Tag: gespreksanalyse

Doe maar aan of in?

Door Lucas Seuren

Alsof we op Neerlandistiek nog niet genoeg gezegd hebben over doen als hulpwerkwoord in het Nederlands (Marc van Oostendorp en Henk Wolf schreven er onlangs al over), wil ik er toch nog iets meer over kwijt. Maar anders dan mijn collegae Neerlandici gaat het me niet om doeslief. Tijdens mijn dagelijkse analyseoefening kwam ik namelijk de volgende uiting tegen: doe maar aan. Daar lijkt niks bijzonders mee, en ongetwijfeld ben ik enigszins raar dat ik me er wel voor interesseer, maar grammaticaal is het toch wel een gek dingetje.

Doe maar

Wat is er dan mee aan de hand? In het dagelijks leven zeggen mensen van tijd tot tijd doe maar, zonder dat ze daarbij natuurlijk naar de band verwijzen. Het is een manier om in te stemmen: Lees verder >>

Dat is een heel goede vraag…

Door Guusje Jol

Laatst was het zo’n lome zaterdag waarop ik op de bank hing met een kop thee en luisterde naar de Taalstaat op de radio. Maar opeens zat ik recht overeind. Frits Spits signaleerde dat in interviews vaak wordt gezegd: ‘dat is een goede vraag’. Hij liet daarvan een flink aantal voorbeelden horen, plus variaties op het thema.

Hij gaf ook commentaar op de formulering. De versie van zaterdag was een gecomprimeerde versie van de dag ervoor, dus hier de uitgebreidere versie. De interactie met De Ochtend-presentator Carl-Johan de Zwart heb ik weggelaten; het einde van het commentaar volgt aan het einde van dit stuk:

‘Nu lijkt [‘dat is een goede vraag’ een] compliment voor de vragensteller. Is niet zo, helaas Carl-Johan. {…}

De geïnterviewde koopt er tijd mee. De vraag is niet goed, noch slecht. ’t Is een vraag waar even over nagedacht moet worden. De paar seconden die ’t oplevert, de ruimte die wordt gecreëerd, geeft de kans om een beter antwoord te formuleren.
‘Een goede vraag’ is meestal géén goede vraag, of in ieder geval geen bijzondere vraag. Een goede vraag is gewoon wachttijd voor een antwoord. Dus als je iemand hoort zeggen ‘goede vraag’, dan wéét je waarom het gezegd wordt.’

Je kunt hier verschillende vragen over stellen. Bijvoorbeeld: Lees verder >>

Waarom praten mensen meer met collega’s dan met hun echtgenoten?

Door Marc van Oostendorp

Waarom voeren mensen lange gesprekken met de een maar niet met de ander? Er bestaat een hele discipline die gespreksanalyse heet – onze medewerker Lucas Seuren schrijft er regelmatig over – maar ik kan in de handboeken die ik heb geraadpleegd heb geen antwoord vinden op deze in mijn ogen toch vrij belangrijke vraag.
Ik dacht eraan toen ik onlangs in het vliegtuig zat en er twee mensen naast me kwamen zitten. Ik wilde naar muziek luisteren via mijn gammele hoofdtelefoon. Ik was daarom even bang dat ze collega’s waren, maar ze waren gelukkig waarschijnlijk een stel. En de kans dat twee collega’s eindeloos met elkaar praten is veel groter dan dat twee echtgenoten dat doen. Maar waarom is dat zo?

Hersenpannetje

Er komt natuurlijk bij dat er in de liefde gesprekstechnisch ook nog sprake is van een zekere ontwikkeling. Bij het begin van de liefde is de voorraad spraakwater juist nagenoeg eindeloos. Nooit praten mensen meer met elkaar.
Over het waarom daarvan heb ik wel een favoriete theorie, die ik ontleen aan de psycholoog Geoffrey Miller. Die zegt dat taal sowieso bedoeld is om mee te pronken, om te laten zien hoe groot je herseninhoud is, om zo indruk te maken op de potentiële geliefde. Vandaar dat we zo idioot veel woorden hebben die allemaal hetzelfde beschrijven (fiets, rijwiel): allemaal manieren om te laten zien hoe goed jouw genen hebben gezorgd voor een vol hersenpannetje.

Versieren

Er is natuurlijk evolutionair gezien geen beter moment om dat soort gedrag te vertonen dan als je iemand het hof wil maken. Volgens de theorie van Miller is dat hof maken dus zelfs juist een van de belangrijkere functies van taal. Lees verder >>

Vóór gespreksvaardigheid

Eindexamen gesprek (aflevering 3)

Door Marc van Oostendorp

De oudste en belangrijkste taalvaardigheid, schreef ik gisteren, is het gesprek. Socrates wist het al.

