Tag: Gastcolumns

Het tij komt te laat!

Door Jan Bethlehem

Onder vergasten als onovergankelijk werkwoord, geeft Van Dale (editie 1898 t/m 2015) het voorbeeld het tij vergast en verklaart dat met: ’het tij komt te laat’.

Vergasten in verbintenis met tij in het tij vergast, lijkt alleen maar in woordenboeken voor te komen, te beginnen met Nicolaes Witsen’s woorden­lijst in zijn Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493b: ’Het is stil water, ebt noch vloeit’. Elk woordenboek daarna geeft dezelfde betekenis. Wigardus à Winschooten’s Seeman (1681) geeft onder tij: ’het tij vergast beteekend, daar en is geen tij: nu is het stil water.’ A.C. Twent, Zeemans woordenboek (1813) onder (het tij) vergast ’au reversement de la marée – it is near standing or slack water.’ Een uit­zonde­ring lijkt J. van Lennep, die in zijn Zeemans-woordeboek (1856) onder tij meldt: ’het tij vergast (is te gast, er is geen tij)’, en onder vergasten: ’o.w. (veroud.) Veranderen van richting, als een gast die vertrekt. Het tij vergast.’ Van Lennep betrekt enigszins geforceerd en nogal ambivalent de betekenis van gast bij zijn verklaringen, maar met ’veranderen van richting’ doelt hij op de kentering van het tij en daarmee hetzelfde als ’stil water’. Bij het bereiken van het laagwater- of hoogwaterpunt kentert het tij en is er gedurende een korte periode geen of van een uiterst trage getijdestroom sprake. Het tij verwijlt. Men noemt het ook wel ’doodtij’. Lees verder >>

Jan Campert literatuurprijzen 2016: ‘whites only’?

Door Claire Schut

Afgelopen zondag was in het Haagse Spuitheater het Schrijversfeest, de jaarlijkse bezegeling van het Writers Unlimited Winternachten literatuurfestival en een feestelijk programma rond de uitreiking van de Jan Campert-prijzen. Het was geweldig, genieten. Volgend jaar ga ik weer. Waarom dan toch dat knagende gevoel van teleurstelling?

Aan het entertainment lag het niet. Het was gevarieerd, boeiend, persoonlijk, ontroerend, veel vrolijke noten en gezichten. In een prikkelende inleiding gaf de Nederlands-Surinaamse schrijfster Karin Amatmoekrim (De man van veel, Het gym) haar visie op de ‘Staat van de Nederlandse Letteren’. Haar analyse van de status quo in de Nederlandse literatuurwereld eindigde met een oproep aan schrijvers en intellectuelen om in onze samenleving vol tweedeling en uitsluiting niet langer afzijdig en a-politiek te blijven maar vooral stelling te nemen. De jonge Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck las enkele van haar gedichten voor. Het publiek mocht met applaus en hoefgetrappel aangeven dat van de drie genomineerde middelbare scholieren de Nederlands-Poolse Paula Golunksa de eerste Jonge Campert-prijs in ontvangst mocht nemen. Lees verder >>

Was für ein faszinierende Konstruktionen!

Door Philipp Krämer

Wat een mooie landschappen vind je toch in Nederland! (D.J.Bergsma, CC-BY-SA 4.0)

Bescheidenheit ist eine Zier, weiter kommt man ohne ihr. So sagt es der Volksmund, ohne Rücksicht auf Verluste im Kasussystem. Ganz unbescheiden darf ich ein Kompliment zitieren, das meine Blog-Kolleg/inn/en und mich sehr gefreut hat. Ein Kollege aus den Niederlanden schrieb in einer Mail:

Wat een leuke stukjes zetten jullie toch op jullie website!

Liest man den Satz mit deutscher Grammatik im Hinterkopf, zuckt man erst einmal zusammen und denkt sich: Da stimmt etwas nicht. Muss ein Versehen sein, vielleicht ein Verschreiber. Eigentlich passt wat een nicht zusammen mit einem Plural (stukjes).

