Tag: geschiedenis van de neerlandistiek

Sittardse diftongering

Door Marc van Oostendorp

Als er één taalkundig leven verfilmd moet worden, is het dat van Willy Dols. Een lange film hoeft het niet te worden.

Dols schreef vlak voor de oorlog een proefschrift bij Jac. van Ginneken over diftongering in het Sittards. Van Ginneken vond dat proefschrift briljant, en hij probeerde zijn leerling al voor de verdediging een baan te bezorgen. Sterker nog, zelfs voordat Dols afstudeerde, was er al een hoogleraarspost voor hem geregeld in Estland. Jammer genoeg voor Dols kreeg hij, toen de zaak bijna rond was, concurrentie van de Duitse Exil-geleerde Agathe Lasch. Dat leverde nogal wat vertraging op. Voordat de Esten konden beslissen, vielen de Duitsers hun land binnen en werd de hoogleraarspost opgeheven. Dit was nog geen onoverkomelijke ramp — een paar maanden later kreeg Dols al een nieuwe baan aangeboden: lector Nederlands in Praag. Als voorbereiding op die baan stortte Dols zich op de studie van het Tsjechisch bij de beroemde Leidse slavist Nicolaas van Wijk. Toen vielen de Duitsers ook Tsjechië binnen.

Niet lang daarna was heel Europa in oorlog geraakt. Willy Dols schreef aan zijn proefschrift en werkte ondertussen als leraar op een paar middelbare scholen in Limburg. In het voorjaar 1944 zag Van Ginneken zijn emeritaat naderen en bepaalde in een notitie dat Dols hem dan maar moest opvolgen in Nijmegen. Dols besloot toen tijdens zijn zomervakantie zijn proefschrift in Arnhem te voltooien. Lees verder >>

De eenheid van de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Neder-L is een elektronisch tijdschrift voor neerlandici. U leest Neder-L. Bent u neerlandicus?

Bij uitgeverij Vantilt verscheen onlangs een boekje met een lezing van Maarten van den Toorn, waarin deze voor een groep voormalige studenten Nederlands in Nijmegen iets vertelt over verleden, heden en toekomst van de neerlandistiek als vak. Veel mensen zien het somber in voor het heden en al helemaal voor de toekomst, maar volgens Van den Toorn is er eigenlijk ook nauwelijks sprake van een verleden.

Echte ‘allround neerlandici’ als De Vooys, Overdiep en Van Ginneken hadden misschien zelf het gevoel dat hun vak een eenheid was, maar dat gevoel wisten ze op hun studenten niet over te dragen, volgens Van den Toorn. Bij taalkunde werden de teksten bij wijze van spreken alleen bestudeerd om het verschil tussen ‘de vanouds lange a’ en ‘de gerekte a’ duidelijk te maken; omgekeerd werden bij letterkunde de talige aspecten van literair werk veronachtzaamd omdat men ‘voor een groot deel toegespitst [was] op biografische feiten en weetjes.’ Lees verder >>