De Griekse oudheid was natuurlijk niet de laatste keer dat het gesprek gewaardeerd werd. In de negentiende en de vroege twintigste eeuw gold de ‘beschaafde conversatie’ ook als zo’n beetje de belangrijkste vaardigheid die iemand moest beheersen. Schrijvers als Denis Diderot en Oscar Wilde waren in hun eigen tijd minstens even bekend voor hun conversatie als voor hun geschreven werk. Alleen is natuurlijk alleen het laatste overgebleven. Een goed gesprek laat weinig sporen na behalve dat het de gesprekspartners voor altijd heeft veranderd.

Er valt nog steeds veel voor te zeggen. Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>

Wanneer is een uitnodiging een uitnodiging?

Door Lucas Seuren

duck-rabbitDe misschien wel grootste cliché in communicatieonderzoek is dat vrouwen en mannen anders communiceren en dat dit kan leiden tot verwarring. Ik noem het een cliché omdat het veelal wordt aangenomen, zonder dat er per se bewijs voor is. Maar er zijn situaties waarbij je toch wel gaat denken dat we wat effectiever boodschappen aan elkaar kunnen overbrengen.

Zo zat ik laatst in de zon te genieten van mijn lunch – ik zit in Los Angeles waar het half oktober nog altijd 30 graden is – en een paar meter verderop zat een studente te bellen met een vriendin. Ze vertelde dat haar vriend haar tot waanzin dreef, omdat hij te veel rekening hield met haar. Nou snap ik best dat ieder zijn eigen ding wil doen, dus als je vriend je die ruimte niet geeft is dat vervelend. Maar haar meest urgente klacht was dat vriend was ingegaan op haar voorstel om naar de film te gaan, in plaats van naar zijn werk te gaan. Lees verder >>

Taalgebruik is een vorm van cryptografie

Door Lucas Seuren

EnigmaMachineHet voordeel van een vrij matige zomer is dat je tijd hebt om wat achterstallig onderhoud te plegen aan de filmcollectie. Zo stond The Imitation Game al een tijdje op mijn lijstje. Deze film gaat hoofdzakelijk over Alan Turing wiens werk cruciaal was bij het kraken van de Enigma-machines die de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog gebruikten om hun communicatie te versleutelen. In een scène halverwege de film zit een jonge Turing naast zijn vriend, Christopher, die een boek leest over cryptografie. Christopher legt Turing uit dat cryptografie gaat over het versleutelen van communicatie zodat deze niet te begrijpen is als je de code niet hebt. Turing vraagt vervolgens of dat niet geldt voor alle vormen van communicatie: mensen zeggen immers zelden wat ze bedoelen.

Het punt dat Turing maakt vind zijn weerklank in veel onderzoek naar taalgebruik. De beroemde taalfilosoof John Austin maakte in zijn onderzoek naar taalhandelingen in de jaren 50 al een onderscheid tussen locutie en illocutie: wat mensen zeggen en wat mensen doen (e.g, vragen, beweren, verzoeken). Hoe locutie en illocutie aan elkaar gerelateerd moeten worden is vaak onduidelijk; taalgebruik is veelal indirect. Lees verder >>

Grijp de macht met Twitterpolitiek

Door Lucas Seuren
Regelmatig als ik een politiek artikel in de krant lees of op een website als nu.nl kijk staan er citaten in van politici. Vaak zijn deze gegeven op verzoek van de journalist, maar niet altijd: soms worden uitspraken die politici uit zichzelf doen gekopieerd. In die laatste categorie citaten springt er een politicus altijd uit: Geert Wilders. Niet om wat hij zegt, maar simpelweg omdat de meeste tweets die worden geciteerd van zijn hand zijn. Bovendien zie ik zelden een citaat van Wilders dat is verkregen op verzoek van de journalist in kwestie (al komt hij nog wel eens in Nieuwsuur). Los van de inhoud is de strategie van Wilders om zijn visie grotendeels via tweets uit te dragen bijzonder slim, en het is in dat opzicht opvallend dat weinig andere politici het spelletje zo spelen. Wilders neemt op deze manier namelijk de controle over het gesprek, waar die normaal bij de journalist ligt.
Lees verder >>

