Tag: gedichten 21e eeuw

Corona als kans voor een sonnettenkrans

De coronakrans van Catharina van Daalen

Door Marie-José Klaver

Op 16 maart jl. ging Nederland in een intelligente lockdown vanwege het nieuwe coronavirus. Het land ging op slot en de inwoners verschansten zich de eerste weken in hun huizen en meden elkaar als de pest uit angst voor besmetting. Dichteres Catharina van Daalen schreef tijdens de coronaperiode een sonnettenkrans, getiteld Corona, een sonnettenkrans. Alle vijftien sonnetten zijn bij Tzum te lezen. Cabaretier Jan Beuving vulde op 7 maart, nog voor de isolatieperiode, een column in Trouw met een aanzet tot een sonnettenkrans. Lees verder >>

Talig vernietigend mengdier (2)

Leugen en destructie in Xenomorf van Jens Meijen

In Xenomorf (2019), de dichtbundel waarvoor Jens Meijen (24) de C. Buddingh’-prijs 2020 kreeg, wordt niet alleen de natuur vernietigd door de mens, ook de mens wordt vernietigd door de mens. Taal speelt een belangrijke rol bij die vernietiging. Eerst wordt de waarheid vermoord, in het gedicht ‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’, en daarna in ‘Walhalla’ de mens vernietigd.

Lees verder >>

Talig vernietigend mengdier (1)

Het herfstkind in Xenomorf van Jens Meijen

Door Marie-José Klaver

Lastige vragen stelde Frits Spits onlangs in De Taalstaat de jonge dichter Jens Meijen, die de C. Buddingh’-prijs 2020 won voor zijn bundel Xenomorf (2019). De vragen waren moeilijk omdat ze zo generiek waren. ‘Ben je de woordvoerder van jouw generatie?’ vroeg Spits. Alsof de generatie van Meijen (24) zich door één dichter zou laten vertegenwoordigen.

Lees verder >>

Gedicht: Ingmar Heytze • Wat bleef

Een nog ongepubliceerd gedicht van Ingmar Heytze.

Wat bleef

Een voor een gingen de dingen op vakantie.
Auto’s groeiden vast aan het asfalt,
winkelcentra raakten leeg.

De dagen van de week losten op.
We leefden verder in maanden
die vervaagden tot seizoenen.

De tuin groeide op tot een jungle
uit gewassen die we hadden geplant
toen alles nog open was.

Soms waren we bang, maar bang blijf je
geen leven lang. We maakten ruimte, stap
na stap liepen we achteruit naar de zijlijn.

Wat bleef: een kleinere wereld om te bewonen,
een hemel vol vogels en sterren, het geluk
van wie bestaat om te bestaan.

Ingmar Heytze (1970)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Rinske Kegel • Doodsbeenderenboom

Uit Als het maar een vacht heeft, de debuutbundel van Rinske Kegel.

Doodsbeenderenboom

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.


Rinske Kegel (1973)
uit: Als het maar een vacht heeft (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Peter van Lier • Elvis’ kleurenleer

Uit Af(breken) op(ruimen) in(pakken), de nieuwe bundel van Peter van Lier.

Elvis’ kleurenleer

Terugkomen (in zwart) en dan
met
ten onder gaan (in stijl) op tournee: vol
versprekingen, lachers op de hand.
Tussendoor
denken aan (lekker landelijk) eten achter gesloten luiken:
veel spek sloopte
mij

naar wens. Langzaam
bergafwaarts
gaan keek toe: hoe een relatie eindigde schittert nog
na, ziektes en ongemak (in sneeuwwit pak).
Immer
soepele heupen
(sterke bouw) spraken de wereldbevolking
toe: Lees verder >>

Gedicht: Daniël Vis • de gestalte op dat schilderij van munch

Uit Het weefsel, de nieuwe bundel van Daniël Vis.



de gestalte
op dat schilderij van munch –

de opengesperde mond –

schreeuwt niet,
maar legt de handen tegen het hoofd

om de schreeuw niet te horen.

                  de angst,

                   een fundamentele
                   gebeurtenis –

dat ik er ben –

            en opnieuw
ontstaan

de draden die het gekopieerde dna
in de zich delende cel verdelen –

een techniek
van het aanwezig blijven.

              wat kan:

relaties
in evenwicht,

een begrensd gebied.

de hand die zich
          sluit,

we zeggen:

       een eenvoudige
       beweging –

iets vast te pakken.


Daniël Vis (1988)
uit: Het weefsel (2020)

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Hans Verhagen • Azalea

Dichter en P.C. Hooft-laureaat Hans Verhagen overleden.

