Tag: historische taalkunde

Pas verschenen: Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje

Komt een klimaatschieter op gewelddadige wijze op voor het milieu? Is een dwangzoen een typisch gevalletje #MeToo? En zijn kastelen in Spanje echt een bezoekje waard? In het nieuwe boek Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje bespreken Dirk Geirnaert en Roland de Bonth de betekenis en herkomst van ‘woorden die we wisten’.

Lees verder >>

Multatuli en de historische taalkunde: ‘alles gaat over in alles’

Door Freek Van de Velde

Op de laatste dag van het jaar 1872 begint Eduard Douwes Dekker (Multatuli), die op dat ogenblik in Wiesbaden is, aan een brief aan Sicco E.W. Roorda van Eysinga, een koloniaal bestuurder in Nederlands-Indië, die (net als Multatuli) in vlammende geschriften tekeer ging tegen de Europese uitbuiting van de lokale bevolking.

De brief gaat over heel andere dingen. Multatuli, zelfverklaard expert op allerlei gebieden, heeft het in de eerste paragrafen terloops over onder andere de onbetrouwbaarheid van kranten, de stelling dat vrouwen beter pijn kunnen verdragen dan mannen, de observatie dat we meer bevreesd zijn voor een ingescheurde nagel en voor diepte dan voor een grote wonde, om dan plots over te springen op historische fonologie, wellicht iets waarover hij het met Roorda van Eysinga eerder gehad heeft. Multatuli schrijft:

Lees verder >>

Was taal altijd hetzelfde?

Door Marc van Oostendorp

We beleven volgens sommigen bijzondere tijden. Zelfs gediplomeerde taalkundigen heb ik het weleens horen zeggen: ja, talen veranderen altijd en overal, maar in onze tijd gaat het wel heel hard.

Mensen die dat zeggen geven vaak wel een verklaring waarom onze tijd zo anders zou zijn dan andere tijden (sociale media, de tweefasestructuur, de algehele verwildering der zeden), maar zelden een empirisch bewijs dat het vroeger inderdaad allemaal anders was.

Nu is de studie van hoe taal verandert, de historische taalkunde, een van de oudste en eerbiedwaardige takken van de taalwetenschap. De beoefenaars van dit vak gaan soms van het tegenovergestelde uit, namelijk van wat de bekende Amerikaanse taalkundige William Labov (1927) de ‘Uniformitarische hypothese’ heeft genoemd en die zegt dat het verleden hetzelfde was als het heden.

Lees verder >>

In dit ons land

Door Henk Wolf

Het Nederlands is ergens in de twintigste eeuw een grammaticale mogelijkheid kwijtgeraakt. Hieronder wordt die geïllustreerd:

“We hebben in dit ons Dichtwerkje, dat reedts voor die tyt afgedrukt was, met de Opdragt deszelfs, onder anderen, hartelyk gewenscht, dat …”
(Johannes van Boskoop, Het in Beginselen verhoogde Nederlandt, 1748)

“Hoe zalig is dit myn besluit!”
(lied ‘Het gelukkig buitenleven’, Betje Wolff en Aagje Deken, 1781)

“… de algemeene zaken in dit ons Vaderland voleindigen my geheel te verpletteren.”
(brief van Willem Bilderdijk, 1837)

“Gij gaaft aan deze uwe vinding den schilderachtigen naam van Onderaardschen Schietblaasbalg” (brief van Hildebrand, 1871)

“Een symbool van roomse aanspraak op de macht in dit ons Nederland …”
(Ch. J.G., archief Protestants Nederlands, 1955)

Opvallend is natuurlijk het gebruik van zowel een aanwijzend als een bezittelijk voornaamwoord bij hetzelfde zelfstandige naamwoord (‘dit ons’). Die woorden zijn allebei zogenaamde determineerders. Dat is een groep woorden zoals de, het, dit, deze, welke, alle, geen, zulke etcetera. Ze hebben als gemeenschappelijke eigenschap dat ze voor een zelfstandig naamwoord staan, en zelfs nog voor de bijvoeglijke naamwoorden die daarbij horen. En bij elk zelfstandig naamwoord kan tegenwoordig maar één determineerder staan: Lees verder >>

Vacature: doctoraatspositie Historische Nederlandse Taalkunde

De betrekking wordt aangeboden binnen het project ‘Hoe voorspelbaar is taalverandering?’, onder supervisie van Prof. Dr. Freek Van de Velde, in de onderzoeksgroep QLVL (Taalkunde). QLVL legt zich toe op kwantitatieve benaderingen van taalvariatie en taalverandering.

