Tag: gedichten 21e eeuw

Gedicht: Bart Moeyaert • De wens

De wens

Wat als het niet de schuld is
van mijn krappe jas. Wat als
de hele wereld past, maar niet
bij mij. Wat als straks blijkt
dat ik al jaren word gemist
in het heelal. Wat zou ik gaten
springen in de lucht. Wat ben
ik buitenaards. Wat mij nog
mooier lijkt is dit: dat ik twee
vleugels van mijn vader krijg.
Dat mijn moeder voor me staat
en zegt: verbaas ons maar.
Dat brullen wil ik van ze horen.
Dat ik moet leren vliegen met
de kleren die ik draag. Dat mijn
schouders breder worden
en de wereld weer mijn maat.

Bart Moeyaert (1964)
uit: Helium (2019)

Lees verder >>

Gedicht: Jana Arns • Dochter

Uit Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn, de nieuwe bundel van Jana Arns, over onder meer “het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past”.

Dochter

Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.

Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.

Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood. Lees verder >>

Gedicht: Erik Jan Harmens • U beklijft

Erik Jan Harmens is de winnaar van de Ger Fritz-Prijs, die jaarlijks wordt toegekend aan het mooiste eenzame uitvaart-gedicht van het afgelopen jaar. Harmens schreef het winnende gedicht, ‘U beklijft’, ter gelegenheid van eenzame uitvaart nr. 240, van de heer G. R. op 6 mei 2019.

U beklijft
Voor G. R.

hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
net als bij dageraad gebeurt dit tegelijk
zon komt op terwijl de maan verdwijnt
u werd dwarsligger genoemd, spaak in het wiel
weggezet als verzetter-om-het-verzetten
u in kuif gepikt zag uw goede naam besmet en
klom in de pen zogezegd, haphaphap, een bijtwoord viel Lees verder >>

Gedicht: H.C. ten Berge • De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca

Hieronder de eerste twee gedichten uit De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca van H.C. ten Berge, waarin in 45 scènes een rampzalig verlopen veroveringstocht uit 1528 wordt beschreven.

1

Op de tuibrug naar Tampa,
staal en beton dat fraai gelijnd en hemelhoog
de baai boven ravottende dolfijnen
in een lange glijvlucht overspant,
de zon trotseert en de orkaan weerstaat,
denk ik aan Álvar Núñez Cabeza de Vaca
               die vijf eeuwen her onder Pánfilo de Narváez
               met drie kraken en een brigantijn
               op deze blinkend witte kust verzeilde.
               Er werden 40 slanke paarden en 300 man ontscheept
               om slecht toegerust een blinde tocht
               van Florida naar het Azteekse Mexico te ondernemen.

Het was 1528 toen het brede, diepe water
Baai van Het Kruis werd genoemd Lees verder >>

Gedicht: Shari Van Goethem • wat aan haar voorbijging

‘wat aan haar voorafging’ is het openingsgedicht uit Tere stengels van Shari Van Goethem, waarin ze “de leegte armen en benen geeft”.

wat aan haar voorafging

de avond waarop we nog van niemand waren
staken we onze natte neuzen in het zand
ook de dagen daarna was ons snot nog korrelig
maar het voelde niet meer zoals toen we huilden
omdat ademen moeizaam ging. we huilden

Lees verder >>

Gedicht: Eva Gerlach • Veld (1)

Het eerste gedicht uit de afdeling ‘Veld’ staat in Oog, de nieuwe bundel van Eva Gerlach: “In negen afdelingen komt een beweging op gang die een orkaanachtige spiraal aanjaagt. De verheviging piekt tegen het eind van de bundel, gevolgd door de stilte in het oog van de orkaan – waarna alles zich in omgekeerde richting kan hernemen.”

Veld (1)

Juist als ik denk dat ik je vind begint het
kwijtraken weer, de grote bundel licht
verplaatst zich, krimpt, ik sta
wijdopen in de nanacht, ik

Lees verder >>

Gedicht: Coen Peppelenbos • Voorpijn

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij voor Coster bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik zomaar aantrof in een weekblad dat ik lang niet elke week lees, De Groene Amsterdammer, van 10 oktober 2019. Het stond in een column van Ester Naomi Perquin. Een geweldig gedicht, nooit eerder gelezen, van Coen Peppelenbos, uit zijn bundel Vallende mannen (Uitgeverij Kleine Uil, 2011). Lees verder >>

Gedicht: Huub Beurskens • Zijn werelddeel Ik

Deze week worden de gedichten gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij hier bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik aantrof in een bundel die alleen bestaat in het verborgen circuit van uitgaven in eigen beheer. Huub Beurskens, van wie vorig jaar nog de bundel Gedurig nader (uitgeverij Koppernik) verscheen, stelde een nieuwe lijvige bundel (72 pagina’s) samen, ontwierp zelf het omslag en de typografie van het binnenwerk, en liet hem zelf drukken: Aapnek tussen de ladyshaves. Te bestellen via info@huubbeurskens.nl.