Auf Deutsch gibt es natürlich eine entsprechende Formulierung:

Was für schöne Beiträge habt ihr da auf eurer Website!

Unmöglich ist aber die Konstruktion, die das Niederländische hat: Lees verder >>

Antwoord op het ig-sonnet

Door Johan Rooryck

Wat –ig is dan wel niet mag betekenen
Met hoeveelheid heeft het niets vandoen
‘groenig’ lijkt alleen maar ietwat groen
en hoe is ‘bloedig’ te berekenen?

ig lijkt dat veeleer waaraan het zich hecht
te involveren: angstig‘gaat gepaard
met angst, en talig heeft van taal de aard:
van veelheid is hun semantiek onthecht

Groenig betrekt de kenmerken van groen
en impliceert pragmatisch kwantiteit,
Kattig involveert van kat de eigenheid

ig’s veelheid is dus een implicatuur
conventioneel van aard, zoals Grice het zegt
die semantiek van pragmatiek onvlecht.

(Dit is een reactie op dit sonnet)

De Nederlandse Taal en Cultuur Top 2016

Door Femke Essink
(Met toestemming overgenomen van het weblog van de opleiding Nederlands Utrecht)

De laatste week van het jaar is vanmorgen om 09.00 uur begonnen: met ‘Politik’ van Coldplay trapte NPO Radio 2 de Top 2000 af en na zeven dagen non-stop aftellen zal op 31 december om 00.00 uur traditiegetrouw ‘Bohemian Rhapsody’ worden gedraaid, dat door de luisteraars steevast op de eerste plaats wordt gestemd.

Wie zijn oog over de lijst laat glijden, kan zien dat Bob Dylan dit jaar tussen nummer 1812 en nummer 100 met 9 liedjes ruim vertegenwoordigd is. In oktober deed Dylan tot zijn eigen verrassing de literaire wereld op zijn grondvesten trillen door de Nobelprijs voor Literatuur toegekend te krijgen. Het was in cultureel opzicht een van de meest omstreden gebeurtenissen van 2016, we hadden het er hier al eerder over. Waarom, vroegen de tegenstanders zich af, zijn de songteksten van Dylan literatuur? Lees verder >>

Wakker liggen van wijlen

Door Freek Van de Velde

hubert-lampo-wijlen-sarah-silbermann-35255002Wil je weten waar je collega’s-neerlandici van wakker liggen, dan moet je aan de borreltafel van een neerlandistisch colloquium bezorgd informeren hoe het met ze gaat. Afgelopen week was ik op de Dag van de Nederlandse Zinsbouw (daar moet u beslist een keertje heen. Oergezellig),en daar liep ik Ton van der Wouden tegen het lijf, die ik bezorgd vroeg hoe het met hem ging. Goed, maar hij had wakker gelegen van het woordje ‘wijlen’, en attendeerde me op een te verschijnen stukje van zijn hand daarover op Neerlandistiek. ‘Ik verwacht een reactie van je,’ sprak hij half-bestraffend, want hij had vruchteloos gezocht naar een behandeling van dit vreemde woordje in mijn proefschrift, waar het inderdaad wel thuis had gehoord.

Een reactie dus. Voor wie het stuk van van der Wouden niet gelezen heeft: het gaat over de woordsoort van wijlen. Daar heerst verwarring over, omdat het in sommige naslagwerken als adjectief gecatalogiseerd wordt, op grond van z’n lidmaatschap van de nominale constituent, zoals in ‘Fabiola, echtgenote van wijlen Koning Boudewijn’. Maar Ton heeft gelijk dat het syntactisch geen adjectief is, omdat adjectieven niet bij eigennamen kunnen staan, en wijlen wel (‘wijlen Erich Honecker’) en omdat adjectieven niet voor de determinator kunnen staan, en wijlen weer wel (‘wijlen haar moeder’).

