Tag: heldinnenbrieven

Paris en Helene: Pieter Bernagie imiteert Hooft

Door Ton Harmsen

De titel van het treurspel dat Pieter Bernagie in 1685 schreef is al bijzonder: Helena van Troje, eigenlijk Helena van Sparta en nog preciezer Helena de dochter van Zeus en Leda, de vrouw die ab ovo geboren is, heet hier Helene. Bernagie zal het wel op z’n Frans uitgesproken hebben. In ieder geval was hij trots op zijn Paris en Helene: in zijn voorrede weerlegt hij de bekende kritiek op Frans-klassiek toneel dat het niet oorspronkelijk is. Dat is geen eis die men aan de literatuur kan stellen, tenzij men grote werken uit de wereldliteratuur af wil keuren: Lees verder >>

Vijfmaal Vasthi

Door Ton Harmsen

Er is alom belangstelling voor het Spaanse toneel dat in de zeventiende eeuw in de Nederlanden werd opgevoerd. Uitgeverij Verloren kondigt een boek aan van Frans Blom en Olga van Marion over Spaans theater in de Republiek. En dat is nog maar het begin van hun project over dat spectaculaire toneel, in Leiden staat Tim Vergeer in de startblokken om de emoties in de Spaanse stukken te analyseren. Een grote groep vrijwilligers heeft toegezegd de vele teksten die daarvoor digitaal beschikbaar moeten komen te transciberen; wie wil bijdragen kan zich melden bij ceneton@me.com. En nog actueler: Theater Kwast speelt volgende week Serwouters’ bijbelse tragedie Hester, oft verlossing der Jooden (Amsterdam, 1659) een vrije bewerking van Lope de Vega’s La hermosa Ester (1610). In Amsterdam werden stukken van Lope de Vega, Calderón de la Barca en anderen in het Spaans opgevoerd; het is hoogst waarschijnlijk dat Serwouters door zo een voorstelling geïnspireerd is.

Lees verder >>

Drie nieuwe heldinnenbrieven: Croesus, Scipio en Montigny

Door Ton Harmsen

In Leiden verzamelen we heldinnenbrieven. Dat is nog spannender dan postzegels sparen, en het plezier is hetzelfde: altijd weer een feest als je er een bij hebt. Maar niemand kan je vertellen of je verzameling compleet is. Een catalogus zoals die van de filatelist is er niet. Natuurlijk hebben we onder leiding van Olga van Marion systematisch gezocht, maar toch wordt je nog af en toe een verrassing in de schoot geworpen.

Afgelopen zaterdag besprak Marc van Oostendorp een sonnet van het Utrechtse genootschap Dulces ante omnia Musae, genoeglijk boven al zijn de muzen, dat tweemaal, in 1775 en 1782, een bundel essays en gedichten uitgaf. Maandag nam ik die bundels voor het eerst door in de UB-Leiden, en kijk: drie nieuwe heldinnenbrieven. Alle drie geschreven door helden, maar omdat Ovidius het genre begonnen is met vijftien brieven van vrouwen, noemen we het de heldinnenbrief.

Met deze drie aanwinsten bevat de lijst van heldinnenbrieven op de internetsite van de Opleiding Nederlands in Leiden 843 titels. Soms komt er een bij, soms valt er een af. Sommige titels wijzen in de richting van een brief, maar blijken dat bij nader inzien niet te zijn. Een heldinnenbrief moet namelijk wel een formulering bevatten die erop wijst dat de adressant en de adressaat zich niet in elkaars nabijheid bevinden: ‘Lees deze brief’, ‘ik leg mijn pen neer’ of ‘dit wilde ik u schrijven’ zijn dergelijke formuleringen. Als zulke indicatoren ontbreken kan de tekst ook een toespraak zijn of een monoloog.

Lees verder >>

Heldinnenbrieven van Cornelis van Ghistele gedigitaliseerd

Door Ton Harmsen

005Penelope1580Tien jaar geleden promoveerde Olga van Marion in Leiden op Heldinnenbrieven: Ovidius’ Heroides in Nederland. Wat een klein genre leek, bleek veel te omvatten. Eerst waren er de vertalingen van Ovidius’ 21 brieven, en de drie apocriefe antwoordbrieven daarop. Daarna kwamen er brieven van eigen inventie door Nederlandse dichters, gesteld op de naam van heldinnen uit de bijbel en de kerkgeschiedenis, uit de klassieke en de vaderlandse geschiedenis, en tenslotte zelfs van fictieve personages uit de eigen tijd. De grondslag van deze omvangrijke literatuur legde Cornelis van Ghistele, die halverwege de zestiende eeuw als eerste alle brieven van Ovidius vertaalde, en ook de antwoordbrieven die aan Ovidius toegeschreven zijn. Daarbij bleef het niet: hij schreef ook nog eens zelf een antwoord op iedere brief. Daarmee gaf hij het startsein tot een groot gezelschapsspel: het schrijven van heldinnenbrieven werd een volksvermaak, dat zonder Van Ghistele niet zo in de Nederlandse literatuur zou zijn doorgedrongen. Rederijkerspoëzie heeft de naam van gekunsteld te zijn; maar een goede dichter kan ook binnen dat bestek voortreffelijke gedichten voortbrengen. Hoe meer je Van Ghistele leest hoe meer je van deze pionier gaat houden.

Lees verder >>