Tag: generatieve taalkunde

Het wonder dat mensen zinnen bouwen

Door Marc van Oostendorp

Taal is de magie van alledag. Wij mensen doen iets dat voor zover bekend geen ander wezen in ons universum kan: we praten met elkaar, we zeggen voortdurend dingen die niemand ooit eerder heeft gezegd en die we toch doodnormaal vinden. Schrijf, zegt David Adger aan het begin van zijn nieuwe boek Language Unlimited, een zin die iets langer is dan een paar woorden, en google die zin. Vrijwel nooit zul je die zin ergens op het internet terugvinden.

Vrijwel iedere zin die we zeggen is uniek, en toch voelen de meeste zinnen die we tegen elkaar zeggen of op een weblog lezen helemaal niet zo nieuw of vreemd aan.

In zijn Language Unlimited zet Adger uiteen hoe syntactici ‘ons creatiefste vermogen’ proberen te ontrafelen. Het is een boek geworden voor een ‘breder publiek’, zoals dat heet, en wat mij betreft de beste poging die er ooit is gedaan om de taalkundige stroming waarbinnen Adger werkt – die van Noam Chomsky – uiteen te zetten. Het boek is heel leesbaar zonder ooit kinderachtig te worden, licht van toon zonder irritant grappig te zijn, en duidelijk over het standpunt van de auteur zonder in polemiek te vervallen.

Lees verder >>

Taalvermogen, taalsysteem, en taalgebruik

Door Lucas Seuren

Aan het begin van mijn promotie ging ik voor een studieverblijf naar York; ik wilde meer leren over klankleer en de rol die het heeft in taalgebruik. Ik werkte daar samen met dr. Traci Walker, een vooraanstaand interactioneel taalkundige, met andere woorden, iemand die bestudeert hoe taalstructuren in taalgebruik worden vormgegeven en betekenis krijgen. Tijdens ons eerste koffiegesprek hadden we het kort over mijn masterscriptie: ze kon er met haar hoofd niet bij hoe ik generatief taalkundig onderzoek en interactioneel taalkundig onderzoek naast elkaar kon doen. De eerste aanpak, gestart door Noam Chomsky in de vorige eeuw, was wat haar betreft onverenigbaar met een interactionele blik op taal. Lees verder >>

Klinkerbotsingen en borden pasta

Door Marc van Oostendorp

We hadden nog wat geld te besteden en toen we daarover nadachten, zeiden we tegen elkaar: waarom niet wat taalkundigen van over de hele wereld naar Crecchio brengen. Dat is een beeldschoon dorp dat naast het geboortedorp van Roberta, mijn vrouw, ligt – er is nauwelijks infrastructuur, geen hotels, geen conferentiezalen, geen openbaar vervoer.

Dat maakt het lastig om er iets te organiseren. Maar het zorgt er ook voor dat wie er eenmaal is, niet zo gemakkelijk meer wegkomt – geen pauze neemt voor een lezing die hem even wat minder interesseert, niet urenlang alleen met die ene collega gaat kletsen met wie hij een project wil gaan schrijven. We zouden de mensen lokken met het eten en de zon, en we zouden ze vervolgens met elkaar opsluiten met discussie over zogeheten passiefconstructies en klinkerbotsingen. Lees verder >>

Is de taalkunde wel een soort biologie?

Door Marc van Oostendorp

Jan Koster, emeritus hoogleraar taalwetenschap in Groningen, is misschien wel de diepste denker onder de Nederlandse taalkundigen van dit moment. Hij heeft carrière gemaakt als een loyaal dissident binnen de door Noam Chomsky geïnitieerde generatieve grammatica – iemand die deel uitmaakte van de school, maar er wel altijd zijn eigen interpretatie aan gaf en bovendien niet bang was het op belangrijke punten oneens te zijn met Chomsky en/of diens aanhangersVooral naar buiten was hij altijd een goed soldaat voor de generatieve gedachte; in de jaren tachtig discussieerde hij er bijvoorbeeld over met de schrijver Karel van het Reve in het Hollands Maandblad.