Azalea

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Keldert het vertrouwen in de voortplanting, drommen
er wel pap van lustende van onder gladgeschorenen
zich bescheurend samen voor een pas op!
slipgevaar-party

Lees verder >>

Gedicht: Saskia de Jong • hot! hot! hot! hittegolf

in Het jaagpad op en af, de nieuwe bundel van Saskia de Jong.

hot! hot! hot! hittegolf

een zekere zon glom buiten zijn grenzen
pupillen kieperen het licht naar binnen
ingezwachteld mijn volksmond
eet een zoutje wat weerhoudt je
van de vertering van de violente vragen

(er eentje opborrelen)
welk gat de diepte draagt

(waar twee al overkoken heet)
als slaap het voorvocht van de dood is

Lees verder >>

Gedicht: Erik Bindervoet • Het geheim van geluiden

Uit De droom van Eb Inkt Diervoer, de nieuwe bundel van Erik Bindervoet.

Het geheim van geluiden

Sehen wir uns etwa so an:
in a hijacked car à la fin du monde,
three leading ladies on the back seat,
one, the One, next to you.
Genau! C’est ça, exactement, plus rapide!
But quelque chose ne marche pas
in the surround sound system of the car:
niet the Moments & Whatnauts,
niet de Floaters from the speakers,
but some electric scratches
grč grč!
and then a dark engulfing earthbound sound.
Maartje fängt zu singen an, trillerend,
Hojo! Hojo!
Alejandra habla foutloos Cyrano,
non, merci!
and Hanna makes snatching noises
with a heggenschaar,
suck, suck!
while the One is busy being born
from a lumpy oozing mass on the front seat,
from the front seat.
Splaaaasj!
You keep driving,
les mains humides on das Steuerrad,
though you’ve got no permis de conduire.
Nous pull over to a gaz station
auprès de la Moselle.
C’est tranquille maintenant.
Ruhe, sanfte Ruhe, tacet Maartje,
sauf het coole geknars of the tires
of the car on the grint on the asphalt.
A soft murmur, remurmuring, rewhimpering.
We are bang. Alejandra shivers.
A telephone starts ringing ferociously,
énormément, comme les téléphants d’antan.
Hello? Hello? Porca Madonna!
Who’s that speaking with his voice?
Hallo? Hallo? Wer da?
Keine Ahnung. Geh schon, geh schon, mon petit!
We are standing still.
Op een bleekveld liggen dode brandweermannen uitgeteld uitgestald.
And when the shooting starts
we perform een zeer kleine but très agréable hommage
à Francis Picabia,
l’homme liquide, fumeur des épaves.
Hanna took a bullet in the stomach
but she spits it out again, vrolijk lächelnd.
Ah! Die lach!
Er moet een bowieversterkertje gehaald worden
En als dat, eindelijk, gearriveerd is, horen we:
Cancer, and my name is Larry, ha,
and I like a woman
that loves everything and everybody…
We zijn weer on the move.
We have reached Leeds.
Uit een lantaarnpaal steekt een vrouwenarm.
In een opening is een borst te zien.
Een parade van vrouwen
met roestig rammelende fietsen aan de hand.
Zij gaat voorop, in een pink, mouwloze pullover
met lovertjes d’argent, verder in het wit.
Ze lacht, onverzoenlijk, maar nog steeds chronisch onvermijdelijk.
Les drunken bicyclettes rattle on the pavement.
One thing, however, is clear as a bell:
ceci n’est pas la fin du monde.
ceci n’est pas la fin du monde.
ceci n’est pas la fin du monde.

Erik Bindervoet (1962)
uit: De droom van Eb Inkt Diervoer (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Joost Zwagerman • Meester

Uit Verzamelde gedichten van Joost Zwagerman.

Meester

Meester stelt in de klas een vraag.

Jij bent niet in die klas,
Jij moet wachten op de gang.

‘Wanneer is iets kunst?’
De kinderen schrijven een antwoord op.
Tom/Kick: Als het mooi is.
Max: Als het zomer is.
Bodhi: Als het een beetje cool is.
Ebba: Als je in een museum bent.
Jules: Als het licht geeft.
Selma: Als je je best hebt gedaan.
Quirijn/Kesso: Als iets glimt. Lees verder >>

Gedicht: Annemarie Estor • Maatschappelijk debat

Uit Rebelse sonnetten, een gelegenheidsbloemlezing van dichters van Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam.

Maatschappelijk debat

Iemand spreekt.
Iemand reageert en iemand affirmeert.
Iemand adviseert en iemand anders alarmeert.
Weer een ander preekt.