Lees verder >>

De freakshow der Nederlandse taal

Door Tessa Sparreboom
(student Nederlands, Universiteit van Amsterdam)

a-f-th_Vanavond was het weer zover: Philip Freriks en Freek Braeckman bezetten primetime NPO 2 om in smoking de meest ondefinieerbare woorden zo helder mogelijk voor te lezen. Juist, het was tijd voor Het Groot Dictee der Nederlandse taal, het (zoals de genitief al verraadt) meest elitaire taalfeestje van het jaar. In woorden als Hyperboreeërs, conciliatie en fotovoltaïsche cellen vond het przewalskipaard vanavond weer waardige opvolgers.

Ook dit jaar was de NTR erin geslaagd een club BN’ers en BV’ers te strikken voor de gevreesde spellingtest. Prima, moeten de ‘prominenten’ hebben gedacht, dan neem ik van tevoren nog even het Groene Boekje door. Natuurlijk valt zoals ieder jaar te betwijfelen of hun voorbereiding verder is gegaan dan het googlen van tweeëntwintig en de vervoeging van het werkwoord sms’en. Zie hier het grote verschil met de niet-prominenten: die zijn uiteraard allemaal vastbesloten het minste aantal fouten te maken, of, als het even kan, helemaal geen fouten.

Voor aanvang dronk iedereen zich moed in in de foyer. Lees verder >>

Hoofdschudden over spelfouten of werken aan academische geletterdheid

Jacqueline van Kruiningen, Kees de Glopper, Carel Jansen en Femke Kramer
Rijksuniversiteit Groningen

Klachten over de taalbeheersing van studenten in het hoger onderwijs zijn van alle tijden. De neiging om alle schuld te leggen bij het voorbereidend onderwijs is dat ook. De start van een nieuw studiejaar leent zich bij uitstek voor alarmberichten over studentteksten vol taalfouten. Zo konden we ook in NRC Handelsblad van 6 september weer eens lezen over de gekke fouten die studenten maken als gevolg van het vermeende falen van het voortgezet onderwijs. En over taalbeleid in het hoger onderwijs dat een antwoord vormt op deze problemen. Aan een groeiend aantal universiteiten wordt in taaltoetsen het vaardigheidsniveau in spellen en formuleren gecheckt, in bijspijkercursussen kunnen studenten deze vaardigheden opkrikken, en hier en daar wordt in taalprogramma’s doorlopend aandacht besteed aan de taalvaardigheid van studenten.

De focus van deze initiatieven ligt grotendeels op het opkrikken van het niveau. De studenten doen iets niet goed; ze maken fouten, en dat moet worden gefikst. Spelling, formulering, samenhang in teksten: het moet allemaal beter. Het hoger onderwijs richt zich op de oplossing van problemen die het basis- en middelbaar onderwijs kennelijk hebben laten liggen. Dat is althans de teneur van het verhaal. Lees verder >>

Nederlands, een wereldtaal in Gent

Door Yves T’Sjoen

Van 7 tot 20 augustus ontvangt de Universiteit Gent 120 buitenlandse studenten Nederlands. Buiten het Nederlandse taalgebied zijn volgens de Taalunie-webstek taalunieversum minstens 15.000 studenten ingeschreven aan een academisch instituut waar de wereldtaal Nederlands wordt gedoceerd. Collega’s van deze departementen maken op basis van een taaltest, conform het Europees Referentiekader voor het leren van een vreemde taal, een selectie. Een nieuw opgezet beurzensysteem, een schamele €200 per deelnemer, biedt de helft van de studenten de gelegenheid gedurende twee weken de Nederlandse taal, cultuur en werksfeer in het taalgebied zelf te ervaren. De andere helft van de selectie vraagt geen financiële tussenkomst.

