Tag: Helena van Constantinopel

Column 102: Voer voor filologen: Dubbelzinnigheid

Door Willem Kuiper

Noem het een beroepsziekte, maar ik lees nooit één boek tegelijk. Minstens twee. Soms lees je iets in het ene boek dat je zonder het andere boek weer snel zou vergeten. Maar omdat in het andere boek iets vergelijkbaars staat, krijgt zo’n passage opeens een onverwachte dimensie.

In het chanson de geste Elaine de Constantinople varen vader Anthoine de Constantinople en schoonzoon Henry d’Angleterre in gezelschap van hun (klein)zonen Martin en Brisse en hun peetvader, de aartsbisschop van Tours, nadat zij Bruges (Brugge) op de Saracenen veroverd hebben, via l’Escluse (Sluis) het zeegat uit op zoek naar Elaine. Wij, de luisteraars en lezers, weten dat Helena under cover in Tours verblijft, maar omdat de wind uit de verkeerde hoek waait, gaan zij aan land in het heidense Escoche (Schotland), waar zij het beleg slaan voor de stad Hantonne (Southampton). Hantonne is in handen van koning Gamaus, de broer van koning Amaury d’Escoche, die eerder in het verhaal een belangrijke rol speelde als vrijwillige bekeerling tot het Christendom en vervolgens als onverschrokken voorvechter in de strijd tegen de Saracenen, wat hij uiteindelijk bekopen moest met de kruisdood in Castres (Plaisance) in Lombardie. Gamaus is een Saraceen in hart en nieren, maar zijn zuster Ludiane is tot het Christendom geneigd en wil niets liever dan een christen echtgenoot en een christen leven leiden. In de strijd voor Hantonne hakt Brisse – die zijn naam dankt aan de afgehakte arm (bras) / hand van zijn moeder – Gamaus een hand af. Maar in het verdere verloop van de strijd worden hij, de aartsbisschop van Tours, en koning Anthoine gevangen genomen. De wraakzuchtige Gamaus wil hen de volgende dag op een gruwelijke manier om het leven laten brengen, maar Ludiane praat hem dat uit zijn hoofd: Het is verstandiger de gevangenen als wisselgeld te bewaren. Een volgende keer worden er Saracenen gevangen genomen, en dan heb je wat om te ruilen. Gamaus kan zich hierin vinden en vertrouwt de gevangenen aan Ludiane toe, omdat hij geen fiducie heeft in zijn eigen gevangenbewaarders. Hij is als de dood dat die zich zullen laten omkopen. Tussen de bedrijven door heeft Ludiane een blik op het drietal kunnen werpen: twee mannen op leeftijd en één jonge man.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel Tot besluit

Door Willem Kuiper

Als u vanaf 11 november dagelijks heeft meegelezen met de lotgevallen van de ongelukkige Helena van Constantinopolen dan zult u nu opgelucht adem kunnen halen. Na 32 [in de Nederlandse vertaling abusievelijk 22] jaar wordt zij dan eindelijk teruggevonden in Tours. Daar wordt haar afgehakte hand, die als door een wonder al die jaren ‘vers’ bleef, zonder litteken teruggezet aan haar arm. Bovendien wordt zij met haar echtgenoot Henry, de koning van Engeland, haar beide zonen Martin en Brisse, en haar vader Anthoine, de koning van Constantinopolen, verenigd. Het koninkrijk Engeland wordt overgelaten aan de loyale hertog van Clocestre, die inmiddels gehuwd is met de bekeerde koningin van Beieren. Brisse, die voorbestemd leek te zijn om in de voetsporen van zijn pleegvader, de heremiet Felix, te treden, moet zijn maagdelijkheid opofferen om grootvader Anthoine van Constantinopolen en de bisschop van Tours uit de gevangenis van koning Gamaulx te laten ontsnappen door in te stemmen met een huwelijk met Ludienne, de Saraceense koningsdochter van Schotland, die haar amoureus oog op hem heeft laten vallen. De overgang van het gebedenboek naar het hemelbed bevalt hem overigens wonderwel. Martin wordt monnik en later bisschop van Tours, en ‘onze’ sint Maarten, een exemplarisch voorbeeld van ultieme vrijgevigheid aan de arme medemens.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 31

Hoe de enghel verthoonde coninck Henrick in sijn visioen dat Martijn sijns moeders arm weder aensetten soude, ende hoe Brixius troude de schoon Ludienne, de dochter van Schotlant.
[31]

