Tag: gedichten 21e eeuw

Gedicht: Roel Richelieu Van Londersele • Zo’n dag

Uit Hopper op de heuvel, de nieuwe, door het werk van schilder Edward Hopper geïnspireerde bundel van Roel Richelieu Van Londersele. Bij ‘Zo’n dag’ hoort het schilderij ‘Sunday’. In de bundel eveneens een Engelse versie van alle gedichten, vertaald door Paul Vincent.

Zo’n dag

de man, het naamloos uithangbord
van een straat van onbekende leegte
zonder vuur rookt hij een pauze op,
doof voor het middaglicht

Lees verder >>

Gedicht: Theo Monkhorst • Ik leef mijzelf in deze kamer

Uit Huis Huid, de nieuwe bundel van Theo Monkhorst, een cyclus over “het huis dat ik ben en waarin ik woon”.

Ik leef mijzelf in deze kamer, dit gepleisterde gewelf,
honderd jaar geleden zwetend gestuukt
door een jonge snordrager geliefd bij vrouwen
om zijn glanzende spieren.
Klaas
noem ik hem omdat hij die naam verdient
en een leven, een vrouw, drie kinderen, dromen
een huisje met een keuken, bekleed
met de stank van ui, olie en rook,
drie deuren, twee gangen, een kakdoos,
trots van een oude vrouw met grijze ogen
en rimpels van lijden rond haar mond,
de dochter van een kleine kromme man
die zich kapotwerkte in de aarde
en de trots was van zijn zwijgzame moeder
generaties geleden zodat het mij duizelt
in dit trotse huis, deze oude huid waarin ik leef

Theo Monkhorst (1938)
uit: Huis Huid (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Iduna Paalman • Ontvangstbevestiging



Uit De grom uit de hond halen, de debuutbundel van Iduna Paalman.

Ontvangstbevestiging

Mail gestuurd aan oude liefde
kikkerdril gevonden
afgewacht.

De vlier bloeit – vroeger trokken we er siroop van
en dacht ik dat mannenzaad ook zo rook – ergens ligt
iets te rotten, ik krijg geen antwoord maar dat komt
misschien omdat hij een jonge vader is, de sloot
leeft, er moet gevoed worden, ik
sta klaar

Lees verder >>

Gedicht: Bart Moeyaert • De wens

De wens

Wat als het niet de schuld is
van mijn krappe jas. Wat als
de hele wereld past, maar niet
bij mij. Wat als straks blijkt
dat ik al jaren word gemist
in het heelal. Wat zou ik gaten
springen in de lucht. Wat ben
ik buitenaards. Wat mij nog
mooier lijkt is dit: dat ik twee
vleugels van mijn vader krijg.
Dat mijn moeder voor me staat
en zegt: verbaas ons maar.
Dat brullen wil ik van ze horen.
Dat ik moet leren vliegen met
de kleren die ik draag. Dat mijn
schouders breder worden
en de wereld weer mijn maat.

Bart Moeyaert (1964)
uit: Helium (2019)

Lees verder >>

Gedicht: Jana Arns • Dochter

Uit Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn, de nieuwe bundel van Jana Arns, over onder meer “het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past”.

Dochter

Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.

Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.

Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood. Lees verder >>

Gedicht: Erik Jan Harmens • U beklijft

Erik Jan Harmens is de winnaar van de Ger Fritz-Prijs, die jaarlijks wordt toegekend aan het mooiste eenzame uitvaart-gedicht van het afgelopen jaar. Harmens schreef het winnende gedicht, ‘U beklijft’, ter gelegenheid van eenzame uitvaart nr. 240, van de heer G. R. op 6 mei 2019.

U beklijft
Voor G. R.

hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
net als bij dageraad gebeurt dit tegelijk
zon komt op terwijl de maan verdwijnt
u werd dwarsligger genoemd, spaak in het wiel
weggezet als verzetter-om-het-verzetten
u in kuif gepikt zag uw goede naam besmet en
klom in de pen zogezegd, haphaphap, een bijtwoord viel Lees verder >>

Gedicht: H.C. ten Berge • De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca

Hieronder de eerste twee gedichten uit De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca van H.C. ten Berge, waarin in 45 scènes een rampzalig verlopen veroveringstocht uit 1528 wordt beschreven.

