Tag: gedichten 19e eeuw

Gedicht: W.J. van Zeggelen • (twee van) Zeven kniedichtjes

Vreugde.

Vreugde is een tortel, die schatert en koert,
Ons aan de rustige huiscel ontvoert,
Luide ons verlokt: ‘geniet en kom buiten!
Tracht eerst uw zorgen goed binnen te sluiten;
Zing wat u hindert en drukken moog, weg,
Moei u niet hard met gestaag overleg.’
Maar, hoe die tortel moog lokken en streelen,
Als ze u wat lang zingt – ze zal u vervelen;
Vreugd heeft een lokstem voor grijsheid en jeugd,
Maar slaat ze door, ze overschreeuwt vaak de Deugd.

Lees verder >>

Gedicht: Herman Gorter • De lente

De lente – ik sta midden in haar –

o daar komt ze daar daar
daar vliegt ze op mij aan, ze zoent me,
ze zoent me, ze zoent me en ze noemt me
haar zoete ademen, woord voor woord;
o en daar vliegt ze voort
de honnege fladderende lente,
daar naar de verte, daar naar de horizonnerige tenten,
de zilveren, zilvervoetige, zilverhandige lente,
de zomerige lente.

Lees verder >>

Gedicht: Julius Vuylsteke • Fabriekgalmen

Fabriekgalmen

I

De vrouw droeg een kan en haastte zich straf,
de kan was oud, haar oor brak af.

Daar vloeide op den grond de soep uit de kan:
die soep was het noenmaal van zoon en man….

Die beiden werkten in de fabriek:
de verpestende lucht, daar, maakte hen ziek.

Van ’s morgens vroeg waren zij aan het werk,
zij haakten naar ’t uur van het noenmaal sterk.

De vrouw viel aan ’t schreien: voorbijgangers lachten.
Een hond kwam bij, die naar spijs scheen te smachten.

Hij rook aan het noenmaal van man en zoon,
en hij ging zijnen weg: hij was beters gewoon! Lees verder >>

Gedicht: J.P. Hasebroek • Ja, treur vrij omdat u de jonkheid ontvlood

Ja, treur vrij omdat u de jonkheid ontvlood

1.

Ja, treur vrij omdat u de Jonkheid ontvlood,
En met haar de droomen der hoopvolle jeugd.
Want arm wordt ons ’t leven aan heil en geneucht,
Zoo ras ons verbeelding haar lusthoven sloot.
Geen pantser beschut ons voor ’s ongeluks prang,
Als wat onzer Jonkheid den boezem omtoog:
De traan, door de Droefheid ontlokt aan heur oog,
Is zoeter dan ’t lachj’ op de rimplende wang. Lees verder >>

Gedicht: Giuseppe Belli • Paus Leo



Giuseppe Belli (1791-1863) schreef ruim tweeduizend sonnetten in het dialect van Rome. Een selectie van 250 daaruit is vertaald door Arthur Hartkamp, en gepubliceerd als Een monument voor het gewone volk. (Voorproefje.)

Paus Leo

Voordat paus Genga dood onder de grond
gestopt werd, al zijn botten op een rij,
klonk het in Rome uit eenieders mond:
hij is een heus lot uit de loterij.

Lees verder >>

Gedicht: P.T. Helvetius van den Bergh • De slechte rijke

De slechte rijke

A
Een ruimer gift, vriend! Er is algemene nood.
Gij zijt schatrijk.

