Tag: gedichten 20e eeuw

Gedicht: Hugues C. Pernath • De gulzigheid

De gulzigheid

Gelijk aan minstens zeven jaren, de koude gloed
Van minstens zeven deugden.
Gelijk aan de woede van het maanlicht
Dat de maten meet en huiken spant over de magen.
Gelijk aan het sarren van kevers die krioelen
Tussen de maden. En van mens tot mens.

Er is de stilte die de stilte dekt.
Een vangnet over het vergeten. Een bleek ontwaken
Besmettelijk en monotoon, terwijl nachtdieren
Kraken, verkalken en vergaan.

Lees verder >>

Gedicht: Hugues C. Pernath • De nijd

De nijd

Niemand nadien. Dit land bewaart de schade niet
Alleen de ondergang. Hier ontbreken:
Een tegel, een processie, een akker en een graf
En ook dit einde heeft geen belang.
Hier bepaalt het jaar krampscheut of vervoering
Voor dezelfden die ons zullen verslaan.

Geen spoor wordt weggevreten.
Wat beschreven werd bekwamen wij door schaamte,
Of door geheel een mensenleven dat volstond
Verwekt werd en wentelde als een kwalijk getij.

Lees verder >>

Gedicht: Hugues C. Pernath • De traagheid

De traagheid

In de nabijheid van de barende
Na al datgene wat uitdoofde en begraven werd,
De eeuwigheid is onvoldoende, te weinig
En te min. Geen vreugde en geen louter vuur
Slechts de zoete doodsroep blijft
En redeloos wreed, de blik daarover.

Talm niet. Zweet niet. Treur.
Want telkens opnieuw tekenen trots en toorn
Hun twijfelende omtrekken
In het slome slib van mijn spijt.

Lees verder >>

Gedicht: E. du Perron • Het kind dat wij waren

Het kind dat wij waren

Wij leven ’t heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.

Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
van moeder’s nachtzoen en parfums in vleugen,
zuiverste bron van weemoed en verheugen,
verwondering en teêrste vriendelijkheden.

Lees verder >>

Gedicht: Wilfred Smit • Sweet bahnhof

Sweet bahnhof

Drijft men steeds verder
uit elkaar? het afscheid schuift
een opdringerige oom tussen ons in.
sluit de ogen af – ja dit is vlucht,
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten – rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig,
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof –
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.

Wilfred Smit (1933-1972)
uit: Verzamelde gedichten (1971)

Wikipedia zegt: In 1972 stierf Smit op negenendertigjarige leeftijd aan een hersentumor. Elf jaar later verscheen een uitgave met zijn verzameld werk. Hierin was ook het door Smit in 1956 geschreven ‘Sweet bahnhof’ opgenomen, dat de Nederlandse popband The Nits inspireerde bij hun lied ‘Adieu Sweet Bahnhof’ (uit 1984).


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Tymen Trolsky • De dichters

Tymen Trolsky was in de jaren ‘70 het pseudoniem van Jasper Mikkers. Zijn Liederen van weemoed, wanhoop en waanzin is een van de vele nieuwe titels in de DBNL van december.

De dichters

De wind dronk van de kleine ratten in de goot;
de winter hoestte en draaide zich om op z’n stretchbed,
ver weg in de vlakte; de mieren stookten hun potkacheltje
in hun lanterfanterige, om idiote oden smekende paardekies

en schudden de kaarten; de in lange, zwarte oliejassen
geklede krekels laadden en losten hun liederen,
zwijgzaam zwoegend; ’n dronken blues kroop over ’n landweg;
in de verte de schreeuw van ’n steen, door wreed

Lees verder >>

Gedicht: Jan van Nijlen • Wulpschheid

Wulpschheid

In slanke naaktheid rijst zij voor den spiegel op,
omwolkt met gitten krans van losgewoelde haren;
haar oogen zijn als vreemde bloemen waar zij staren
waaruit bij elke blik ’t vergif leekt drop na drop.

En sidderend van koel en ongewenscht genot,
spant zij uitdagend-juichend haar volronde borsten,
wier marmerschoonheid niet een duivel, niet een god
noch menschen in aanbidding ooit aanstaren dorsten.

Lees verder >>

Gedicht: Alain Teister • Droom

Droom

De tanden in ’t habijt en dan schuimbekken,
en twee uur lang kakelen, kraaien, krijsen,
paars worden in ’t gezicht, de indruk wekken
dat er iets mis is met de godsbewijzen,
een vurenhouten preek doormidden zagen,
een duif apocalyptisch zien verbranden,
schelden, bloedspuwen, emmeren en klagen,
ontwaken als pastoor ten plattelande.

Alain Teister (1932-1979)
uit: De huisgod spreekt (1964)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Alfred Kossmann • Aria van de volwassene


Aria van de volwassene

Als zij straks thuiskomt, te laat,
Geurend van lucht en straat,
Zoek ik bij mijn strenge ontvangst
Tussen verzorging en kastijding
De sublieme balans,
En dansen wij op spitzen van trouw
Ik de boosheid, zij het berouw,
Ik de hardheid, zij ’t smeken om hulp,
Ik vergeving, zij dank,
Tot wij in subtiele glans
Van ogenblauw, wangenrood, traan
Ons verzoenen, buigen en gaan,
Laatste stand in de pas de deux,
Laatste blik in de warme dans
Die zij later lichter dan wij
Verliefd met haar poppen danst
En wie met mij.

Alfred Kossmann (1922-1998)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Alain Teister • De schilderijen van Karel



Dichter Alain Teister was ook schilder.

De schilderijen van Karel zijn
sterk. Ruimtelijk. Decoratief.
Mooi van kleur. En met fijn,
met een echt beeldend vermogen
geborsteld en gepenseeld.
En wat is er met de compositie?
De compositie is origineel.
En de etsen van Gerrit en Japik zijn
mooi in zwart wit verdeeld,
gevoelig van lijn,
hun droge naalden zijn als fluweel.
En wat is er met de compositie?
De compositie is origineel.
En de aquarellen van Hoereboer,
de beelden van Kees, de litho’s van Neel,
de mozaïeken van Keesje zijn stoer
van aanpak, transparant, sterk en beeldend,
verrassend opmerkelijk veel
belovend.
En de compositie is
jezus natuurlijk de compositie is
origineel.

Alain Teister (1932-1979)
uit: De huisgod spreekt (1964)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: A. Marja • Sint Nicolaas 1938



Sint Nicolaas 1938

Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:
al ligt de wereld machteloos te bloeden,
God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.
o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!

Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:
nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede
en striemt den Jood; wij kunnen ’t niet verhoeden…
o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!

Lees verder >>