Tag: gedichten 20e eeuw

Gedicht: Lucebert • Aan Lesbia

Over Lucebert’s meepse barg.

Aan Lesbia

De oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder – uitgerekend –
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen Lesbia
Sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen – nu als in steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit – mij toch
armelijk mager geworden Lees verder >>

Gedicht: Habakuk II de Balker • Grassen

Grassen

Grassen is het mooiste en het groenste.
De grassen in boomgaarden onder groen hout,.
de grassen op boerenerven, door honden bewaakt:
Kom niet aan het groen van de grassen op de erven!

Vlucht je een baarlijk huis uit vanwege de rook
of vanwege de grijns die tussen de muren opstak;
doordat liefde zwart werd, doordat duisternis brandt,
altijd is er buiten in de blauwe nacht of de avond,
de troostrijke halm, de kudde zwijgend gras,
stuivende aar, het gras dat je groenheid toont.
Grassen zijn het mooiste en het groenste!
Pluk bossen gras en sier je hoofdeind en je voeteneind.

Habakuk II de Balker (1938-2015)
uit: Groenboek (1972)

Foto: Zatapatique


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Habakuk II de Balker • Aardappelen

Aardappelen

Platvloerser en toch blijmoediger plant
leeft er bijna niet in dit sombere land.
De aardappel is zo Hollands: hij danst dom
de aardappelmand in en veel later de mond.
Het bruin van oude veelgebruikte balzakken
en van wel zeer versleten bruiden paart hij
aan varkensachtige rondheid, Grootmogoldom
en de gezichtsuitdrukking van rollende munt.
Op de balzaal van gods akker wiegelt hij blij
en zijn spaarbank heeft hij onder de grond.

Habakuk II de Balker (1938-2015)
uit: Groenboek (1972)

Foto: Ben van Meerendonk


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Christine D’haen • Daimoon megas

‘Daimoon megas’ van Christine D’haen wordt besproken bij Meander.

Daimoon megas

                    τί οὖν, ὦ Διοτίμα;
                    δαίμων μέγας, ὦ Σώκρατες: καὶ γὰρ πᾶν τὸ δαιμόνιον
                    μεταξύ ἐστι θεοῦ τε καὶ θνητοῦ.

Mijn daimoon bedroefde bij nacht mijn bloed:

het hoofd in uw armen, het hoofd van een man,
het is niets. En uw dagen en nachten zijn niets
dan een schaduw van schaduwen; al wat gij doet,

het is niets: en het vlees dat gij eet, en het bloed
dat gij drinkt, het is niets. Verfoei ook den geest!
Want de ziel die gij eet, het visioen dat gij drinkt,
het is niets. En zo al wat gij zoekt, wat gij doet, Lees verder >>

Gedicht: Martinus Nijhoff • Het groote lijden

Het groote lijden

Hij moest zijn hart, zijn zwaar hart, achterlaten
Toen hij naar zijn natuur zich weer onthief.
Wij, die na ’t afscheid om den heuvel zaten,
Wisten, hij heeft in angst, in doodsangst, lief.

Ach, wij verlieten wat wij nooit bezaten,
En vonden meer dan we ooit hadden gemist -,
Maar hij, tusschen twee eenzaamheden, wist
Toen hij verliet, tevens te zijn verlaten.

Lees verder >>

Gedicht: Hans Werkman • Johannes Passion

Johannes Passion

De Heer is in de Joriskerk opnieuw gekruist.
De schare hoorde in gemakkelijke banken
hoe Hij bloedig gegeseld buiten stond. ‘Afdanken
die man,’ riep men. ‘Kruist hem, weg met die etterpuist!’

‘Kruist hem!’ herhaalde honderd maal het koor, en kuis
in ’t zwart gekleed luisterde het naar de klanken
van de evangelist, wiens zang soldatenstank en
verraad en haat aankondigde voor een verguisde.

Lees verder >>

Gedicht: M. Vasalis • De winter en mijn lief zijn heen

De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.

Hij luistert: uit de verre boom
klinkt als het ketsen van twee steenen
een vonkenregen van verlangen,
zoo luid, zoo helder en zoo bang.

De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
– de winter en mijn lief zijn heen.

M. Vasalis (1909-1998)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Lidy van Eijsselsteijn • De zieke en de spin

De zieke en de spin

De kleine spin die aan de zolder hing,
waarom liet ik haar wekenlang in leven?
Ze leek zo broos, een trilling deed haar beven:
een stip, die soms wat zon- of maanlicht ving.

Geduldig spinnend, van haar kleine kring
de grenzend wetend, leefde zij haar leven.
Genoeg, soms dansend aan een draad te beven,
genoeg, klein web aan de witte zoldering. Lees verder >>

Gedicht: Ida Gerhardt • Sonnet voor mijn moeder

Als de uitreiking van de Ida Gerhardt-prijs vorige week was doorgegaan, had winnaar Marieke Lucas Rijneveld daar haar favoriete gedicht van Gerhardt, ‘Sonnet voor mijn moeder’, voorgedragen.

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Lees verder >>

Gedicht: Gerard den Brabander • De steenen minnaar (VII)

De steenen minnaar (VII)

O harde mond, die stuursch zijn grijnslach teelt
en korzelig in mergels weet te spreken;
die met de kou en met graniet krakeelt
en nimmer aan een lente zijt bezweken,

tracht nú in helder zingen uit te breken
en liefkoos haar met liedren, hooggekeeld,
wier glimlach, heerlijker dan hemelstreken,
met één zoet weerlicht levens vierendeelt.

