Tag: Fries

Als je voltooide deelwoorden te kort zijn

Door Henk Wolf

Friezen zijn ongelukkig met hun voltooide deelwoorden. Voor hun gevoel zijn die te kort en kun je er daardoor te weinig mee doen. Het is dan ook geen wonder dat die Friese voltooide deelwoorden stilletjes iets langer worden.

Korte voltooide deelwoorden

Nederlandse voltooide deelwoorden zijn lang. Ze bestaan in de regel uit een stam waar iets voor en iets achter staat. Voltooide deelwoorden in het Fries hebben geen extra voorvoegsels. Achter de stam staat vaak wel wat, maar ook lang niet altijd. Om het verschil tussen de twee talen duidelijk te maken een paar Nederlandse voltooide deelwoorden met hun Friese vertaling erachter:
gepakt – pakt
geweest – west
gezet – set
gepraat – praat
gezien – sjoen
gedaan – dien
gehad – hân
geproefd – preaun
geschreven – skreaun
gelopen – rûn
gewonnen – wûn
gebonden – bûn

Lees verder >>

Ze vonden haar een eindje verderop liggen

Door Henk Wolf

Ze zag [de dode begraven worden].
We horen [de doofstomme beul haar neus breken],
Iedereen hoorde [het hard waaien].
Ik vind [het hier stinken].
Hij voelde [een vuist vlak langs zijn oor suizen].

De bovenstaande zinnen laten zien dat de werkwoorden zien, horen, vinden en voelen als lijdend voorwerp een beknopte bijzin kunnen nemen. Dat zijn de stukjes tussen vierkante haken. Wie iets van de klassieke talen weet, herkent in deze zinnen de infinitivus cum accusativo (of accusativus cum infinitivo).

Je kunt die beknopte bijzinnen steeds met minimaal betekenisverschil vervangen door een gewone bijzin. Dan krijg je: Lees verder >>

Distantiëring

Door Henk Wolf

Van de week kreeg ik een vraag van een Vlaamse collega over het verschijnsel distantiëring. In het Friese taalwereldje is dat een begrip, maar daarbuiten is het ook bij taalkundigen lang niet altijd bekend. Daarom is het misschien aardig als ik er hier een paar regels aan wijd.

Belangryk of wichtich?

Als het begrip distantiëring met betrekking tot het Fries wordt gebruikt, dan wordt ermee bedoeld dat de afstand tussen het Fries en het Nederlands zo groot mogelijk wordt gemaakt. Een standaardvoorbeeld: je kunt in het Fries kiezen tussen de synoniemen belangryk en wichtich. Omdat de eerste vorm erg lijkt op de Nederlandse vertaling belangrijk, kies je voor de tweede. Bij de vorming van het Standaardfries heeft distantiëring een rol gespeeld, maar je komt het begrip vooral tegen als mensen hun persoonlijke taalnorm beredeneren, zeker op schrift. Zo is er maar een klein deel van het Friese taalgebied waar woorden op -ing de meervoudsuitgang -s krijgen (tekenings, ûntdekkings) en de Fryske Akademy beveelt aan om de uitgang -en te gebruiken (tekeningen, ûntdekkingen), maar veel Friezen kiezen op schrift voor tekenings en ûntdekkings, omdat die vormen minder op hun Nederlandse vertalingen lijken. Lees verder >>

Knosbien? Knorsbien? Knasbien?

Door Henk Wolf

Soms hangt taalkunde van toeval aan elkaar. Zo maakte mijn schoonmoeder tijdens een etentje een opmerking over het vlees in de groentesoep. Daar kon misschien nog een stukje knaster in zitten. Ik begreep uit de context dat ze daarmee een zeentje bedoelde, een stukje kraakbeen, maar ik kende het woord niet. Mijn schoonouders zijn Groningers en gebruiken knaster ook in het Nederlands, maar het blijkt een heel regionaal bepaald woord te zijn. Ik was blij dat ik het leerde kennen, want het lijkt erg op het woord dat ik in het Fries gebruik en waar ik al jaren een paar onbeantwoorde vragen over heb.

