Tag: gedichten

Gedicht: Paul Demets • Wachter

Uit De klaverknoop, de pas verschenen nieuwe bundel van Paul Demets.

Wachter

Door de zon horen we ons op ons gemak te voelen.
Zo overgoten kan het bos niet anders
dan bestaan. Is de middag de weg kwijt,
geef ik het te eten. Het slikt, wordt volmondig

de lippen gelest, neemt voetstoots het schoeisel aan
dat ik gesp. Het voelt mijn hand als slacht.
Gebladerte glimt en doet de schaduw
vergeten die over zijn schouder valt. Lees verder >>

Gedicht: Ruth Lasters & Laurens Hoevenaren

•• In 2014 kende de Turing-wedstrijd twee winnaars – Ruth Lasters en Laurens Hoevenaren –  omdat de jury het niet eens kon worden over wie van de twee de eerste prijs verdiende. Het zijn twee gedichten die wat lastig te vergelijken zijn, maar als u wél een voorkeur heeft, laat die dan weten via eon@planet.nl, en wie weet krijgt de Turing-wedstrijd van 2014 dan toch nog een echte winnaar. De uitslag volgt later deze week.

Witlof

De afzonderlijke oerknallen van
dingen, het (ontstaans)eureka van sorbet, papier, de slede, radio-

golven, de dasknoop, het elektron, poedersuiker. Was het
in stolpen maar ergens bewaard. Grote glazen reservoirs

waaronder men dan bij verwonderingverlies, bij bovenmatig balen
inhaleren kon het prilste, prettigste begrippen-

begin, ontdekkingsenthousiasme.
Dan in zo’n stolp met jou te staan, diep in te ademen de kick

van de vondst van wat wij daarna dan verzoend en -strengeld
weken aten: rauwe, bleke losgewoelde ledematen van

de aarde.

Ruth Lasters (1979) Lees verder >>

Gedicht: Jan Greshoff • Herfstschemering

Herfstschemering

…. ces calmes retraites qui sont comme
les antichambres de la mort…
Albert Samain.

De schemeravond brengt in alle dingen
En om de zwijgzaam-late menschen heen
Een parelgrijs, geluidenloos geween,
Het is een avond dat geen voog’len zingen;

Het is een avond dat geen voog’len kweelen;
Daar is geen vreugdigheid ter wereld meer
En ieder peinst op ’t nooit-vergeten zeer
Een moeden avond als de blaadren geelen;

Een moeden avond als de blaadren goude
In ’t oud en schamel-stervend herfst-seizoen….
Wat kan een dolend mensch dan méérder doen
Dan stil-verdroefd wat van een ander houden,

Dan stil-verdroefd eene andere ziel beminnen
En peinzen aan den winter en den nacht,
Die beide komen éér hij hen verwacht;
Of – angstig-stil een vreugdig lied beginnen?

Jan Greshoff (1888-1971)
uit: Aan den verlaten vijver (1909)

———————————–

Gedicht: Henk Ester • Groen & Geel

Groen’ en ‘Geel’ staan in Het vermoeden van Witten*, de nieuwe bundel van Henk Ester.

Groen

onvermijdelijk gistend groen
door telkenmale keren
meer vermetel
in Muschelkalk
verkommerd
ingewanden groen
herkauwen koeien
aan het water
tot zand
zijn zalen openstelt
vol sporen
overhangend fruit
en keverschild
in Muschelzee
zijn licht laat schijnen
over iets
voorbij de thee
de hunkering
te schreeuwen Lees verder >>

Gedicht: Wilbert Cornelissen • Proustzeep

Wilbert Cornelissen overleed op 19 oktober jl. Eind mei verscheen zijn vierde bundel Elke dag een / proefsleuven, in feite een bloemlezing uit de 3417 gedichten die hij (‘elke dag een’) schreef tussen 2007 en 2016. Op de Coster-site nog twee gedichten uit deze bundel.

Proustzeep

je bent anders zo verschrikkelijk zuinig met de kruimel,
de geurmolecuul,

of delicaat met een geluid, het tikken van bestek op
een porseleinen bord, of een beweging,

het (bijna) struikelen over een tegel;
Proust pakt één draad en trekt er heel voorzichtig aan;
Lees verder >>

Gedicht: Maurice Gilliams • Tweespraak in de herfst

Tweespraak in de herfst

Omhooggerezen uit de grond der tranen
zien wij dit land, gelijk ons eigen peinzen.
– ‘In bruine hoeven midden blauwe weiden
slapen de mensen met hun vee vergaderd.’

Wij schrijden door de nacht, gehuld in nevels,
om met de maan onzichtbaar te vergrijzen.
– ‘Het water rilt van ver-gehoorde treinen,
het gras geurt killer van vertreden netels.’ Lees verder >>

Gedicht: Willem van Focquenbroch • Klinkdicht

Klinkdicht

Te denken dat in ’t eind myn staat eens zal verkeeren,
En dat ik eindelyk eens zal gelukkig zyn,
Te hoopen dat in ’t eind een heldre zonneschyn,
De nacht van myn verdriet eens uit myn ziel zal weeren.