Project

Hoewel er binnen en buiten de taalkunde pessimisme heerst over de voorspelbaarheid van taalverandering, kun je niet zeggen dat de koers van taalverandering zomaar alle kanten kan uitschieten. Net zoals andere sociale fenomenen volgen taalveranderingen een karakteristieke S-curve, met een traag begin, dan een versnelde overname door een nieuwe vorm, en dan weer een trage eindfase. Die S-curve kan wiskundig gemodelleerd worden met de logistische vergelijking.Historische taalkundigen hebben laten zien dat de logistische curve een goede benadering is voor heel wat veranderingen die ze onderzocht hebben, maar ze zijn meestal niet geïnteresseerd in wat je nog kunt opmaken uit de residuelen. Het ideale scenario is om een optimale fit te hebben tussen curve en de geobserveerde waarden. In dit project zal gekeken worden naar gevallen waarin de veranderingen afwijken van het model. Voor 26 veranderingen in het Nederlands tijdens de 19e en 20e eeuw zal worden nagegaan of die de karakteristieke S-curve volgen, en of er systematiek zit in de gevallen waarin de koers afwijkt. Meer specifiek zullen de parameterinstellingen geschat worden op geobserveerde waarden voor de periode 1850-1949 in een standaardtalig tekstcorpus met een homogeen register. Die instellingen worden vervolgens gebruikt om de koers te voorspellen voor de periode 1950-1999. Daarna zullen voor elk van de 26 veranderingen de gemiddelde gestandaardiseerde residuelen berekend worden, die vervolgens geclusterd worden om na te gaan of die clusters verschillende types taalverandering onderscheiden. Lees verder >>

Pas verschenen: The Dawn of Dutch. Language contact in the Western Low Countries before 1200

The Low Countries are famous for their radically changing landscape over the last 1,000 years. Like the landscape, the linguistic situation has also undergone major changes. In Holland, an early form of Frisian was spoken until, very roughly, 1100, and in parts of North Holland it disappeared even later. The hunt for traces of Frisian or Ingvaeonic in the dialects of the western Low Countries has been going on for around 150 years, but a synthesis of the available evidence has never appeared. The main aim of this book is to fill that gap. It follows the lead of many recent studies on the nature and effects of language contact situations in the past. The topic is approached from two different angles: Dutch dialectology, in all its geographic and diachronic variation, and comparative Germanic linguistics. In the end, the minute details and the bigger picture merge into one possible account of the early and high medieval processes that determined the make-up of western Dutch.

Dit boek is ‘open access’ verschenen, wat wil zeggen dat het gratis kan worden gedownload.

Hoe bestudeer je gesproken taal van vroeger?

Uit de tijdschriften (9)

Het onderstaande stuk is onderdeel van de nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Anders dan andere stukken hier is het primair gericht voor gebruik in de les, door scholieren.

Door Marten van der Meulen

Niet iedereen praat hetzelfde. Mensen spreken totaal verschillende talen, en zelfs als ze dezelfde taal spreken, dan spreken ze vaak nog anders, op basis van waar ze zijn geboren. Tot zover weinig nieuws. Maar er zijn nog veel meer omstandigheden die het taalgebruik van mensen kan beïnvloeden. Macht speelt een rol, en sociale groep, maar ook sociale klasse. Daarvoor is de laatste jaren meer aandacht gekomen. Er zijn onderzoekers die hebben gezegd: als we nou eens kijken naar onze historische bronnen, waar we het grootste deel van onze taaltheorieën op baseren. Door wie zijn die geschreven? Zijn die bronnen representatief voor het taalgebruik van de hele bevolking? Nee, vonden deze onderzoekers, dat zijn ze niet. Er is te weinig aandacht voor de taal van de lagere klassen. Maar ja, die schreven ook minder vroeger. Hoe kom je dus aan bronnen om hun taalgebruik te bestuderen? In het Nederlands is daar een paar jaar geleden een schitterende verzameling bronnen beschikbaar voor gekomen: het Brieven als Buit-corpus. Lees verder >>

Taal & Tongval 2017: Monolingual histories – Multilingual practices. Issues in historical language contact.

Op 1 december a.s. is in Gent het jaarlijkse colloquium van Taal & Tongval. Het thema is Monolingual histories – Multilingual practices. Issues in historical language contact.