Dit gedicht ‘Zijn werelddeel Ik’ trof me, eerst door de enorme treurigheid van het tafereel, daarna door het gemak waarmee het verteld wordt en het soepele rijm, en daarna door het sterke contrast tussen die twee. En pas daarna zag ik, in de aantekeningen van de dichter achterin de bundel, dat het hier om een vertaling ging. Geen gewone vertaling, maar een tegenovergestelde vertaling, een omgekeerde vertaling, of hoe noem je dat: een vertaling waarin het origineel in zijn tegendeel verandert. Beurskens noemt het “min of meer een contravertaling”, van het gedicht ‘Mein Weltenstück’, de allereerste publicatie, uit 1952, van Thomas Bernhard. Het gedicht van Bernhard heb ik hier toegevoegd. Zoek de verschillen.” Lees verder >>

Gedicht: Maarten Inghels • Reis om de wereld in vierenveertig dagen

•• In De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig staat recensent en schrijver Guus Middag stil bij twintig gedichten en songteksten van na 2000. Een van die twintig is het hieronder overgenomen gedicht van Maarten Inghels. Het gaat over de baby Jayson, die in Antwerpen ‘voor dood werd achtergelaten’ door zijn onbekende ouders, en die daarom een zogeheten ‘eenzame uitvaart’ kreeg. Lees hier het hele artikel van Guus Middag.

Reis rond de wereld in vierenveertig dagen

Jouw reis rond de wereld in vierenveertig dagen:
Roemenië, Servië, Italië, Parijs, Luik, Edegem;
in Wilrijk, Antwerpen, een witte kist, het niets.

En dat terwijl tussen wieg en graf grosso modo
een langer leven past. Je groeit op, verdient het
om verliefd te worden op het strand van Barcelona,

het noorderlicht in Noorwegen te ontdekken,
je krijgt een kind, of twee, of drie, waarvoor
je zelf wiegeliedjes zingt – nadien pas Napels zien.

Niet dit. We wilden een kans om met jou te praten
over je twee namen, de geur van tientallen
steden in je bloed, over maan en roos en vis.

Niet dit: nog tandeloos en al verloren zoon van Europa,
met je onbekende paspoort en kapotte kompas,
met twee ouders hun adresloze gemis.

Maarten Inghels (1988)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Koenraad Goudeseune • Nacht van de Poëzie

Afgelopen zaterdag was de 37e Nacht van de poëzie, en Koenraad Goudeseune schreef vlak daarvoor dit gedicht.

Nacht van de poëzie

Vanavond is er de Nacht van de Poëzie
die het goed doet op een podium,
in Utrecht, TivoliVredenburg.
Maar gisteren stond ik aan een waterbekken
in het bospark in Lokeren.

Met de rug van mijn hand streelde ik
het wateroppervlak.
Het leek alsof ik met sierlijke letters
iets aan het schrijven was dat,
zodra het geschreven was, weer verdween.

En er kwamen vissen naderbij,
eerste kleine, flitsend, kleurrijk,
maar allengs ook grotere, al wat trager,
die de kleintjes verdreven.

En vanuit de diepte, roerloos haast
en indrukwekkend stil als lijken
die komen bovendrijven,
stegen de grootste vissen op
en verdwenen weer in diezelfde diepte
toen bleek dat ik hen niets te bieden had.


Koenraad Goudeseune (1965)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Vrouwkje Tuinman • Wat ik mocht

Uit Lijfrente, een bundel die Vrouwkje Tuinman schreef na de dood van haar echtgenoot, dichter F. Starik.

