Tag: genitief

‘De dichters plicht’

Door Fabian Stolk

Het was immers de dichters plicht om trouw te blijven aan het oorspronkelijke verhaal uit de oudheid ‘en niet de fabelen, of historien van dien tijd, te verkrachten, en naar zijn welgevallen op te schikken.’ (mijn curs., FS)

Dat lees ik in een artikel van Alie Lassche en Arnoud Visser (p. 45) over zeventiende-eeuwse lezerssporen in Vondels Palamedes

In het Engels kan zoiets, dacht ik, nog steeds: It is the poet’s duty (or something like that), maar in het Nederlands moest dat tot voor een tijdje terug toch zijn: Het is des dichters plicht? Of ben ik abuis? Niet bedoeld is, mijns inziens: Het is de dichtersplicht. En lelijker, maar correct, is: Het is de dichter z’n plicht.

Lees verder >>

Veels te interessant om erover op te houden

Door Henk Wolf

Ruim een jaar geleden schreef Marc van Oostendorp een stukje over het -s‘je achter veel in woordgroepen als ‘veels te interessant’. Hij ging in op twee vragen waar taalkundigen al een hele tijd over nadenken: waar komt het -s‘je vandaan en hoe zit een constructie als ‘veels te interessant’ in het hoofd van moderne sprekers? Misschien kan ik met wat Noord-Nederlandse streektaalgegevens een klein beetje aan de beantwoording van die twee vragen bijdragen.

De bijwoordelijke -s

Om met de afkomst te beginnen: hoogstwaarschijnlijk is de -s begonnen als een naamvalsuitgang. Marc verwijst naar een stuk van H. Kern uit 1860 waarin die verklaring wordt gegeven. Kern schrijft dat woorden zoals veel, die een afstand uitdrukken, in de middeleeuwen in de tweede naamval stonden. Lees verder >>

Nog wat over de z’n-constructie d’r benoeming als genitief

Door Henk Wolf

Een paar dagen geleden stond hier een stukje van mij waarin ik beargumenteerde dat we in woordgroepen als ‘Jan z’n fiets’ het stukje ‘Jan z’n’ als één woord moeten beschouwen en dat dat woord in de tweede naamval staat, de genitief. (Het stukje is hier te lezen.)

Niet iedereen was overtuigd. Ik kreeg een aantal reacties en daarin zaten in elk geval twee gerechtvaardige kritiekpunten, die allebei een reactie verdienen. Het ene kritiekpunt is dat het gek is om elementen zoals z’n als naamvalsuitgang te beschouwen, omdat ze ook achter woordgroepen kunnen staan. Het andere kritiekpunt is dat je Jan in ‘Jan z’n fiets’ ook als bepaling bij het bezittelijk voornaamwoord z’n kunt beschouwen.

Punt 1: naamvalsuitgangen op woordgroepen

In m’n stukje schreef ik al dat de uitgang -s, die we traditioneel als genitiefuitgang benoemen, ook achter woordgroepen kan staan. Zo zijn er Nederlandstaligen die woordgroepen kunnen gebruiken als:

Lees verder >>

De nieuwe genitief is de oude genitief z’n concurrent

Door Henk Wolf

In plaats van ‘de buurmans auto’ en ‘Afkes hond’ kun je ook ‘de buurman z’n auto’ en ‘Afke d’r hond’ zeggen. Dat is best een gekke constructie, vooral omdat je niet zo snel ziet in welke naamval ‘de buurman’ en ‘Afke’ staan’.

”In de datief, natuurlijk!’ roepen nu een paar lezers die verstand van naamvallen hebben. En ze houden op met lezen, want ze denken dat ze dit verhaal al kennen. Een aantal van die lezers herinnert zich ook nog dat ik een paar jaar geleden ergens heb gezegd dat het een genitief zou zijn en dat vonden ze onzin. Daarom wil ik uitleggen waarom zij en ik allebei gelijk hebben. En ik een beetje meer. Lees verder >>

Veels te interessant

Door Marc van Oostendorp

Het is een vraag die weleens naar voren komt in de taalkundige praktijk: waar komt de s in veels te goed vandaan? Is hij daar bijvoorbeeld toegevoegd vanwege uitspraakgemak? Althans, het is een vraag die al in 1860 besproken werd, inclusief dat uitspraakgemak, ontdekte ik toen iemand mij onlangs deze vraag stelde.

Dat ‘uitspraakgemak’ kun je gemakkelijk uitsluiten want de s komt alleen in deze constructie voor: je zegt niet ‘hij wil veels tennissen’, of ‘zij moet veels teleurstellingen verwerken’, ook al volgt in beide constructies ook een t. Als een s makkelijker zou zijn tussen een l en een t, zou hij dus ook daar gemakkelijker moeten zijn. Lees verder >>

Mijn jongens’ fietsen

Door Marc van Oostendorp

De genitief-s is al lange tijd op zijn retour in het Nederlands. We zeggen liever de stoel van mijn vader dan mijn vaders stoel en sowieso is die s eigenlijk alleen voorbehouden aan personen: mijn wagens wielen is raar. (Ik documenteerde hier en hier al andere problemen met deze vorm.)

