gezegde even samen.

Uitwisseling als doel

Natuurlijk had dat wel grenzen. Ik heb een paar studenten gehad met Lingala of Arabisch als eerste taal. Die talen beheers ik niet, dus die studenten moesten bij het beantwoorden van hun tentamenvragen en bij het stellen van vragen tijdens het college uitwijken naar een andere taal. Dat vind ik jammer, maar ik heb wel geprobeerd om bij cursussen taalwetenschap steeds voorbeelden uit die talen als illustratie te gebruiken.

Voor mij is dat hoe internationalisering eruit zou moeten zien: zoveel mogelijk van de rijkdom aan culturen en talen tot gelding laten komen. Als internationalisering ergens toe moet leiden, dan is dat volgens mij dat mensen in contact komen met cultuurelementen die ze anders niet zouden tegenkomen, om ervan te leren. En taal is waarschijnlijk een van de opvallendste elementen van iemands cultuur – en een van de leerbaarste. Internationalisering waarbij de taal van het gastland geen voornaam en vanzelfsprekend deel van de leerwinst vormt, is zoiets als een met veel tamtam aangekondigde wijnproeverij in de Dordogne, waar alleen één aangelengde niet-Franse wijn wordt geschonken. Als een masterclass van Wibi Soerjadi en Jaap van Zweden, die daarbij alleen maar op de kazoo mogen spelen. Als een Venetië dat voor het gemak van haastige toeristen een aantal kanalen dempt. Dat kun je volgens mij beter laten. Lees verder >>

Is hoger onderwijs in het Engels ‘goed’?

Door Sue Goossens

Onlangs had ik het met een paar collega-onderzoekers uit Nederland over de rechtzaak waarbij Universiteit Maastricht en Universiteit Twente betrokken waren, meer bepaald over de vraag of het goed was om bepaalde opleidingen in het Engels aan te bieden.

Dat is dus geen simpele vraag, vooral in vergelijking met de vraag of beide universiteiten daarmee in strijd zijn met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de WHW). Dat kan een rechter gewoon beslissen, zo bleek gisteren althans. Beide instellingen zijn dus niet in strijd met de wet en de rechter was het bovendien met hen eens dat een Engelstalige opleiding psychologie de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt en gunstig is voor de internationalisering. Is dat eigenlijk wel ‘goed’?

Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

Wat ik geleerd heb van tweedegraadsgate

Door Marc van Oostendorp

Soms raak ik hier in dit kleine maar doorgaans o zo gezellige hoekje van het wereldwijde netwerk van computers dat wel ‘Internet’ wordt genoemd ineens een gevoelige snaar. Dat gebeurde nu met de kwestie rond de tweedegraadsleraren: moeten zij verplicht worden iets te weten over de literatuurgeschiedenis van voor 1880?

Wat ik jammer vind: als je over zo’n kwestie iets zegt, trap je bijna onvermijdelijk bij mensen op hun ziel. En wel bij mensen met goede zielen.

Wanneer er een maatregel wordt genomen in het onderwijs die veel mensen niet bevalt, ontstaan er automatisch twee groepen: die van de de mensen die er het beste van proberen te maken en die van de mensen die kritiek uiten op de nieuwe situatie. De eerste kan zich dan gemakkelijk aangevallen voelen door de tweede: hoezo deugt er niets van het onderwijst, zij doen toch hun best? Lees verder >>

Lerarenopleiders Nederlands, verenigt u!

Door G.W.S. Criens, P.J.M. Wenmakers en V.J. Westerwoudt
Lerarenopleiders Nederlands Fontys Lerarenopleiding Sittard

Met enige verbazing lazen wij de commentaren op het verdwijnen van historische letterkunde uit de kennisbasis voor de tweedegraadslerarenopleiding. De reacties zijn voornamelijk vingerwijzend en weinig genuanceerd. Neerlandici op hun best; Holland op zijn smalst. (Het artikel van De Stuers in De Gids in 1873 waarin deze uitdrukking geïntroduceerd werd, vertoont overigens aardige parallellen met de nu ontstane discussie.) 

