Tag: functie van taal

Taal en efficiëntie

Door Marc van Oostendorp

Dat taal gebruikt wordt voor communicatie, is voor jullie waarschijnlijk geen nieuws. De vraag is dan vervolgens of je dat ook aan die taal merkt, of er zaken zijn in taal die bepaald zijn door het feit dat het een communicatie-instrument is.

Het is het onderwerp van een nieuw overzichtsartikel van een groep onder aanvoering van de Amerikaanse taalkundige en cognitiewetenschapper Ted Gibson. Ze laten in een betrekkelijk kort bestek een groot aantal eigenschappen van taal – niet van een taal, maar van taal in het algemeen de revue passeren die je kunt begrijpen door taal als een efficiënt communicatiesysteem te zien:  het feit dat de frequentste woorden over het algemeen het kortst zijn, bijvoorbeeld (zodat je niet te veel tijd hoeft te besteden aan woorden als mens of ik, terwijl je voor dehydrateren best wat tijd kunt nemen, omdat dit toch minder vaak aan de orde komt), of het feit dat normaliter (in iedere taal) woorden die betrekking hebben op elkaar bij elkaar staan (‘de mooie man dronk warme koffie’ en niet ‘de dronk koffie man mooie warme’).

In deze video legt Gibson het zelf allemaal in kort bestek uit: Lees verder >>

Schizofrenie en autisme als taalproblemen

Door Marc van Oostendorp

Zelden verschijnen er artikelen die zo vol gedachten zitten als het artikel dat de Catalaanse taalkundige en filosoof Wolfram Hinzen onlangs publiceerde in het tijdschrift Theoretical Linguistics (€).

Hinzen zet zich af tegen een gedachte die de meeste mensen in de westerse wereld sinds Descartes voor vanzelfsprekend houden: dat er een scheiding is tussen taal en het denken. Dat je normaliter eerst een gedachte hebt die je vervolgens bij het praten ‘in taal omzet’. Volgens Hinzen is er zo’n scheiding niet: de enige typisch menselijke vorm van denken is denken in taal. Ons denken wordt gevormd door taal – niet in de eerste plaats door onze eigen specifieke taal, maar door het soort structuren dat talen nu eenmaal hebben.

Hinzen wijst bij wijze van voorbeeld op de gedachte ‘ik moet hoognodig naar de kapper’. Lees verder >>

Communiceren is denken en omgekeerd

Door Marc van Oostendorp

Ik heb op mijn computer een programmaatje dat het systeem ’s nachts overneemt. Als ik de rekenkracht niet gebruik om te tikken of naar een YouTube-filmpje te kijken, gaat dat programma aan het werk. Samen met duizenden andere computers op de wereld is het op jacht naar nieuwe priemgetallen. Mijn computer haalt een nieuw kandidaatgetal op en rekent vervolgens – meestal duurt dat een paar dagen – aan zo’n getal om te zien of het inderdaad een priemgetal is. Als het daarmee klaar is, deelt het ’t resultaat mee aan het netwerk en vraagt het een volgende getal op.

Ik vind dat een sympathiek programmaatje. Ik herken mezelf erin.

Want ik geloof dat denken altijd zo toegaat: je neemt een aantal bestaande ideeën, die de mensen je hebben verteld, die je ergens hebt gelezen of die je anderszins ergens hebt opgepikt, en die ideeën bewerk je in je hoofd. Die bewerking heeft echter alleen zin als je het resultaat daarna deelt met anderen, die er weer verder mee kunnen. Lees verder >>

Taal is niet alleen om mee te denken

Door Marc van Oostendorp

Onlangs besprak ik een artikel waarin met alle geweld moest worden aangetoond dat je alle eigenschappen van taal kunt begrijpen vanuit één functie: om te communiceren. De korte samenvatting: dat is heel onwaarschijnlijk, want dan zou taal niet de hele tijd variëren en veranderen en zorgen voor allerlei verwarring.

In een ander recent artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Glossa voegt de Australische taalkundige en filosoof Eran Asoulin daar nog een voorbeeld aan toe: structurele dubbelzinnigheid. In het Engels kun je zinnen hebben als John said Bill left yesterday, dat zowel kan betekenen dat Jan gisteren zei dat Bill weg was gegaan, of dat Jan op een niet nader gespecificeerd moment in het verleden zei dat Bill gisteren wegging. Taal zit vol met zulke ambiguïteiten, zegt Asoulin, volgens mij terecht. Waarom zou een communicatiemiddel dat toestaan?

Dieren

Jammer is dan weer dat Asoulin in plaats daarvan terug wil grijpen op één andere unieke functie voor taal: dat we erin kunnen denken. En dat hij dan juist die functie weer cruciaal wil verklaren. Lees verder >>

Waarom praten mensen meer met collega’s dan met hun echtgenoten?

Door Marc van Oostendorp

Waarom voeren mensen lange gesprekken met de een maar niet met de ander? Er bestaat een hele discipline die gespreksanalyse heet – onze medewerker Lucas Seuren schrijft er regelmatig over – maar ik kan in de handboeken die ik heb geraadpleegd heb geen antwoord vinden op deze in mijn ogen toch vrij belangrijke vraag.
Ik dacht eraan toen ik onlangs in het vliegtuig zat en er twee mensen naast me kwamen zitten. Ik wilde naar muziek luisteren via mijn gammele hoofdtelefoon. Ik was daarom even bang dat ze collega’s waren, maar ze waren gelukkig waarschijnlijk een stel. En de kans dat twee collega’s eindeloos met elkaar praten is veel groter dan dat twee echtgenoten dat doen. Maar waarom is dat zo?

Hersenpannetje

Er komt natuurlijk bij dat er in de liefde gesprekstechnisch ook nog sprake is van een zekere ontwikkeling. Bij het begin van de liefde is de voorraad spraakwater juist nagenoeg eindeloos. Nooit praten mensen meer met elkaar.
Over het waarom daarvan heb ik wel een favoriete theorie, die ik ontleen aan de psycholoog Geoffrey Miller. Die zegt dat taal sowieso bedoeld is om mee te pronken, om te laten zien hoe groot je herseninhoud is, om zo indruk te maken op de potentiële geliefde. Vandaar dat we zo idioot veel woorden hebben die allemaal hetzelfde beschrijven (fiets, rijwiel): allemaal manieren om te laten zien hoe goed jouw genen hebben gezorgd voor een vol hersenpannetje.

Versieren

Er is natuurlijk evolutionair gezien geen beter moment om dat soort gedrag te vertonen dan als je iemand het hof wil maken. Volgens de theorie van Miller is dat hof maken dus zelfs juist een van de belangrijkere functies van taal. Lees verder >>