Tag: grammaticalisatie

De evolutie van grammatica uit het zicht

Door Marc van Oostendorp

Weinig dingen zijn zo leuk als speculeren over de oorsprong van menselijke taal. Het is zo’n ingewikkeld systeem, waar komt dat allemaal vandaan, hoe is het ontstaan, hoe heeft het zich ontwikkeld? Omdat taal zo belangrijk is voor ons menszijn, lijkt het een vreselijk belangrijke vraag. Omdat er van zinnen al een fractie van een seconde nadat je ze hebt uitgesproken niets meer over is, is het vreselijk moeilijk te onderzoeken.

In een nieuw artikel in een bundel over ‘de erfenis van Darwin’ buigt de eminente Amerikaanse taalkundige Joe Emonds zich ondanks dit alles over dit onderwerp. Of er ook maar iets klopt van zijn gedachte valt volgens mij niet te onderzoeken. Maar hij komt met een vernuftig verhaal en interessante observaties.

Le en la

Een daarvan gaat over het verschijnsel dat alleen sommige elementen van betekenis een rol spelen in de grammatica. In het Nederlands en een heleboel andere talen maak je bijvoorbeeld verschil tussen enkelvoud en meervoud. Het werkwoord past zich bijvoorbeeld in dit opzicht aan het zelfstandig naamwoord aan: je zegt ‘de man loopt’ maar ‘de mannen lopen’. In het Frans speelt bijvoorbeeld het verschil tussen mannen en vrouwen ook zo’n rol in de grammatica: er is een verschil tussen ‘mon père est gentil‘ en ma mère est gentille‘.  Lees verder >>

Joh!

Door Marc van Oostendorp

Ik wil niet zeggen dat de satirische website De Speld de belangrijkste bron voor taalkundig onderzoek moet zijn, maar de redacteuren daar hebben een goed afgestelde antenne voor moderniteiten, en ook voor taalgebruik. Een recent artikel heet Redelijke man begint al zijn zinnen met ‘joh’ maar eindigt toch in kroeggevecht, en beschrijft de wederwaardigheden van een man die de hele tijd allerlei dingen zegt zoals:

“Ik zeg donderdag al tegen de jongens, joh, we gaan eerst pokeren en dan zien we wel waar het schip strandt.”
“Ik zeg tegen tegen de jongens, joh, ik zit goed in de olie, Ubertje delen en we staan in drie kwartier op het Rembrandtplein.”
“Ik zeg tegen die uitsmijters, joh, ik wil een gezellige avond, jullie willen een gezellige avond, mag ik misschien naar binnen?”
“Dus ik dacht, joh, dan gaan we toch lekker naar de Prime?”

Toevallig zat ik vorige week te roddelen met een niet-moedertaalsprekende collega, die me vroeg naar de taal van een van de bekendste taalkundigen van Nederland, die precies zo praat. Zij dacht dat joh misschien een nieuw voegwoord, een complementeerder was. Lees verder >>