Tag: gesproken taal

Zoeken in grote hoeveelheden geschreven en gesproken Nederlands met OpenSoNaR

Door Instituut voor de Nederlandse Taal

Dinsdag 9 april heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal een nieuwe versie van de OpenSoNaR webapplicatie gelanceerd, waarmee je kunt zoeken in grote hoeveelheden geschreven en gesproken Nederlands. De applicatie geeft toegang tot data uit het SoNaR-corpus, een verzameling geschreven teksten van meer dan 500 miljoen woorden, en het Corpus Gesproken Nederlands (CGN), een verzameling van 900 uur Nederlandse spraak.

De nieuwe webapplicatie maakt het mogelijk om te zoeken in alle data van de twee verzamelingen (corpora). De grote hoeveelheden tekst zijn voorzien van extra taalkundige informatie zoals woordsoort en lemma, en bovendien zijn van het Corpus Gesproken Nederlands ook de geluidsfragmenten te beluisteren. In de applicatie kun je eenvoudig zoeken op een woord, of een complexere zoekactie doen door te selecteren op een specifieke annotatie of door reguliere expressies te gebruiken. Daarnaast is het mogelijk om de zoekresultaten op te slaan, de zoekgeschiedenis te raadplegen en frequentielijsten te bekijken.
Lees verder >>

Honoursstudenten Universiteit Utrecht presenteren documentaire LUISTERTAAL


Op 28 mei 2013 vindt de première plaats van de korte documentaire LUISTERTAAL, gemaakt in opdracht van de Nederlandse Taalunie. In het kader van de kennisvalorisatie van de Geesteswetenschappen onderzochten honoursstudenten Collin Gorissen, Jolien van Hekke, Tessa Mulkens, Heleen Oomen en Maaike Tol onder begeleiding van dr. Jan ten Thije de mogelijkheden die luistertaal te bieden heeft.
Luistertaal is een vorm van communicatie waarbij de spreker een andere taal spreekt dan de toehoorder, maar beiden elkaar toch goed kunnen verstaan. De documentaire over dit nog relatief onbekende concept richt zich op een breed publiek. In de korte film komen mogelijkheden, kansen en grenzen van luistertaal aan bod en wordt het gebruik in mondelinge en schriftelijke communicatie in beeld gebracht.

Lees verder >>

Zou-d-ie dat nou menen?

Als het onderwerp je achter de persoonsvorm staat, in geval van inversie dus, valt de t weg: je valt, maar val je. Bij hij daarentegen kan inversie juist een extra t opleveren. Een onbeklemtoond hij wordt uitgesproken als ie wanneer het achter de persoonsvorm of in een bijzin verschijnt: weet-ie wel dat-ie leeft? We zetten dat zelden zo op papier, want om de een of andere reden heeft de schrijftaal een afkeer van ie. (Waarom eigenlijk?) En in veel gevallen zeggen we niet ie, maar zetten we daar nog een klank vóór: vaak een t, geregeld een d.

Ik vermoed dat die t afgeleid is van de werkwoordelijke vervoegings-t van de derde persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd. Ik bedoel: omdat we een t zeggen in daar gaat-ie, zeggen we er óók een in dat las-t-ie en zelfs in ‘ik weet niet of-t-ie gaat’ (of hoe we dit ook willen spellen; ik laat me nu maar even inspireren door het Frans, met zijn y a-t-il). Wat deze neiging mogelijkerwijs  nog versterkt, is dat in veel bijzinnen vóór ‘ie’ óók een t staat, namelijk die van het voegwoord ‘dat’ en zijn varianten ‘omdat’, ‘voordat’ enzovoort: dat-ie leeft.