Tag: Historie van Floris ende Blancefleur

Voer voor filologen (en lexicografen) : “ende hooch .xvij. stellinghen”

Door Willem Kuiper

Het overkomt mij hoogstzelden, maar de CD-ROM Middelnederlands, het Middelnederlandsch Woordenboek én het Woordenboek der Nederlandse Taal laten mij in de steek. Het gaat om een woord in een zin in de prozaroman Van Floris ende Blancefleur, zoals gedrukt door Guillaem van Parijs, Antwerpen 1576. Floris is eindelijk in Babilonien gearriveerd en vertelt zijn gastheer Daris en diens echtgenote Litoris dat hij gekomen is om Blancefleur te vinden, die daar opgehokt zit in de harem van de emir, en haar terug naar Spaengien te brengen. Daris vindt dat geen goed idee. Om te beginnen vindt hij het doodzonde dat Floris zijn leven waagt uit liefde voor een vrouw. Bovendien is de emir onoverwinnelijk (mijn editie):

Bron: DOVO

Ende die stadt van Babilonien is wijt en[de] breet .xx. mijlen, ende die mueren sijn dicke ende hooch .xvij. stellinghen, ende sijn van sulken stof ghemaect datter gheen yser op en mach winnen, so dat dye van binnen niemant en ontsien. Daer sijn oock constelijc in dye mueren gemaect .xxxi. stalen poorten, ende daer sijn oock .v.C de grootste torrens die oyt man sach. Die torrens houden .viij. hondert heeren vanden meesten van Babilonien die die stadt ende vesten bewaren, ende elck heer is so machtich dat hi eenen coninck niet wijken en soude. Lees verder >>

Die historie van Floris ende Blancefleur als feuilleton in Neder-L

Inleiding tevens Verantwoording

Omstreeks 1150-1160 schreef een onbekende Franse auteur een voor die jaren revolutionaire roman over de idyllische liefde tussen twee kinderen, Floires en Blanceflor genaamd. Floires was de zoon van een Saraceense Spaanse koning, die tijdens een strooptocht in Galicië een groep pelgrims naar Saint Jacques (Santiago de Compostella) overviel, in wier gezelschap zich een christen Franse ridder met dochter bevond. De vader verzette zich en liet het leven. De dochter werd als slavin meegenomen en cadeau gedaan aan de koningin van Spanje.
     Enige tijd later komen beide vrouwen erachter dat zij in blijde verwachting zijn. Na wat hoofdrekenwerk blijkt dat hun zwangerschappen volstrekt synchroon lopen, met als gevolg dat uitgerekend op de feestdag van Pasques Florie (Palmpasen) de koningin moeder wordt van een zoon, die geheel in stijl met de feestdag Floires (bloem) genoemd wordt, en de slavin moeder van een dochter, die zij Blanceflor (witte bloem) noemt. Omdat beide kinderen op dezelfde dag / nacht waren verwekt en geboren, zijn zij elkaars evenbeelden, zowel lichamelijk als geestelijk, en hun enige ambitie en verlangen is om bij elkaar te zijn.
  Als de dag nadert dat Floires volwassen wordt, vindt zijn vader dat het uit moet zijn met die kinderliefde. Hij stuurt Floires te logeren bij zijn oom Jorrans en tante Sebile in Montoire, in de veronderstelling dat hij bij het zien van het prinsessenspul aldaar Blanceflor binnen de kortste keren vergeten zal zijn. Het liefst had hij voor alle zekerheid van Floires’ afwezigheid gebruik gemaakt om Blanceflor te doden, maar hij laat zich door zijn echtgenote overhalen om haar op de markt van Nicea te verkopen. Zo belandt Blanceflor in de harem van de emir van Babilonië (Caïro), die zo onder de indruk is van haar schoonheid, dat hij uit eigener beweging bereid is te breken zijn gewoonte om elk jaar een nieuwe maagd als echtgenote te kiezen uit de 7 x 20 die hij daar luxueus heeft opgehokt, waarna de oude als dank voor bewezen diensten onthalst wordt.
Lees verder >>