Tag: Frans

Ik jouisseer vreemde Franse woorden

Door Marten van der Meulen

Onze taal stikt van de vreemde woorden. Schattingen over de aanwezigheid van woorden van niet-Oergermaanse origine in het lexicon van het Nederlands schommelen rond de 75%. Van veel van deze woorden weten we al lang niet meer dat het om importwoorden gaat. Wie weet nog dat kelder uit het Latijn komt, of bus uit het Engels? Andere importwoorden herkennen we onmiddelijk, omdat hun woordbeeld bijvoorbeeld vreemd is. Denk aan quinoa, sriracha of  phoDit idee gaat ook op voor Franse woorden. Op mij komen die al snel enorm exotisch over, zoals ik al een aantal keer eerder schreef. Nu kwam ik laatst weer een zooitje tegen, waar ik enorm van jouisseerde, en dat ik jullie dus ook niet wil onthouden. Lees verder >>

Welke taal sprak Karel de Grote en doet dat er toe?

Door Peter Alexander Kerkhof

Omstreeks het jaar 800 regeerde Karel de Grote een rijk dat zich uitstrekte van de wouden van Noord-Duitsland tot de Catalaanse kust. Diezelfde man, Karel de Grote, werd een kleine vijftig jaar eerder geboren in de koningshof van Herstal, een klein dorpje tussen Maastricht en Luik. Over Karel de Grote en zijn leven is veel geschreven; over zijn religieuze denkbeelden, over zijn oorlogen, over zijn familieleven. Maar er is vrij weinig geschreven over welke taal deze koning eigenlijk sprak. Dat is jammer want de kwestie van de taal van Karel de Grote is erg relevant voor de geschiedenis van het oudste Nederlands. 

De Belgische Maasvallei

Dit taalkundige verhaal begint met een stukje geschiedenis; de grootvader van Karel de Grote was de Frankische koning Karel Martel (‘Karel Hamer’), een erfgenaam van een Frankische adellijke familie die landgoederen bezat in de Maasvallei, de Waalse Ardennen en het Duitse Rijnland. Deze heersersfamilie kwam aan de macht toen Karel Martel in het begin van de achtste eeuw de vroegere koningen, de Merovingen, aan de kant schoof. Karel Martel wilde dat vanaf dat moment alle machtsposities in het Frankische rijk door zijn vertrouwelingen werden ingenomen. Daarom verving hij vrijwel alle abten, hertogen en bisschoppen in het westen van Frankrijk door vrienden en familieleden uit het huidige Limburg en Wallonië. Op deze manier maakte Karel Martel het heuvellandschap van Oost-België tot het centrum van een wereldrijk.

Lees verder >>

Men zegt niet ‘des produits low cost’

Door Marc van Oostendorp

De Académie française! Wie denkt dat het in Nederland er zo slecht voor staat met aandacht voor taal en dat het in Frankrijk allemaal zo veel beter is, die heeft nog nooit serieus gekeken naar de website van de immortels

Ik ben gefascineerd door het verschijnsel Académie française, af en toe ga ik even op de website kijken, liefst in de rubriek Dire, ne pas dire, waar onbekommerd van alles wordt afgekeurd wat iedereen zegt:

Sommige anglicismen zijn zo wijdverbreid in de Franse taal dat men ze nauwelijks opmerkt en dat men vergeet dat je ze kunt vervangen door equivalente Franse vormen. Dat is  het geval met de adjectivale en adverbiale frase low cost, die zich sinds een tiental jaren in de Franse taal is binnengedrongen. Is dat een daad van rechtvaardigheid omdat de vormen to cost en cost komen van het Oud-Franse coster of couster voor het werkwoord of coust voor het zelfstandig naamwoord? Misschien, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting er goed aan te denken dat het Frans beschikt over woorden zoals coût of prix en van bijvoeglijk naamwoorden als bas, petit, réduit, enz., waarmee we dat low cost kunnen vervangen:

Men zegt

Men zegt niet

Des produits à faible coût, à coûts réduits, peu chers

Compagnie à bas prix

Des produits low cost

Compagnie low cost

(Bron: website Académie française, d.d. 20 januari 2019.)

Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>

Manifest Buurtalen

Op 31 januari heeft de Visiegroep Buurtalen het manifest ‘Geef Frans en Duits de ruimte in het onderwijs!’ gelanceerd. Dit manifest roept op tot versterking van de positie van Frans en Duits in het Nederlandse onderwijs.

De Visiegroep Buurtalen constateert dat de kennis van onze buurtalen Duits en Frans sterk achteruitgaat en dat dat grote gevolgen heeft. Nederland is als klein land namelijk afhankelijk van internationale samenwerking op het gebied van economie, politiek en cultuur. Het manifest vraagt om sterke sturing van overheidswege om de positie van de buurtalen Duits en Frans terug te winnen en te bewaken.

Het manifest is gepubliceerd op www.buurtaalonderwijs.nl en kan daar ook digitaal ondertekend worden.

Molière aanvullen met onderbroekenlol

Door Marc van Oostendorp

De romanschrijver en anglist Frans Kellendonk schreef eens dat hij het betreurde dat Nederlandse anglisten zich zoveel met Jane Austen en Shakespeare bezig hielden. Wat viel er vanuit onze moeras nog aan die enorme berg bij te dragen. Beter konden zij zich over vertalingen van Shakespeare buigen, en over de manier waarop Austen in onze streken in de loop der tijd is ontvangen. Dat zou pas echt een interessante bijdrage zijn.