Met: keynote lezingen door Päivi Pahta (Tampere), Joseph Salmons (Madison, Wisconsin) en Marijke van der Wal (Leiden). Plus: veertien lezingen in parallelsessies.

Het volledige programma is te vinden op de website. Daar kunt u zich ook aanmelden.

Nederlands als wetenschapstaal in de zestiende eeuw

Door Cora van de Poppe

simonstevinRecentelijk was in het nieuws veel aandacht voor de opmars van Engels in het wetenschappelijk onderwijs. Het merendeel van alle studies aan Nederlandse universiteiten wordt inmiddels al in het Engels gedoceerd. Deze trend wordt niet door iedereen met blijdschap ontvangen; de Taalunieraad pleit bijvoorbeeld juist voor een sterke positie van het Nederlands in het onderwijs, vanuit de gedachte dat iedereen toegang moet houden tot wetenschappelijke kennis en inzichten. Dit soort debatten over de rol van de moedertaal in het onderwijs zijn niet nieuw; al in de zestiende eeuw werd gediscussieerd over de rol van het Nederlands in het onderwijs en was men bevreesd voor de smet die buitenlandse talen op de moedertaal zouden aanbrengen.

De zestiende eeuw was op talig gebied een dynamische periode: het Latijnse taalmonopolie was reeds aangetast, de volkstaal breidde zich uit naar nieuwe domeinen, zoals de administratie en de kerk, en binnen deze volkstaal maakten Middelnederlandse taaleigenschappen plaats voor nieuwe manieren om woorden en zinnen vorm te geven. In deze dynamische taalsituatie sprak onder meer de renaissance-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) zich uit voor het gebruik van de volkstaal in wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke publicaties. Lees verder >>

Een Duits-Nederlands feestbundelfeestje

Door Miet Ooms

SONY DSC
SONY DSC

Op 29 juni 2016 kreeg Luk Draye tijdens een mini-symposium de feestbundel overhandigd die was samengesteld naar aanleiding van zijn emeritaat vorig jaar. De bundel kreeg de titel Sprache in Raum und Geschichte, System und Kultur. Festschrift für Luk Draye. Ze vormt tevens de nummers 99 en 100 van het tijdschrift Leuvense Bijdragen, waarvan de gevierde al sinds 1995  redactiesecretaris is.

Hoewel Draye zelf, naast zijn uitgebreide administratieve functies als departementsvoorzitter en decaan, vooral actief was als professor Duitse taalkunde, is zijn invloed op de neerlandistiek niet te onderschatten. Lees verder >>

Online: Cor van Bree, Historische Klankleer van het Nederlands

Kort geleden (april 2014) verscheen het eerste deel van het Leerboek voor de Historische Grammatica van het Nederlands. Het is een herziene en uitgebreide uitgave van het leerboek van 1977. Dit eerste deel bevat een beknopte grammatica van het Gotisch, inleidende hoofdstukken en de klankleer. In vergelijking met het boek van 1977 zijn de bibliografische aantekeningen aanmerkelijk uitgebreid en is er ook veel meer aandacht besteed aan regionale ontwikkelingen. De auteur is emeritus hoogleraar historische taalkunde en taalvariatie van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. 

Het boek is gratis toegankelijk via https:/openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/38870. Via de catalogus van de UB Leiden, onder “content”, kan men er gemakkelijk bij komen.  

Vergelijkende Taalwetenschap in nieuwe videogame over de steentijd

Door Peter Alexander Kerkhof
Langzaam kruip ik door het struikgewas. Het kreupelhout kraakt vervaarlijk en bezorgd kijk ik naar mijn prooi, een gigantisch hert dat bijna drie meter groot is. Het dier heeft me niet opgemerkt en gaat rustig door met grazen. Terwijl ik mijn boog span en voorzichtig aanleg, hoor ik de insecten om heen zoemen, de wind door de boomkruinen jagen en zie ik in de verte de majestueuze bergtoppen van de Karpaten. Veilig vanachter mijn computer bestuur ik Takkar, de hoofdpersoon van de videogame waar ik in verzonken ben. Takkar is een jager-verzamelaar die omstreeks 10.000 voor Christus door de bossen van Oost-Europa dwaalt. De sfeeropbouw van het spel is indrukwekkend. Het steentijdbos dat de videogame Far Cry Primal op mijn beeldscherm tovert, leeft op elke mogelijke manier. Maar het zijn niet de schitterende beelden en achtergrondgeluiden die mij de indruk geven daadwerkelijk in een tijdmachine te zijn gestapt. Het is het feit dat de gesprekken die de hoofdpersoon met zijn stamgenoten voert, plaatsvinden in een echte prehistorische taal, de verre verre voorouder van het hedendaagse Nederlands. 

