Tag: gedichten

Gedicht: Hugues C. Pernath • De onkuisheid

De onkuisheid
Voor Myra

Geloof in mij, want ik geloof in jou
Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield.
Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen
Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt.
Door jou ben ik geworden en met de littekens
Van jouw weefsels, de waas van jou.

Zo ons zwijgen, zo ons zeggen.
Niets werd ons beloofd, alleen het leven
Dat wij kozen kan ons nemen of verlaten,
Geen medelijden, want niets heeft ons gemaakt. Lees verder >>

Gedicht: Hugues C. Pernath • Sinds dauw de dag

Sinds dauw de dag
Voor Jen

Het begin verklaart sinds dauw de dag
Mijn woord dat deze nauwe liefde leeft,
Ik schreef de schande en diep de hand
Haar schorre schreeuw.

Met vijf en heilig oude meesters
Het puin paars, zuiver juist nadien
Namiddagroem haar tong zal worden.

De muntslag in het bouwwerk der stem
Nadat de weigering die strelend heerst
De dood, geboorte van het zieltogen alleen
Niet langer vloeit, de ruimtewonde
Hongerig ondertekent. Mijn korte naam
Dit medelijdend voorhoofd van de beul
Haar kruising draagt, het eerste origineel.

Hugues C. Pernath (1931-1975)

———————————–

Gedicht: Maria Barnas • Toekomst

Uit Nachtboot, de nieuwe bundel van Maria Barnas.

Toekomst

Een bureaustoel rolt stommelend weg.

Ik zou tegen de spiegel kunnen zeggen: jij bent die vis.
En daarbij: je zult me beminnen o teerbeminde
wat smak je nou is dat soms snakken aan het oppervlak?

We kunnen zeggen: de toekomst is een geblakerde spiegel.
Of: er is een toekomst die we vormgeven.
Er komen vissen in voor

onder te dompelen in zwaar water en op te rapen
als donkere robijnen te bewaren bij de bank
of bij de woorden onder je matras.
Lees verder >>

Gedicht: Charlotte Van den Broeck • VIII

VIII

niet overhellen, nu de avond het licht en ons de adem afknelt
stootblauw het vel, aangeslagen oorlogstrommel van wat faalt in ons
het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezittelijke voornaamwoorden
de boekenkast in links en rechts
van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez
ik krijg woordenboeken in alle talen, de biografieën van dictators
en ja, de poëzie, die juist nu hardnekkig staat te zwijgen, je vraag nog:
welke vogel stak alweer de snavel in zijn eigen borst?
ik kan niet op de pelikaan komen
weet nu dat rouw begint bij het stoten van de ellenboog
een doortrekt tot in de vingertoppen
om nieuwe aanrakingen vooraf al te verdoven

Charlotte Van den Broeck (1991)

———————————–

Gedicht: Koos Schuur • October

October

De zwanen drijven in zichzelf gekeerd
en de fonteinen hebben ’t lied verleerd,
dat klaterlachte in de zomernachten.

de vogels riepen afscheid en het veld
is weer met ravenhorden overstelpt,
die naast hun somber kleed hun doodszang brachten;

de bomen hebben aan de wisselwind
hun blaadren afgestaan en reeds begint
de goede regen zijn eentonig praten;

de nimfe, die mijn zomerdromen schiep
en blauwe nachten in mijn armen sliep,
heeft mij het park en het paleis gelaten.

O park, zonder bruinrood en zonder bloemen;
paleis, nu nauwlijks nog paleis te noemen;
wel zingen ’s avonds sterren aan mijn raam,

maar ’s nachts roepen de vissen in de vijver
door de slaap van een eenzaam verzenschrijver
met hun nachtelijk visgeluid haar naam.

Koos Schuur (1915-1995)
uit: Windverhaal (1941)

———————————–

Gedicht: Lans Stroeve • De zon ligt wit op de bladeren

De zon ligt wit op de bladeren. Nooit
eerder zinderde zomer
zo tot onder het asfalt en tot
in de voegen van de straat. Er hangen
stenen in de lucht. Ik toets je nummer.
Licht rolt in een schicht door vezels
van glas, en licht voor een tel
de ondergrondse torren bij. Geluid
slaat in golven zwiepstaartend
onder de wolken door, laat de duiven
vliegen en de huid van het paard
sidderen. Neem op.
Terwijl je voetstap over de stoep
klopt glinsteren ontboezemingen
op de kozijnen en blijf ik thuis en
schrijf recepten voor wat borrelen
gaat en heel lang broeien moet.