Inmiddels hebben de vreemdetalenstudies zich voor een belangrijk deel in de door Kellendonk gewenste richting gewend. Het onlangs verschenen boek Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk is er een goed voorbeeld van: het neemt een cultuur in beschouwing die in ieder geval historisch nóg belangrijker is geweest dan de Engelse, en laat zien hoe belangrijk het Frans en de Franse letteren eeuwenlang in Nederland zijn geweest. Lees verder >>

Van Ik heet Jan tot Ik noem Jan

Hoe zijn ontstaan en opmars van een Belgisch-Nederlandse constructie te verklaren?

Door Luc de Grauwe

Volgens het Bijbelboek Genesis (2:4b-25) boetseert Jahwe-God eerst de mens en “toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten” (NBV = Nieuwe Bijbelvertaling, 2004).

Dat is inderdaad de regeling in modern Standaardnederlands: het begrip ‘iemand (m.n. een kind) een naam geven’ wordt uitgedrukt met het werkwoord noemen (iemand zus of zo noemen), ‘een naam hebben/dragen’ daarentegen door heten (zus of zo heten). Heten kan tegenwoordig ook nog wel transitief (d.i. met een lijdend voorwerp) gebruikt worden, en wel in contexten of zelfs regelrechte (vaste) wendingen als (o.a.) – ik citeer de jongste dikke Van Dale (15e uitgave, 2015):

  • iemand welkom heten
  • zoals men dat heet (‘pleegt te noemen’)

Maar de normale regeling luidt thans: noemen is transitief (overgankelijk), heten (zonder lijdend voorwerp) is intransitief (onovergankelijk). Lees verder >>

Kut als oudste Nederlandse woord en aanverwante etymologische kwesties

Door Peter Alexander Kerkhof

Etymologisch gezien zijn vagina’s razend interessante dingen. Enerzijds zijn vagina’s alledaagse lichaamsdelen en behoren ze daarom tot wat taalkundigen het basisvocabulaire noemen. We mogen daarom verwachten dat woorden voor vagina’s archaïsch lexicaal materiaal bevatten dat ver teruggaat in de prehistorie van de desbetreffende taal. Dit is bijvoorbeeld het geval met de Nederlandse woorden voor ‘hart’, ‘oog’  en ‘oor’ die direct vergeleken kunnen worden met verwante woorden in het Oudgrieks en Sanskriet. Anderzijds behoren woorden voor vagina’s vaak tot de zogeheten categorie van taboewoorden. Deze categorie is erg vatbaar voor ontleningen, expressieve formaties en metaforen. Dat is de reden waarom veel talen een relatief jonge term voor vagina gebruiken, een term die vaak extra gemarkeerd is door een expressieve fonologie (vgl. NL flamoes, Belgisch NL foef, Duits muschi en Engels pussy).

Toch gaat dit artikel niet over deze jongere formaties, hoe interessant ze ook mogen zijn. In dit artikel wil ik het hebben over de woorden kut en kont en hun etymologie. Meermaals hebben taalkundigen geprobeerd beide woorden etymologisch met elkaar in verband te brengen, een idee dat de moeite waard is om opnieuw onder de loep te leggen. Laten we beginnen bij het woord kont dat nu louter ‘achterwerk’ betekent maar dat in het Middelnederlands (MidNL cont en conte) zowel naar de vagina als naar de anus kon verwijzen (vgl. ook Engels cunt). We mogen daarom aannemen dat het Middelnederlandse woord een brede betekenis had zoals ‘onderste delen’ of ‘benedengebied’ dat naar gelang de context semantisch verengd kon worden. Lees verder >>

Het eindexamen Frans is niet veel beter

Door Marc van Oostendorp

Dat er problemen zijn met het eindexamen Nederlands, dat weten we nu wel. Ruim dertigduizend scholieren klaagden dit jaar bij de scholierenvakbond LAKS. Maar hoe zit het met andere examens? Om dat proefondervindelijk te onderzoeken besteedde ik de afgelopen zondag aan het eindexamen Frans (vwo).

Dat viel niet mee. Eigenlijk doen zich er vrijwel dezelfde problemen voor als bij het eindexamen Nederlands. Wij neerlandici zijn niet alleen.

Het begint met de teksten: een schier eindeloze parade van betrekkelijk korte teksten (twaalf) die allemaal van het type wist-u-dat zijn, het soort dat de gemiddelde redactie gebruikt om een gaatje dat ergens gevallen is nog op te vullen. Wist u dat er in East Anglia een universiteit is waar studenten een half uurtje siesta kunnen houden? Dat  een biohacker in Amerika onlangs zijn eigen DNA getest heeft? Dat het in Marokko sinds april 2010 is toegestaan om (bepaalde) Berber-namen aan je kind te geven? En zo maar door, en zo verder. Een aantal artikelen komen zelfs letterlijk uit een tijdschrift dat de onsterfelijk suffe titel Ça m’interesse heette, ‘Dat vind ik nou leuk’. Lees verder >>