Tag: fonetiek

Middelnederlands met een harde g

Door Marc van Oostendorp

‘Laat Middelnederlands klinken!’ Dat is het motto van de app Vogala die Frits van Oostrom eerder deze maand uitbracht voor de iPad. Naast Van Oostrom brengen enkele andere specialisten op het gebied van de middelnederlandse literatuur en bekende stemmen als Mieke van der Weij en Jean-Marc van Tol het Middelnederlands tot gehore.

Dat is heel loffelijk, en ik ben blij dat Vogala er is. De app is gratis en op deze manier kunnen mensen dichter bij die oude taal, die geschiedenis, die soms ontroerende literatuur worden gebracht. De app is prettig voor geïnteresseerde leken, voor scholieren, voor mensen die nieuwsgierig zijn naar de levende taal van enkele eeuwen geleden. Maar wat mij nu interesseert: klonk het Middelnederlands ook echt zoals in deze app?

Lees verder >>

Minder afleren

Hoe leren tweetalige kinderen klanken onderscheiden?
Door Marc van Oostendorp

Een van de vele wonderlijke dingen die kinderen doen in hun eerste levensjaar, is de klanken van hun moedertaal in hokjes leren stoppen. Ze horen hun ouders een eindeloze stroom klanken maken. Iedere klank klinkt net weer wat anders dan een andere: de mens is een zachte machine die het niet lukt om twee keer achter mekaar precies dezelfde a te zeggen. 
Bovendien lijken sommige klanken heel erg op elkaar. Het verschil tussen de b in bak en de p in pak luistert bijvoorbeeld heel nauw. Als we praten maken we soms b’s die objectief gezien vrijwel identiek zijn aan sommige p’s. Toch horen we al die verschillen niet, omdat we iedere klank die we horen meteen in zijn eigen hokje plaatsen. 
Het is een beetje als het spelletje dat (iets) grotere kinderen leren spelen, waarbij je blokjes van een bepaalde vorm (een ster, een balletje, een kubus) door het juiste vakje in een doos moet duwen. Alleen heeft hier ieder blokje alleen maar ongeveer de juiste vorm, en passen sommige blokjes bijna in meer dan een vakje.

Lees verder >>

De luis had iets luis

Door Marc van Oostendorp

Ik kreeg een interessante reactie van de bekende fonoloog Jaap Spa op het stukje in de Klankencyclopedie over de [ʌy] (ui):

Wat betreft de [ʌy], die ik liever noteer als [œч], wil ik opmerken dat in mijn eigen idiolect (maar wellicht geldt dat ook voor anderen) deze tweeklank wordt uitgesproken als [œj] vóór een klinker en aan het woordeinde: cf. l[œj]er, l[œj]aard, sl[œj]er, b[œj]en en b[œj], l[œj], r[œj]. Is dit een algemeen verspreid verschijnsel ?

Ik had nog nooit over dit verschil nagedacht, maar toen ik dat deed, kon ik zeker navoelen wat Spa hier beschrijft: in luik en sluip klinkt de ui eenklankiger, uniformer, gedrongener dan in lui of luier. In die laatste gevallen zit er meer een [j]-achtige klank in. Het effect is subtiel, maar wel meetbaar.

Lees verder >>

Je tong bekijken met ultrasound

Iedereen met jonge kinderen, kent ultrasound: je houdt een apparaatje tegen de buik van een vrouw die in verwachting is en op een computerscherm kun je de foetus zien. Op YouTube zijn er allerlei voorbeelden te vinden.

Maar met die ultrasound kun je meer doen, zoals het bovenstaande Schotse filmpje laat zien. Behalve tegen een zwangere buik kun je hem ook tegen je kaak houden en dan op je tong richten. Dan kun je praten en zien hoe je tong zich beweegt tijdens het uitspreken van, pak ‘m beet, de Schotse r. (Het gaat in dit filmpje om de bovenste kwart cirkel. De rechthoek eronder maakt een statisch beeld van de tongbeweging voor later onderzoek.)

Ook in het Nederlands is van alles aan de hand met de r dat je met zo’n ultrasound zou kunnen zien.
Lees verder >>

Roetstrookjes

Voor het meinummer van Onze Taal heb ik een artikel geschreven over Jac. van Ginneken (1877-1945), de kleurrijkste Nederlandse taalwetenschapper ooit. Ik heb vaker over Van Ginneken gepubliceerd, bijvoorbeeld in het boek Fonologie. Uitnodiging tot de klankleer van het Nederlands dat ik in 2002 samen met Jan Kooij publiceerde (dat stukje staat hier).

Maar ik ben nog lang niet klaar met oom Jac. Lees verder >>