Wat ik mocht:

Televisie kijken met mijn hoofd op een kussen op je borst
Tegen je praten met de wc-deur open
Haren uit je neus trekken
Je haar knippen (drie keer)
Een steenpuist openmaken en op jouw aanwijzing steeds harder knijpen
Jou in geval van enorm goed humeur in een omgekeerde Heimlich
nemen en optillen
Over jou beslissen in geval van reanimatie
Een foto maken van je katheter (mocht niet alleen, moest)
De hechtingen uit je doorgezaagde borstkas peuteren
Helpen bij het aankleden
Niet meer helpen bij het aankleden
Geen foto van je maken, ook niet van achteren gezien
Televisie kijken vanaf een stoel naast de bank waarop jij onaanraakbaar
lag
Jouw ogen sluiten

Vrouwkje Tuinman (1974)
uit: Lijfrente (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Paul Hermans • Teylers Museum

Uit Verlatingen, de nieuwe bundel van Paul Hermans

Teylers Museum

Blauwwierkalk. Oogheuvels.
Kamschelpen. Boormossel.
Tweekleppig weekdier.
Parelmoernootjes. Zeer
oud veertje. Vleugelvinger.
Fluithazen. Lichtmolentje.
Klankmenger. Pluimontlading.
Tijdsduurvonk. Tongpijp.
Toermalijntangen. Sonometer.
Klankbodem. Lantaarnplaatjes.
Klipzout. Koolspitslamp.
Booglamp. Dochterklok.
Gelede dieren. ‘De teerheid
hunner bekleedselen en de
kleinheid hunner lichamen’.
Dochterklok. O, dochterklok.


Paul Hermans (1953)
uit: Verlatingen (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Hagar Peeters • De man met de snor

Uit De schrijver is een alleenstaande moeder, de nieuwe bundel van Hagar Peeters.

De man met de snor

Over M.G.

De man met de snor
is bekoorlijk en snel
is een terror en fel
is van het vuur de hel

is van hitte de stoom
is van slapen de droom
is van woorden de klank
is van afscheid de dank

is pommade en drank
is van drank de dronk
is van woorden de mond
is van lippen de kus
is van vuur het geblus Lees verder >>

Gedicht: Nachoem M. Wijnberg • Afscheidswedstrijd

Uit Afscheidswedstrijd, de nieuwe bundel van Nachoem M. Wijnberg (met enkel gedichten die over voetbal gaan, maar op een andere manier dan in de meeste voetbalgedichten).

Afscheidswedstrijd

Je kwam enkel om dag te zeggen
aan wie je eerder gesproken hebt,
zie je die dan ergens? Of je wilde een afscheidswedstrijd spelen,
terwijl een dertienjarige in het publiek het beter zou doen dan jij. Je zou
        erin komen

als jullie ver genoeg voor zouden staan,
maar dat gebeurde niet
en je begon te hopen dat jullie zo reddeloos achter zouden komen
dat je je tijd kon krijgen. Je kwam enkel om dag te zeggen aan wie je eerder
        gesproken hebt,

waar is die dan? Toen je dertien was
hoefde je geen wedstrijd te zien,
maar omdat je ouder geworden bent
kijk je naar steeds meer wedstrijden en het is nog lang niet zo ver, maar als
        je bang wordt

dat het de laatste wedstrijd is die je zal zien,
begin je dan later met kijken? Alsof je anderen moet vragen afscheid van je
        te komen nemen
om achteraf zonder spijt te zijn
en zonder alles.


Nachoem M. Wijnberg (1961)
uit: Afscheidswedstrijd (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Gert de Jager • Geen woordgrens of niets

Uit Schitterende, labiele knooppunten, de nieuwe bundel van Gert de Jager. De bundel is als pdf gratis verkrijgbaar bij Gaia Chapbooks (via winkelwagentje).

Geen woordgrens of niets

Onverhoeds het weidse in steden waar de wateren zich openen,
of de wouden met hun open plekken en opeens een heuvelrug, zo kaal
en zo leeg en het land, de verhoudingen tussen alles.

Mijn breintje dat zich wikkelt in bedenkingen, geen woordgrens of niets,
de tederheden en bedenkingen, achterwege
of achtergebleven.

De onnavolgbaarheid van bomen in hun bos, de wortels die in elkaar,
de takken die in elkaar. Zo lopen wij ,
afzonderlijk en onnavolgbaar.

En dan is er alles.

Gert de Jager (1957)
uit: Schitterende, labiele knooppunten (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Joke van Leeuwen • Een land beginnen

Uit Hee daar mijn twee voeten, een nieuwe bundel versjes van Joke van Leeuwen.

