Tag: fonologie

Categoriale perceptie: de een hoort een [d], de ander een [r]

Door Henk Wolf

“Ik fyn sniders alt fan dy droevige figueren, ik kin ’t net helpe.”
“No, sa wurde se útbeeld yn dy âlde boeken.”
“Ja, mar oer ’t geheel, dy’t ik no meimakke ha, wienen allegear fan dy …”
“… twadde mannen?”
“Ja. Twadde âlde keareltsjes. Mar ja.”

Vertaling:
“Ik vind kleermakers altijd van die droevige figuren, ik kan het niet helpen.”
“Nou, zo worden ze uitgebeeld in die oude boeken.”
“Ja, mar over het geheel, (degenen) die ik nu meegemaakt heb, waren allemaal van die …”
“… tweede mannen?”
“Ja. Tweede oude kereltjes. Maar ja.

Lees verder >>

Over de uitspraak van ‘eunuch’

Door Christopher Bergmann

Wat is een eunuch? Dat is niet moeilijk te achterhalen: volgens Wiktionary gaat het om een “gecastreerde bewaker van een harem”. Andere woordenboeken zeggen ongeveer hetzelfde. Maar hoe spreek je het woord uit? Ook daar zijn bronnen voor: Wiktionary heeft een geluidsopname waarin een stem te horen is die /ˈøː.nəx/ of iets dergelijks zegt. (De tekens tussen de schuine strepen zijn fonetische symbolen die volgens de conventies van het Internationaal Fonetisch Alfabet worden gebruikt. Lees hier meer over het klankinventaris van het Nederlands.) In het gratis woordenboek op de website van Van Dale is het woord als eu·nuch aangegeven. Daaruit kunnen we opmaken dat het twee lettergrepen heeft en dat de klemtoon op de tweede daarvan zou liggen. In de ABN-uitspraakgids van P.C. Paardekooper uit 1978 is het woord als /œʏ̯ˈnyx/ opgenomen, dus met de klemtoon op de tweede lettergreep en met de /y/ van Ruud. Even samenvatten: er is één woordenboek dat suggereert dat de klemtoon op de eerste lettergreep ligt, terwijl twee andere woordenboeken het tegendeel beweren. Het feit dat verschillende bronnen niet dezelfde informatie geven, betekent niet dat de één het goed heeft en de anderen fout zitten. Maar het duidt op variatie – dat wil zeggen dat verschillende sprekers het woord op verschillende manieren uitspreken. Om erachter te komen hoe het zit, moeten we verder kijken dan in de woordenboeken.

Lees verder >>

Optimaliteitstheorie

Door Marc van Oostendorp

Hoewel de vormen die we uitspreken altijd wel lijken op de vormen zoals we die in ons hoofd hebben, zijn er ook verschillen. De optimaliteitstheorie beschrijft hoe we die verschillen kunnen berekenen: als een compromis tussen de wens om zo getrouw mogelijk te zijn aan de lexicale vorm en de wens om de vorm zoveel mogelijk te laten lijken op een ideale vorm, met ideale segmenten in een ideale lettergreepstructuur in een ideale prosodische structuur.

(Bekijk deze video op YouTube)

Hoe zitten woorden in je hoofd?

Quarantainecollege fonologie 9

Er zijn twee verschillende ideeën over hoe je de klank van woorden in je hoofd hebt. Volgens de ene heb je voor ieder woord één min of meer abstracte vorm in je hoofd; volgens de andere onthoud je van ieder woord alle keren dat iemand dat woord gezegd heeft. Ze zijn waarschijnlijk beide een beetje waar. Vervolgens gaan we op zoek naar de beste methode om vast te stellen wélke vorm van een woord de centrale is, en hoe sprekers van een taal dat weten

(Bekijk deze video op YouTube)

‘Wè sin-se toen-se dè saag?’ – Een spook-T in de Langstraatdialecten

Door Yoïn van Spijk

Deze video gaat over een sandhiverschijnsel in de Midden-Brabantse Langstraatdialecten: sandhiverscherping. Door [t]’s die niet aan de oppervlakte worden gerealiseerd, worden stemhebbende medeklinkers verscherpt op de woordgrens. In bepaalde contexten heeft dat tot gevolg dat er een naamvalsonderscheid kan worden uitgedrukt. Het verschijnsel wordt geïllustreerd met audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers.