Maar in een recent Gronings Festschrift brengt hij wel een harde klap uit. “Het minste dat we kunnen zeggen”, zegt hij (omdat het kan), “is dat het, achteraf bezien, meer hype dan inhoud had. Ik denk echter dat we een stap verder moeten zetten: het veroorzaakte misschien groot enthousiasme en een enorme impuls aan empirisch onderzoek, maar conceptueel was het (…) een totale mislukking en liet het ’t vakgebied ongeveer achter waar het voor midden jaren vijftig [toen Chomsky op het toneel verscheen] ook al was.” Lees verder >>

In Memoriam Henk Schultink

Door Wim Klooster

Op 7 januari van dit jaar overleed Prof. dr. Henk (Hendrik) Schultink op 92-jarige leeftijd. De eerste keer dat ik hem zag moet zo’n 56, 57 jaar geleden zijn, toen ik de pre-candidaatscolleges van Reichling volgde, en hem dan altijd vooraan in de zaal aantekeningen zag zitten maken. Hij was toen assistent (zoals dat toen heette) van Reichling. In die periode was hij ook medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, een voortzetting van zijn Deens correspondentschap bij diezelfde krant. Zo kon hij betrekkelijk heet van de naald “kritische voorlichting geven uit de werkplaats der taalkunde”.  (Voor de lezer van vandaag geen lichte kost, meende J.J. Heldring in 2005 in in zijn rubriek ‘Dezer dagen’ in NRC Handelsblad, ietwat meewarig. “Ik vraag mij af of de huidige lezer er nog tijd en geduld voor zou hebben.”) Henk Schultinks kronieken werden in 2005 gebundeld uitgegeven onder de titel Van onze taalkundige medewerker, bezorgd door Cecile Portielje en Jan Noordegraaf.

Erg lang kan zijn assistentschap bij Reichling niet geduurd hebben, aangezien Henks plaats kort daarna werd ingenomen door Pieter Seuren, die later bij Henk zou promoveren. Henk had al een aanstelling als docent aan de Rijkuniversiteit Leiden, waar Uhlenbeck in de Algemene Taalwetenschap de scepter zwaaide, en bij wie hij in 1962 promoveerde op De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands. Onder taalkundigen, en zeker onder morfologen, kreeg zijn proefschrift grote bekendheid. Ook voor niet-morfologen werd sindsdien groen-groenig-groenerig een overbekende trits. Kort na zijn promotie werd hij datzelfde jaar hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Lees verder >>

HB: DE FLM

Door Marc van Oostendorp

Afgelopen vrijdag nam Hans Bennis afscheid als directeur van het Meertens Instituut. Ter gelegenheid daarvan maakten Femke Niehof en ik een korte documentaire over hem: HB, met medewerking van veel bekende taalkundigen en neerlandici zoals Geert Booij, Marjo van Koppen, Frits van Oostrom en Gertjan Postma.

De film is natuurlijk ook interessant voor wie meer wil weten over de nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie.

Ook Femke gaat trouwens helaas weg van het Meertens Instituut. Ze wordt per 1 januari adviseur wetenschapscommunicatie bij de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Ze halen daar (alweer) een groot talent binnen!

HB FLM from Meertens Instituut on Vimeo.

Hoe vernietigend zijn parasitaire gaten voor de gebruiksgebaseerde taalkunde?

Maandag stond in Neder-L een bijdrage van Riny Huijbregts. Getiteld: ‘Recursie en evolutie van taal’. Zo’n stuk ga je meteen lezen, want je voelt dat hier grote thema’s aangesneden gaan worden. De eigenlijke bijdrage van Huijbregts is een reactie op een reactie van Mark Dingemanse op een blogpost van Marc van Oostendorp over een stuk in het tijdschift Trends in Cognitive Science (TICS) van een groep taalkundigen uit Utrecht en het MIT (ingewikkelde stapeling van voorzetselgroepen, maar daar heeft de gemiddelde generatieve taalkundige geen moeite mee, geloof ik). Dat stuk in TICS zelf is een verdediging van het generatieve program, dat uitblinkt door leesbaarheid. Dat is een zeldzame combinatie. Hedendaagse generatieve taalkunde heeft namelijk niet de naam erg leesbaar te zijn. Maar dat stuk in TICS dus wel, en het loont de moeite om dat te lezen. Dat vindt Dingemanse trouwens ook.

Wat me opvalt in de reactie van Huijbregts is de hartstochtelijke, of wat onvriendelijker uitgedrukt: agressieve, stijl. De gebruiksgebaseerde taalkunde wordt een beetje minachtend terzijde geschoven als ‘naïef’, met opvattingen die als ‘relict’ beschouwd moeten worden. Met name als het gaat om het geringe taalaanbod waarop de taal-leerder zich moet baseren om zeldzame constructies onder de knie te krijgen. Dat is het klassieke ‘Poverty of Stimulus’ argument.
Lees verder >>