1

Op de tuibrug naar Tampa,
staal en beton dat fraai gelijnd en hemelhoog
de baai boven ravottende dolfijnen
in een lange glijvlucht overspant,
de zon trotseert en de orkaan weerstaat,
denk ik aan Álvar Núñez Cabeza de Vaca
               die vijf eeuwen her onder Pánfilo de Narváez
               met drie kraken en een brigantijn
               op deze blinkend witte kust verzeilde.
               Er werden 40 slanke paarden en 300 man ontscheept
               om slecht toegerust een blinde tocht
               van Florida naar het Azteekse Mexico te ondernemen.

Het was 1528 toen het brede, diepe water
Baai van Het Kruis werd genoemd Lees verder >>

Gedicht: Shari Van Goethem • wat aan haar voorbijging

‘wat aan haar voorafging’ is het openingsgedicht uit Tere stengels van Shari Van Goethem, waarin ze “de leegte armen en benen geeft”.

wat aan haar voorafging

de avond waarop we nog van niemand waren
staken we onze natte neuzen in het zand
ook de dagen daarna was ons snot nog korrelig
maar het voelde niet meer zoals toen we huilden
omdat ademen moeizaam ging. we huilden

Lees verder >>

Gedicht: Eva Gerlach • Veld (1)

Het eerste gedicht uit de afdeling ‘Veld’ staat in Oog, de nieuwe bundel van Eva Gerlach: “In negen afdelingen komt een beweging op gang die een orkaanachtige spiraal aanjaagt. De verheviging piekt tegen het eind van de bundel, gevolgd door de stilte in het oog van de orkaan – waarna alles zich in omgekeerde richting kan hernemen.”

Veld (1)

Juist als ik denk dat ik je vind begint het
kwijtraken weer, de grote bundel licht
verplaatst zich, krimpt, ik sta
wijdopen in de nanacht, ik

Lees verder >>

Gedicht: Coen Peppelenbos • Voorpijn

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij voor Coster bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik zomaar aantrof in een weekblad dat ik lang niet elke week lees, De Groene Amsterdammer, van 10 oktober 2019. Het stond in een column van Ester Naomi Perquin. Een geweldig gedicht, nooit eerder gelezen, van Coen Peppelenbos, uit zijn bundel Vallende mannen (Uitgeverij Kleine Uil, 2011). Lees verder >>

Gedicht: Huub Beurskens • Zijn werelddeel Ik

Deze week worden de gedichten gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij hier bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik aantrof in een bundel die alleen bestaat in het verborgen circuit van uitgaven in eigen beheer. Huub Beurskens, van wie vorig jaar nog de bundel Gedurig nader (uitgeverij Koppernik) verscheen, stelde een nieuwe lijvige bundel (72 pagina’s) samen, ontwierp zelf het omslag en de typografie van het binnenwerk, en liet hem zelf drukken: Aapnek tussen de ladyshaves. Te bestellen via info@huubbeurskens.nl.

Dit gedicht ‘Zijn werelddeel Ik’ trof me, eerst door de enorme treurigheid van het tafereel, daarna door het gemak waarmee het verteld wordt en het soepele rijm, en daarna door het sterke contrast tussen die twee. En pas daarna zag ik, in de aantekeningen van de dichter achterin de bundel, dat het hier om een vertaling ging. Geen gewone vertaling, maar een tegenovergestelde vertaling, een omgekeerde vertaling, of hoe noem je dat: een vertaling waarin het origineel in zijn tegendeel verandert. Beurskens noemt het “min of meer een contravertaling”, van het gedicht ‘Mein Weltenstück’, de allereerste publicatie, uit 1952, van Thomas Bernhard. Het gedicht van Bernhard heb ik hier toegevoegd. Zoek de verschillen.” Lees verder >>

Gedicht: Maarten Inghels • Reis om de wereld in vierenveertig dagen

•• In De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig staat recensent en schrijver Guus Middag stil bij twintig gedichten en songteksten van na 2000. Een van die twintig is het hieronder overgenomen gedicht van Maarten Inghels. Het gaat over de baby Jayson, die in Antwerpen ‘voor dood werd achtergelaten’ door zijn onbekende ouders, en die daarom een zogeheten ‘eenzame uitvaart’ kreeg. Lees hier het hele artikel van Guus Middag.