Weer een iemand wijst en afficheert.
Men agendeert en grijpt een goede microfoon.
Meestal discussieert men asynchroon.
Op de beeldbuis wordt wat hooggeleerd. Lees verder >>

Gedicht: Vrouwkje Tuinman • Omtrekkende bewegingen

Vrouwkje Tuinman kreeg gisteravond voor haar bundel Lijfrente de Grote poëzieprijs voor de beste bundel van het afgelopen jaar toegekend.

Omtrekkende bewegingen

Het begint nu toch wel iets met mij te worden,
zei jij, zeiden wij altijd, bij klein succes.
De uitspraak kwam van je moeder en duidde erop
dat, wat haar zoon ook aan voorspoed toeviel,
het van ‘worden’ waarschijnlijk nooit tot zijn
zou komen, laat staan tot verleden tijd.
Al bleef de twijfel, vandaar het ‘toch’.
Er kon, al was het meer iets voor andere mensen,
wellicht iets worden bereikt. En nu is het zover.
Jij bent dood en dat doet wonderen voor je cv,
voor dat van mij. Zonder enig diploma ben ik
ineens bezorger, woordvoerder, min of meer
bekende Nederlander, ik sta als ‘medewerker’
aan jouw werk vermeld, rook namens jou
een sigaret met andere geslaagden.
Het begint nu toch wel iets te worden met mij.


Vrouwkje Tuinman (1974)
uit: Lijfrente (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer • Dertigste duet

‘Dertigste duet’ is de laatste van dertig samenzangen uit de bundel Duetten van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, die onlangs opnieuw werd uitgegeven (en hier voorgelezen).

Dertigste duet

ILP
Ik was uit bed gevallen en ben naar de toren
getogen om te zien wat lange mensen horen.
Mijn haren hingen van de trans. Mijn keel was schor
van het herhalen van mijn eigen naam. Gemor
van voetvolk wilde ik graag met applaus verwarren.
Decor werd afgebroken en op grote karren
geladen. Helderheid brak door het wolkendek.
Ik somde tijden op van aankomst en vertrek.

EJH
het geluid koud als bevroren moet aan iemand met een
lichaamstemperatuur van tussen de 35,5 en 37,8 graden
toebehoren
ik ben koppie onder want nat
voel druk op beide oren
het brummen van de beul zwelt aan als een pappadum
herken mijn naam tussen de h-s en g-s als nier- tussen boterbonen

Lees verder >>

Gedicht: Laurine Verweijen • Meisje


‘Meisje’ staat in Gasthuis, de debuutbundel van Laurine Verweijen. Ze kreeg er in 2018 de tweede prijs voor in de Turing-wedstrijd.

Meisje

Een meisje komt erachter dat haar bewegingen bestaan.
dat als zij haar knie buigt, er een buigende knie in de wereld is

dat haar uitgestoken hand wordt gesignaleerd, aanvaard.

Hiermee wordt het meisje vrouw. Ze haalt een extra lapje
vlees in huis en begint te koken. Iemand schuift aan

Lees verder >>

Gedicht: Ingmar Heytze • Vogels, vissen

Ingmar Heytze schreef ‘Vogels, vissen’ in opdracht van EenVandaag, en las het ook voor hen voor; bekijk hier het filmpje.

Vogels, vissen

Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af.
Vouw de krant dicht. Hij was oud voordat hij werd gedrukt.
Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet.
Zet eindelijk het scherm op zwart.

Ik ben net zo bang als jij, net zo bezorgd voor iedereen
die ik niet missen kan. Ik had ook gespaard voor andere dingen:
verre reizen, eerste hulp bij een gebroken hart,
een auto die wat vaker start.

Lees verder >>

Gedicht: Meity Völke • Knopen

Uit Aan het licht, de debuutundel van Meity Völke (vorig jaar winnares van de Turing-prijs).

Knopen

Een verzoenen is het niet, nee. Misschien
een accepteren, een erkennen dat ik weet
dat ook de zachtste mond twee hoeken heeft
maar wegen doet het niets. Ik leg piepschuim
in de schaal, kam met een zilveren vork
mijn haar, knip de knopen weg en eenmaal
op de grond vallen ze moeiteloos uit elkaar.

Lees verder >>

Gedicht: Paul Demets • Zoönose

Uit De hazenklager, de nieuwe bundel van Paul Demets: “Ik pleit erin voor een nieuwe omgang met de natuur en met de dieren, omdat we anders riskeren om met nog meer virussen geconfronteerd te worden. Een cyclus uit de bundel heet ‘Zoönose’. Covid-19 is een zoönose, een ziekte overgedragen van dier op mens. We gedragen ons veel te hoogmoedig tegenover de dieren en de natuur.”

