Tag: Gouden Eeuw

Literatuur en identiteit in de Gouden Eeuw: De Nederlander en de Ander

Docent Ivo Nieuwenhuis van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit besloot om tijdens de coronacrisis zijn college over literatuur en identiteit de vorm te geven van een podcast. Als een voorbeeld presenteren we hier het laatste college uit die reeks. We werken ook nog aan de laatste. 

De PowerPoint-presentatie die bij deze podcast hoort staat hier. De podcast zelf kun je beluisteren via Spotify of Anchor

We kunnen prima zonder gouden eeuw

Door Ivo Nieuwenhuis

Jan Steen, Soo de Oude Songe, Soo pypen de Jonge (1663 – 1665). Bron: Wikipedia

Toen het Amsterdam Museum vorige week aankondigde om de term ‘gouden eeuw’ in de ban te doen, waren voor velen de rapen gaar. Niet alleen politici, maar ook diverse wetenschappers lieten van zich horen, inclusief neerlandici. Met name emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde Herman Pleij reageerde fel. Met veel pathos sprak hij in De Volkskrant over “de vernietiging van immaterieel erfgoed” en maakte hij de vergelijking met “IS dat beelden in elkaar sloeg”. 

Minder over-the-top, maar niettemin uitgesproken, was de visie van Lotte Jensen, die er in NRC Handelsblad voor pleitte om de term ‘gouden eeuw’ vooral niet te schrappen, “omdat deze als didactisch instrument kan dienen om studenten kritisch te laten reflecteren op het eeuwenoude proces van Nederlandse natievorming.”

Lees verder >>

De Gouden Eeuw in de letterkunde hadden de politici al lang afgeschaft

Door Coen Peppelenbos

Het IJ voor Amsterdam met het fregat ‘De Ploeg’ van Ludolf Bakhuysen, 1680 – 1708. Afbeelding via het Rijksmuseum

In de jaren zeventig, toen de enige echte koningin Juliana nog de baas was en de zomers een beetje normaal zomers deden, gingen we weleens een paar dagen op vakantie met het hele gezin. Duitsland was toen ongeveer het summum van ver. Ik herinner me vaag een vakantie in Nassau an der Lahn en later een vakantie in Zell am Mosel. De tochten vanuit Raalte in een klein autootje terwijl wij met ons drieën achterin de sigarettenrook van onze ouders weghapten en ik stelselmatig ergens kotsmisselijk werd, kan ik me nog goed herinneren. De grens was nog een gevreesde lijn, maar als je die eenmaal was overgestoken dan kwam je in een totaal andere wereld. Na uren rijden, kwamen we ergens uit waar we opzoek gingen naar pensions met ‘Zimmer Frei’. In Zell kwamen in een pension terecht en mijn ouders konden het meteen goed vinden met de eigenaar die ook wijn verbouwde. Terwijl wij, de kinderen, sliepen, donken mijn vader en moeder nog een glaasje Zeller Schwarze Katz. De volgende ochtend bleek de pensionhouder niet helemaal de aardige man te zijn, want hij had lopen opscheppen over de die tijd dat hij in Nederland was geweest. Zo’n mooie tijd, de mooiste tijd van zijn leven. Dat bleek zo tussen 1940 en 1945 te zijn.

Lees verder >>