Tag: gebarentaal

Taal zonder taal

Door Marc van Oostendorp

De jongste talen die er bestaan zijn thuisgemaakte gebarentalen, door dove kinderen met horende ouders. Die gebarentalen zijn de enige talen die zulke kinderen kennen, ze hebben ze helemaal zelfgemaakt. En toch lijken ze in sommige opzichten opvallend op andere talen. Ze hebben bijvoorbeeld woorden.

Lees verder >>

Nederlandse Rijksoverheid tevreden over eigen beleid voor minderheidstalen

Door Henk Wolf

De Nederlandse Rijksoverheid heeft zichzelf ertoe verplicht zorg te dragen voor vijf kleine talen: het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romanes. Dat is gebeurd door het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren. Om de drie jaar onderzoekt een groep deskundigen (juristen, politici, onderzoekers) in opdracht van de Raad van Europa of Nederland z’n verplichtingen wel nakomt en om de paar jaar moet het Ministerie van binnenlandse zaken een zelfrapportage schrijven. De laatste is deze week verschenen en heel veel verantwoordelijkheidsbesef spreekt er niet uit.

In het document, waarin geen auteur wordt genoemd, gaat het ministerie vooral in op kritiek en suggesties van drie partijen: de genoemde groep deskundigen, het Comité van ministers van de Raad van Europa en het eigen adviesorgaan voor de Friese taal Dingtiid. Die zijn op diverse vlakken niet zo tevreden, maar de kritiek wordt luchtig weggewuifd.

Lees verder >>

Het Nederlands is ook een beetje een gebarentaal

Door Henk Wolf

Het menselijke brein zit zo in elkaar dat het allerlei regelmatigheden ontdekt in de taal van anderen en die zo onthoudt dat ze ook weer gebruikt kunnen worden, grotendeels onbewust. Al in onze vroegste jeugd gaan de hersenen met dat project aan de slag. Dan verwerven kinderen hun moedertalen. Blijkbaar bestaat er een voorkeur voor om in die moedertalen klanken te gebruiken, want de meeste culturen gebruiken gesproken talen. Een wet van Meden en Perzen is dat niet, want in dovengemeenschappen ontstaan gebarentalen. Die zijn overigens voor horende mensen ook goed te leren en een horend kind kan ook prima met een gebarentaal én een gesproken taal als moedertalen opgroeien. Het brein is flexibel.

We vereenvoudigen de werkelijkheid eigenlijk een beetje als we zo’n strikt onderscheid maken tussen ‘gesproken talen’ en ‘gebarentalen’. Veel gebarentalen hebben naast zichtbare ook hoorbare elementen, de zogenaamde ‘gesproken componenten’.

En andersom? Zitten er in gesproken taal ook gebaren? Ja, tuurlijk communiceren we met gebaren, bijvoorbeeld tegen je voorhoofd tikken of in je handen klappen, maar die horen niet bij ons taalsysteem. Blijven er dan nog gebaren over die wel deel van het Nederlands of een andere gesproken taal vormen? Dat je taal kunt opschrijven en dan per definitie geen gebaren aan je lezer kunt laten zien, lijkt erop te wijzen dat gesproken taal gebarenloos en echt volledig op klank gebaseerd is. Maar dat is niet helemaal waar.

Lees verder >>

De aanslag en de gebarentaal

Door Marc van Oostendorp

Wat is Nederland toch een achterlijk land.

Terecht plaatste de webredactie van Onze Taal gisterenochtend een kritisch stukje over de zogenaamde ‘erkenning’ van het Limburgs die minister Ollongren dit weekeinde uitriep. Dat is een erkenning van niets, een verkiezingsstunt, een puur symbolisch gebaar, terwijl er twintig jaar geleden ook al zo’n erkenning is geweest, ook al een symbolisch gebaar. Waarom de Limburgers het slikken is mij een raadsel.