Onlangs wees iemand me op nóg een eigenaardigheid. Wanneer je deze vorm in het meervoud gebruikt, schrijf je in de spelling een apostrof achter de slot-s:

  • Mijn jongens’ fietsen

Je schrijft die apostrof, zeggen we dan, omdat je nu eenmaal een meervouds-s hebt en een genitief-s, en je die niet allebei kunt uitschrijven, want het Nederlands houdt niet van een dubbele s aan het eind. Je schrijft dus niet mijn jongens’s fietsen of mijn jongenss fietsen. 

Het rare is nu dat meervouden die niet op een –s eindigen ook geen genitief vorm hebben. De volgende constructie zal nooit iemand zeggen en iedereen afkeuren:

  • Mijn mannens fietsen

Lees verder >>

Nederlands als wetenschapstaal in de zestiende eeuw

Door Cora van de Poppe

simonstevinRecentelijk was in het nieuws veel aandacht voor de opmars van Engels in het wetenschappelijk onderwijs. Het merendeel van alle studies aan Nederlandse universiteiten wordt inmiddels al in het Engels gedoceerd. Deze trend wordt niet door iedereen met blijdschap ontvangen; de Taalunieraad pleit bijvoorbeeld juist voor een sterke positie van het Nederlands in het onderwijs, vanuit de gedachte dat iedereen toegang moet houden tot wetenschappelijke kennis en inzichten. Dit soort debatten over de rol van de moedertaal in het onderwijs zijn niet nieuw; al in de zestiende eeuw werd gediscussieerd over de rol van het Nederlands in het onderwijs en was men bevreesd voor de smet die buitenlandse talen op de moedertaal zouden aanbrengen.

De zestiende eeuw was op talig gebied een dynamische periode: het Latijnse taalmonopolie was reeds aangetast, de volkstaal breidde zich uit naar nieuwe domeinen, zoals de administratie en de kerk, en binnen deze volkstaal maakten Middelnederlandse taaleigenschappen plaats voor nieuwe manieren om woorden en zinnen vorm te geven. In deze dynamische taalsituatie sprak onder meer de renaissance-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) zich uit voor het gebruik van de volkstaal in wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke publicaties. Lees verder >>

Het de slachtoffers’ huis

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (4)Om de een of andere reden werd ik de afgelopen week ineens overstroomd met vragen over de bezitsrelatie. Had ik bijvoorbeeld weleens gehoord van de constructie hem broer (voor zijn broer)? En waarom klinkt ‘de slachtoffers woning wordt onderzocht’ gek, maar ‘het slachtoffers huis’ veel beter?

Enige navraag onder collega’s leerde dat er nog helemaal niet zoveel onderzoek is naar de manier waarop het Nederlands met die bezitsrelaties omgaat. De constructie hem broer is in ieder geval een logische. Hij maakt het systeem van de Nederlandse voornaamwoorden wat systematischer. Voor alle andere personen geldt immers ook dat het bezittelijk voornaamwoord gelijk is aan de niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord:

Anja ziet me. Dat is me boek.
Anja ziet je. Dat is je boek.
Anja ziet u. Dat is u boek.
Anja ziet hem. Dat is zijn boek.
Anja ziet haar. Dat is haar boek.
Anja ziet ons. Dat is ons boek.
Anja ziet jullie. Dat is jullie boek.
Anja ziet hun. Dat is hun boek.

Lees verder >>

Speurtocht: de oudste naam der koning!

Door Marc van Oostendorp

Vandaag ga ik eens crowdsourcing proberen, naar aanleiding van een alarmerende ingezonden brief, gisterenavond in NRC Handelsblad: de (mannelijke) genitief ligt op de mestvaalt! Want wat constateert C. Menderhof uit Krimpen aan den IJssel: in de krant was onlangs sprake van het gezicht der Koning, en ook hoort hij regelmatig spreken over de commissaris der koningin. Terwijl der natuurlijk de vrouwelijke vorm is.

Eigenaardig genoeg staat in het online Stijlboek van dezelfde krant te lezen:

 Wij schrijven: commissaris van de koning (tweemaal onderkast). De vorm Commissaris der Koning is archaïsch.

Ook in naam der koning blijkt heel vaak voor te komen, in ieder geval volgens onze vrienden van Google. De belangrijke vraag is nu natuurlijk: waarom ligt de mannelijke genitief op de mestvaalt en de vrouwelijke niet?

Lees verder >>