Te zien dat in myn beurs de duiten wat vermeeren,
En dat ik daaglyks win dukaten by ’t dozyn;
Te hebben kelders vol van Fransche en Rinsche wyn,
Om, als ’t my wel gevalt, myn vrienden te trakteeren. Lees verder >>

Gedicht: Simon van Beaumont • Scheutige Jorden

Scheutige Jorden

Jorden reysde naer Amsterdam te mart
Met een stijve beurs, en een moedich hart,
Om alle kostelijckheyt te koopen;
Daer ginck hy alle winckels deur-loopen
Hy dede langen silvere lampetten,
Vergulde schroeven, goude braseletten;
Groote diamanten van veel caraten
Die keurde hy nauw voor deur op de straten;
Hy proefde ringen, of s’ hem oock pasten,
Hy sach fluweelen, satijnen , damasten
Turcksche Tapijten, Milaensche neêrbasen,
Schoone Porceleynen, Veneetsche glasen ,
Spiegels van ebben-hout, brand-ysers wichtich,
Kopere kroonen groot en opsichtich:
Hy taelde naer vermaerde Schilderijen,
Van de beste Meesters van d’ oude tijen
Van Lucas van Leyen, of Jan Mabuysen;
Naer lang geloop deur veelderley huysen,
Naer dat hy ’t al deur-pluyst en becnoeyt had,
En twintich winckel-knechts vermoeyt had;
Raet , wat hy kocht die sinnelijcke Jorden?
—Vier houte lepels en ses Taffel-borden.

Simon van Beaumont (1574-1654)

———————————–

Gedicht: Hans Tentije • Het onvoorstelbare

Het onvoorstelbare’ is het laatste gedicht uit Begane grond, de nieuwe bundel van Hans Tentije.

Het onvoorstelbare

Je het onvoorstelbare proberen voor te stellen, het ogenblik
waarop het plots tot je doordringt
dat het over en uit is en je bevoorrecht bent
nog even te mogen kijken

achter hoge ramen de als door een Hollandse meester geschilderde
bleekveldwitte stapelwolken boven een weiland
in de buurt van Haarlem, die hun schaduwen voortstuwen
naar en over de omlijsting, de tocht
bij kozijnen en sponningen Lees verder >>

Gedicht: Hans Warren • Voor een jonge dichter

Afgelopen zaterdag was het Hans Warrens verjaardag. Het gedicht van vandaag schreef hij in 1956, voorafgaand aan een bezoek van een jonge dichter die later een beroemde dichter zou worden. Lees hier wie dat was.

Voor een jonge dichter

Aardige brieven, verzen met ‘iets’, een telefoontje,
en nu je naar me toe komt fietsen
schenk ik je gespannen kuiten,
ogen vol zeelicht van de kust
en een lok die telkens voorover valt. Lees verder >>

Gedicht: Hélène Swarth • Herfstrood

Herfstrood

In rouwzwart groen een vroolijk vlekje rood:
Een blozend dak, een gladiolusvlam,
Een rozige appel of een hanekam,
Zal dat mij troosten over zomerdood?

O tragisch traag laat vallen van den stam
Scharlaken bladen in de bruine sloot
De wilde wingerd, of in gulpen vloot
Zijn bloed, gelaten najaars-offerlam.
Een huivrende angst bevangt me en jaagt mij voort,
Grijpt bij de keel me en steelt mijn levensmoed.

In ’t Westen praalt een karmozijnen poort,
Waarachter ‘k misdrijf, vreemd en wreed, vermoed.

De boze oktober heeft de Zon vermoord;
Zijn zwaard is rood, zijn mantel druipt van bloed.

Hélène Swarth (1859-1941)

———————————–

Gedicht: Hélène Swarth • Herfstboom

Herfstboom

Ik weet een boom, die staat alleen te sterven,
Zijn ijle twijgen spreidende op de luchten,
Als vleuglen van een reuzevogel: – vluchten
Wil hij van de aarde, waar hij vreugd moet derven.

O teedre boom, versmadend zware vruchten
En bonte oranje en incarnate verven!
Etherisch licht, als bleeke veedren, zwerven
Uw broze loovren heen op windezuchten.
Lees verder >>

Gedicht: Gaston Burssens • Ode aan Yvette

Ode aan Yvette

Het vroor ijsschollen op de Schelde
De meeuwen zwalpten boven onze tuin
Je strooide brood en vis en bijna schonk je wijn
Aan de vogels die je hun leed vertelden
In ’t struikgewas
Het is mij meer gebeurd maar zelden
Dat ik de wijn moest drinken die voor anderen was
Om te veranderen van beeld in held en
Van held in rat
(Zoals de Reus uit De gelaarsde Kat)
Maar ditmaal was ik reus gebleven
Doch reus of rat om ’t even
Je was mij vóór met veel meer wensen
Dan ik al had

Je was een sprookje toen voor grote mensen

Gaston Burssens (1896-1965)
uit: Ode aan Yvette

———————————–

Gedicht: Piet Gerbrandy • Nuttig en zoet zijn de nieuwe naturen

Uit Vloedlijnen, de nieuwe bundel van Piet Gerbrandy.

