Tag: geschiedenis dialectologie

’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 19 (slot)

’t Is gedaan

door Jan Stroop

Na dat secretariaat van de Commissie tot behoud van het Meertens Instituut had ik geen directe betrekkingen meer met ’t Instituut. Ik kwam er overigens nog wel regelmatig om materiaal te verzamelen voor een artikel of een stukje. Dat is aanzienlijk minder geworden omdat al ’t materiaal, ‘de kip met de gouden eieren’ (zoals ’t evaluatierapport heette dat in de afgelopen cruciale periode door de medewerkers van ’t Bureau  was samengesteld), volledig digitaal beschikbaar is. De laatste schakel tussen ’t oude Dialectenbureau en mijzelf was Jo Daan.

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 18

Meertens Instituut gered

Door Jan Stroop

Begin 1996 verscheen ’t eerste deel van de romanserie Het Bureau van J.J. Voskuil. Dat had al meteen een overweldigend succes. Van dat eerste deel werden er volgens de uitgever in minder dan 3 weken al 5000 exemplaren verkocht. Er volgden herdrukken. Bij elk nieuw deel nam dat succes telkens toe.

Door dat succes bleef ’t echte Bureau niet buitenspel. Eerst  waren de reacties nog neutraal: een fascinerend boek, groot stilist, geestig, enzovoorts, maar gaandeweg werden ook ’t P.J. Meertens Instituut en zijn medewerkers erin betrokken en werd er geoordeeld over ’t werk dat daar verricht werd. En dat viel niet mee.

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 17

’t Jaar 1986 zou een belangrijk jaar worden, want directeur Dick Blok ging met de vut. Dat beloofde niet geruisloos te gaan, want de Akademie had plannen om het Instituut nu eens flink op te schudden, ‘door te lichten’, en dat moest de nieuwe directeur gaan doen. Dat moest dus wel iemand met ‘poid’ zijn, in de woorden van Blok. Dat ‘doorlichten’ werd door sommigen gevoeld als ‘begin van het einde’ van ’t Instituut.

Op 7  september 1985 verscheen er een lange advertentie in de Volkskrant en in  NRC-Handelsblad:

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 16

Dat ik me toch meer met ’t Dialectenbureau verbonden voelde, dan ik had verwacht, er zelfs een beetje aan gehecht was geraakt, merkte ik in de zomer na mijn ontslag, in 1974, toen we kampeerden in Frankrijk, in de Périgord. In de vakantiemaanden was ’t gebruikelijk dat de vakantiegangers hun achterblijvende collega’s een ansichtkaart-met-groet stuurden. Ik had daar nooit aan meegedaan maar deze keer wilde ik ’t doen, uit een soort sentiment. ’t Kwam misschien ook doordat ik een bijzondere kaart vond, die zich leende voor een toepasselijk bijschrift.

Die kaart belandde op de tafel in de koffieruimte van Het Bureau, waar ie ook door Voskuil bekeken werd. Hij doet daar verslag van:

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 14

door Jan Stroop

Gedurende ’t jaar 1971 werkte Jo (thuis!) intussen ook aan haar uitgave van de kluchten van Bredero die deel zou gaan uitmaken van de complete Bredero, die bij Tjeenk Willink aan ’t verschijnen was. Ze had al naam gemaakt met haar uitgave van de Klucht van de Koe. Daar had ik haar ook een paar tips bij gegeven. Die uitgave van ‘de Koe’ maakte Jo de aangewezen persoon voor ’t deel met kluchten. Jo vroeg me of ik genegen was de teksten van de verschillende drukken van de kluchten te vergelijken, te ‘collationeren’. ’t Zou betaald worden. Ik zei ja. En zo ging ik in deze periode na ’t werk naar de UB om Bredero te doen. In de uitgave vergat ze mijn aandeel te vermelden. Wel kreeg ik deze mooie, veelzeggende opdracht in mijn exemplaar:

.

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 12

door Jan Stroop

Een of twee keer per jaar organiseerde ’t Dialectenbureau een symposion. Preciezer geformuleerd: “hield de Dialectencommissie een symposion”, dat door ’t Dialectenbureau georganiseerd werd. De Dialectencommissie was een gezelschap van 6 à 7 heren die hun sporen op ’t terrein van ’t dialectonderzoek of dat van de historische taalkunde ruimschoots verdiend hadden. De commissie fungeerde als toezichthouder; veel ideeën of opdrachten hebben ons vanuit die commissie overigens niet bereikt. Voorzitter was in die jaren professor Klaas Heeroma uit Groningen. ’t Hoofd van ’t Dialectenbureau, Jo Daan dus, was secretaresse.

Vergaderzaal van de KNAW. Foto: Wim Ruigrok.

Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 11

door Jan Stroop

De verhuizing naar de Keizersgracht bracht een ingrijpende verandering met zich mee in ’t koffiegebeuren. Aan de Hoogstraat was dat nauwelijks een ’gebeuren’ geweest: de koffie werd door de conciërge rondgebracht en geserveerd. In ’t nieuwe gebouw werd koffiedrinken een gezamenlijke aangelegenheid. De tweede hal kreeg de functie van ‘koffieruimte’. Twee keer sochtends  verzamelden de medewerkers van de drie afdelingen zich daar. Ze konden hun koffie ophalen aan een doorgeefluik, dat in ’t verleden dienst gedaan had als loket; bedenk onze nieuwe behuizing  Keizersgracht was een voormalig bankgebouw.

Smiddags was er collectieve thee. Één keer maar.  Daar kwamen altijd maar een paar mensen.

Lees verder >>