In mijn Noordhoekse dialect van het Fries heet ‘kraakbeen’ knosbien. Zo wordt het althans uitgesproken. Hoe ik het moet schrijven, weet ik niet zo goed. De woordenboeken helpen me er niet bij, het is blijkbaar zo lokaal dat het daar nooit in opgenomen is. Wel geeft mijn woordenboek kreakbien, krasbien en knarsbien. Lees verder >>

Ws Haita

Door Henk Wolf

Op Facebook zag ik een poosje geleden de hiernaast afgebeelde tekst langskomen. Hij bevat een laat-zestiende-eeuwse Friese versie van het Onze Vader. De tekst lijkt ook voor Friezen erg exotisch, maar wie hem hardop voorleest, merkt dat de verschillen met het Fries van vandaag de dag niet eens zo groot zijn.

Onder de tekst staat ‘Us Heit neffens de âldst oerlevere tekst (1597)’ en dat bleek een verwarrend onderschrift te zijn, want op Facebook dachten verschillende mensen dat deze tekst het oudste overgeleverde Fries was. Dat is natuurlijk niet zo. Er zijn veel oudere Friese teksten en zelfs een paar teksten die zo oud zijn dat het niet meer duidelijk is of ze nu Fries mogen heten of dat ze geschreven zijn een in een oudere Germaanse taalvorm die in een veel groter gebied werd gesproken dan het Fries.
Tot ongeveer 1550 was het Oudfries als schrijftaal in gebruik in wat nu de provincie Friesland is, daarna nam het Nederduits/Nederlands/Hollands (waar toen nog geen duidelijk verschil tussen bestond) die rol over en verviel het Fries tot een spreektaal. Het Onze Vader uit 1597 is dus opgeschreven in de tijd dat er nauwelijks meer Friese woorden op papier werden gezet. Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

Nullehakkebaitseboksebaitseboksenullehakke! The creation of a language

Door Marc van Oostendorp

Whould there have been anything like Frisian without its literary authors? Would the language be taught in Frisian schools today? Would there be tv shows in Frisian? Would it be possible to use the language in court?

It probably is overly romantic to relate the fate of a language to the existence of a literary tradition. Isn’t speaking a language always more important than writing it? Isn’t a base of ordinary speakers worth more than a handful of poets? There might still be speakers if Frisian had never been written; there are a few hundred thousand of them now, mostly living in the province of Fryslân of the Netherlands.

Yet one can doubt that anybody would have felt the urgency to fight for the rights of this language if it would not have had the prestige that, arguably, initially came from the written tradition. Genetically, Frisian is said to be the Germanic language closest to English, but in the course of many centuries of intensive language contact, it has grown close enough to Dutch that a speaker of the latter language can follow Frisian with some effort. Still, it is probably very difficult to find any Dutch person who would deny that Frisian is a separate language. And the fight for its rights were definitely always stimulated by the existence of a literary tradition.

Swallows and Floating Horses is a sparkling and inspiring anthology of this tradition for an English-speaking audience. Lees verder >>

Stijf in het kruis

Door Henk Wolf

Op de Friese radio was jarenlang vaak het lied De ballade fan Longerhou te horen, geschreven door Wibren Altena en uitgevoerd door Doede Veeman. In dat lied, een satire op allerlei thema’s uit volksverhalen, komt de volgende zin voor:

  • Hy skeat doe fuort, wat stiif yn ’t krús, dêr wie de kjeld yn sketten.

Die zin zal door de meeste Nederlandstaligen, en vermoedelijk ook door veel jonge Friezen, snel verkeerd worden geïnterpreteerd. Hoofdpersoon Simen – de hij in de zin – is na een lange schaatstocht namelijk stijf in zijn rug geworden. Het Friese woord krús betekent hier ‘onderrug’.

In het modernste Nederlands is die betekenis van kruis nauwelijks meer bekend. Daardoor treedt heel makkelijk verwarring op met kruis in de betekenis van ‘geslachtsdelen’. Ook in het moderne Fries krijgt krús die betekenis vaak. Lees verder >>

Evaluatie Kaderverdrag: hoe goed zorgt Nederland voor z’n minderheden?

Door Henk Wolf

Deze maand onderzoekt de Raad van Europa of Nederland de afgelopen vier jaar wel genoeg voor z’n minderheden heeft gedaan. Volgens de Nederlandse overheid zou het daarbij alleen om de Friezen moeten gaan, maar de deskundigen van de Raad van Europa zijn het daar niet helemaal mee eens. Ik schuif als een van de vele informanten ook een middag met de deskundigen rond de tafel.

