Tag: hersenonderzoek

Perplexiteit als venster op de taal

Door Marc van Oostendorp

Een zin is een meerdimensionaal object. Hij bestaat uit woorden, die op hun beurt minstens twee dimensies hebben: een klankvorm (‘spruitje’) en een betekenis (‘klein groen koolachtig bolletje met een bittere smaak’). En die woorden staan ook nog eens in een bepaalde syntactische relatie tot elkaar. Als je naar een zin, een willekeurige zin, luistert, moeten je hersenen op al die verschillende niveaus – klank, betekenis, zinsbouw – aan de slag.

Daarover gaat een onderzoek van een groep Nijmeegse onderzoekers (full disclosure: een ervan is onze directeur op het Meertens Instituut) in het tijdschrift PLOS One.  De onderzoekers zeggen zelf in hun conclusie dat ze in dit artikel nieuwe bewijzen willen hebben laten zien voor een driedeling, maar in mijn ogen is dat helemaal het punt niet.  Dat die verschillende niveaus er zijn is nogal zó wiedes en al zo vaak gedemonstreerd dat het nauwelijks bewijs behoeft. Het artikel lijkt me vooral belangrijk als een demonstratie van een nieuw soort methode, waarin computermodellen en hersenscans worden gecombineerd.

Het probleem van hersenen is dat er sowieso de hele tijd van alles in gebeurt. Lees verder >>

Een microchip in de scanner

Door Marc van Oostendorp

hersenenDe redenering is simpel: al onze taal komt voort uit onze hersenen en zal dus wel door onze hersenen bepaald zijn. Door nauwkeurig te gaan meten hoe laat welke neuron actief is wanneer iemand de zin ‘Joost eet pannenkoeken’ leest, krijgen we dus een nauwkeurig beeld van de manier waarop onze hersenen werken tijdens het contempleren van die zin. 

Met dat idee in het achterhoofd zijn neurotaalkundigen nu al enige tijd bezig om de hersenen in kaart te brengen. Er bestaat inmiddels een bont palet aan testmogelijkheden om dat te doen, en het heeft inmiddels ook al wel het een en ander duidelijk gemaakt over enkele basisbeginselen van de organisatie van taal in de hersenen.

Het probleem is alleen: hoe weten we wat al die meetinstrumenten eigenlijk meten? Lees verder >>

Wiskunde en taal zijn verschillend

Taal en getal (2)

Door Marc van Oostendorp


illustratie: M. van Oostendorp

Wiskundigen gebruiken een heel ander deel van hun hersenen om over wiskundige problemen na te denken dan om naar taal te luisteren. Wanneer je ze mondeling een probleem geeft, zie je eerst even de taalcentra werken, maar daarna speelt de activiteit zich af in een heel ander hersengebied – dat van de getallen.

Dat is een van de verbazingwekkende dingen die ik heb geleerd tijdens het symposium over taal en getal dat ik momenteel in Leiden bijwoon en waarvan ik hier live verslag uitbreng. Het klinkt op het eerste gehoor misschien niet eens zó vreemd: zit je wiskundeknobbel niet inderdaad ergens anders dan de taalvaardigheid? Maar veel taalkundigen, ook ikzelf tot maandag (toen ik nog jong was, mijn gouden dagen), gaan ervan uit dat het ontleden van een zin (‘de man ziet zijn hond’: de man onderwerp, ziet zijn hond gezegde, ga zo maar door) een wiskundige operatie is. En stiekem misschien wel dat op zijn minst de algebra een soort taal zonder woorden is.

Maar uit de lezing die de Franse neuroloog Stan Dehaene hier gaf, bleek dat helemaal niet zo zijn.
Lees verder >>

De innerlijke stem…

Door Marc van Oostendorp

Als ik wat mensen onder de hersenscanner zou mogen leggen, dan zou ik geloof ik proberen uit te vinden hoe het zit met de innerlijke stem. Hoe vaak klinkt hij in een mensenhoofd? En vooral: hoe?

We weten inmiddels iets over de innerlijke stem tijdens het lezen, bijvoorbeeld uit Amerikaans onderzoek van een paar jaar geleden. Bij lezen is het natuurlijk het makkelijkst te onderzoeken: je weet welke zin er iemands hoofd binnenkomt en dus waar je naar moet zoeken. Dan blijkt dat tijdens het lezen inderdaad een specifiek hersengebied actief wordt: het gebied dat bedoeld is voor de verwerking van geluid, en nog specifieker dat van spraakgeluid.

Het is natuurlijk heel fijn dat we dat nu alvast weten, maar ik zou verder willen gaan.
Lees verder >>

Het bewustzijn als intelligent klembord

Over Consciousness and the Brain van Stanislas Dehaene
Door Marc van Oostendorp

Ja, het is vroeg in de morgen, maar hier zijn twee eenvoudige opdrachten. Reken eerst uit je hoofd uit hoeveel 12×13 is. En bepaal vervolgens of hij kan verwijzen in de zin Dat hij zijn moeder nooit meer heeft gezien, speet Jan. 

Er is een verschil tussen die twee taken. Bij de eerste volg je in je hoofd een aantal stappen, waarvan je je bewust bent, en die je na kunt vertellen (bijvoorbeeld: 10×12=120, 3×12=36, 120+36=156). De tweede, die misschien wel even ingewikkeld is, los je geheel intuïtief op. Iedere spreker van het Nederlands, weet dat het antwoord ja is, maar niemand weet hoe hij tot dat antwoord gekomen is. (Je kunt er wel een verhaal over vertellen, maar dat is achteraf gepraat, niet iets wat je voelt terwijl je het doet.)
Over de werking, de functie en de theorie van het bewustzijn gaat het nieuwe boek van de Franse neurowetenschapper Stanislas Dehaene, Cognition and the Brain. 

Lees verder >>

De atomen van de taal in onze hersenen

Door Marc van Oostendorp


Hoe zitten spraakklanken in ons hoofd? De n of de ee, om er maar twee te noemen – hoe hebben we die opgeslagen? Wanneer we bijvoorbeeld iemand nee horen zeggen, iemand van wie we de stem nog nooit gehoord hebben, hoe herkennen we die klanken dan? We moeten ze ergens mee vergelijken, maar met wat?

De Russisch-Amerikaanse taalgeleerde Roman Jakobson (1896-1982) had daar een theorie over. Volgens hem zijn klinkers en medeklinkers geen atomen, maar moleculen: ze bestaan zelf uit nog kleinere eenheden, die corresponderen met instructies voor de uitspraak. Hersendeskundigen hebben nu, zeventig jaar later, nieuw bewijs voor die gedachte gevonden.

Lees verder >>

Die oude Roman had toch gelijk!

Door Marc van Oostendorp.  

Eindelijk, eindelijk weten we waarom tongbrekers moeilijk zijn uit te spreken! Omdat de klanken teveel op elkaar lijken. Wanneer je het persbericht van Nature leest over een artikel dat vorige week in dat gezaghebbende blad verscheen, zou je denken dat er weer iets volkomen triviaals is ontdekt in de laboratoria: ‘Sally sells seashells’ is moeilijk uit te spreken omdat s en sh dicht bij elkaar liggen. Nee, daar hoef je niemand voor onder de scanner te leggen om het uit te vinden.

Wat het persbericht niet meldt is dat het artikel veel interessanter is dan dat: er is een geheel nieuw soort bewijs gevonden voor een theorie uit 1941 van Roman Jakobson, terwijl inmiddels vrijwel alle taalkundigen aannemen dat die te simplistisch was.

Lees verder >>