Lans Stroeve (1961)
uit: Leerling in de tijd (2007)

———————————–

Gedicht: Gerard Diels • Het oude huis verging

Het oude huis verging; de muren
verschrompelden tot puin en doken
ál dieper samen naar de aarde.
Versleten dagen riepen de uren
moeizaam door vensters, waar gebroken
luchtspiegeling ten hemel staarde.

Over de scherven joeg de storm
het zaad van woeker. Parasieten
doorwoelden ’t gruis van dor gesteente,
en ring na ring bekroop de worm,
wat giftge zwammen overlieten
aan ziek gewricht en murw gebeente.

Gerard Diels (1897-1956)

———————————–

Gedicht: Onno Kosters • Aphrodite

Uit Waarvan akte, de vierde bundel van Onno Kosters.

Aphrodite

Het is oorlog, liefde
Bijna alles mag

Wees naakt en ontvang de genadeslag

Mobiliseer
een falanx van hoplieten en vaardige peltasten

Balts
hun aanvallen ontkrachtend
met zich vals voordoende legioenen

Lach
om de testudo, het schildpad
pak de loopgraaf haar wapening af
dring drang- en planloos aan
tot de stadswal valt Lees verder >>

Gedicht: Eva Gerlach • Vier van je handdoeken

Uit de speciale uitgave Alledaagse ergernissen, waarin Eva Gerlach en Sasja Janssen gedichten schreven bij 50 foto’s van alledaagse ergernissen als hagelslag in de boter en een verkeerd opgehangen wc-rol, gemaakt door Bianca Sistermans.

Vier van je handdoeken

Handdoek over de deur in de tijd die klappert
als ik opsta uit je holte in het matras,
warmte in mijn schouders, heupen, zomaar.

Handdoek over de badkamerdeur, ik loop er
zo tegenaan, lucht van je, vouw
om vouw, ik snuif heel rustig, tijd genoeg.

Handdoek over de deur van de keuken van het
hart, ik kraak de kamers
allemaal tegelijk zodat ik weer zie

hoe je hier rondloopt daar
stilstaat een hap neemt uit brood
dat nooit oud wordt een overhemd aantrekt

eeuwig wit en kreukvrij en je scheert
als een steen over het water
been over je zadel de straat uit.

Handdoek losjes over de deur van nog even

Ben je nu weg of.

Eva Gerlach (1948)

———————————–

Gedicht: Willem Brandt • Begrafenis in de tropen

Begrafenis in de tropen

Het sterven gaat hier snel, nog sneller is
men reeds begraven en welhaast vergeten;
enige vrienden gaan vol kommernis
achter de baar, verhit, gepast verbeten:

dat hij onder de palmen dood moest gaan.
De oceaan lijkt plotseling veel breder;
geschrokken ziet men in de groeve neder
en denkt beklemd: ook dit kan hier bestaan.

Traag en bezweet verlaten zij de hof,
de auto’s kreunen, de portieren klappen
definitief de hitte buiten, ’t stof
en ’t overschot vol goede eigenschappen.

Het zal wel eender zijn, zegt het verstand,
waar men begraven wordt. Maar hoe gereder
denkt nu dit zwervend hart opeens zo teder
en om zichzelf begaan aan Nederland …

Willem Brandt (1905-1981)
uit: Reizend achter het heimwee (3e dr, 1977)

———————————–

Gedicht: Willem Thies • Leefden wij als de dieren

Uit: Na het paringsritueel, de nieuwe bundel van Willem Thies.

Leefden wij als de dieren

Kleurt de zon overdag potgronddonker – laat ons slapengaan.
’s Avonds het raspen der krekels, ’s nachts het klepperen van
de ooglidvleugels der motten tegen een lamp – kunstmaan.
Een hagedis gaat schuil achter een luik op het middaguur, schichtflitst
en glipt als watervuur. De zomer strekt zich lang en log uit, alles ligt
laag en deint, de winter is een stille, witzwarte pit, wijd en tijdeloos,
de adem vertraagd, het foerageren verdaagd. Leefden wij als de dieren,
wij hadden een doel en seizoen.