Reis rond de wereld in vierenveertig dagen

Jouw reis rond de wereld in vierenveertig dagen:
Roemenië, Servië, Italië, Parijs, Luik, Edegem;
in Wilrijk, Antwerpen, een witte kist, het niets.

En dat terwijl tussen wieg en graf grosso modo
een langer leven past. Je groeit op, verdient het
om verliefd te worden op het strand van Barcelona,

het noorderlicht in Noorwegen te ontdekken,
je krijgt een kind, of twee, of drie, waarvoor
je zelf wiegeliedjes zingt – nadien pas Napels zien.

Niet dit. We wilden een kans om met jou te praten
over je twee namen, de geur van tientallen
steden in je bloed, over maan en roos en vis.

Niet dit: nog tandeloos en al verloren zoon van Europa,
met je onbekende paspoort en kapotte kompas,
met twee ouders hun adresloze gemis.

Maarten Inghels (1988)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Koenraad Goudeseune • Nacht van de Poëzie

Afgelopen zaterdag was de 37e Nacht van de poëzie, en Koenraad Goudeseune schreef vlak daarvoor dit gedicht.

Nacht van de poëzie

Vanavond is er de Nacht van de Poëzie
die het goed doet op een podium,
in Utrecht, TivoliVredenburg.
Maar gisteren stond ik aan een waterbekken
in het bospark in Lokeren.

Met de rug van mijn hand streelde ik
het wateroppervlak.
Het leek alsof ik met sierlijke letters
iets aan het schrijven was dat,
zodra het geschreven was, weer verdween.

En er kwamen vissen naderbij,
eerste kleine, flitsend, kleurrijk,
maar allengs ook grotere, al wat trager,
die de kleintjes verdreven.

En vanuit de diepte, roerloos haast
en indrukwekkend stil als lijken
die komen bovendrijven,
stegen de grootste vissen op
en verdwenen weer in diezelfde diepte
toen bleek dat ik hen niets te bieden had.


Koenraad Goudeseune (1965)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Vrouwkje Tuinman • Wat ik mocht

Uit Lijfrente, een bundel die Vrouwkje Tuinman schreef na de dood van haar echtgenoot, dichter F. Starik.

Wat ik mocht:

Televisie kijken met mijn hoofd op een kussen op je borst
Tegen je praten met de wc-deur open
Haren uit je neus trekken
Je haar knippen (drie keer)
Een steenpuist openmaken en op jouw aanwijzing steeds harder knijpen
Jou in geval van enorm goed humeur in een omgekeerde Heimlich
nemen en optillen
Over jou beslissen in geval van reanimatie
Een foto maken van je katheter (mocht niet alleen, moest)
De hechtingen uit je doorgezaagde borstkas peuteren
Helpen bij het aankleden
Niet meer helpen bij het aankleden
Geen foto van je maken, ook niet van achteren gezien
Televisie kijken vanaf een stoel naast de bank waarop jij onaanraakbaar
lag
Jouw ogen sluiten

Vrouwkje Tuinman (1974)
uit: Lijfrente (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Paul Hermans • Teylers Museum

Uit Verlatingen, de nieuwe bundel van Paul Hermans

Teylers Museum

Blauwwierkalk. Oogheuvels.
Kamschelpen. Boormossel.
Tweekleppig weekdier.
Parelmoernootjes. Zeer
oud veertje. Vleugelvinger.
Fluithazen. Lichtmolentje.
Klankmenger. Pluimontlading.
Tijdsduurvonk. Tongpijp.
Toermalijntangen. Sonometer.
Klankbodem. Lantaarnplaatjes.
Klipzout. Koolspitslamp.
Booglamp. Dochterklok.
Gelede dieren. ‘De teerheid
hunner bekleedselen en de
kleinheid hunner lichamen’.
Dochterklok. O, dochterklok.


Paul Hermans (1953)
uit: Verlatingen (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.