B
Nu ja, maar mijn behoefte is groot,
ik kan ‘t, met al mijn geld, geloof me, nauw’lijks plooien.
Mijn huis is een paleis, ik hou een macht van booien,
het leven kost me enorm. Daar, ga het zelf eens na,
diners, soupers, het spel, concert, bal, opera,
mijn stal, mijn jachtstoet, ‘k moet de honden niet vergeten;
ik heb er zes of acht, die enkel kalfsvlees eten.
Voor ons toilet komt alles uit Parijs,
’t is ’s zomers feest op ’t land, en ’s winters op het ijs.
De lieden die, om mij te plukken, zich verenen,
mijn vrienden, die mij geld aflenen,
mijn belle, tussen ons, die mij zo teer bemint,
maar, spijt mijn regens goud, toch nog te karig vindt;
en eind’lijk heb ik vrouw en kind.
Het valt niet moeilijk dus te gissen,
dat ik, hoe rijk ik ben, voor de armen niets kan missen.
En buitendien – veel wordt er van gepraat,
maar och, zij hebben ’t niet zo kwaad.
Al moesten zij in hutten wonen,
al eten zij slechts paardebonen,
al dat zij ons hun naaktheid tonen,
al neemt hun jammeren geen end,
ze zijn gewoon aan hun ellend.
‘k Voeg bij mijn gift geen halve cent.
Ik mag, ik wil hen niet in hunne luiheid sterken,
zij moeten werken, immer werken,
of hongeren, door eigen schuld!

A
Ik vrees, dat gij eens meer dan honger lijden zult!
Ach, velen denken zo! Maar geen die niet zou schromen
er zo brutaal voor uit te komen.

P.T. Helvetius van den Bergh (1799-1873)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: P.T. Helvetius van den Bergh • Compensatie

Compensatie

‘Uw schoonheid is een kapitaal
waarop ik recht heb, als gemaal,’
sprak Henri tot de ontrouwe Claire,
‘’t Choqueert me dus, dat gij, ma chère,
voor eigen reek’ning zaken doet,
en niemand mij mijn eer vergoedt.
Ook vind ik ’t zeer in u te laken
dat ge u soms gratis ’t hof laat maken.
Zijt gij zo op genot gesteld,
ik hecht aan de eer, of – aan het geld.
Lok vrij de minnaars in uw netten,
maar ik verkoop d’entreebiljetten.’

P.T. Helvetius van den Bergh (1799-1873)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Lubbertus Rietberg • Op een besneeuwde rozenstruik

Op een besneeuwde rozenstruik

Stuif vrij, gevlokte sneeuw! op ’t rozenstruikje neder
dat eenzaam in de tuin ontbladerd staat en kwijnt.
Uw wollig kleed bedekk’ ’t voor vorst en winterweder,
totdat de lente weer in al haar glans verschijnt!
Dan groei’ het schoner op met nieuw verkregen kleuren
door ’t glanzig purperrood des dageraads bestraald!
De dampkring van rondsom versprei de zoetste geuren
en heerlijk zij de bloem die op de stengel praalt!

Zo moge ook eens deze aarde ons stofflijk deel bedekken
als de opgestoven sneeuw dit dorre struikje doet!
Eens zal de morgenstond der eeuwigheid ons wekken
en ‘tgeen hier duister is, wordt Hemelzonnegloed.


Lubbertus Rietberg (1783-1826)




Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: H.A. Spandaw • De vrouwen (fragment)

Hij schijnt een statige Eik, die de eeuwen durft trotseren,
En door de wouden zich als Koning ziet vereeren;
Zij ’t ned’rig klimop, dat aan zijne schorse kleeft,
Zich sling’rende om zijn’ stam, met zijne sappen leeft.
De sterkgespierde Man mag steeds zijn’ fierheid toonen,
Maar niets, dan zachtheid moet in ’t hart der Vrouwen wonen;
De Vrouw is waarlijk schoon, als zij van weedom schreit, –
De Man stort nooit een’ traan, dan van grootmoedigheid.
De Vrouw heeft meer gevoel, meer driften, minder krachten, –
Doch reine zucht tot deugd doet haar ’t gevaar verachten;
In ’t kampen voor hare eer betoont ze een’ heldenmoed,
Die heur’ belager vaak van schande blozen doet.
De smart der Vrouw is groot, zij moet gedurig strijden,
Maar groot is ook ’t geduld, dat haar bezielt in ’t lijden. –
Beschouw en Man en Vrouw, bij ’t prangen van den nood:
De sterke Man wordt klein – de zwakke Vrouw wordt groot.