   
Des nachts daer nae als Helena was ghevonden, soo verthoonde hem de enghel Godts tot coninck Henrick, seggende hem aldus: “Ontbiet uwen sone Martijn ende segget hem dat hy sijns moeders hant wederomme aen haren arm sette,” ende is doen wech ghescheyden.
     Ende des morghens vroech soo stondt de coninck Henrick op ende ginck tot Martijn, sijnen sone, ende seyde hem dat de enghel hem bevolen hadde: dat hy sijn moeder ghenes[e]n soude. Doe Martijn dit hoorde, verblijde hy hem seer ende heeft genomen sijns moed[e]rs hant ende heeft die aen haren arm gheset, aenroepende Godt dat Hy Sijn macht thoonen wilde over sijn moeder. Ende de hant is al geheel blijven staende aen den arme sonder eenigh litteken oft hy noyt af en hadde geweest. Door welck mirakel sy allegaeder verblijt waeren ende danckten God van Sijnder gratien.
     Ende Brixius troude doe de schoone Ludienne met grooter triumphen. Ende als dese feeste ghedaen was soo stelden sy hun op om nae Roomen te reysen tot den paus Clemens, Helenen oom. Ende coninck Anthonis ende coninck Henric ende Helena ende haer twee kinderen Martijn ende Brixius namen oorlof aende bisschop, hem danckende van sijnder goedertierenheydt die hy hun bewesen hadde. Ende doe vertrocken sy van daer nae Roomen ende sy zijn ghekomen inde stadt Playsante, daerse de coninginne seer feestelijc ontfinc, want Helena veel conversatien met Playsante ghehadt hadde. Playsante reysde met hunlieden nae Roomen, daer sy seer blydelijck ontfanghen worden vanden paus Clements.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 30

Hoe coninck Henricx dienaer Helena sochte in een arm huysken, daer hyse vont.
[30]

   
Als de dienaer vanden coninck Henrick hadde gehoordt dat hem de coninck belooft hadde hondert marck gouts te geven, waert dat hy hem Helena wijsen konde, so is de dienaer gegaen tot inde strate daer hy Helena hadde sien gaen, doen hy sijn peert drenckte, ende hy vraechde alomme oft niemant en wiste waer daer ontrent een vrouwe woonde met eene hant. Ende hem wert gewesen het huys, daer sy woonde. Ende hy is terstont gegaen int huys ende vraechde de waerdinne nae de vrouwe met eender hant die met haer woonde. Ende de waerdinne seyde dat sy geen vrouwe met eender hant en kende, want Helena haer hadde gebeden dat sy doch niemant seggen en soude van haer, waer dat sy ware. De geselle hoorende datse de vrouwe lochende, seyde: “Ick sal u doen vanghen ende sterven ist dat ghyse my niet en wijst, want ick weet wel dat sy hier is. Dus soo seght my waer dat sy is oft ick sal den bisschop ende de coningen over u klagen!”
     Dit hoorende, de waerdinne sorchde voor haer lijf te verliesen ende heeft den geselle in huys geroepen, hem wijsende een oude kiste daer Helena haer in verborgen hadde. Ende als Helena hoorde dat haer de waerdinne gewesen hadde, soo spronck sy terstont uyter kiste ende viel voor den geselle op haer knien, hem biddende om Gods wil dat hy haer doch wilde laten gaen, want hem met haerder doot niet beholpen en ware, ende sy wert met allen seer weenende. Dit siende, de gheselle namse vriendelijcken op vander aerden ende seyde: “Genadige vrouwe, ick bid u, laet staen u weenen. Ic sweer u by mijn chrijsdom dat u geen arch noch quaet en sal geschien, maer u sal meerder eeren ende reverentie gedaen worden van al de princen ende heeren dan oyt ghedaen was. Daerom soo en wilt niet meer weenen noch schreyen, maer gaet met my in des bisschops palleys, daer u heer vader ende u man ende u twee kinderen zijn, ende sy hebben na u groot verlangen.”
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 29

Hoe hem d’enghel den heremijt Felix vertoonde, ende zeyde hem dat hy te Tours gaen soude om te seggen koninc Henric dat hy wiste vanden twee kinderen die hy opghevoedt hadde.
[29]

