Tag: fonetiek

Ilja Leonard Pfeijffer als uitspreker van de [k]

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (40)

Door Marc van Oostendorp

Een van de zaken die opvallen in de voordracht van Ilja Leonard Pfeijffer is hoe lang zijn k-klanken zijn, vooral aan het eind van woorden. Het lijkt me dat dit een van de karakteristieken is van zijn voordracht van poëzie – wanneer hij spontaan spreekt doet hij het niet.

Je hoort het bijvoorbeeld in sonnet 15 (dit is een link naar de website van Poetry, waar audiobestanden staan) van het bundeltje Giro giro tondo, dat integraal op de website van Poetry international staat. Het duidelijkst is het bij de k aan het eind van strik in:

Je vlocht de woorden tot een strik. Je lachte,

(Pfeijffer vergist zich vermoedelijk als hij mijn woorden zegt in plaats van de woorden.) De k strekt zich daar helemaal uit tot de volgende lettergreep. Eigenlijk zegt de dichter hier ongeveer: strik-kje lachte. Lees verder >>

Niet iedere s is gelijk

Door Marc van Oostendorp

In ieder vakgebied zullen ze wel opduiken: feiten waar niemand iets mee aan kan. Iemand doet een bevinding die je niet zou verwachten en waar geen enkele beschikbare theorie iets over kan zeggen. Wat moet je daarmee?

Het overkomt de taalkunde bijvoorbeeld in een artikel  van een aantal Duitse taalkundigen in het nieuwe nummer van de Journal of Linguistics. Dat artikel gaat over de lengte van de s in het Engels.

Bij normale uitspraaksnelheid neemt die klank – in het Nederlands zal dat niet heel anders zijn – ongeveer een tiende seconde in beslag. Het fijne van de s is dat hij een vrij duidelijk akoestisch signaal heeft: je kunt vrij precies meten waar hij begint en ophoudt, en bovendien is de klank gedurende hele duur vrij constant. Dat geldt voor veel andere klanken niet per se.

Maar nu komt het. Lees verder >>

Zijn Groningers gevoeliger voor kleine verschillen tussen v en f dan West-Vlamingen?

Door Marc van Oostendorp

Wie van het zuidwesten van het Nederlandse taalgebied naar het noordoosten trekt, hoort steeds minder mensen nog verschil maken tussen vier en fier. In West-Vlaanderen maakt iedereen dat verschil nog, in Vlaams Brabant wordt het al wat minder – al zullen mensen daar dat verontwaardigd van de hand wijzen – en wanneer je eenmaal in Groningen bent aangekomen is het verdwenen: het is alsof het Friese gebrek aan verschil tussen die twee klanken langzaam maar zeker het naburige Nederlands verovert. Alleen de uiterste zuidwesthoek heeft het nog niet bereikt.

In een nieuw artikel in het Journal of Linguistic Geography gebruiken Anne-France Pinget, René Kager en Hans Van de Velde dat duidelijke geografische patroon om een interessant experimentje te doen: luisteren Groningers ook anders naar vier en fier dan West-Vlamingen?

Lees verder >>

Spanjaarden horen het verschil niet tussen can en can’t

Door Marc van Oostendorp

Je taal bepaalt wat je hoort. Wie Nederlands spreekt, heeft bijvoorbeeld een veel grotere kans om het verschil tussen het Engelse can en can’t te horen dan wie Spaans of Chinees spreekt. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Nijmeegse onderzoekers Mirjam Ernestus, Huib Kouwenhoven en Margot van Mulken.

Er was al wel iets bekend over het effect, maar het blijft een van de vele wonderlijke aspecten van taal: sommige Aziatische sprekers vinden het niet alleen lastig om het verschil tussen r en l te maken. Lees verder >>

Hoe groot iemand is, hoor je aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp

Als je nog een radio hebt, zet deze dan nu één seconde aan. Hopelijk klinkt er een sprekende stem. Aan die ene seconde heb je dan genoeg om je een beeld te vormen van de persoon die je hoort: zijn geslacht (of het hare natuurlijk), leeftijd, emotionele staat (woedend, enthousiast, neutraal), sociale en geografische herkomst. Er zit in het spraakgeluid dat wij de hele dag over elkaar uitstrooien enorm veel informatie verstopt. En hoewel we ons daar zelden van bewust zijn, zijn wij mensen heel goed in het razendsnel oppikken van al die informatie. Ook via onze oren vormen we ons razendsnel een beeld van de ander.

Hoe gaat dat precies in zijn werk?  Daarover gaat een artikel van de Amerikaanse taalkundige Santiago Barreda in het nieuwe nummer van het vakblad Journal of Phonetics.

Om er iets van te begrijpen is het nuttig om iets te weten van de klankstructuur van klinkers. Lees verder >>

Manupilatie

Door Marc van Oostendorp

Sommige verschrijvingen maak je gemakkelijker dan andere. Het internet staat bijvoorbeeld vol met ‘minitieus’ beschreven ‘manupilaties’, want om de een of andere reden lijken de i en de u gemakkelijk met elkaar verwisseld te kunnen worden. En zo vind je dus ook vormen als minutie voor munitie en indistrueel.