[lees verder]

H.A. Spandaw (1777-1855)
uit: De vrouwen (1807)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Herman Gorter • Wij zilvren wezens

Wij zilvren wezens, nevellichten, gewassen
neven elkaar, onzeker, wilden het licht:
In misten van donker, onze groote vragen
vreemdelinge in scheemre mist om licht –
Teeder beginnen en glimlachend blinken,
lichtkens verrijzen, weigren te versterven,
zekerlijk lachen en lichtblijde blinken,
wenken en vlieden, vliedend omziend, wimprend,
wilgen van licht, linten van licht, wit zilvren
wateren licht, fleemlicht, zichten rillicht,
scheden en bajonnetten licht, – lichtarmee.

Lees verder >>

Gedicht: H.A. Spandaw • De waarde van vrouw en kind

De waarde van vrouw en kind

Schoon ik de gunst der groten mis,
de weiflende fortuin mij ongenegen is,
ik heb nog vrouw en kind, Goddank! en brood voor beiden:
een vrouw die mij zo teer bemint,
in reine huwelijkstrouw haar hoogste wellust vindt
en om geen lief of leed van mijne zij zou scheiden;
een kind dat, vrolijk en gezond
met rozen op de wang en lachjes om de mond,
nog van geen rampspoed weet in zijn onschuldig leven:
wat klaag ik dan om leed of druk?
Mijn lot is zaligheid – ik smaak het hoogst geluk:…
‘k Wil voor geen koningskroon mijn wijf en jongen geven!

H.A. Spandaw (1777-1855)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Carel Vosmaer • Vivisectie

 

Vivisectie

Honderdduizend menschen, levend,
In den oorlog snijden, kerven,
Dat was altijd eeregevend,
Kon ons lauwren doen verwerven.
Onvermijdlijk, nuttig kwaad,
Dient dit middel kerk en staat.
Preventief te detineeren
Zal geen rechter ook onteeren.
’t Wormpje aan den haak geslagen,
Kronklend, smartelijk gemarteld,
’t Vischje in zijn kieuw te prangen.
Wen het in zijn doodsangst spartelt, Lees verder >>

Gedicht: J.H.Leopold • Zomernacht

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij hier bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat 135 jaar geleden in een studentenalmanak werd afgedrukt: ‘Zomernacht’. Een romantisch natuurtafereeltje, met een avondstemming, een nachtsfeerschildering, iets met weilanden en nevelslierten – het zal allemaal wel. Het is een gedicht waar ik zonder voorkennis schouderophalend overheen gelezen zou hebben. Er zijn zoveel dichters die zulk soort schetsjes hebben geschreven, met een gevoelig woordje hier en een stoplapje daar. Zo ook deze student, die zijn naam er niet onder zette.

Lees verder >>

Gedicht: Hélène Swarth • Herfstrood

Herfstrood

In rouwzwart groen een vroolijk vlekje rood:
Een blozend dak, een gladiolusvlam,
Een rozige appel of een hanekam,
Zal dat mij troosten over zomerdood?

O tragisch traag laat vallen van den stam
Scharlaken bladen in de bruine sloot
De wilde wingerd, of in gulpen vloot
Zijn bloed, gelaten najaars-offerlam.

Een huivrende angst bevangt me en jaagt mij voort,
Grijpt bij de keel me en steelt mijn levensmoed.

In ’t westen praalt een karmozijnen poort,
Waarachter ‘k misdrijf, vreemd en wreed, vermoed.

De booze October heeft de Zon vermoord….
Zijn zwaard is rood, zijn mantel druipt van bloed.

Hélène Swarth (1859-1941)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.