Lerarenopleider Peppelenbos strijdt tegen lerarenopleider Van Dam-Helwig door op procedurefouten te wijzen die zij maakte in haar rol van voorzitter van het landelijk vakgroepoverleg en lid van het redactieteam van de herijkte kennisbasis. De uitkomst van het overleg van de letterkundigen van de lerarenopleiding heeft de redactie naast zich neergelegd voor wat betreft historische letterkunde. Schande! Lees verder >>

De kennisbasis op het hbo: Coen Peppelenbos reageert

Coen Peppelenbos, letterkundige en lerarenopleider op de NHL hogeschool: “Nadat eindelijk de publieke opinie een beetje is wakker geschud over het vakonderdeel literatuurgeschiedenis op de lerarenopleidingen, die volgens de herijkte kennisbasis pas vanaf 1880 hoeft te beginnen, waardoor docenten in het tweedegraads gebied minder hoeven te weten dan een vwo-leerling kwam er natuurlijk een reactie van de voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands die geen zin heeft om het onderwerp opnieuw aan de orde te stellen. Zie bijvoorbeeld dit bericht van het Hoger Onderwijs Persbureau dat op diverse sites is geplaatst. Het stuk is feitelijk nogal onjuist.”

Lees Peppelenbos’ reactie op het literaire weblog Tzum.

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

Door Marc van Oostendorp

Deze tekening heeft niet zoveel met het onderwerp te maken, sorry.

“De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal. Lees verder >>

Motie KANTL over educatieve master met lesbevoegdheid Nederlands

(Bericht van de KANTL)

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) verneemt dat er in Vlaanderen vergevorderde plannen bestaan om ook aan studenten die de opleiding Nederlands van de bachelor Taal- en Letterkunde niet hebben gevolgd toegang te verlenen tot de educatieve master met lesbevoegdheid voor Nederlands.Die studenten hebben evenwel maar de helft van het aantal studiepunten behaald dat aan de opleiding Nederlands van de Bachelor Taal- en Letterkunde vereist is om de lerarenopleiding te mogen aanvangen. Afgestudeerden met een zeer ongelijke opleiding zouden daardoor toch dezelfde lesbevoegdheid krijgen. Lees verder >>

Nieuw Landelijk Platform gaat zich hard maken voor het talenonderwijs

(Persbericht Radboud Universiteit)

Is verengelsing van het hoger onderwijs nu wel of geen goede zaak? Welke economische voordelen loopt Nederland mis doordat we steeds slechter Duits en Frans spreken? Hoe lossen we het tekort aan docenten Nederlands en Duits in het voortgezet onderwijs op? Met dit soort vraagstukken gaat een nieuw Landelijk Platform voor de Talen zich bezighouden. Het platform is een samenwerking tussen zeven academische instellingen. Met de aanstelling per 1 april van emeritus hoogleraar Mike Hannay als voorzitter kan het samenwerkingsverband van start.

De zes betrokken universiteiten committeren zich met het platform aan een landelijke samenwerking van de talenopleidingen in Nederland. Het platform moet de belangen behartigen van talenstudies, samenwerking initiëren en vernieuwing stimuleren. Verkend wordt hoe de banden tussen de universiteiten onderling en met het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs versterkt kunnen worden. Lees verder >>

Taal in het hoger onderwijs. Ministers Van Engelshoven en Slob: grijp uw kans!

Door Marc van Oostendorp

Ik word soms een beetje mismoedig van de discussie over het Engels in het hoger onderwijs. Er wordt nu al een tijdje redelijk intensief gedebatteerd en erg snel vooruit komen we niet. Toch gloorde er bij mij ineens een sprankje hoop toen ik deze week een bericht las over een ophanden zijnde ‘visiebrief’ van minister Van Engelshoven over dit onderwerp.

En dat was niet omdat Van Engelshoven zo’n fijne naam is om te hebben in deze discussie.

Lees verder >>

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Petitie meer geld naar wetenschappelijk onderwijs

De Amsterdamse hoogleraar Rens Bod is op internet een petitie begonnen waarin de regering wordt opgeroepen meer te investeren in het wetenschappelijk onderwijs. De tekst van deze petitie staat hieronder. Ondertekenen kan hier.

Wij. het personeel van de Nederlandse universiteiten

constateren

  • dat er steeds minder wordt geïnvesteerd in het wetenschappelijk onderwijs en in het behoud van de verwevenheid met het wetenschappelijk onderzoek. De afgelopen jaren is het bedrag dat per student beschikbaar is met een kwart gedaald. Hierdoor is de werkdruk onder het universitaire personeel naar onacceptabele hoogte gestegen. De kwaliteit van het wetenschappelijke onderwijs en onderzoek is daardoor ernstig in het geding.
  • Wat dreigt zijn nog massalere colleges, nog minder contacturen en nog minder begeleidingstijd per student.
  • Er vindt op dit moment een uitputtingsslag plaats onder het personeel van de Nederlandse universiteiten. Zes op de tien medewerkers hebben fysieke en psychische klachten.
  • Als er geen realistische financiering van de huidige taakstelling komt zullen de studenten niet het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben en komt de internationale positie van ons hoger onderwijs in gevaar. Dit kan en mag niet gebeuren in een kennisland als Nederland!