In het voorjaar van 2015 zag het er niet naar uit dat de jarenlange traditie van de zomercursus Nederlandse taal en cultuur kon worden gehandhaafd. De cursus is vele jaren door de Taalunie georganiseerd op drie verschillende plaatsen in het Nederlandse taalgebied. De Universiteiten van Hasselt (Diepenbeek) en Gent, en ook het wat meer afgelegen Zeist in Nederland ontvingen elk jaar weer een paar honderd anderstalige studenten Nederlands. Gent en Zeist organiseren de cursus al sinds de jaren vijftig. De instellingen en hun onvermoeibare organisatoren boden workshops aan, gastlezingen, lessen in Nederlandse taalvaardigheid en gingen met hun enthousiaste gasten op culturele uitstap. Lees verder >>

Neen is neen

Door Truus De Wilde

Foto: Joost J. Bakker (CC-BY-2.0)

Njet betekent meer dan nee, dat las u hier al. Naar aanleiding van het strenger maken van de wet op seksuele misdrijven in Duitsland publiceerde deredactie.be de kop: „Neen is neen!“ Voor achtergrondinformatie en duiding van de wet, die hier momenteel voor een groot sociaal debat zorgt, zie bijvoorbeeld Die Zeit of Der Spiegel).

Voor mij waren neen en nee lang synoniemen, zoals ook in het artikel van De Standaard. Ik had nooit enige restrictie in het gebruik geleerd of aangevoeld, en vermoed dat ik ook in mijn eerste colleges taalverwerving de twee als synoniem aangeboden heb. Lees verder >>

Reciprociteitsprincipe. Of Quo vadis, nederlandistica extra muros?

Jellica NovakovicDoor Jelica Novaković, Universiteit Belgrado 

Als voorzitter van het regioplatform Comenius verbaas ik me erover dat in de beleidsreactie van het Comité van Ministers op het zojuist verschenen AFO-rapport de schaal en het effect van de opgelegde bezuinigingen wordt gebagatelliseerd. Met name in de regio Midden-Europa hebben wij op dit moment te maken met posten die verdwijnen door de korting op de suppleties voor moedertaalsprekers. Mensen verliezen hun baan; secties Nederlands staan onder zware druk; studenten melden zich niet aan voor zomercursussen. De gevreesde krimp wordt realiteit.

En dan heb ik het nog niet eens over het effect van het reciprociteitsprincipe.  Lees verder >>

‘Een spreker met gebonden handen en een zak over het hoofd’

Door Marc Kregting

StijlBehalve op een onwillige echtgenoot stuit Renate Rubinstein in haar scheidingsboek Niets te verliezen en toch bang (1978) op de stoorzender die voornaamwoord heet. Wanneer ze ‘zij/haar’ gebruikt, meent ze, dan denken lezers dat ze over zichzelf schrijft. Maar wanneer ze dat koppel vervangt door ‘hij/zijn’, dan heft ‘de “feministisch” getrainde lezer – dat is iemand die de wereld verdeelt in twee groepen, te weten mannen en vrouwen, naar aloud en nu weer bijdetijds seksistisch gebruik – zijn vinger en wijst mij op “masculinisme”.’ Rubinstein beslist dat het mannelijke voornaamwoord voor haar neutraal genoeg is.

Bijna veertig jaar later komt Tim Parks in Waarom ik lees (2014) met dezelfde oplossing als hij deze verwijskwestie benoemt. Hij heeft ‘hij/zijn’ altijd als ‘onpersoonlijk en geslachtsloos’ ervaren, en de nuance door vermelding van de dubbeloptie (‘hij/zij’, ‘zijn/haar’) als ‘pietluttig en onelegant’. Lezers zouden constant geconfronteerd worden met een probleem ‘dat er niet is’. Parks volhardt dan maar in zijn gewoonte, ‘om de aandacht scherp te houden’.

Lees verder >>

In forjitten iisbrekker

Door Cefas van Rossem

Al die onbekende beroemdhedenAfgelopen vrijdag, 20 mei, verscheen Al die onbekende beroemdheden, 250 jaar Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (Van Kalmthout e.a. red.), waarvan alleen de uitgave al mooi is. In de trein vanuit Leiden terug naar Arnhem heb ik meteen gecontroleerd of de held van mijn doctoraalscriptie een plekje had kunnen veroveren. Het is gelukt: twee keer wordt er verwezen naar Annaeus Ypeij, de schrijver van het eerste boek over de geschiedenis van het Nederlands (1812, 1832).

