Tag: getal

Een aantal mensen is of zijn?

Door Marten van der Meulen

Een van de casus die ik onderzoek in het kader van mijn proefschrift is de kwestie ‘een aantal mensen is/zijn’. De laatste dagen heb ik flink wat data doorgespit, en dat heeft mij in ieder geval wat nieuwe inzichten gegeven. Meervoud of enkelvoud, dat gaat namelijk helemaal niet alleen maar over het werkwoord, maar ook over iets anders. En juist dat andere aspect laat heel duidelijk zien: ‘een aantal mensen’ is meervoud.

Regels

De traditionele interpretatie zegt dat ‘aantal’ het hoofd van de zelfstandig naamwoordgroep is. Aantal staat in het enkelvoud, en dus moet een opvolgend werkwoord ook in het enkelvoud staan. Dat levert dit soort zinnen op:

  • Een aantal mensen is gekomen.
  • Een aantal mensen las mijn blogpost.
Lees verder >>

Getallen die niets zeggen

Nultaal (24)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Het dataverkeer blijft maar groeien. Naar verwachting heeft de mensheid in 2020 in totaal 45 zettabytes geproduceerd.

Dat lijkt me nogal wat. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wat is een zettabyte? Dat is 1 triljard bytes, dus een 1 met 21 nullen. Maar hoe maak ik me daar een voorstelling van? Ah, zegt de dataspecialist dan, dat kunnen we concretiseren: 45 zettabytes is 7,5 maal het totaal aan zandkorrels op aarde. Oh, indrukwekkend.

Ik deed mee aan een heel moeilijk dictee, en had negen fouten.

Dat lijkt me nogal wat. Maar wat betekent dat eigenlijk. Is negen fouten nu veel of weinig. Nou, de prijswinnaar had er vier. Oh, dat ben je behoorlijk goed in spellen. Lees verder >>

De data geeft de pedant ongelijk

Door Marc van Oostendorp

Als taalkundige kun je verjaardagsfeestjes waar intellectuelen zijn altijd enorm verlevendigen, bijvoorbeeld door te vertellen dat er niets mis is met”de data is onduidelijk”. Toch is dat wat Geoff Nunberg precies laat zien in een recent artikeltje;  in ieder geval in het Engels, maar ik vermoed dat de redenering inmiddels ook geldt voor het Nederlands.

Er zijn mensen die bezwaar hebben tegen het enkelvoudig gebruik van data. Ja, er zijn zelfs mensen die beweren dat zoiets ‘pijn aan hun oren’ doet. Die pijn is helaas nooit goed onderzocht. Het lijkt me logisch in een hersenscan kunt zien dat het mensen opvalt als er een vorm wordt gebruikt die volgens hen niet mag, maar mij is niet bekend dat zoiets ook aantoonbaar gepaard gaat met een onaangenaam gevoel.

Het komt misschien doordat ik zelf die ‘pijn’ niet voel, zoals het me in het algemeen niet veel pijn doet als iemand de dingen anders doet dan ik. De meeste mensen lopen links van hun fiets en ik liever rechts, maar mij doet dat geen pijn. Lees verder >>

Twintigzestien

Door Marc van Oostendorp


Als de fotostripblogger Ype het zegt, tijgt de redactie van Neder-L aan het werk. En afgelopen woensdag zei hij het: hij verklaarde de uitspraak ‘twintig zestien’ tot hip.

Nu hadden wij vier jaar geleden al voorspeld dat “twintig twaalf” de dominante uitspraak zou worden <hier> . Daar is het toen niet van gekomen. Zou het nu dan eindelijk?

Dus toog ik naar mijn Amstelveense nichtje uit de brugklas, maar die keek me alleen maar vreemd aan. ‘Niemand’ zegt zoiets, beweerde ze. Maar misschien heeft de brugklas in Amstelveen een ander idee van hip dan een Amsterdamse dertiger.

Google lijkt Ype in eerste instantie wel gelijk te geven:

Lees verder >>

Met zijn vijfjes

Door Marc van Oostendorp


Zoals je mensen hebt die op een doorregende grijze dag tegen het grijze beton van de grijze gebouwen gegarandeerd een zeldzaam grijs vogeltje zien, zo zijn er mensen die aan de Nederlandse taal steeds weer nieuwe dingen weten te ontlokken.

Mijn college Gertjan Postma is zo iemand – hij weet je gegarandeerd te wijzen op dingen die je als moedertaalspreker al je hele leven wist, maar waar je altijd overheen gekeken hebt. Gisteren gaf hij een lezing op het congres van de Societas Linguistica Europaea, waarin hij liet zien dat de taal soms anders omgaat met kleine getallen dan met grote.

Een klein voorbeeld – zo’n voorbeeld dat hij dan even tussen neus en lippen noemt – is dat je wel kunt zeggen met z’n tweetjes, met z’n drietjes en met z’n viertjes, maar dat het daarna snel is afgelopen. Met Google vind je nog wel een handjevol met z’n vijfjes, zesjes en zeventjes, maar die vormen klinken raar, en staan ook niet in verhouding tot de hoeveelheden met z’n vijven, zessen en zevenen die je vindt.

Lees verder >>