Een land beginnen

Laat ik eens een land beginnen
zei een man op donderdag
en hij ging een winkel binnen
kocht een blauw-met-gele vlag
en met stokken en met touw
heeft hij toen (om een gebouw
om een schuur en om een plein
en een braakliggend terrein
met wat schapen en wat bokken)
om zijn land een grens getrokken
met die vlag van hem erbij
en hij zei: Zet in de krant
en op internet dat wij
– ik dus eigenlijk – een land
zijn begonnen, ook al weet
ik nog niet hoe dit land heet
maar dat ga ik gauw verzinnen
want mijn land kan nu beginnen
en ik zeg hoe alles moet
want ik ben de baas hier, goed? Lees verder >>

Gedicht: T. van Deel • De wereld

T. van Deel overleden.

De wereld

De geur van brem, van tijm, van vijg
vervlucht in het voorbijgaan tot een
eeuwigheid waarin ook het gestoofde
zand, de wierook van verhitte kruiden
zich mengt tot een verhoopt verband.
De kleur van oleander, agave en olijf
verlucht het heenbewegen door dal
en berg waar geitenbellen klinken
als water dat maar stroomt. Zo hevig
is het leven dan, het voelt en proeft en
het ontvalt, al meer en meer en meer.

T. van Deel (1945-2019)
uit: Boven de koude steen (2017)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Max Greyson • Citoyen

Uit Et alors, de nieuwe bundel van Max Greyson.

Citoyen

Koortsig leven in het vide van zeven aurores
dagen verstoken dat het een aard heeft
avancer vooruitgaan verliezen verworden
devenir l’homme dans la rue qui ne bouge plus

Eeen detente waar de nacht valt, in een nu
dat altijd is
waar het verleden zich op de toekomst ent
où chaque seconde compte contre la gravitation

N’en pouvoir plus, ni vouloir, ni croire
de nuance verzuipen in cynisme terugblikken
altijd neerwaarts naar het middelpunt van niets
dat niets in het niets doet verdwijnen, la nuit
est l’arme qui fait de l’homme un homme Lees verder >>

Gedicht: Sander Meij • Details

Uit Pincetbeweging, de nieuwe bundel van Sander Meij.

Details

ik zocht naar een woord
toen ze weer aan me vroeg
of we misschien konden praten

ik ben bekend met dit jargon
het woord is me even ontschoten
maar het had met deductie te maken

de oude Grieken kennen zes woorden voor liefde
haar espressomachine bereidt zes soorten koffie
de vraag is waar hier de vooruitgang in zit

waarom ik zo deed, wilde ze weten
ik vroeg haar wat ik ervan denken moest
dat ze ieder bericht weer met ‘liefs’ afsloot


Sander Meij (1980)
uit: Pincetbeweging (2019)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Jacobus Bos • Vult verdriet met verdriet

Uit De waan en zin van het bestaan, de nieuwe bundel (voorproefje hier) van Jacobus Bos.

Vult verdriet met verdriet

Er kruipt een meerval door mijn hersens
die meer dan een meter lang is
en elke uithoek daar verkent.

Ik voel hem kronkelen en woelen.
Hij voedt zich met mijn gedachten.
Haalt alle zuurstof uit mijn bloed.
Ik hang uit het raam en hap naar adem.

Buiten ruikt het naar dierentuin.
Ik sla zo hard als ik kan alarm.
De vijand valt van achteren aan.
Zelfs wie dood is vecht nog mee. Lees verder >>

Gedicht: Frank Koenegracht • Gedicht dat goed afloopt

Onlangs verschenen: Alle gedichten van Frank Koenegracht.

Gedicht dat goed afloopt

Wanneer je ’s avonds laat in bed,
boek in je rechterhand, lul
in je linker de dingen op een rijtje zet
en constateert: nulkomma nul
heb ik bereikt; ’t is godverdomme net
alsof mijn huis is scheef gezet.
Of als je wakker wordt als een insect
en gele stroop uit al je wonden lekt
maar iedereen gewoon doet
en je groet en het goed
met je meent.
Als je verdroogd op zee drijft
en er is geen hoop meer maar slechts dorst
je laatste beker heb je trillende vermorst
en barsten schieten in de plank
wiens hoofd duikt er dan lachend uit het water
wie zegt er dan: zorgen zijn voor later?
Je vrolijke vriend Frank.

Frank Koenegracht (1945)
uit: Alle gedichten (2019)

Lees verder >>