Het onderzoek maakt deel uit van een visitatie die om de vier jaar plaatsvindt. Daarbij kijkt een groep deskundigen in opdracht van de Raad van Europa of de verschillende Nederlandse overheden zich houden aan het zogenaamde Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. De meeste volksvertegenwoordigingen in Europa hebben dat verdrag goedgekeurd. De Nederlandse Eerste Kamer heeft dat in 2005 gedaan.

Kaderverdrag en Handvest

Dat Kaderverdrag is een stuk minder bekend dan het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden en de twee documenten worden nogal eens met elkaar verward. Het Handvest is een document waarin overheden beloven goed te zorgen voor de kleine talen die vanouds op hun grondgebied worden gesproken. Daar kunnen concrete toezeggingen bij horen, zoals in het geval van het Fries in Nederland, maar dat hoeft niet. De Nederlandse overheid heeft bijvoorbeeld wel steun toegezegd voor het Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romani, maar zonder die steun te concretiseren. Lees verder >>

Ontwikkelingsvisie voor het Fries

Door Hessel Yntema

De afgelopen week zijn op deze website de zeven ‘grote opdrachten‘ voor het schoolvak Nederlands van de toekomst behandeld door Marc van Oostendorp. Momenteel wordt ook voor de tweede officiële taal in de provincie Fryslân gewerkt aan een nieuwe visie voor de toekomst, namelijk die van het schoolvak Fries. Belangrijk hierbij is, hoe scholen ruimte behouden voor het invullen van hun programma, dat er duidelijkheid wordt verschaft aangaande de leerdoelen, dat er rekening wordt gehouden met verschillende taalachtergronden van leerlingen, en dat er ook rekening wordt gehouden met Europese verdragen aangaande het beschermen van het Fries. Lees verder >>

Nedersaksisch: naast het Fries, onder het Nederlands

Door Henk Wolf

‘Nedersaksisch is nog steeds geen Fries’ stond er donderdag in Trouw. Ook andere media meldden dat de vage beleidsvoornemens voor het Nedersaksisch niet in de buurt komen van de Friese taalpolitiek. Dat is natuurlijk waar, maar waarom de vergelijking tussen die twee talen getrokken?

Toen ik wat googelde op ontwikkelingen rond het Nedersaksisch, kwam ik in het Twentse regionale dagblad Tubantia een paar artikeltjes tegen van een ambitieuze ijveraar voor het Nedersaksisch, het Overijsselse Statenlid Jos Mooiweer. Mooiweer wil het Nedersaksisch graag in officiële functies kunnen gebruiken. Daarbij vergelijkt hij de positie van zijn streektaal met die van het Fries. Hij zegt:

“[…] het gekke is dat een Friestalige in het officiële circuit veel meer mag dan een spreker van het Nedersaksisch. Ik wil aandacht vragen voor deze ongelijke behandeling. Want het steekt mij dat ik, als volksvertegenwoordiger in Overijssel, de eed niet in onze eigen taal mag afleggen. Maar, en nu komt het, ik mag als niet-Fries de eed wel in het Fries afleggen. Dat is toch bizar?”

Lees verder >>

It tsjerke

Door Henk Wolf

Wanneer er in het Fries iets verandert, dan is het resultaat meestal dat die taal ietsjes meer op het Nederlands is gaan lijken, óf dat de verschillen tussen de twee talen wat regelmatiger zijn geworden. Een opvallende uitzondering daarop is de geslachtsverandering van het woord tsjerke (‘kerk’). Dat is vanouds net als in het Nederlands een de-woord, maar een groeiend deel van de jongeren gebruikt het met het lidwoord it (‘het’).

Dat ‘de tsjerke’ ‘it tsjerke’ werd, viel me begin 2013 voor het eerst op in een tentamen van een eerstejaarsstudente. Ik dacht dat het een slordigheidje was en besteedde er geen aandacht aan, maar kort daarna kwam ik het nog een paar keer tegen. Toen schreef ik er een stukje over.