Lees verder >>

Vanaf volgend jaar: Master Nederlands als Tweede Taal in Nijmegen

In september 2018 begint aan de Radboud Universiteit Nijmegen een nieuwe master Nederlands als Tweede Taal. Elk jaar weer zijn er veel volwassenen met een andere moedertaal dan Nederlands die graag onze taal onder de knie willen krijgen. Of het nu gaat om een laagopgeleide Eritrese vluchteling die in Nederland een nieuw bestaan wil opbouwen, een Russische student die hier een master fiscale economie gaat volgen of een ICT’er uit India die voor een Nederlands bedrijf gaat werken: allemaal zijn ze op zoek naar cursussen Nederlands als tweede taal (NT2). En voor deze cursussen zijn hooggekwalificeerde docenten én experts nodig.

De behoefte aan wetenschappelijk geschoolde docenten NT2 is in Nederland groter dan ooit. Ook zit de samenleving te springen om experts die zich buigen over het leren van een tweede taal, de kennismaking met een nieuwe cultuur en allerlei daaraan gerelateerde maatschappelijke vraagstukken. Het mooie van deze masterspecialisatie is dat we je opleiden voor beide banen: docent én expert NT2. Zo verwerf je een uitstekende positie op de arbeidsmarkt.

Meer informatie op de website van de Radboud Universiteit

Alleen Engels is niet internationaal

Door Marc van Oostendorp

Het nieuwe KNAW-rapport Nederlands en/of Engels. Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs doet precies wat een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen moet doen: het pleit voor redelijkheid in een verhit debat. Redelijkheid is in dit geval: niet een van de twee mogelijkheden in het keuzeblokje en/of door te strepen, maar ze allebei te laten staan. Het is Nederlands en Engels en Nederlands of Engels. We moeten goed bekijken wat ieder vakgebied nodig heeft, en we moeten ervoor zorgen dat instellingen hun eigen keuze maken – zolang dit maar een beredeneerde keuze is.

Het rapport is een van de weinige op dit gebied die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo wijst de commissie erop dat je niet moet denken dat je ineens internationaal bent geworden omdat je een zootje Britse en Chinese studenten binnen de muren hebt gehaald en de taal van je cursussen hebt aangepast. Wie college in het Engels wil geven, moet ook zorgen dat zijn studieprogramma op andere manieren internationaliseert: dat de studenten met hun verschillende culturele achtergronden zich allemaal voldoende thuis voelen in de collegezaal. Studenten moeten worden aangemoedigd en geholpen om te integreren, en docenten moeten zich bewust zijn van de specifieke complicaties die zich voordoen bij het leren in internationale omgevingen.

Minstens even belangrijk als een taalbeleid (‘iedere docent bij ons moet op niveau C2 in het Engels kunnen communiceren’) is een goed internationaliseringsbeleid. Lees verder >>

Voer de verengelsing nog maar wat verder

Door Marc van Oostendorp

De titel van de onlangs verschenen petitie ‘voor taalrijk hoger onderwijs, tegen taalverschraling door verengelsing’ klinkt goed: wie is er niet voor rijkdom en tegen verschraling? Hij gaat uit van een club met de sympathieke naam Beter Onderwijs Nederland (BON), en een bestuurslid, Felix Huygen, schreef in de Volkskrant ook nog een welsprekend essay ons allen te waarschuwen voor de ‘vernieling’ van ons universitair onderwijs die dreigt doordat we met ons allen steeds meer de taal van Shakespeare hanteren.

Toch zal ik die petitie niet tekenen. Het officiële doel ervan is te onduidelijk, het niet-officiële te bedenkelijk.