Marleen de Vries noemt Annaeus Ypeij voor het eerst op p. 47:

“Annaeus Ypey, eveneens predikant en kennelijk ook ruim in zijn vrije tijd zittend, bood het genootschap op 5 februari 1813 een exemplaar aan van zijn Beknopte geschiedenis der Nederlandsche taal dat hij had opgedragen aan de Maatschappij. Het bestuur oordeelde deze prestatie een ‘gouden eerepenning’ waard. Het uitbreiden van de bibliotheek was ook zo’n mogelijkheid om het Nederlandse erfgoed bij elkaar te houden.”

Het verhaal achter deze Geschiedenis der Nederlandsche Tale (1812) is echter veel interessanter dan dit citaat doet vermoeden. Lees verder >>

De geringe betrouwbaarheid van de eindexamens Nederlands

Door Michel Couzijn

Eerlijk is eerlijk, de manier waarop in onze CITO-examens Franse taalvaardigheid of wiskundig vernuft wordt geëxamineerd, kent ook vreemde beperkingen en is evenmin een voorbeeld van de manier waarop leerlingen buiten school hun Franse of wiskundige bekwaamheden moeten aanwenden.

Toch hoor je daar nooit zoveel geklaag over als over het examen Nederlands. Noch onder leraren, noch bij het grote publiek. Hoe kan dat? Het kan verband houden met een opvallend kwaliteitsgebrek bij de examens Nederlands: de lage betrouwbaarheid.

‘Betrouwbaarheid’ is een toetstechnische kwaliteit die o.a. aangeeft hoeveel staat je kunt maken op een individuele uitslag. Had de ‘6’ niet ook een ‘5’ of een ‘7’ kunnen wezen, een dag eerder of later, of met een nét iets andere vraagformulering, of met de teksten in een andere volgorde? Ook wispelturigheid van & onderlinge verschillen tussen beoordelaars spelen mee.

Lees verder >>

Wat is een hele of volledige correcte (Nederlandse) zin volgens examenblad.nl?

Door Ben Salemans

In het af en toe raadselachtige document Veelgestelde vragen vakspecifieke correctieregels CE Nederlands havo en vwo 2016. Versie 1, 22 april 2016 lezen we het volgende:

”Hoe moet correct taalgebruik worden beoordeeld bij antwoorden die beginnen met ‘dat’ of een variant daarvan (bijzin), terwijl om hele zinnen is gevraagd? Voor antwoorden die alleen uit een bijzin bestaan terwijl er gevraagd wordt om volledige zinnen te gebruiken, moet één fout worden gerekend vanwege deze onvolledigheid. Verder is het natuurlijk zo dat ook volledige zinnen kunnen beginnen met een bijzin (“Dat het koud weer is, weten we wel”). Daar is niets mis mee.”

De publicatiedatum van het genoemde raadselachtige document van examenblad.nl is hoogst eigenaardig: 22 april 2016. Dan zit het schooljaar voor de meeste eindexamenkandidaten er zowat op! Hoe moeten/moesten docenten Nederlands al deze vaak rare beoordelingsrichtlijnen nog aan hun eindexamenleerlingen mededelen? Het opvallende document van examenblad.nl had toch wel minstens een maandje eerder bekend mogen worden gemaakt, lijkt me.

Lees verder >>

Een felle verwensing na de aanslagen in Brussel

door Jos Rombouts

De aanslagen van 22 maart 2016 op Brussels Airport in Zaventem en op metrostation Maalbeek in Brussel hebben nog geen week later een verrassend neologisme uitgelokt, in de vorm van een heel giftige verwensing.

“Krijg een bombardement (achter, in …) De verwensing krijg een bombardement, gevolgd door een voorzetselbepaling, is in het hele Nederlandse taalgebied bekend. Vooral het hart, de kiezen en de longen moeten het ontgelden. Vermoedelijk is deze verwensing ontstaan na het bombardement op Rotterdam, in mei 1940. Hierbij kwamen ruim negenhonderd mensen om het leven. De vroegste variant is in 1942 gehoord in Den Haag.”