Willem Thies (1973)
uit: Na het paringsritueel (2018)

———————————–

Gedicht: Arie Gelderblom • Het regent

Het regent

het regent en het regent die verhalen
hoe de doden geleefd hebben op zulke
dagen met de kleur van geen kleur
terwijl iedereen zich vaster houdt in het hoofd
en niemand iets roods tovert en het regent
hoe een natte paraplu aanvoelt met dat
vreemde aan hemel en het regent tegen
de minuten aan met een berustend drinken
en denken hoe de levenden de middag
zin geven zonder al teveel onzin
en het regent terwijl je hoopt dat de douche
rozen zal sproeien en het regent opnieuw
die fantasie dat elton john je broer is want
zoveel tranen hebben je ogen wel om hoe
het voorbijgaat met een zachte pijn van
suiker in azijn en het regent een beetje
wonderlijk hoe de levenden zullen leven
als jij voorbij bent en de zon schijnt en
jij opnieuw passeert in hun verhalen zonder
de waarheid die je zo goed kende als het
regende en hoe dan een paraplu aanvoelde
met dat vreemde aan hemel

15-7-1973

Arie Gelderblom (1945-1991)

———————————–

Gedicht: Ester Naomi Perquin • Een huwelijksdicht

Een huwelijksdicht

Nu zal hij met een pak aan, bloemen erbij en zij in een jurk
als een droom, in een warme zaal wat dingen beloven.
Aardige dingen want aardige dingen wil iedereen
horen, aardige dingen zijn schaars.

Zult u altijd denken aan het meisje dat ze was voor ze u zag
en u, zult u onthouden hoe hij verloren leek, maar
aangenaam verloren? Bent u bereid nu
plaats te maken voor elkaar?
Lees verder >>

Gedicht: A. Roland Holst • De tusschenkomst

De tusschenkomst

Bij mijn tafel, toen de kamer donker werd, kwamen
uit de voortijden twee gedaanten staan, en zij
wezen op een kristal, roepende mij bij namen
van wind en licht: de dood rees als een maan in mij.

Maar ruischend kwam een derde
en wees naar de rand wolken,
die in het gouden westerraam lagen gedoofd:
ik zag, en weedom om de puinen van de volken
zonk in mijn hart toen hij zijn hand legde op mijn hoofd.

A. Roland Holst (1888-1976)
uit: De wilde kim (1925)

———————————–

Gedicht: A. Roland Holst • Hooge deernis

Hooge deernis

Deernis vervult in den nacht hen, die ontstegen zijn
naar de toppen der aarde en peinzend neerzien
over dit schaduwenrijk; wrevel noch weerzin
kunnen zij langer meer voelen voor de bedrukten
in de ravijnen waar de holle wegen zijn
van de neerslachtigen, allen die klagend ontvielen
aan de vervoeringen die ook hen eenmaal verrukten.
Deernis over het wee van de gefaalde zielen
in hen, wien nu zelven de heemlen verschenen zijn –
Deernis en het vaarwel van hun machtloos erbarmen
naar de verloornen van dezer aarde geheimenis,
die daar bedwelmen in elkanders armen
– aanvanklijk weenend nog – een laatste heugenis
van de lichtende vleugelen, die verdwenen zijn.

A. Roland Holst (1888-1976)
uit: De wilde kim (1925)

 

———————————–

Gedicht: Max Temmerman — Tuinfeest

Uit Huishoudkunde, de nieuwe bundel van Max Temmerman.

Tuinfeest

De zon is een klankschaal
van warmte. Een dahlia van verlangen,
stroperig als een droom.

Rijk willen we worden. Nog rijker
dan we al zijn. We bewegen ons voort
in slow motion. ons zelfvertrouwen

is onuitputtelijk. Dagenlang leven we
ruim boven onze stand. Loom. Lood. Geloof.
Een hittegolf houdt het land in de ban.
Lees verder >>