Lees verder >>

Accentverschuiving als blijk van taalvaardigheid

Door Ad Welschen

Gisteren, op een ongewone Koningsdag, ging het in het radioprogramma Spraakmakers  over onze nationale identiteit. Als spraakmakende gast was Lotte Jensen aanwezig. Zij is Deense van geboorte, maar is buitengewoon taalvaardig in het Nederlands, een voorbeeld van perfecte tweetaligheid, volmaakt accentloos en vloeiender dan menig hoog opgeleide  Nederlandstalige -van-huis-uit.  Ze doet in dit opzicht niet onder voor iemand als Eva Jinek, al zijn beider communicatieve kwaliteiten verder misschien niet geheel vergelijkbaar. Ook in haar woordkeus is Lotte voorbeeldig. De stoplap ‘eigenlijk’ kwam in haar bijdrage welgeteld  maar één keer voor, terwijl dit bij een BN-er als Ajax-prominent Edwin van der Sar minimaal één keer in elke mondeling geproduceerde zin is. Als particulier strooiwoord gebruikt Lotte alleen de krachtige bevestiging  ‘’Absoluut!’’, maar dat kan nauwelijks storend genoemd worden. 

Lees verder >>

De lange ao en aa, de korte ò en a, en de ou, aai en aauw

De klanken van het Langstraats (6)

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange ao en aa, de korte ò en a, en de tweeklanken ou, aai en aauw. Er wordt onder andere ingegaan op de ontwikkeling van het middeleeuwse onderscheid tussen â en ā, op het onderscheid tussen ou en au, en op hedendaagse variatie. Daarbij worden audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven.

Lees verder >>

Drie stukjes in ‘speelgoeddoos’

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is zes jaar en inmiddels ongeveer een jaar in Nederland. Ze spreekt alleen nog maar Nederlands, ook als ze alleen speelt, tegen haar poppen. Ze verstaat trouwen ook behoorlijk veel Italiaans, want dat spreekt haar moeder vaak tegen haar. De laatste tijd vindt ze het leuk om bij het kwartiertje tv-kijken voor het slapengaan vertrouwde kinderprogramma’s op Netflix ook te bekijken in heel andere talen, zoals français of Deutsch.

Die laatste tijd zitten we natuurlijk opgesloten, net als iedereen. De hele scholing ligt nu ook in onze handen, van de juf van groep 2b krijgen we om de paar dagen nieuw materiaal en we hakken ons daar een pad door.

Lees verder >>

Klemtonen

Quarantainecollege Fonologie (deel 7)

Door Marc van Oostendorp

In heel veel talen van de wereld – zoals het Nederlands – is één lettergreep in het woord gemiddeld wat langer, hoger en misschien luider dan de andere: de beklemtoonde lettergreep. Welke lettergreep dat is, verschilt per taal: soms de eerste, soms de een na laatste, soms de laatste. Bij nadere analyse blijkt er een betrekkelijk kleine hoeveelheid parameters te zijn die samen de ogenschijnlijk grote variatie in klemtoonsystemen tussen talen in de wereld inzichtelijk kan maken. Maar waar past het Nederlands in die typologie?

(Bekijk deze video op YouTube)

Het woord in het Utrechts

Door Marc van Oostendorp

Een gastcollege dat ik op 20 april 2020 hield voor studenten van de Universiteit van Amsterdam. Ik houd dit college ieder jaar, naar aanleiding van een heel oud artikel van me. Het behandelt de fonologische structuur van het woord, voor in het Nederlands en de Nederlandse dialecten, met een ere plaats voor het dialect van de stad Utrecht.

(Bekijk deze video op YouTube)

Lettergrepen in het Nederlands en andere talen

Quarantainecollege fonologie – college 6

Er zijn allerlei bewijzen dat mensen klanken in hun hoofd organiseren in lettergrepen, ook (of juist) als ze niet kunnen lezen of schrijven. Wat zijn die bewijzen? En hoe zitten de lettergrepen van het Nederlands in elkaar? Er blijkt allerlei structuur in aan te wijzen, laat Marc van Oostendorp zien in dit zesde college in de reeks fonologie.

(Bekijk deze video op YouTube)

De klanken van het Langstraats – De lange en korte ie, uu en oe, en de tweeklanken iej, uuj en oew

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange en korte ie, uu en oe, en de tweeklanken iej, uuj en oew. Daarbij wordt ingegaan op verschillen tussen plaatsen en tussen oude en jonge variëteiten. Ook worden er audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven. Vragen of opmerkingen? Stuur dan gerust een mail naar het adres dat op de Over-pagina van dit kanaal staat.

Lees verder >>

De regelmaat van regelmatige klankverandering

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd fijn als mensen heel oud worden, maar bij William Labov (1927) is dat wel heel fijn. Labov is al zijn hele carrière geïnteresseerd in taalvariatie en in taalverandering – variatie en verandering horen bij de taal als veertjes bij volgeltjes. Er is geen taal die niet varieert en er is geen taal die niet verandert.