Lees verder >>

Taalkunde in Nederland: systematisch uitgekleed!

Emeritus hoogleraar Vergelijking van Grammaticamodellen, Universiteit Tilburg
In de jaren 70 en 80 ontwikkelde zich de moderne theoretische taalwetenschap in Nederland in hoog tempo en stond aan de top van Europa. Een ministeriele nota in de 80er jaren stelde vast dat van alle aan Nederlandse universiteiten bedreven takken van wetenschap de sterrenkunde en de theoretische taalwetenschap mondiaal veruit de meest zichtbare en succesvolle vakgebieden waren.  Wat doen de universitaire bestuurders en de politici en ambtenaren op het ministerie daarmee? Je zou verwachten dat ze in overleg met de coryfeeën van de desbetreffende disciplines zouden zoeken naar manieren om hun toppositie veilig te stellen, uit te bouwen, te belonen met financiële injecties. Wat gebeurt er in werkelijkheid? Het tegendeel. 

De taalwetenschap, deel van de politiek niet bepaald sterk staande letteren en geesteswetenschappen in tijden van financiële bezuinigingen, is stukje bij beetje om zeep geholpen.  De wellicht grootste boosdoener was en is het financieringsmodel  van de universiteiten. Studentenaantallen en uitgereikte diploma’s bepalen het budget in belangrijke mate terwijl wetenschappelijke prestaties, internationale zichtbaarheid, aantallen publicaties in toptijdschriften, binnengehaalde subsidies en dergelijke nauwelijks in het gewicht vallen. Mijn eigen kleine maar fijne vakgroep Vergelijking van Grammaticamodellen aan de Universiteit Tilburg werd luttele jaren nadat wij het derde millennium binnengestapt waren opgeheven: te weinig undergraduate studenten die allemaal modieuze en vooral makkelijke vakken kiezen en te veel activiteit in de Ph.D. opleiding. 

Lees verder >>

Taalunie: de bedelorde voor het Nederlands

Door Arie Pos

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van OCW doen hun sloopwerk graag in stilte. Via het Comité van Ministers van de Taalunie, waarin Vlaanderen gelijkwaardig vertegenwoordigd heet maar niets heeft in te brengen, bezuinigen ze er onverbiddelijk op los. De Taalunie voert die bezuinigingen stipt door en doet dat ook graag in stilte. Directie en medewerkers van het Erasmus Taal Centrum in Jakarta – inmiddels geschrapt van de Taaluniebegroting en ‘teruggegeven aan de markt’ – kregen een zwijgplicht opgelegd toen de bijl in de organisatie ging. Ook directie en medewerkers van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) – dat sinds 1 januari 2016 Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) heet maar daar naar buiten toe nog niets van laat merken – moeten zwijgen over het hak- en sloopwerk dat daar wordt verricht. Met veel minder geld gaat men daar veel meer doen, met veel minder mensen voor veel meer mensen, en niemand weet nog wat, maar zwijgen is goud. Het is tenhemelschreiend maar je hoort er geen hond over. Zwijgplicht. Zo gaat dat in de voorheen democratische Nederlandse rechtsstaat waar transparantie ooit hoog stond aangeschreven. Kop dicht of je kop gaat eraf.

Een literaire canon voor de achttiende eeuw?

Door Roland de Bonth 
In Neder-L van 11 juli 2015 constateerde Rietje van Vliet dat de achttiende eeuw in de kort daarvoor gepubliceerde Vlaamse literaire canon volledig ontbrak. Ook in de Nederlandse tegenhanger uit 2002 blijkt de achttiende eeuw sterk ondervertegenwoordigd te zijn. Naar aanleiding van dat artikel heb ik een inventarisatie gemaakt van achttiende-eeuwse auteurs en geschriften die onder de aandacht gebracht worden van (Nederlandse) scholieren in het voortgezet onderwijs. Deze verzameling zou dienst kunnen doen als eerste aanzet tot een canon voor de achttiende-eeuwse letterkunde. Hoewel niet iedereen overtuigd zal zijn van het nut en de waarde van een canon, blijft een dergelijk overzicht een eenvoudige manier om grote groepen mensen kennis te laten maken met in dit geval literatuur uit een bepaalde periode.  
Het bijgevoegde bestand is gebaseerd op een aantal literatuurmethodes en websites die op middelbare scholen worden gebruikt. Dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de keuzes die door de geraadpleegde bronnen zijn gemaakt, werd me duidelijk uit de reactie van iemand aan wie ik de lijst had voorgelegd: “Wat een verschrikkelijke lijst heb je me toegestuurd. Geen wonder dat niemand daar iets van wil lezen.” 