Lees verder >>

Een nieuw leerboek – maar niet ideaal

Door Marc van Oostendorp

Een neerlandicus kan maar beter geen Italiaanse taalgeleerde als vrouw hebben. Het kleinste uitstapje in de historische taalwetenschap wordt ongenadig afgestraft: zoiets als het Latijn hebben wij toch maar mooi niet.

Toch is er inmiddels een redelijk stevige canon van kennis opgebouwd over de geschiedenis van het Nederlands. Een belangrijkste prestatie van de afgelopen decennia is de ontsluiting van het Oudnederlands voorbij Hebban olla uogala. (We wachten met spanning op de studie die NederL-medewerker Michiel de Vaan over dit onderwerp zal publiceren.)

Het werd daarom wel weer eens tijd voor een nieuw handboek over het onderwerp. Dat is nu geschreven door Henk Bloemhoff en Nanne Streekstra; er zijn twee hoofdstukken aan toegevoegd, een over zo’n beetje alle taalvariëteiten uit het zuiden (Brabants, Limburgs, Vlaams en Zeeuws) en een van Arjen Versloot over het Fries.

Het lijkt me bruikbaar voor het doel waarvoor de uitgever het aanprijst – “naslagwerk voor studenten en een handig hulpmiddel voor andere geïnteresseerden” –, maar een ideaal boek is het niet geworden.

Lees verder >>

Recensie: Jozef van Loon, Historische fonologie

door Michiel de Vaan
Het handzame Historische Fonologie van het Nederlands, dat Jozef van Loon in 1986 uitgaf bij Acco in Leuven, was voor de geschiedenis van het Nederlands het enige in zijn soort. Een overzichtelijke bespreking van de belangrijkste klankveranderingen tussen het Proto-Germaans en het heden, met veel aandacht voor de structurele evolutie van klinker- en medeklinkersystemen. Elke klankontwikkeling werd behandeld onder de periode waarin hij (waarschijnlijk) plaatsvond, waardoor voor het eerst een duidelijke relatieve chronologie werd verschaft. Daarnaast had Historische Fonologie ook veel oog voor afwijkende woorden, dialectontwikkelingen en het Oudnederlandse materiaal. Aangezien het boekje ook steeds de gevolgen voor de nominale en verbale flexie in het oog hield, dekte de titel de lading eigenlijk niet geheel: ook de historische morfologie van het Nederlands werd er, althans wat de flexiemorfologie betreft, in detail besproken (minder de derivationele morfologie). De beknoptheid, de splitsing van de behandeling in klinkers en medeklinkers, de ontbrekende index en de te bescheiden titel zullen verantwoordelijk zijn geweest voor de beperkte receptie van de eerste druk, waarover de auteur zich nu bij herhaling beklaagt.

Lees verder >>

Hoe mensen taal veranderen

Door Marc van Oostendorp


Er is een nieuw tijdschrift: het Journal of Historical Sociolinguistics! De eerste nummers zijn gratis online te lezen. Hoera!

‘Historische sociolinguistiek’ is een vreemde term. Een van de grote wonderen van de menselijke taal is dat ze nooit stil staat. Geen enkele menselijke taal werd ooit op precies dezelfde manier gesproken door oma als door kleindochter. Verandering hoort bij taal zoals slijtage bij een rotspartij.

De ene vraag is: hoe moeten we dat begrijpen? Een taal verandert niet vanzelf, een taal bestaat niet eens zonder haar sprekers. De andere vraag is: hoe moeten we die voortdurende verandering, die zo essentieel is voor taal, bestuderen? De taal van het verleden is alweer weg voor je er erg in hebt. Er ligt wel het een en ander vast in boeken, maar wat mensen schrijven houdt geen gelijke tred met wat ze allemaal zeggen.