Het zijn trouwens ook niet per se verschrijvingen. Veel mensen verwisselen i en u ook in de uitspraak. Hoe kan dat? Dat ligt aan de stand van je mond tijdens het uitspreken van de klanken.

Om te beginnen maak je de i en de u hoog in je mond – hoger dan andere Nederlandse klinkers. Lees verder >>

Noordelijk dialect praat je achter in de mond

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-38Wanneer je naar de volksuniversiteit gaat om een taal te leren, hoor je het nog wel eens iemand beweren: Russich spreek je “voor in de mond” uit, Duits “achter in de mond”. Ook over dialecten hoor je dat soort dingen weleens: wie dit of dat dialect wil imiteren, moet een plekje ergens in zijn mond vinden om het uit te spreken.

In de Nederlandse dialectologie was het idee, onder de naam ‘articulatiebasis’, ook enige tijd populair in de jaren dertig. Het idee was dat sprekers van dialecten ook net iets verschillende monden hadden, bijvoorbeeld omdat ze van net iets andere stammen waren die zich ooit in de Lage Landen vestigden.  Lees verder >>

Een Nederlands oor

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Hoor je die klinker?

Engelstaligen luisteren subtiel anders naar hun taal dan Nederlandstaligen.: er zijn details waar de laatsten wel op letten en de eersten niet. Dat laten Natasha Warner en Anne Cutler zien in een interessant nieuw artikel in het tijdschrift Phonetica. 

Warner en Cutler lieten de twee groepen luisteren naar flarden van hun moedertaal – waarbij het de bedoeling was dat ze vertelden welke klinker ze precies hoorden. Bij Engelstaligen bleek het daarbij van groot belang of die klinker klemtoon had of niet: klinkers die in het oorspronkelijke woord, waar ze uitgesneden waren, beklemtoond was konden Engelstaligen makkelijker herkennen dan oorspronkelijk onbeklemtoonde klinkers.

Het rare was: voor Nederlandstaligen maakte het helemaal geen verschil of een klinker wel of geen klemtoon had. Lees verder >>

Illuster

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (4)Er zijn zaken die je eenvoudigweg niet weet. Hoe je het woord illuster uitspreekt, of illustrator. Ik ben fonoloog, en daarmee een van hooguit twintig mensen die iedere dag nadenken over klanken. Maar of ik de u in die woorden nu zeg als de u in put of die in duwen?

Ik bedoel nog niet eens hoe je dat zou ‘moeten’ uitspreken als je ‘verzorgd’ zou willen spreken, wat dat ook zou moeten betekenen. Volgens Van Dale zeg je in allebei de gevallen een uu (het woordenboek gebruikt het symbool [y]), maar het is onduidelijk waar dat op gebaseerd is of waarom Van Dale daar iets over te zeggen zou moeten hebben.

Het probleem zit echter dieper. Lees verder >>

Drie dagen in het teken van de r-klank

Internationale workshop op de Fryske Akademy 

Hoe komt het dat kinderen het langst doen over het leren van de r-klank? Hoe is het mogelijk dat de r, anders dan andere klanken, op meer dan twintig manieren kan worden uitgesproken? En waarom verandert de r zo vaak, in zoveel talen in de wereld, en is het onderscheid tussen de r en de l voor Chinezen en Japanners zo moeilijk? Waarom valt de klank zo makkelijk weg, of verspringt hij van plaats, zoals bij het Friese gers versus het Nederlandse gras?

Er is iets aan de hand met de r. Er zijn zoveel vragen over te stellen dat de komende drie dagen bij de Fryske Akademy geheel in het teken staan van rhotics, oftewel de r-klanken. Van 18 tot en met 20 mei strijken hier wetenschappers uit de hele wereld neer voor de internationale workshop ’r-atics.

Lees verder >>

De Nederlandse s

Door Marc van Oostendorp

Dankzij Nederlandse voetbaltrainers is al menige wereldtaal de afgelopen decennia verrijkt. Op dit moment doet Louis van Gaal bijvoorbeeld goede dingen voor het Engels, zoals maar weer eens blijkt uit dit filmpje dat momenteel de rondte doet en waarin een (Engelse) Manchester-fan de meester feilloos weet te imiteren:

Lees verder >>

Klank van het jaar 2015: de w

Door Marc van Oostendorp

Oei oei oei, wat was het spannend! Sommige deelnemers aan de Dag van de Fonetiek 2015 in Utrecht hielden het als het ware niet meer. Maar uiteindelijk kwam er wel degelijk een heuse winnaar uit de bus: de w wordt de klank van het jaar 2015!

Dat is te danken aan de Amsterdamse hoogleraar Paul Boersma, die zijn key note aan de klank gewijd had en overtuigend liet zien dat de w aan het eind van eeuw en die aan het begin van wisseling verschillende klanken zijn, in ieder geval in de taal van mensen boven de grote rivieren.