Lees verder >>

Vergelijkende Taalwetenschap in nieuwe videogame over de steentijd

Door Peter Alexander Kerkhof
Langzaam kruip ik door het struikgewas. Het kreupelhout kraakt vervaarlijk en bezorgd kijk ik naar mijn prooi, een gigantisch hert dat bijna drie meter groot is. Het dier heeft me niet opgemerkt en gaat rustig door met grazen. Terwijl ik mijn boog span en voorzichtig aanleg, hoor ik de insecten om heen zoemen, de wind door de boomkruinen jagen en zie ik in de verte de majestueuze bergtoppen van de Karpaten. Veilig vanachter mijn computer bestuur ik Takkar, de hoofdpersoon van de videogame waar ik in verzonken ben. Takkar is een jager-verzamelaar die omstreeks 10.000 voor Christus door de bossen van Oost-Europa dwaalt. De sfeeropbouw van het spel is indrukwekkend. Het steentijdbos dat de videogame Far Cry Primal op mijn beeldscherm tovert, leeft op elke mogelijke manier. Maar het zijn niet de schitterende beelden en achtergrondgeluiden die mij de indruk geven daadwerkelijk in een tijdmachine te zijn gestapt. Het is het feit dat de gesprekken die de hoofdpersoon met zijn stamgenoten voert, plaatsvinden in een echte prehistorische taal, de verre verre voorouder van het hedendaagse Nederlands. 

Lees verder >>

Taalvaardigheid en denkvaardigheid: vorm en inhoud


Afgemeten aan de toonhoogte van de reactie van bestuurslid Levende Talen Christine Brackmann op mijn artikel in Trouw van 10-2 jl., heb ik blijkbaar een gevoelige snaar geraakt met mijn stelling dat neerlandici ‘denkvaardigheidsonderwijs’ over moeten laten aan filosofen. Het grootste deel van haar stuk besteedt Brackmann aan de ‘drogredenen’ waar mijn artikel ‘bol’ van zou staan. Zo schrijf ik dat het ‘Manifest Nederlands als schoolvak’ het vak Nederlands leuker en moderner wil maken. ‘Drogreden 1’ stelt Brackmann gevat vast, want de woorden ‘leuk’ en ‘modern’ komen niet voor in het manifest. Dat klopt. Maar wel de volgende omschrijvingen en doelstellingen: ‘minder saai’, ‘aantrekkelijker’, ‘eigentijds’, ‘meer plezier’ en ‘al 25 jaar niet veranderd’. Je kunt erover twisten of ‘leuk en modern’ en adequate samenvatting is van die omschrijvingen en doelstellingen (mij lijkt van wel), maar als je dit een drogreden noemt, heb je toch niet helemaal begrepen wat dat is. 

Je zou kunnen zeggen dat het hele stuk van Christine Brackmann een illustratie is van mijn punt dat neerlandici voor logica en argumenteren te rade moeten gaan bij filosofen. Zo schrijft Brackmann: “Slagter zet neerlandici weg als onbekwame lieden. Een retorische truc, hier ook te kwalificeren als drogreden 3.” Als ik iets níet beweer, dan is het wel dat neerlandici ‘onbekwame lieden’ zijn. Dat vind ik ook helemaal niet. Sterker: ik ben zelf neerlandicus. In vind alleen dat neerlandici zich bij hun vakgebied moeten houden: taalvaardigheidsonderwijs.