Lees verder >>

De klanken van het Langstraats – De lange èè en èù, de korte è en ù, en de ij/ai en ui/òi

Door Yoïn van Spijk

In deze video wordt een aantal klinkers en tweeklanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange èè en èù, de korte è en ù, de ij/ai en de ui/òi. Er wordt onder andere ingegaan op het ontstaan van de tweeklanken en lange klinkers uit de middeleeuwse /i:/ en /y:/. Ook worden er audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven.

Audiobronnen:

  • ‘Drunen’ (1977), opname Meertens Instituut
  • ‘Besoijen’ (1967), opname Meertens Instituut
  • ‘Raamsdonksveer’ (1967), opname Meertens Instituut
  • Opnames Van Engelen en Van der Streek (jaren 90)
  • Dialectwoordenboek Sprang-Capelle (2020), opnames door Klaas de Groot e.a..
  • Opnames privécollectie Yoïn van Spijk

Copyright gemeentekaart van Noord-Brabant: Jan-Willem van Aalst op Wikimedia Commons (2010).

Bekijk deze video op YouTube

Contouren in Shona, Brabants, Japans en meer

College 5 in de reeks ‘fonologie’

Door Marc van Oostendorp

In allerlei talen is er een druk om niet twee keer achter elkaar hetzelfde fonologisch kenmerk te gebruiken. Je kunt dat bijvoorbeeld zien voor toon in het Shona, voor plaats in het Brabants en voor stemhebbendheid in het Japans. Ook behandel ik kort het ‘skelet’ in fonologische representaties, die bestaat uit eenheden die allen de relatieve tijd aanduiden.

(Bekijk deze video op YouTube)

De lange ee, eu en oo, en de korte i, u en o

De klanken van het Langstraats

Door Yoïn van Spijk

In deze video wordt een aantal lange en korte klinkers van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten besproken: de lange ee, eu en oo en de korte i, u en o. Bij de korte o wordt ingegaan op het foneemonderscheid tussen een open en een gesloten o, dat in de Midden- en Oost-Brabantse dialecten bewaard is gebleven. Er worden audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers gegeven en er wordt ingegaan op de verandering van de dialecten.

(Bekijk deze video op YouTube)

Toon in Afrikaanse talen en autosegmentele fonologie

Door Marc van Oostendorp

Fonologische kenmerken worden niet (alleen) georganiseerd in klinkers en medeklinkers, ze leiden ook als het ware een eigen leven. Dat is de centrale gedachte achter autosegmentele fonologie, en dat kan goed geïllustreerd worden aan de hand van (Afrikaanse) toontalen, zoals in dit college. Marc van Oostendorp (Radboud Universiteit) geeft alweer zijn vierde college van de cursus Fonologie!

(Bekijk deze video op YouTube)

Het Nederlandse klinkersysteem

Door Marc van Oostendorp

In het derde college bespreekt taalkunde Marc van Oostendorp (Radboud Universiteit) het Nederlandse klinkersysteem: wat zijn de verschillende klinkers van het Nederlands en hoe kunnen we deze begrijpen aan de hand van kenmerk- en van elemententheorie? En wat zegt die laatste theorie over klinkerreductie in het Witrussisch en het Catalaans?

(Bekijk deze video op YouTube)

Wat is fonologie?

Door Marc van Oostendorp

De Quarantaine Colleges zijn begonnen! Ik neem de komende weken de cursus op die ik normaliter geef voor bachelorstudenten Taalwetenschap en Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit. Fonologie is de tak van de taalwetenschap die de klanken van taal bestudeert: hoe zitten die in ons hoofd? Waarom veranderen klanken aan het eind van een woord makkelijker dan aan het begin (in plaats van ‘hond’ zeg je ‘hont’)? Hoeveel verschillende klinkers en medeklinkers zijn er?

Je kunt ook meedoen met je eigen colleges. Doe dat alsjeblieft!

(Bekijk deze video op YouTube)

Ik heb het leerboek waarop deze cursus is gebaseerd ook online gezet (in een ruwe schets)

Het eind van het woord is zwakker

Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands zijn er geen woorden die eindigen op een d-, een b-, een z- of een v-klank. Je hebt natuurlijk een woord als hond, waarin je een d schrijft, en die d klinkt ook in de meervoudsvorm honden, maar als die d aan het eind van een woord staat zegt iedereen die Nederlands spreekt een t. Dat geldt ook voor de bweb zeg je in het meervoud wel met een b maar in het enkelvoud niet, en voor de v en de z. Die laatste schrijf je doorgaans zelfs niet, ook als hij in verbogen of vervoegde vormen (lieve, lezen) wel klinkt en geschreven wordt.

Lees verder >>