Dat ze verschillend klinken en dat je ze verschillend maakt, is geen nieuws. Die aan het eind van de lettergreep maak je met geronde lippen, en die aan het begin met de boventanden op de onderlip. Om het onderscheid te noteren wordt de laatste ook wel geschreven als [ʋ].

Lees verder >>

Een nieuwe opname van Lucebert!

Door Marc van Oostendorp


De uitkomsten van een experiment met Lucebert zijn bekend! Zestig jaar geleden onderwierp de jonge neerlandicus P.P.J. van Caspel in het Fonetisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam een aantal jonge dichters – waaronder Lucebert, Jan Elburg, Bert Schierbeek en Remco Campert – aan allerlei experimenten. Hij snoerde bijvoorbeeld ze in een korset om hun ademhaling te meten, maar hij maakte ook opnamen van als ze gedichten voorlazen.

De geluidsopnamen van die sessies hebben decennia lang stof vergaard in de archieven van het Amsterdams laboratorium. Maar onlangs zijn die archieven geheel en al overgegaan naar het Meertens Instituut, en hier gedigitaliseerd. En zo zijn ook die opnamen weer opgedoken. Bijvoorbeeld, deze, van Lucebert:

Lees verder >>

Troonrede 2015: inwesteringen

Door Marc van Oostendorp



De journalist Jan Kuitenbrouwer begon erover, gisteren op Twitter, en sindsdien laat het me niet meer los: de uitspraak door onze koning van de [v]. Nog geen twee geleden verscheen er een proefschrift waarin werd aangetoond hoe de uitspraak van de [v] steeds dichter bij die van de [f] komt te liggen (zodat er geen verschil meer is tussen vier en fier), nu merkte Kuitenbrouwer op dat er in de Troonrede af en toe een [v] klinkt die meer klinkt als de [w] in wier:

Lees verder >>

Finansjering

Door Marc van Oostendorp

De taal borrelt. Je komt als enkel indidu oren en ogen tekort en daarom kun je als onderzoeker die geïnteresseerd is in de taal nu eigenlijk niet zonder Twitter, dat je berichten stuurt als:

Het zei mij dus niets, het was mij nooit eerder opgevallen, maar gelukkig zijn er andere Twitteraars. En het gelukkigst van alles is dat de taalkundige Dirk Bakker op Twitter zit, onder zijn anagroniem Drabkikker.  Die had binnen de kortste keren enkele overtuigende voorbeelden van YouTube gehaald. Bijvoorbeeld bij deze meneer (ongeveer op 5 minuten en 10 seconden):


Of bij deze (na ongeveer 10 seconden):
Lees verder >>

Je kunt een hetero herkennen aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp


Zeg me willekeurig wat en ik zal u zeggen wie u bent. Je kunt uit één gesproken zin al een enorme schat aan gegevens halen. Ja, die zin heeft waarschijnlijk een inhoud, maar die inhoud is meestal maar een fractie van alle informatie.

Aan de stem hoor je van alles over de emotionele staat van die persoon (is zij boos of is hij verdrietig?), over zijn of haar leeftijd, zijn of haar geslacht, zijn of haar sociale en geografische herkomst en zelfs over zijn of haar seksuele geaardheid.

Lees verder >>

‘Kral’ is een woord, ‘rkal’ zijn wat letters, zegt ons brein

Door Marc van Oostendorp

Hoe zit ik in jullie hoofd? Waarschijnlijk in ieder geval voor een deel als een verzameling instructies aan je tong, en de spiertjes in je wangen en lippen: mark. Dat blijkt uit allerlei onderzoek: wanneer je mensen woorden laat lezen, lichten er delen van de hersenen op die je gebruikt om je spieren onder controle te houden.

Sommige taalkundigen en psychologen concluderen daaruit dat alles wat er te zeggen valt over taalklanken, geformuleerd kan worden in termen van zulke spierbewegingen. In het Nederlands hebben we – net als in veel andere talen – wel veel woorden als plat, prat, klad en krat, maar niet de woorden lpat, rpat, lkat of rkat. Dat is natuurlijk omdat die woorden te lastig uit te spreken zijn, stellen die taalkundigen.

Uit een deze week in PNAS gepubliceerd artikel blijkt dat het wel wat ingewikkelder zit.

Lees verder >>

De R komt uit de kast

Door Marc van Oostendorp


Aan het eind van zijn proefschrift dat helemaal gaat over de [R] voor het Nederlands – dat is mijn favoriete soort boeken – haalt de Utrechtse geleerde Koen Sebregts onze Amerikaanse collega William Labov aan die taalwetenschappers indeelde naar de plaats waar ze hun werk deden: in de bibliotheek, het oerwoud, de studeerkamer, het laboratorium of op straat”.

In de bibliotheek vinden we bijvoorbeeld de taalhistoricus, in het oerwoud de veldwerker die met uitsterven bedreigde indianentalen vastlegt, in de studeerkamer de grammaticus, in het laboratorium de psycholinguïst en op straat de sociolinguïst die vastlegt hoe er in het wild gesproken wordt.

Waarom wordt de R op zoveel verschillende manieren uitgesproken?  En hoeveel verschillende manieren zijn dat eigenlijk?
Lees verder >>