Het officiële eerst: BON wil de regering houden aan artikel 7.2 van de wet op het hoger onderwijs, waarin staat dat het onderwijs aan hogescholen en universiteiten in beginsel in het Nederlands moet worden gehouden, tenzij er speciale omstandigheden zijn. Mij lijkt dat wetsartikel zo vaag dat je je altijd wel kunt beroepen op ‘speciale omstandigheden’. Er is dan ook niemand tegen dat artikel 7.2. Waarom zou je een petitie opzetten voor een al bestaande wet die niemand wil afschaffen? Hoe zou de rechter kunnen gaan bepalen of voor individuele opleidingen die speciale omstandigheden opgaan? Lees verder >>

Universiteit voert debat over onderwijstaal

Door Yves T’Sjoen

Vorige week maakte De Standaard in de bijdrage ‘N-VA tegen meer Engelstalige opleidingen’ bekend dat de “Universiteit Gent [af wil] van de strikte regeltjes die Engelstalige opleidingen belemmeren” (2 maart). Naar verluidt wil het bestuur “meer autonomie” inzake taalbeleid en kunnen de taalnormen voor hoger onderwijs worden versoepeld. Aanleiding voor het persbericht is een advies van de VLOR, de Vlaamse Onderwijsraad, waarin “de afschaffing van die quota” wordt bepleit. De VLOR, waarin ook de hogere onderwijsinstellingen vertegenwoordigd zijn, toont zich met het advies weinig bewust van het verleden en houdt geen rekening met de taalcompetenties van het overgrote deel van het studentenpubliek aan Vlaamse universiteiten.

Taalquota

De quota bepalen dat 35% van de masteropleidingen en 6% van de bacheloropleidingen in een andere taal dan het Nederlands mogen worden aangeboden. Indien een Engelstalige opleiding bestaat, moet die strikt genomen minstens aan een andere universiteit ook in het Nederlands worden voorzien. Aan deze taalregeling wordt nu getornd. In tegenstelling tot de uitspraken van N-VA over de kwestie, zo meldt De Standaard, stelt het kabinet van Hilde Crevits, minister van onderwijs, dat het advies van de VLOR (nog) niet ter sprake kwam in de regering. Lees verder >>

“Sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk”. Oh ja, joh?

Door Marc van Oostendorp

27f5b2e7-6b2b-4cf7-8d8b-ac439e6b57a2Wie had gehoopt dat de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren met zijn nieuwste notitie de discussie over het Engels in de collegezalen naar een hoger niveau zou tillen, komt helaas bedrogen uit. De Raad, die de Nederlandse en Vlaamse ministers officieel adviseert en waarin allerlei knappe bollen zitten, zou met deze notitie de discussie van een wetenschappelijke achtergrond kunnen voorzien en vervolgens tot een helder standpunt kunnen komen.

Maar niets van dat alles.

Er wordt nauwelijks verwezen naar wetenschappelijk onderzoek in deze notitie, en des te meer naar opiniestukken uit de kranten, zoals er ook nauwelijks externe deskundigen zijn geraadpleegd. Hoe weten we wat belangrijk is voor een taal? Hoe weten we wanneer een taal kan overleven? Daarover worden wel een aantal dingen beweerd in dit rapport, maar ze worden niet met cijfers of argumenten onderbouwd, en ze geven ook geen verrassende nieuwe kijk op de zaak.

De uiteindelijke stellingname is bovendien nietszeggend: “sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk” twitterde de Taalunie gisteren. Dat was een adequate samenvatting en daarmee was ook eigenlijk alles wel gezegd. Ooit gedacht dat iemand zoiets zou zeggen? Lees verder >>

Hoofdschudden over spelfouten of werken aan academische geletterdheid

Jacqueline van Kruiningen, Kees de Glopper, Carel Jansen en Femke Kramer
Rijksuniversiteit Groningen

Klachten over de taalbeheersing van studenten in het hoger onderwijs zijn van alle tijden. De neiging om alle schuld te leggen bij het voorbereidend onderwijs is dat ook. De start van een nieuw studiejaar leent zich bij uitstek voor alarmberichten over studentteksten vol taalfouten. Zo konden we ook in NRC Handelsblad van 6 september weer eens lezen over de gekke fouten die studenten maken als gevolg van het vermeende falen van het voortgezet onderwijs. En over taalbeleid in het hoger onderwijs dat een antwoord vormt op deze problemen. Aan een groeiend aantal universiteiten wordt in taaltoetsen het vaardigheidsniveau in spellen en formuleren gecheckt, in bijspijkercursussen kunnen studenten deze vaardigheden opkrikken, en hier en daar wordt in taalprogramma’s doorlopend aandacht besteed aan de taalvaardigheid van studenten.

De focus van deze initiatieven ligt grotendeels op het opkrikken van het niveau. De studenten doen iets niet goed; ze maken fouten, en dat moet worden gefikst. Spelling, formulering, samenhang in teksten: het moet allemaal beter. Het hoger onderwijs richt zich op de oplossing van problemen die het basis- en middelbaar onderwijs kennelijk hebben laten liggen. Dat is althans de teneur van het verhaal. Lees verder >>