Lachen is de norm

Door Lucas Seuren

Enkele weken terug kondigde Tempo Team aan dat uit eigen onderzoek was gebleken dat ongeveer een derde van de werknemers lacht om grappen van de baas, ook wanneer die baas niet grappig is. Nou is die bevinding op zichzelf niet heel interessant wat mij betreft, maar wat er onder het oppervlak speelt wel. De mensen die Tempo Team had ondervraagd, waren zich dus bewust (of misschien was het onbewust) van twee cruciale redenen om te lachen: (1) we lachen als we iets grappig vinden en (2) lachen is een sociaal smeermiddel. Beide zijn natuurlijk niet bepaald nieuwe bevindingen, maar zeker de tweede is vanuit interactioneel perspectief erg interessant. Want mijn formulering impliceert dat lachen iets vrijblijvends is, maar zoals de respondenten van Tempo Team zich mogelijk ook realiseerden, is lachen alles behalve dat.
Lees verder >>

Flirten in het lab

Door Marc van Oostendorp


Er wordt wel onderzoek gedaan naar de vraag hoe je een begrijpelijke bijsluiter bij een medicijn maakt, een niet al te toespraak schrijft voor de minister van Verkeer en Waterstaat of hoe je de nieuwsbrief van een bedrijf kunt inrichten. Maar hoe je een gesprek met een meisje via de Whatsapp gaande houdt zodat zij alleen maar met je wil zoenen, daar leidt geen opleiding voor op.

Waarom niet? Het heeft mij altijd enigszins verbaasd dat de aandacht van het taalvaardigheidsonderzoek en -onderwijs zozeer altijd ligt op de saaie ‘zakelijke’ tekst.

Alsof er geen veel belangrijkere momenten in het leven zijn waar het op taalbeheersing aankomt! Alsof het leven alleen uit beleidsvoornemens en te verkopen producten bestaat en niet uit jongens en meisjes! Alsof je scholieren en studenten niet heel veel kunt leren over taal door zulke cruciale momenten te analyseren!

Op het internet is inmiddels een heel segment in dat gat in die markt gesprongen.
Lees verder >>

Geen 5 minuten praten zonder dat er iemand om opheldering vraagt

Door Marc van Oostendorp

Het is een kenmerk van ieder gesprek tussen twee mensen dat je elkaar niet begrijpt. De ander zegt iets dat je niet verstaat, of dat je niet goed kunt plaatsen, of dat je in totale verwarring brengt; je zet het gesprek even stil om te vragen om opheldering, waarna het gesprek weer voortkan.

Ja, dat is inderdaad een kenmerk van ieder gesprek; dat is nu wetenschappelijk vastgesteld door de Nijmeegse onderzoeker Mark Dingemanse met een hele rits medeonderzoekers. Zij publiceerden er gisteren een artikel over in het online wetenschappelijke tijdschrift PLOS One
Voor dat artikel bestudeerden de onderzoekers opnamen van gesprekken van letterlijk over de hele wereld; de gesprekken werden gevoerd in 12 verschillende talen uit 8 taalfamilies, verspreid over de 5 continenten. En in ieder taal bleek hetzelfde: binnen ongeveer 5 minuten werd een gesprek gegarandeerd een keer onderbroken omdat iemand om opheldering vroeg.

Lees verder >>

Kennis in interactie

Door Lucas Seuren

Onderzoekers van de South Methodist University en Duke University onder leiding van Alan Brown publiceerden onlangs een artikel waarin ze beschreven dat studenten vaak anekdotes van anderen lenen om hun eigen verhalen te verfraaien. Soms nemen ze zelfs verhalen één-op-één over. Een probleem wat de studenten daarbij konden ondervinden, was dat ze vergaten van wie de anekdote eigenlijk was. Ze konden er zelfs van overtuigd raken dat ze de anekdote helemaal niet geleend hadden: ze creëerden valse herinneringen. Dat kon weer problemen opleveren in gesprekken, want een groot deel van de proefpersonen gaf aan meegemaakt dat hebben dat iemand anders een anekdote vertelde, waarvan de proefpersoon dacht dat dat hem/haar was overkomen. Dat hoefde natuurlijk vervolgens niet te betekenen dat het verhaal daadwerkelijk gestolen was, de proefpersoon kon zich foutief herinneren dat het zijn/haar verhaal was.

Lees verder >>

Door elkaar heen praten op zijn Italiaans en op zijn Nederlands

Ik heb de afgelopen jaren nergens zoveel over het Nederlands geleerd als bij mijn Zuid-Italiaanse schoonfamilie. Deze zomer was ik er ook weer een paar weken en iedere keer steek ik weer van alles op.

Natuurlijk, sommige dingen weet iedereen. Dat Italianen veel meer met hun handen praten, en veel meer geneigd zijn elkaar in de rede te vallen, dan Nederlanders of Vlamingen bijvoorbeeld.

Met dat eerste heb ik grote problemen.

Lees verder >>