Lees verder >>

Vacature: Universitair docent Historische taalkunde, Universiteit Leiden

De BA-opleiding Nederlandse Taal en Cultuur en de MA-opleiding Neerlandistiek aan de Universiteit Leiden zoekt met ingang van 1 augustus 2015 een docent Historische taalkunde van het Nederlands. De werkzaamheden bestaan uit:

  • Het verzorgen van Bachelor- en Mastercolleges over de geschiedenis van het Nederlands, taalverandering en taalvariatie in heden en verleden;
  • Het begeleiden van scripties en stages op het terrein van de historische taalkunde van het Nederlands en taalvariatie in het heden; 
  •  Organisatorische taken ten behoeve van het onderwijs binnen en buiten de BA Nederlandse Taal en Cultuur en de MA Neerlandistiek.
Functie-vereisten:
  • Een promotie in de taalkunde, bij voorkeur op het gebied van taalverandering en taalvariatie in het Nederlands;
  • Aantoonbare ervaring in het geven van hoor- en werkcolleges en het begeleiden van studenten (inclusief het gebruik van digitale technieken); 
  • Aantoonbare didactische vaardigheden.

19 December 2014: Historical sociolinguistics: (inter)national perspectives


Op 19 december 2014 zal Marijke van der Wal, hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden, haar afscheidscollege geven. Voorafgaand daaraan organiseren het Leiden University Centre for Linguistics en de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur het afscheidssymposium ‘Historical sociolinguistics: (inter)national perspectives’.
Programma
13.30 Terttu Nevalainen (University of Helsinki)
Historical Sociolinguistics on the North Sea Littoral
14.00 Ingrid Tieken-Boon van Ostade (Universiteit Leiden)
“Ik wacht nog op een mooie dag om naar Kew te gaan”: Belle van Zuylen’s English
14.30 Wim Vandenbussche (Vrije Universiteit Brussel)
Colouring “white spots in language history”: The Importance of Letters as Loot for the Historiography of Dutch
Locatie
Het symposium vindt plaats in het Klein Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden (Rapenburg 67-73).
Contact
Als u erbij wilt zijn, kunt u zich aanmelden bij Gijsbert Rutten via g.j.rutten@hum.leidenuniv.nl.

Romaans aan de Rijn: enkele Romeinse plaatsnamen in Nederland


Door Peter Alexander Kerkhof
Universiteit Leiden

Romeinen in Nederland

Op school leert iedere Nederlander dat er Romeinen in Nederland zijn geweest. Het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden herbergt prachtige sporen van deze vroegere aanwezigheid: van sarcofagen tot votiefaltaren, van sieraden tot zelfs een vergulde helm. Rond het begin van onze jaartelling richtten Romeinen aan de rivier de Rijn de rijksgrens, de limes, in en bouwden verscheidene legerplaatsen. De hedendaagse plaatsen Utrecht en Nijmegen zijn om deze oude Romeinse vestingen heen gegroeid. Maar wat niet veel Nederlanders weten is dat de taal van de Romeinen ook een tijd in Nederland gesproken werd. Deze taal werd sowieso door de Romeinse soldaten en handelaren gesproken, maar wellicht waren er zelfs hele gemeenschappen die zich van de Romeinse spreektaal bedienden. De taalgrens tussen het Romaans en Germaans lag misschien in de derde eeuw na Christus niet in België, maar in Nederland! Daar moeten we dan wel bij bedenken dat bezuiden de rivieren van oudsher ook een andere taal gesproken werd. Deze taal noemen we het Gallisch, een Keltische taal die verwant is aan het Iers en het Welsh. In de eerste eeuwen na Christus gaven de Galliërs geleidelijk hun eigen taal op en schakelden over op de taal van de Romeinen.

Oratie Nicoline van der Sijs: digitale technologie in historisch-taalkundig onderzoek


Op donderdag 27 maart 2014 houdt Nicoline van der Sijs haar oratie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, onder de titel De voortzetting van de historische taalkunde met andere middelen. Van der Sijs is sinds januari 2013 hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit.
In haar oratie laat Nicoline van der Sijs zien hoe digitale technologie ondanks beperkingen met succes kan worden gebruikt om oude en nieuwe historisch-taalkundige onderzoeksvragen te beantwoorden. Zo geeft ze antwoord op de oude vraag in hoeverre de gezaghebbende Bijbelvertaling uit 1637, de zogenoemde Statenvertaling, in taalgebruik volgend of leidend is geweest. De mythe wil dat de Statenvertaling grote invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandse standaardtaal. Uit digitaal onderzoek blijkt echter dat de Statenvertaling bij verschijnen al archaïsch was, in ieder geval voor wat betreft het gebruik van naamvallen. Haar conclusie is dat historische taalkunde en digitale onderzoeksmethoden een gelukkige combinatie vormen: de nieuwe onderzoeksinstrumenten werpen vaak een verrassend nieuw licht op oude, fundamentele vragen rond taalverandering.