Maar dan maakt de overheid tenminste nog een symbolisch gebaar richting de Limburgers, zoals het een paar maanden geleden een gebaar maakte naar de sprekers van het Nedersaksisch. Om erkenning van de Nederlandse Gebarentaal wordt al veel langer gevraagd. In 1997 (ne-gen-tien-ze-ven-en-ne-gen-tig) was er al een commissie die op die erkenning aandrong. Lees verder >>

Lichaamstaal als primitieve taal

Door Marc van Oostendorp

De compositionaliteit van een gebaar. Illustratie uit het besproken artikel.

Wat is de relatie tussen taal en lichaamstaal? Het is het soort vragen waarover niet-taalkundigen avonden lang kunnen bomen, terwijl de meeste taalkundigen zich er verre van houden. De overeenkomst lijkt niet meer dan beeldspraak: ja, je kunt sommige boodschappen op beide manieren overdragen, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.

In een interessant nieuw artikel laat de Israëlische taalkundige Wendy Sandler zien dat er toch meer over te zeggen is. Dat lichaamstaal bepaalde kenmerken heeft die taalwetenschappers beschouwen als karakteristiek voor taal. Dat de manier waarop mensen hun lichaam gebruiken laat zien hoe eigen taal is aan de mens. Lees verder >>

Hoeveel lijken Nederlandse en Vlaamse Gebarentaal op elkaar?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Ik werk sinds een paar maanden samen met een aantal Vlaamse collega’s. Dat is inhoudelijk fijn, maar voor mij als taalkundige is het extra leuk. Er zijn namelijk allerlei verschillen tussen Nederlands-Nederlands en Belgisch-Nederlands. Zo kom ik bijvoorbeeld steeds nieuwe woorden tegen (nefast, scheve lavabo, viseren). Er zijn natuurlijk ook verschillen op het gebied van uitspraak en grammatica, maar al met al staan de variëteiten dicht genoeg bij elkaar om moeiteloos te worden begrepen. Niet zo vreemd: ze stammen tenslotte van dezelfde brontaal af. Maar hoe zit dat eigenlijk met Nederlandse en Vlaamse Gebarentaal? Hebben die ook een gemeenschappelijke voorouder, en kunnen sprekers van die twee talen elkaar ook zo moeiteloos verstaan?

(Begroetingen in Vlaamse gebarentaal.)

(Begroetignen in Nederlandse gebarentaal.)

Lees verder >>

Kamerleden: handen uit de mouwen!

Door Marc van Oostendorp

Er is in Nederland één taalminderheid die grote behoefte heeft aan erkenning, één groep van ongeveer 60.000 mensen die een mooie en expressieve taal hebben, een taal van eigen bodem, een taal die nauwelijks te vergelijken is met het Nederlands, een taal die onze steun verdient, die de overheid voor een betrekkelijk klein bedrag zou kunnen verlenen. De Nederlandse Gebarentaal.

Al twintig jaar geleden, in 1997, heeft een commissie een rapport opgesteld waarom die erkenning er zou moeten komen. Sindsdien is er maar weinig gebeurd. Een tijdje werd als excuus gebruikt dat de taal eerst maar eens moest standaardiseren (er zijn kleine dialectverschillen tussen de taal op de verschillende doveninstituten, maar het bestaan van dergelijke verschillen heeft de overheid er bijvoorbeeld niet van weerhouden om het Nedersaksisch of het Limburgs te erkennen). Toen die standaardisering rond was gebeurde er alsnog niets. Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

ChristenUnieD66 heeft in zijn verkiezingsprogramma, zo schreef ik vorige keer in deze reeks, alleen aandacht voor taal als instrument, en ziet Nederland daarbij als een tweetalig land met Nederlands en Engels. De ChristenUnie heeft een geheel andere visie. Ik wil niet zeggen dat hij diametraal tegenovergesteld is – de partijen zouden kunnen samenwerken en allebei hun idealen verwezenlijken –, maar het beeld van taal dat opdoemt uit dit programma is echt anders.