Nuttig en zoet zijn de nieuwe naturen.
Dieren en planten komen er veel voor.
Het regent er niet vaker of juist minder.
Alles is inheems.
De mensen die er lopen zijn meest blij
of bloot of ongekapt of verongelijkt.

Zoom van het goor: duet van koekoek en vleesram.
Loofhoutwal: palet van anemoon en lijsterbessen.
Lees verder >>

Gedicht: Lode Ontrop • ’t Zijn werelden die van het leven branden

’t Zijn werelden die van het leven branden,
’t zijn volkeren die hoog als vlammen slaan,
en menschen, die met saâmgewrongen handen
en smachtende ooge’, in vuur en vlam vergaan.

Daarbuiten is het stil van doode landen,
zwart-liggend naast elkaar; geen zon of maan
zendt licht over die aldóór-stille landen,
dood nu, wijl al hun schoon is heengegaan.

En toch ligt in die stilte dáár verzwolgen
wat eeuwen droegen als hun gloriemacht,
en door een heele menschheid werd aanbeden.

En ’t wordt mij bang als ‘k denk dat wij ééns volgen
de grootheid die daar zwijgt in eeuwgen nacht
van onbegrepen dood, – en duistren vrede.

Lode Ontrop (1875-1941)

———————————–

Gedicht: Jeanne Reyneke van Stuwe • Nazomer

Sonnet met 83 o‘s.

Nazomer

Hooge boomen toonen ’t roode loover
Toomloos vroolijk zich onttooiend
Sprookjes-schoonheid zond zich strooiend
Ros en goud en donker-brons getoover

Zorgeloos heur mooi vergooiend,
Zonder schromen voor den boozen roover
Najaarsstorm, die duldt geen tooi, hoe poover….
Sterven, zóó door dood vermooiend,

Dat wel allen dùs hun dood verkozen:
Hooger dan in ’t leven blozend,
Even slechts van ’t vroolijk spel verpoozen,

En coquet met zefier koozend,
Als met vlinders vlug stoeit roode rooze….
Vluchtig, onbewust verbroozend….

Jeanne Reyneke van Stuwe (1874-1951)

———————————–

Gedicht: Sasja Janssen • Happy

Door Marc van Oostendorp

Stil even, als onze taal happy is, dan ook onze daden
of is het juist andersom? Ja, als onze daden happy
zijn, dan onze kauwen, onze bomen, onze doden
jij en ik, geen ons is ons te veel. Natuurlijk hebben we
genoeg mankop voor vergetelheid, zo ken ik je weer.
Wat trillen mijn handen?

(Sasja Janssen, fragment uit ‘Happy’ – lees hier het hele gedicht)

De gedichten in de bundel Happy (2017) van Sasja Janssen gaan eigenlijk allemaal over taal: er wordt voortdurend verwezen naar woorden, en ook komt, als een grapje, in ieder gedicht wel ergens een Engels woord voor.
Lees verder >>

Gedicht: Menno Wigman • Kaspar Hauser

Kaspar Hauser

Hier geen Natureingang.
Geen beek van zilver, gouden zonlicht, zeikgedicht.
Hij gaf niet om de zon.

Maar hoorde hij een klank, zag hij een vlam, dan greep
hij witheet met zijn hand.
Soms stond hij heilig met een schilderij te praten

of plantte hij bezorgd
een snijbloem in de aarde. Een kind van zeventien
met kelders in zijn ogen.

Afkomst verduisterd. Mensen die hem willen doden.
Zijn onbemande mond
die hulpeloos herhaalt wat hem was ingesproken:

‘Ik wil een ruiter worden.’
Meer wist hij niet. En wij, wij leerden Kaspar kijken,
wilden zijn hoofd met Duits

verrijken, steenhard Duits dat al zijn schrik verdreef.
Maar het verklaarde niets.
En bastaardprins of niet, gelukkig werd hij nooit.

En nu is Kaspar dood.
En wij, wij leefden hem, beschreven hem in gloedvol
Duits dat niets doorzag.

– Breek alle pennen stuk. Tuig elke letter af.
Er is geen taal die troost,
geen woord dat bloost bij Kaspar en zijn hondendood.

Menno Wigman (1966-2018)

Lees verder >>

Gedicht: Elisabeth Eybers • Tongval

In het kader van ‘De week van het Nederlands’ 4 gedichten over taal, met beschouwing.

Tongval

Jou binnelandse vriende is vriendelik
teenoor die lig bevreemde vreemdeling
uit ’n onordeliker kontinent.
Om saam te klink ten spyte van aksent

wil ek die vasgelegde wette leer
maar merk, as een haar meesterlik ontferm
oor my wat onvolledig konformeer
en hulp aanraai van ’n logopedis,
hoe eiesinnig strotteweefsel is
wat die essensiële taal beskerm.

Terwyl ons lippe self die pleit besleg
kom klanknabootsing ook nooit tot sy reg;
vandat my spraakorgane jou geval
verwaarloos ek die medeklinkertal.

Elisabeth Eybers (1915-2007)
uit: Onderdak (1969)

Lees verder >>