Nou zat de geslachtswisseling van tsjerke die ik in 2013 tegenkwam nog maar in een voorfase. Dat moet ik even uitleggen. In het Fries krijgt een klein aantal de-woorden na een voorzetsel namelijk soms het lidwoord ‘t. Zo zeggen Friezen wel ‘de winter is kâld’, maar ook ‘fan ’t winter is it kâld’. En het Fries heeft ‘de soad’ (‘de kook’), maar ook ‘by ’t soad’ (‘in grote hoeveelheid’, letterlijk ‘bij de kook’). Het woord tsjerke hoort vanouds niet bij die groep woorden met zo’n lidwoordverandering, maar ging er nu wel aan meedoen. Yn 2013 zeiden een paar studenten dus wel ‘de tsjerke is moai’, maar ook ‘yn ’t tsjerke is it kâld’. Lees verder >>

De twaalf Friese vertalingen van ‘je’, ‘jij’ en ‘u’

Door Henk Wolf

In het Engels is iedereen die je aanspreekt you. Dat is makkelijk. In het Frans moet je kiezen tussen tu en vous. Dat is al wat lastiger. Het Nederlands is nog een stapje complexer: daarin moet je kiezen tussen je, combinaties van je/jij/jou en u. Kies je verkeerd, dan oogst je hilariteit of bega je zelfs een faux pas.

De complexiteit ontstaat doordat er verschillende schalen zijn die mede bepalen welk voornaamwoord als gepast wordt gezien. Dat zijn in elk geval:

  • solidariteit (hoezeer is de ander iemand die ik als mens zie): een hoge mate van solidariteit maakt het gebruik van onwaarschijnlijk
  • respect (hoezeer verdient de ander een eerbetoon): een hoge mate van respect maakt u waarschijnlijk en jij onwaarschijnlijk
  • vertrouwdheid (hoe intiem is de relatie met de ander): een hoge mate van vertrouwdheid maakt u onwaarschijnlijk en jij en je/jij waarschijnlijk
  • formaliteit (hoe formeel is de gesprekssituatie): een hoge mate van formaliteit maakt u waarschijnlijk en jij onwaarschijnlijk

Lees verder >>

Het gaat niet goed met het schoolvak Fries

Door Henk Wolf

Het schoolvak Fries is geen groot succes. Een flink deel van de Friese scholen haalt de wettelijke kerndoelen niet. Dat blijkt uit onderzoek dat Albert Walsweer en Nynke Anna Varkevisser van de NHL Stenden Hogeschool de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Ze presenteerden de resultaten daarvan afgelopen donderdag in Heerenveen op de conferentie Frysk yn it ûnderwiis.

Walsweer en Varkevisser hebben zeer gedetailleerde gegevens van vrijwel alle scholen verzameld. In hun lijvige rapport It is mei sizzen net te dwaan is te zien dat van de basisscholen in het Friese taalgebied net iets meer dan de helft alle of bijna alle doelen haalt. Van de scholen voor voortgezet onderwijs is dat ongeveer tweederde. Lees verder >>

Morgen een week zijn je schoenen klaar

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je zeggen dat er ‘over een week’ iets staat te gebeuren. In het Fries kan dat net zo goed: ‘Oer in wike is it klear’. Je kunt ook het woord vandaag of hjoed toevoegen om aan te geven dat die week begint op de dag dat je de zin uitspreekt. Je krijgt dan zinnen zoals de volgende:

Vandaag over een week zijn je schoenen klaar.
Hjoed oer in wike binne dyn skuon klear.

Je kunt de week ook op een ander tijdstip laten beginnen. Als je morgen of moarn toevoegt, dan vindt je gebeurtenis acht dagen na het uitspreken plaats: Lees verder >>

Wij bin / wij binne

Door Henk Wolf

De meervoudsvorm van Friese werkwoorden in de tegenwoordige tijd krijgt als regel een van de uitgangen -e of -je. Zo staat dat in alle boekjes, zo is het in de schrijftaal, zo doen de nieuwslezers van Omrop Fryslân het.

Alleen in de dagelijkse praktijk is het nog weleens anders. Er is namelijk een groep werkwoorden waarbij de meervoudsuitgang -e kan worden weggelaten. De uitgang -je wordt nooit weggelaten. Zo hoor je bijvoorbeeld:

Wij gean moarn fuortl (schrijftaal: geane)
De minsken sil der (of: sidder) wol wat op betocht ha. (schrijftaal: sille)
We bin der al. (schrijftaal: binne)

Lang niet alle werkwoorden hebben zo’n korte meervoudsvorm. Zo kom je nooit tegen: Lees verder >>

Aan het roer / bij het roer

Door Henk Wolf

Het gedicht ‘De moeder de vrouw’ van Martinus Nijhoff staat opeens volop in de belangstelling. Een deelonderwerp van de discussie is het woordje bij in ‘bij het roer’. De vrouw op het schip in Nijhoffs gedicht staat ‘bij het roer’, terwijl ze in een conceptversie ervan ‘aan het roer’ stond. Nijhoff kan die verandering simpelweg hebben aangebracht omdat er in dezelfde regel ‘aan dek’ stond en twee keer aan niet zo mooi is, maar er zijn ook mensen die er betekenis in lezen. Mijn collega Coen Peppelenbos heeft daar op Tzum dit stukje over geschreven.