Lees verder >>

Gedicht: Giorgio Bassani • Op bed & Het tweeërlei bloed

Uit Epitaaf, een tweetalige uitgave van gedichten van Giorgio Bassani, vertaling: Jan van der Haar.

Op bed

Gisteravond op bed was ik
aan de rechterkant gaan liggen die zij
inneemt als ze hier is
en vanmorgen wakker wordend zag ik mij
weer links liggen waar ik slapeloos in het donker soms
het krachtige kloppen hoor van haar
aanwezigheid

Wat heeft me er derhalve toe bewogen om in de nacht
de ruimte van haar grote
afwezige lichaam
te verlaten dan de hunkering zelf ook
niets te zijn?

*

Het tweeërlei bloed

Van het tweeërlei bloed rood en zwart
dat door mijn arteriën en aderen stroomt
prefereert zij het rode
uiteraard
het vreugdevolle het malle het vurige
het vrouwelijke

Maar ze geeft niet toe dat ik het
van mijn moeder heb ze ontkent
dat het van mij is overgegaan
op mijn dochter
ze zegt dat het haar leven is en dat het leven
met mij wordt geboren en met mij sterft

**

A letto

Ieri sera a letto mi ero messo
dalla parte destra quella che occupa
lei quando è qui
e stamani svegliandomi mi son ritrovato
a sinistra di dove nel buio ascolto insonne talora
il battito potente del suo
esserci

Cosa mi ha indotto dunque durante la notte
ad abbandonare lo spazio del suo grande
corpo assente
se non l’ansia d’essere anche io
niente?

*

I due sangui

Fra i due sangui il rosso e il nero
che mi corrono arterie e vene
lei preferisce il rosso
naturalmente
il gioioso il pazzo l’ardente
il femminile

Ma non ammette che mi sia venuto
da mia madre nega
che da me sia poi passato
a mia figlia
dice che è la sua vita e che la vita
nasce e muore con me

Giorgio Bassani (1916-2000)
uit Epitaaf (2019)
vertaling: Jan van der Haar


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Jan Prins • Zooals gij in de schaduw zat

Zooals gij in de schaduw zat

Zooals gij in de schaduw zat
en al den glans in de armen hadt,
die fijngesponnen, wonderbaar
geweven lag in ’t hangend haar
van uwe zuster, – want gij zijt
mij zusters in lieftalligheid, –
en gij die ongevlochten pracht,
die als een bruidskleed van den nacht
haar lichtgebogen hoofd omsloot, –
uw handen hoog, uw schouders bloot, –
in smijdige gedeelten spleet
en spreien en zich vleien deedt
in rondgewrongen tressen, als
een tros van donkerte in den hals
gedrukt, en aan de slapen glad; –

Lees verder >>

Gedicht: H.N. Werkman • Loemoem lammoem laroem lakoem

Loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas
boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas
oemoem ammoem aroem akoem
postolorum postolas
akroem baroem fakroem faroem
synagobi syncopas
oeloem aloem oesdroem nosdroem
akolasi rabotas
oeldroes knoeldroes boeldroes moeldroes
pastellorum crammacas
oemboem hoemboem zoemboem boemboem
castranorum castrafas

H.N. Werkman (1882-1945)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Wilfred Smit • Rosa Rosa



Rosa Rosa

Er gaat onder meisjes
– de asblonde, de dertienjarige,
de vlecht, de opgebonden roos –
een vreemd verhaal …

van een bedelarmband, een zilveren big,
van iemands hand maar die vergiste zich …

en als je vraagt
is de asblonde al niet meer opgewonden,
zwijgen zij, maar roos roos rinkelend
is nooit uitverteld.

Wilfred Smit (1933-1972)
uit: Verzameld werk (1983)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Paul van Ostaijen • Wals van kwart voor middernacht

• Vandaag is Paul Van Ostaijen jarig.

Wals van kwart voor middernacht

Alsof zij iets zingen ging trilt de luit
en de lieve luit achterna
tinkepinkt de piano linkepoot linkepoot
Ik denk niet dat de luit iets zeggen zal
al trilt – zij trilt toch – de luit nu weer
Eer de luit daarover heeft gedacht
of zij zingen zal kwart vóór middernacht
is het lang reeds kwart na middernacht
Waarom trilt de luit dan zo
klokjekwart vóór middernacht
Wist maar iemand dat
dat
trillen van de luit

Lees verder >>

Gedicht: Paul Éluard • Drie gedichten uit Capitale de la douleur

 

In het ene oog de maan, in het andere de zon van de beroemde Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) bevat een brede selectie uit zijn bundels Capitale de la douleur (1926), La vie immédiate (1932) en Le livre ouvert (1938-1944). De vertaling is van Kiki Coumans, die ook de drie onderstaande gedichten uitzocht.

Drie gedichten uit Capitale de la douleur (‘Hoofdstad van smarten’)

Suite

Slapen, in het ene oog de maan, in het andere de zon,
Een liefde in je mond, een mooie vogel in je haar,
Uitgedost als de velden, de bossen, de wegen en de zee,
Mooi en uitgedost als een tocht om de wereld.

Vlucht door het landschap,
Tussen takken van rook en alle vruchten van de wind,
Benen van steen en sokken van zand,
Gevat bij de taille, spieren van rivieren,
En de laatste zorgen op een veranderd gezicht.

Lees verder >>