   
Als Helena te Tours gesien was geweest, soo quam d’enghel totten heremijt Felix ende seyde hem: “Godt beveelt u dat ghy zult gaen na Tours. Daer sult ghy vinden de twee jonghelinghen die ghy sestien jaer lanck opgevoet h[e]bt, ende vertelt den koninc, haren vader, dat ghy van hun lieden weet.”
     Ende d’enghel scheyde doen van hem, ende de heremijt is met grooten arbeydt te Tours gh[e]komen. Ende als hy binnen de stadt was, ginck hy nae des bisschops palleyse, daer hy de trappen op ginck om inde sale te gaen. Twelc siende de poortier, vraechde hem werwaerts hy wilde gaen. Doe seyde de heremijt: “Ick wil gaen by de heeren inder salen.”
     Doen seyde de poortier: “Daer zijdy recht toe gekleet ende gheschickt!”
     Ende hy nam doen eenen stock ende sloech den heremijt een groot gat op sijn hooft soo dat hy seer bloede ende by nae vander trappen ghevallen was, so dat den heremijt den eenen voet voor den anderen niet setten en konde, maer hy bleef sitten op de trappen ende hielt sijn hooft in sijn handen van grooter pijnen. Ende alle de jongers ende pagien vergaderden by den heremijt, want hy vreemdelijck sach ende was met gras ende looveren gekleet.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 28

Hoe Helena te Tours van een van koninc Henricx knapen gevonden wert.
[28]

   
Als de heeren een wijl tijdts binnen Tours gheweest hadden, soo ghevielt dat Helena om water met eenen ketel ginc ende wiesch eenen doe[c]  eer sy water schiep. Soo wasser een van koninc Henricx knapen die sijn peerdt te water reedt ende sach dese vrouwe aen ’t water staen ende bemerckte datse maer een handt en hadde, twijfelende dattet Helena zoude zijn, want hy met koninc Henrick woonde eer sy koninginne was, ende hy ginck by haer ende seyde: “Vrouken, Godt gheve u goeden dach! Seght my waer ghy woont, want my dunckt dat ic u tot anderen tijden verre van hier ghesien hebbe.”
     Ende Helena dit hoorende, ginck terstont zonder eenich antwoort wech ende keerde haer om. De knecht dit ziende, merckte in wat strate sy ginc, maer hy mochtese niet volghen, want hy aen d’ander zijde vanden water was, ende het water was al te diep om daer deur te rijden.
     Ende de knecht reedt terstont tot koninc Henric, hem segghende dat hy Helena ghesien hadde. Waer af de koninc seer blijde was, ende hy beloofde den knecht hondert marck goudts op dat hy haer vinden konde.
   

*     *
*
Hoofdstuk 28 in een synoptische, tweetalige (Nederlands-Frans) editie, met daarin verwerkt de versie in De vrouwen-peerle en de druk van de weduwe van Jehan Treperel, Paris ca. 1510.
Een woord dat u niet kent, kunt u opzoeken in het on-line Woordenboek der Nederlandsche Taal

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 27

Hoe de schoone Ludienne de kersten princen de stadt in handen leverde inder nacht.
[27]

   
Doe de kersten princen int ghevangenisse waren, soo ginck Ludienne metten coninck, haeren broeder, eten ende toonde hem een blijdt gelaet. Ende doen de maeltijt ghehouden was, ginck haer broeder slapen. Ende sy maeckten de manier oft sy oock slapen had gegaen, maer sy ginck totten kercker dien sy ontsloot, ende seyde: “Ick bid mijn heeren dat ghy my wilt vertellen de manier van uwen wet, want ick meer uwen God beminne danmen weet.”
     Dit hoorende, de bisschop predickte haer een schoon sermoen van onsen lieven Heer ende het kersten gheloove, daerse groote geneuchte in hadt ende seyde: “Mijn heeren, uwe wet ende geloove behaecht my wel. Daerom soude ick wel willen een van u allen die my beliefde tot eenen man te kiesen om dien te trouwen.”
     De bisschop seyde: “Ick troude u, en waer ick geen priester.”
     Ende coninck Antonis seyde: “Ick ben oock noch te houwen, maer mijnen bol is my grijs …”
     Doe seyde Ludienne: “Mijn heeren, is desen jongelinck gehouwet? Hy is die my best behaget. Dien begeer ick te trouwen, ende ick ben de gene die uwer alder leven behouden mach!”
     Doen veranderde Brixius in sijn aengesicht ende seyde tot coninck Anthonis ende den bisschop: Wat hem beliefde dat soude hy doen. Doen seyde de coninck Anthonis: “So begheere ick dat hy haer te houwelijck neme, ende ick sal hem overgheven het coninckrijck van Constantinopelen na mijn doot.”
     Van welcke woorden Brixius seer verblijt was, ende sy beloofden daer voor den bisschop dat sy malkanderen trouwen souden. Ende doen soo leyde Ludienne alle de kersten princen in haer kamer, daer sy alle met malkanderen goet cier maeckten met eten ende drincken.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 26