Ik denk dat je niet te veel betekenis moet willen lezen in de tekstuele wijziging. Daarvoor is het zaak om te beseffen dat aan en bij in de verschillende variëteiten van het Nederlands nogal eens synoniem zijn en dat de mogelijkheid om die woordjes te verwisselen per streek en per periode nogal eens verschillend kan zijn. Je kunt nu in het hele gebied zonder al te veel betekenisverschil ‘bij het water’ en ‘aan het water’ staan. In het hele taalgebied kun je ‘bij de bank rechts afslaan’, in Vlaanderen ook ‘aan de bank’. In het hele taalgebied kun je ‘aan de tafel’ zitten te eten, in het noorden ook ‘bij de tafel’. De een zet z’n afval ‘aan de weg’, de ander liever ‘bij de weg’. Nu kopen we stof ‘aan de meter’, in de achttiende eeuw ‘bij de el’. Lees verder >>

‘Zolang het gras groeit’

Overleeft de Friese literatuur de 21e eeuw?

Door Marc van Oostendorp


Zoals het liefdesliedje hebban olla uogala een mythisch begin van het Nederlands vormt – er zijn wel oudere sporen, maar die zijn minder romantisch –, zo halen Friese literatuurhistorici graag de Oudfriese “eeuwigheidsformule” aan, waarin wordt gezegd dat het recht zal duren “zolang als de wind van de wolken waait en het gras groeit en de boom bloeit”. In 2006 verscheen de uitvoerige Nederlandstalige literatuurgeschiedenis Zolang de wind van de wolken waait <gratis bij de DBNL>. En omdat Leeuwarden nu een culturele hoofdstad van Europa is, verschijnt een korte geschiedenis die Zolang de boom bloeit heet.

Het is een prettig leesbaar overzicht geworden: zakelijk geschreven en heel fraai geïllustreerd en vormgegeven. In een paar uur ben je bij in die wonderlijke geschiedenis van een betrekkelijk kleine literatuur, die eigenlijk in de negentiende eeuw pas echt begon, al had je daarvoor wel wat voorlopers, zoals het zeventiende-eeuwse dichtkanon Gysbert Japicx. Pas vanaf de 19e eeuw ontstaat er een traditie, of eigenlijk al snel minstens twee:. Lees verder >>

Vroege tweetaligheid Friezen geen voordeel bij leren Engels

(Persbericht Fryske Akademy)

Vroege tweetaligheid in Fries-Nederlands is geen garantie voor succesvolle ontwikkeling van Engels als derde taal. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Mirjam Günther-Van der Meij. Dat is opvallend, omdat meestal een voordeel van tweetaligheid op derdetaalverwerving gevonden wordt. In de Friese context is dat dus niet het geval. Andere factoren zoals taalachtergrond, motivatie om talen te leren en taalblootstelling spelen een belangrijkere rol.

Drietalige taalontwikkeling verschilt van tweetalige taalontwikkeling omdat tweetaligen meer ervaren taalleerders zijn (omdat ze al twee talen beheersen) en toegang hebben tot twee linguïstische systemen. Wat uit het onderzoek van Günther-Van der Meij echter duidelijk wordt, is dat vroege tweetaligheid in de Friese context geen voordeel biedt, maar ook geen obstakel vormt voor Engelse taalontwikkeling als derde taal (T3). De Friese situatie is uniek om verschillende redenen, waaronder de nauwe verwantschap tussen Fries en Engels. Maar die blijkt verrassenderwijs eerder een nadeel dan een voordeel. Een andere opvallende deelconclusie: ‘latere tweetaligen’ zijn zelfverzekerder over hun Engelse taalvaardigheid dan ‘vroege tweetaligen’. Günther-Van der Meij noemt de eerste groep betere Engelse taalleerders, maar de tweede groep bestaat uit snellere Engelse taalleerders. Lees verder >>

Pas verschenen: Zolang de boom bloeit. Korte geschiedenis van de Friese literatuur

Door de eeuwen heen hebben Friese schrijvers en dichters in hun eigen taal geschreven: over zichzelf, over hun taal en over hun land. De Friese literatuur kent vele onverwachte schatten die de moeite van het ontdekken waard zijn. ‘Zolang de boom bloeit’ is daarvoor een mooi startpunt. In zeven hoofdstukken behandelt literatuurwetenschapper Joke Corporaal de belangrijkste ontwikkelingen en kenmerken van de Friese literatuur. Korte vensterteksten lichten deze geschiedenis vervolgens toe met sprekende voorbeelden over hoogte- en ook dieptepunten.