Lees verder >>

Pleidooi tegen denkvaardigheid staat bol van de drogredenen

Door Christine Brackmann
Bestuurslid sectie Nederlands Vereniging Levende Talen
Docente Nederlands aan het Christiaan Huygenscollege te Eindhoven

De schrijvers van het ‘Manifest Nederlands op school’ zouden het vak Nederlands ‘leuker’ en ‘moderner’ willen maken. Martin Slagter, neerlandicus en filosoof, wordt er maar moe van. En leraren Nederlands moeten zich volgens hem niet bekommeren om denkvaardigheden. Zijn artikel ‘Leraar Nederlands, hou je bij je vakgebied’ in Trouw van 10 februari staat echter bol van de drogredenen.

Slagter verwijt de manifestschrijvers dat hun belangrijkste drijfveer lijkt te zijn dat ze het vak Nederlands leuker en moderner willen maken. “Wat hebben onderwijsvernieuwers toch met ‘leuk’?” verzucht hij naar aanleiding van de stellingen in het manifest. Ik heb het manifest doorzocht, maar de woorden ‘leuk’ en ‘modern’ komen er niet in voor. Slagter vertekent hier het standpunt van de opstellers. Drogreden 1. 

Lees verder >>

Taal is taal. De interactieve ‘basta’-functie van een schijnbare tautologie

Door Jan Renkema e.a.

Een voorversie van dit artikel verscheen in vier afleveringen als ‘crowd texting’-experiment in Neder-L (december 2015). Lezers werden uitgenodigd om vragen te beantwoorden en aanvullingen te geven. De in totaal twintig reacties, waarvan een aantal per mail of mondeling, zijn verwerkt in een definitieve versie die we nu als pdf-bestand beschikbaar stellen. Vandaar de toevoeging ‘e.a’ achter de auteursnaam.

Is het nu kipje of kippetje?

Door Robert Chamalaun
Vorige week gaf ik in mijn vwo4 een les over het verkleinwoord. Voor de meeste leerlingen zou het een fluitje van een cent moeten zijn om van een zelfstandig naamwoord een verkleinwoord te maken. De regel hebben ze op de basisschool al geleerd, waarna de regel in de brugklas weer aan bod kwam. In het lesboek dat de leerlingen gebruiken, staat dat je meestal kunt horen hoe je het verkleinwoord schrijft. Het boek in vwo4 stelt zelfs dat je ‘meestal wel weet hoe je verkleinwoorden vormt’.
Zo op het eerste gezicht lijkt de regel ook niet zo heel ingewikkeld. Afhankelijk van de fonologische eigenschappen van het grondwoord wordt het verkleinwoord gevormd met een van de volgende vijf vormen van het diminutiesuffix: -je, -tje, -pje, -kje, -etje. De meesten komen hier wel uit. Gelukkig zijn er altijd leerlingen die verder denken en kritisch naar de taal kijken. Al vrij snel kwam er een discussie in de klas over de vraag of het verkleinwoord van kip met –je of –etje geschreven moet worden, dus kipje of kippetje?

Lees verder >>

Leesplezier is geen doel


Er waart weer eens een spook rond, maar nu beperkt het spook zich tot de kolommen van de vaderlandse kranten. Dat spook heet het schoolvak Nederlands. Het optreden van het spook lijkt onder strakke regie plaats te vinden. Minister Schippers zou er een complot in zien.

Het begon ermee dat een aantal hooggeleerde neerlandici in de krant liet weten dat het schoolvak Nederlands het saaiste vak van alle schoolvakken was. Bewijzen ontbraken, maar de nood was hoog en de redding was in de woorden van de hooggeleerden nabij. Die nood leek zich overigens vooral te manifesteren aan de universiteit, waar de belangstelling voor de studie Nederlands nieuwe dieptepunten bereikte. De redding zou van middelbare scholen moeten komen. Het vak Nederlands, zoals het op de middelbare scholen werd gegeven, zou zo geestdriftig en vernieuwend moeten zijn dat de leerlingen zich en masse bij de opleidingen Nederlands gingen melden.