Het gaat het ChristenUnie niet zozeer om taal als instrument, maar vooral als teken van identiteit. Er worden dan ook veel meer talen genoemd: Papiaments, gebarentaal en Fries, allemaal talen die volgens de partij bescherming behoeven. Het Engels wordt anderzijds, maar een keer genoemd, en dan niet als taal waar vwo’ers natuurkunde in kunnen leren, maar als de taal die op de bovenwindse eilanden wordt gesproken. De ChristenUnie is voor zover ik kan zien de enige die zo precies probeert te benoemen welke talen er allemaal een min of meer officiële status moeten spelen: Lees verder >>

Gevoelde taal

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-19Wereldwijd komt de meeste taal binnen via onze oren: iedere seconden trillen er over de hele wereld miljarden trommelvliezen omdat er ergens in de buurt iemand aan het praten is. Maar taal is zo belangrijk dat het ook via onze ogen naar binnen kan komen. Zelfs als we afzien van schrijven, dat een indirecte manier is om met gesproken taal om te gaan: uit alle onderzoek blijkt dat gebarentalen volkomen equivalent zijn aan gesproken talen. Je kunt er net zo goed in spreken over abstracte onderwerpen, over diepe gevoelens. Je kunt er verhalen in vertellen of gedichten in reciteren. Doven met een hersenbloeding kunnen op dezelfde manier aan afasie lijden als horenden.

De precieze manier waarop taal je hoofd binnenkomt, doet er kennelijk niet zoveel toe. Uiteindelijk wordt het in ons hoofd omgezet in betekenis, waarbij de vorm van de taalboodschap er niet zozeer toe doet. En nu blijkt dat je taal ook kunt voelen.

Lees verder >>

Het gebaar voor ‘thee’

Door Marc van Oostendorp


We kwamen te spreken over het woord voor thee in de Nederlandse gebarentaal. Je houdt je ene hand in een C-vorm, rechtop. De wijsvinger en duim van je andere hand druk je tegen elkaar en beweeg je op en neer boven de holte die je met je ene hand suggereert.

Het geheel ziet er met enige goede wil uit alsof je in je ene hand een mok houdt en met de andere hand een theezakje op en neer beweegt in het water in de mok. Bovendien betekent de vorm van de ene hand op zichzelf, buiten het gebaar voor thee, ‘cilinder’ in Nederlandse gebaar. De vorm van de andere hand betekent ‘klein, subtiel object’.

Geeft nu het gebaar voor thee de betekenis van dat woord weer? Wat betekent thee eigenlijk? We stuitten op het eeuwige probleem: dat voor geen enkel woord gezegd kan worden wat het precies betekent. Hoe lang je ook probeert, sluitende definities zijn niet te geven.
Lees verder >>

De stilste taal van Nederland

door Gaston Dorren

Voor het eerst in 35 jaar maakte ik een paar dagen geleden deel uit van een klasje dat zijn allereerste les kreeg in een vreemde taal. Ik ben in de tussentijd nog wel eens aan een nieuwe taal begonnen, vrij vaak zelfs, maar dat was dan altijd in mijn eentje, in een talenpracticum of met een zelfstudieboek.
Terug in de schoolbanken dus, met zeven medeleerlingen, één docent en, voor deze ene keer, een tolk. De docent spreekt namelijk geen Nederlands, al schrijft ze het gelukkig wel. Ze is doof (kan niet horen) en zelfs Doof (lid van de Dovencultuur), en geeft les in Nederlandse Gebarentaal. De meeste deelnemers daarentegen zijn volslagen beginners in NGT. Dat geldt ook voor mij; ik heb wel het een en ander erover gelezen, maar ja, over schaatsen heb ik nog veel meer gelezen en toch kom ik geen meter vooruit op die enge ijzers.
Lees verder >>