Tag: grammaticaonderwijs

Oproep: Hoe kunnen we het taalbewustzijn van leerlingen vergroten?

Door Gijs Leenders

In een onderzoek onder taalkundigen inventariseerden Van Rijt en Coppen (2017) welke linguïstische concepten taalkundigen het belangrijkst vinden voor de taalkunde zelf en voor het onderwijs op middelbare scholen.

In mijn promotieonderzoek stel ik als eerste stap vast hoe docenten Nederlands hier zelf over denken en of ze daarin verschillen van docenten Duits en Engels. Zijn het dezelfde grammaticale concepten en begrippen die relevant zijn voor het moedertaalonderwijs en voor het vreemdetalenonderwijs? Of juist niet?

Mede op grond van mijn bevindingen wordt in het vervolg van dit onderzoek (in de periode 2019-2022) een grammaticadidactiek ontwikkeld en getoetst ter verbetering van de bewuste taalvaardigheid van leerlingen in de vakken Nederlands, Engels en Duits.

Ter beantwoording van mijn vragen heb ik jullie hulp nodig! Zou je me willen helpen door deze vragenlijst in te vullen?

 

Grammaticaonderwijs leidt tot taalfouten door hypercorrectie

(Persbericht Radboud Universiteit)

Het aanleren van regels voor bepaalde grammaticaconstructies kan leiden tot het maken van fouten in andere grammaticaconstructies. Dit blijkt uit onderzoek onder ruim driehonderd middelbare scholieren door taalwetenschappers van de Radboud Universiteit dat op 6 februari verscheen in Applied Linguistics. De onderzoekers pleiten voor een andere aanpak van grammaticaonderwijs.

De onderzoekers keken naar de prestaties van meer dan 300 middelbare scholieren op het gebruik van ‘hun’ en ‘hen’ en ‘als’ en ‘dan’. ‘Onze eerste conclusie is dat leerlingen heel goed scoren op de constructies waaraan veel aandacht besteed wordt op school en in de samenleving. Zo werden er bijzonder weinig fouten gemaakt van het type “groter als” en ‘hun hebben”, aldus Ferdy Hubers, één van de betrokken onderzoekers. Wat vaker fout ging, waren zinnen met ‘hun’ als meewerkend voorwerp en ‘twee keer zo groot als’. Leerlingen kozen hier vaak voor respectievelijk ‘hen’ in plaats van ‘hun’ en ‘dan’ in plaats van ‘als’. Lees verder >>

Nederlands onderzoek naar grammaticaonderwijs: hoe staat dat ervoor?

Een korte positiebepaling en wat eerste resultaten

Door Jimmy van Rijt

Sinds de zogenoemde ‘communicatieve wending’ in het moedertaalonderwijs vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw zijn grammaticaonderwijs en literatuur – toch zeker in de ideologische zin – wat meer naar de achtergrond van het onderwijs Nederlands verdwenen, ten gunste van algemeen communicatieve vaardigheden. In de praktijk van het schoolvak Nederlands wordt, ondanks de nadruk op communicatieve vaardigheden, echter nog altijd veel aan grammaticaonderwijs gedaan. Sterker nog: niet alleen in Nederland, maar zeker ook in internationaal verband staat grammaticaonderwijs weer tamelijk prominent op de (beleids)agenda (zie bijvoorbeeld Myhill, Jones, Lines & Watson, 2012; Watson & Newman, 2017, p. 2).

Naar grammaticaonderwijs wordt dan ook steeds meer onderzoek gedaan, en dan met name naar de relatie tussen expliciet grammaticaonderwijs en schrijfvaardigheid, met de onderzoeksgroep rondom Debra Myhill (Universiteit van Exeter, Verenigd Koninkrijk) als kartrekker. Lange tijd werd verondersteld dat grammaticaonderwijs geen positieve effecten had op schrijfvaardigheid (zie bijvoorbeeld de veel aangehaalde meta-analyse van Graham & Perin (2007)), maar dergelijke resultaten hebben vrijwel zonder uitzondering betrekking op traditioneel grammaticaonderwijs. Dergelijk grammaticaonderwijs is onderhevig aan forse kritiek: trucjes en ezelsbruggetjes domineren de didactiek, terwijl kritisch of reflectief denken en grammaticaal inzicht niet of nauwelijks aangeboord worden (zie bijvoorbeeld Coppen, 2009). Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat zulk grammaticaonderwijs de schrijfvaardigheid niet ten goede komt.
Lees verder >>