Hoe de kersten princen wonnen Schotlant ende ma[e]cktent kersten.
[26]

   
Als dese kersten princen een wijle te Brugghe gherust hadden, namen sy oorlof aenden coninck Moriant ende gingen t’schepe soo dat sy in Schotlant aen quamen, daer coninck Amaris’ broeder woonde, geheeten Gamans, dat een ongeloovich Turck was, ende had een suster, Ludienne geheten, die geerne kersten had geweest, [maer] sy en dorstet niet openbaren voor haren broeder. Ende de Kerstenen sloegen hun tenten voor de stadt Narbone, daer de coninck Gamans in woonde.
     Ende doe de coninck het volck sach voor sijn stadt, bereyde hy hem met volck van wapenen ende quam ter stadt uyt ende sloech soo vreesselijck inde Kerstenen, soo dat van beyde sijden veel volcks verslaghen werdt. Ende Brixius die sloegh den coninck Gamans sijn een handt af, ende soude hem verslaeghen hebben en hadt ghedaen de groote menichte der Turcken die den coninck Gamans te bate quamen, ende Brixius ende sijn petre, de bisschop van Tours, worden gevangen.
     Dit siende coninck Anthonis reet hen na, slaende op sijn vyanden, maer lacen hy quam te diep onder de Turcken, dat hy oock ghevangen wert, dies coninck Henrick ende Martijn quaelijck te vreden waren, maer sy en mochtent niet beteren.
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 25

Hoe dese coninghen voor der Sluys quamen, dat sy wonnen, ende beleyden de stadt van Brugge.
[25]

   
Na dat de kersten coninghen seven weken hadden gheweest in de stadt van Playsante, so namen sy oorlof aen Playsante ende gingen t’schepe ende zeylden soo langhe dat sy ter Sluys aen quamen. Ende de Kerstenen wonnen de stadt vander Sluys ende dooden al dat niet Kersten wilden sijn ende trocken doe voor de stadt van Brugghe, daer sy een belegh maeckten. Maer coninck Mordiaen quam met so grooter macht de Kerstenen bevechten, soo dat coninck Henrick gevanghen wert ende binnen Brugge gebracht.
     Doe was coninck Anthonis seer droevigh ende seynde boden aenden bisschop van Tours, hem ontbiedende dat coninck Henrick ghevangen was. Als dit de bisschop hoorde, vergaderde hy vijftien duysent mannen van wapenen ende hy quam terstondt te Brugghe, ende hy voerde met hem Martijn ende Brixius, des conincks Henricks kinderen. Ende als sy voor Brugge quaemen, waeren sy seer feestelijck ontfangen van coninck Anthonis. Ende als sy een luttel tijts gherust hadden, soo bestormden sy de stadt van Brugge, maer sy en kondense niet ghewinnen, wantse te sterck was.
   
Lees verder >>

Helena van Constantinopel, hoofdstuk 24

Hoe coninck Anthonis ende coninck Henrick verlosten de stadt van Romen vanden ongeloovigen.
[24]

   
Als dese coninghen, als van Constantinopolen, van Enghelant ende van Schotlant, hadden langen tijt Helena ghesocht ende veel battalien ende strijden hadden gehadt lange jaren ende menigh stadt kersten ghemaeckt ende hadden gewonnen de stadt van Jerusalem ende alle het lant ende de stadt van Ascolen, daer sy noch int lant waeren. Binnen dien tijden quam coninck Hurtam van Graffes ende beleyde Romen. Waerom de paus schreef om bystant aen de coninghen, datse by hem quamen om hem te helpen, ende hoe hy een vrouwe in sijn hof hadde die by Helena ghewoont hadde.
     Als de heeren dit hoorden, waren sy verblijt ende braken hun heyr op ende gingen t’schepe om na Roomen te komen. Ende als sy inde zee quamen, vonden sy den admirael van Salernen, den broeder van Hurtam, om hem te hulpe te komen, die sy verwonnen met alle sijn volck. Ende coninck Amaris spronc int schip ende versloegh den admirael van Salernen ende brachten hunlieden, ende bonden hem op een peert als een kalf ende sonden hem coninck Hurtam, sijnen broeder, die seer droevich was. Ende de coninghen quamen te landt met hunnen volcke ende sloegen vreeselijck in des conincx Hurtams heyr, dat sy de Turcken meest versloegen, soo dat coninck Hurtam heymelijck wech vloot als eenen verwoeden hondt, sijn goden vervloeckende dat sy hem niet geholpen en hadden in sijnen noot.
Lees verder >>