Zoönose 2

Ik kijk naar je rug, de kano, het water. Hoe alles
beweegt. Een blauwe schijn hangt op je schouders.

Je lijkt hem met de spaan uit het water te halen.
Je blauw zuigt de oevers op. Hoor je hoe dichtbij

de dieren zijn, vraag je. Ze zuchten. Ze kauwen,
volgen onze slagen, herkauwen, grazen.

Lees verder >>

Gedicht: Kreek Daey Ouwens • De hemel boven de dikke man

Uit Echo Echo, de nieuwe bundel van Kreek Daey Ouwens

De hemel boven de dikke man is dezelfde
hemel als die boven de zee.
De dikke man zegt: Rechts. Rechts. Rechts.
Hij steekt zijn hand op.
Hij steekt zijn hand op boven zijn land.
Melania heeft een dichtgestopte mond.
Aan haar hand fonkelt een ring.
De schoenen van de dikke man marcheren
tussen het fonkelen over de stenen.
Melania kijkt naar de zee.
Ze ziet de lijken drijven in de zee.
Melania kijkt net zo lang naar de zee tot
die ijs ijskoud wordt.
De dikke man pakt haar hand.
Melania voelt zichzelf aan die hand.
Melania voelt zichzelf helemaal alleen aan
die hand.
Melania voelt zichzelf alleen aan die hand
op de televisie staan.

Kreek Daey Ouwens (1942)
uit: Echo Echo (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Annelie David • dauwdruppels

Uit Schokbos, de nieuwe bundel van Annelie David.

dauwdruppels glazuren sterren- sikkel- spademos ‘groeit overvloedig in vochtige
bossen’ lees ik in lachesis lapponica: ‘sami snijden uit de zode een stuk zo groot
als zij willen voor bed en beddensprei’ het mos liet het toe ik herinner mij
kinderen hurkend onder een kastanjeboom peuteren met keukenmessen uit de
spleten tussen kinderkopjes muisjesmossen (begrijpen niets nog van de afkeer
tegen deze taaie zeer zachte landplantjes) delen wij niet een- en dezelfde wereld
vraag ik mij af als ik verder loop dagenlang met plukken mos in het zware paar
laarzen ferm doorstap alsof ik hier eerder was mijn vermoeide leden liet rusten
onder deze bomen toen ze nog groenden kijk ik nu naar de hemel hand boven
de ogen zie wolken mijlenver voortdrijven en beelden van terugkerende wan-
delingen een van een paar dagen geleden: een vlakte met zwavelgroene plekken
als schimmel op zure melk ben er gelopen en gelopen zoals zij: reekoe en feeën-
vogels door een kreek gewaad hellingen op dalen in op zoek naar voedsel drukt
zij haar snuit in stugge sponsachtige toeven draait deze bloedeloze longen om
vreemd verlept verbrokkelen duizend kleine mondjes droog

Annelie David (1959)
uit: Schokbos (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Lucas Hirsch • Wat het hart wil

Uit Wu wei eet een ei, de nieuwe bundel van Lucas Hirsch.

Wat het hart wil

Hoe mezelf te verhouden tot een wereld
waarin ik nullen en enen aanbiddend
nooit de tijd aan de stand van de zon heb leren lezen
een digitale Icarus in mij verwek
Ik tart een zwerk vol error, een digitale god
Ik uit mijn zorgen met een app, de data liegen niet
en met een crash and burn in het verschiet googel ik de kans
dat regen redding brengt, een val gebroken kan
Het breekpunt van getallen
Hoe becijfer ik mijn zijn?
Hart keer lijf gedeeld door bits en bytes?
Sociale media min eenzaamheid in het likeskwadraat?
Ik sterf het aantal doden dat ik bij elkaar kan gamen
dood realiteit, heb spijt
Bedenk dat zwaartekracht nooit faalt, bedacht als god
almachtig is voor hen die zich vertillen
aan de naaktheid van mijn hart
Het slaat een bloeddoorlopen
Driekwartsmaat

Lucas Hirsch (1975)
uit: Wu wei eet een ei (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Dorien De Vylder • Luciferdoosje

Uit Heerlijk afgebakend eindeloos, de nieuwe bundel van Dorien De Vylder.

Luciferdoosje

Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.

Dorien De Vylder (1988)
uit: Heerlijk afgebakend eindeloos (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.