Lees verder >>

Vacature: 50% praktijkassistent (historische) Nederlandse Taalkunde, Universiteit Gent, jan-aug 2014

Aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent, afdeling Nederlands, is er een vacature voor:
een deeltijds (50%) interimaris-praktijkassistent (historische) Nederlandse taalkunde voor de periode 01.01.2014 tot 31.08.2014.

Profiel van de kandidaat:

  • Houder zijn van het diploma van licentiaat of Master in de Taal- en Letterkunde met afstudeerrichting Nederlands, van Master in de Historische Taal- en Letterkunde, Master in het Vertalen, Master in het Tolken, Master in de Meertalige Communicatie of van een gelijkwaardig erkend diploma met afstudeerrichting Nederlands; 
  • Beschikken over aantoonbare wetenschappelijke interesse voor (historische) Nederlandse taalkunde; 
  • Overige beroepsactiviteiten uitoefenen of professionele ervaring hebben op het vlak van het onderzoek en/of academisch onderwijs in de Nederlandse taalkunde en/of taalvaardigheid; – Ervaring met historisch corpusonderzoek strekt tot aanbeveling.

Lees verder >>

Boekpresentaties bij de KANTL


In oktober worden er in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) in Gent twee nieuwe boeken gepresenteerd: een teksteditie van het Snoeijmes der Vlaemsche Tale door Rik Vosters en Gijsbert Rutten op maandag 7 oktober 2013 en De spiegel van Alexander, een postume essaybundel van Christine d’Haen, op donderdag 10 oktober 2013.

Lees verder >>

De Melkheul

Door Viorica Van der Roest
Geïnspireerd door het nieuwe boek van Tanneke Schoonheim, Langs Leidse Stegen, dat afgelopen zaterdag door Marc van Oostendorp besproken werd, ben ik weer eens met frisse blik naar de straat- en steegnamen in mijn eigen woonplaats gaan kijken. De meeste mensen kennen Gorinchem vooral als decor van de file op de A27, maar wanneer u daar nou weer eens staat stil te staan, kunt u net zo goed even van de weg afkomen om de historische binnenstad te bekijken. Die heeft het middeleeuwse stratenpatroon nog grotendeels behouden, inclusief de oude straatnamen. Een wandeling met taalkundige meerwaarde is dus ook in Gorinchem te maken.
Sommige namen spreken voor zich, zoals Gasthuisstraat, Vissersdijk of Molenstraat. Opvallend is het vrij grote aantal dierenstraatnamen. Gorinchem heeft net als Leiden een Kabeljauwsteeg (ik heb helaas niet kunnen ontdekken hoe die aan deze naam gekomen is). De Katerstraat roept vragen op; is er in Gorinchem een zo gedenkwaardige kat geweest dat men een straat naar hem vernoemde? Of heeft de naam iets te maken met de hoge concentratie van café’s in dat deel van de stad? Verder zijn er een Blauwe Haansteeg en een Eendvogelsteeg.

Lees verder >>

De identiteitscrisis van de paprika

Door Viorica Van der Roest
Een tijdje geleden werd er een aflevering van de Keuringsdienst van Waarde uitgezonden over paprikapoeder. De presentatoren gingen op zoek naar de paprika’s waar dat poeder van gemaakt wordt. Bij hun bezoekjes aan allerlei buitenlandse paprikaleveranciers ontstond, zoals ze zelf op hun website schrijven, een Babylonische spraakverwarring. Want volgens die leveranciers heette het ding dat wij een paprika noemen pepper. De Keuringsdienstmedewerkers reageerden alsof ze een grootschalig bedrog van de Nederlandse voedselindustrie op het spoor waren: in paprikapoeder zit helemaal geen paprika, maar peper! Ondanks de (goedbedoelde maar ontoereikende) uitleg van enkele leveranciers waren ze niet meer van het tegendeel te overtuigen.
Wat ze natuurlijk hadden moeten doen, was een historisch taalkundige erbij halen. Die had voor ze kunnen uitzoeken hoe dat nou zit, met die verschillende namen voor dezelfde vrucht. Want pepper en paprika zijn gewoon aan elkaar verwante woorden, waarvan de betekenissen wat uit elkaar geschoven zijn.

Lees verder >>