Het boek verschijnt tegelijkertijd in vier taalversies: een Nederlandse, een Friese, een Duitse en een Engelse.

Joke Corporaal, Zolang de boom bloeit. Korte geschiedenis van de Friese literatuur. Leeuwarden: Bornmeer. Informatie uitgeverij.

Oprop: Skripsjepriis 2016-2018

(Parseberjocht Fryske Akademy)

De Fryske Akademy hat in twajierlikse priis foar it bêste skripsjeûndersyk op it mêd fan ’e Fryske taal en kultuer. De Skripsjepriis waard ynsteld by it fyftichjierrich bestean fan ’e Fryske Akademy yn 1988, mei as doel om studinten dy’t wittenskiplik ûnderwiis folgje in oantrún te jaan har ûndersyk op Fryske tema’s te rjochtsjen. De priis is in som fan 1000 (tûzen) euro.

Studinten fan ’e universiteit kinne oant 1 juny 2018 harren masterskripsje ynstjoere foar de Skripsjepriis. Der binne in tal betingsten: Lees verder >>

Trije dagen fol mei Fryske letterkunde

(Persbericht Fryske Akademy)

It grutte Frysk Geasteswittenskiplik Kongres (Conference on Frisian Humanities) yn Stedsskouboarch De Harmonie wijt trije dagen oan de stúdzje fan literatuer yn ’e Fryslannen. Fan moandei 23 o/m woansdei 25 april biede de Twadde Letterkundedagen in ferskaat oan lêzingen fan sprekkers dy’t foar de helte út it bûtenlân komme, foar in fjirdepart út Fryslân en in fjirdepart út oare parten fan Nederlân.

Op ’e Letterkundedagen binne lêzingen te folgjen oer û.o. Joast Halbertsma (Alpita de Jong, Jonathan Roper), identiteitskonstruksje yn it wurk fan Waling Dykstra (Abe de Vries), de Noardfryske fertelliteratuer nei 1945 (Wendy Vanselow), de Fryske kolleksjes yn ’e British Library en Oxford (Marja Kingma, Johanneke Sytsema), skientme en dea yn ’e Fryske poëzij (Alyda Faber) en Fryske literatuer út in Sintraal-Europeesk perspektyf wei (Wilken Engelbrecht). Lees verder >>

23 – 26 April 2018: 1st Conference on Frisian Humanities

We’d like to invite you to our first Conference on Frisian Humanities, in the Municipal Theatre De Harmonie in Leeuwarden, from 23 till 26 April 2018, as part of the project Lân fan taal (Country of languages) of Leeuwarden-Fryslân European Capital of Culture 2018. We’re happy to present you the preliminary program of the four symposia on the conference!

(Preview) program

In the four symposia – about Language and Linguistics, Literature, Medieval Frisia and Multilingualism – there will be about a hundred lectures!

A little preview of the lectures/speakers at the different topics: Lees verder >>

Anne sei dat er my hie sjoen

Door Marc van Oostendorp

Sommige dingen kun je nu eenmaal op verschillende manieren zeggen. Er lijkt bijvoorbeeld geen verschil of je nu

  • Anne zegt dat hij me gezien heeft.

zegt, of:

  • Anne zegt dat hij me heeft gezien.

De meeste mensen hebben het idee dat allebei de vormen grammaticaal zijn, en dat je ze allebei kunt zeggen (al vind je de ene vorm misschien wat vaker in de ene regio en de andere in de andere).

In het Fries is dat niet zo. Friestaligen hebben een duidelijke voorkeur voor de eerste vorm boven de tweede:

  • Anne sei dat er my sjoen hie.
  • Anne sei dat er my hie sjoen.

De tweede vorm vind je tegenwoordig ook wel, maar dat wordt dan meestal als een neerlandisme beschouwd: invloed van het Nederlands. Lees verder >>