Tag: fonetiek

Spanjaarden horen het verschil niet tussen can en can’t

Door Marc van Oostendorp

Je taal bepaalt wat je hoort. Wie Nederlands spreekt, heeft bijvoorbeeld een veel grotere kans om het verschil tussen het Engelse can en can’t te horen dan wie Spaans of Chinees spreekt. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Nijmeegse onderzoekers Mirjam Ernestus, Huib Kouwenhoven en Margot van Mulken.

Er was al wel iets bekend over het effect, maar het blijft een van de vele wonderlijke aspecten van taal: sommige Aziatische sprekers vinden het niet alleen lastig om het verschil tussen r en l te maken. Lees verder >>

Hoe groot iemand is, hoor je aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp

Als je nog een radio hebt, zet deze dan nu één seconde aan. Hopelijk klinkt er een sprekende stem. Aan die ene seconde heb je dan genoeg om je een beeld te vormen van de persoon die je hoort: zijn geslacht (of het hare natuurlijk), leeftijd, emotionele staat (woedend, enthousiast, neutraal), sociale en geografische herkomst. Er zit in het spraakgeluid dat wij de hele dag over elkaar uitstrooien enorm veel informatie verstopt. En hoewel we ons daar zelden van bewust zijn, zijn wij mensen heel goed in het razendsnel oppikken van al die informatie. Ook via onze oren vormen we ons razendsnel een beeld van de ander.

Hoe gaat dat precies in zijn werk?  Daarover gaat een artikel van de Amerikaanse taalkundige Santiago Barreda in het nieuwe nummer van het vakblad Journal of Phonetics.

Om er iets van te begrijpen is het nuttig om iets te weten van de klankstructuur van klinkers. Lees verder >>

Manupilatie

Door Marc van Oostendorp

Sommige verschrijvingen maak je gemakkelijker dan andere. Het internet staat bijvoorbeeld vol met ‘minitieus’ beschreven ‘manupilaties’, want om de een of andere reden lijken de i en de u gemakkelijk met elkaar verwisseld te kunnen worden. En zo vind je dus ook vormen als minutie voor munitie en indistrueel.

Het zijn trouwens ook niet per se verschrijvingen. Veel mensen verwisselen i en u ook in de uitspraak. Hoe kan dat? Dat ligt aan de stand van je mond tijdens het uitspreken van de klanken.

Om te beginnen maak je de i en de u hoog in je mond – hoger dan andere Nederlandse klinkers. Lees verder >>

Noordelijk dialect praat je achter in de mond

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-38Wanneer je naar de volksuniversiteit gaat om een taal te leren, hoor je het nog wel eens iemand beweren: Russich spreek je “voor in de mond” uit, Duits “achter in de mond”. Ook over dialecten hoor je dat soort dingen weleens: wie dit of dat dialect wil imiteren, moet een plekje ergens in zijn mond vinden om het uit te spreken.

In de Nederlandse dialectologie was het idee, onder de naam ‘articulatiebasis’, ook enige tijd populair in de jaren dertig. Het idee was dat sprekers van dialecten ook net iets verschillende monden hadden, bijvoorbeeld omdat ze van net iets andere stammen waren die zich ooit in de Lage Landen vestigden.  Lees verder >>

Een Nederlands oor

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Hoor je die klinker?

Engelstaligen luisteren subtiel anders naar hun taal dan Nederlandstaligen.: er zijn details waar de laatsten wel op letten en de eersten niet. Dat laten Natasha Warner en Anne Cutler zien in een interessant nieuw artikel in het tijdschrift Phonetica. 

Warner en Cutler lieten de twee groepen luisteren naar flarden van hun moedertaal – waarbij het de bedoeling was dat ze vertelden welke klinker ze precies hoorden. Bij Engelstaligen bleek het daarbij van groot belang of die klinker klemtoon had of niet: klinkers die in het oorspronkelijke woord, waar ze uitgesneden waren, beklemtoond was konden Engelstaligen makkelijker herkennen dan oorspronkelijk onbeklemtoonde klinkers.

Het rare was: voor Nederlandstaligen maakte het helemaal geen verschil of een klinker wel of geen klemtoon had. Lees verder >>

Illuster

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (4)Er zijn zaken die je eenvoudigweg niet weet. Hoe je het woord illuster uitspreekt, of illustrator. Ik ben fonoloog, en daarmee een van hooguit twintig mensen die iedere dag nadenken over klanken. Maar of ik de u in die woorden nu zeg als de u in put of die in duwen?

Ik bedoel nog niet eens hoe je dat zou ‘moeten’ uitspreken als je ‘verzorgd’ zou willen spreken, wat dat ook zou moeten betekenen. Volgens Van Dale zeg je in allebei de gevallen een uu (het woordenboek gebruikt het symbool [y]), maar het is onduidelijk waar dat op gebaseerd is of waarom Van Dale daar iets over te zeggen zou moeten hebben.

Het probleem zit echter dieper. Lees verder >>

Drie dagen in het teken van de r-klank

Internationale workshop op de Fryske Akademy 

Hoe komt het dat kinderen het langst doen over het leren van de r-klank? Hoe is het mogelijk dat de r, anders dan andere klanken, op meer dan twintig manieren kan worden uitgesproken? En waarom verandert de r zo vaak, in zoveel talen in de wereld, en is het onderscheid tussen de r en de l voor Chinezen en Japanners zo moeilijk? Waarom valt de klank zo makkelijk weg, of verspringt hij van plaats, zoals bij het Friese gers versus het Nederlandse gras?

Er is iets aan de hand met de r. Er zijn zoveel vragen over te stellen dat de komende drie dagen bij de Fryske Akademy geheel in het teken staan van rhotics, oftewel de r-klanken. Van 18 tot en met 20 mei strijken hier wetenschappers uit de hele wereld neer voor de internationale workshop ’r-atics.

Lees verder >>

De Nederlandse s

Door Marc van Oostendorp

Dankzij Nederlandse voetbaltrainers is al menige wereldtaal de afgelopen decennia verrijkt. Op dit moment doet Louis van Gaal bijvoorbeeld goede dingen voor het Engels, zoals maar weer eens blijkt uit dit filmpje dat momenteel de rondte doet en waarin een (Engelse) Manchester-fan de meester feilloos weet te imiteren:

Lees verder >>

Klank van het jaar 2015: de w

Door Marc van Oostendorp

Oei oei oei, wat was het spannend! Sommige deelnemers aan de Dag van de Fonetiek 2015 in Utrecht hielden het als het ware niet meer. Maar uiteindelijk kwam er wel degelijk een heuse winnaar uit de bus: de w wordt de klank van het jaar 2015!

Dat is te danken aan de Amsterdamse hoogleraar Paul Boersma, die zijn key note aan de klank gewijd had en overtuigend liet zien dat de w aan het eind van eeuw en die aan het begin van wisseling verschillende klanken zijn, in ieder geval in de taal van mensen boven de grote rivieren.

Dat ze verschillend klinken en dat je ze verschillend maakt, is geen nieuws. Die aan het eind van de lettergreep maak je met geronde lippen, en die aan het begin met de boventanden op de onderlip. Om het onderscheid te noteren wordt de laatste ook wel geschreven als [ʋ].

Lees verder >>

Een nieuwe opname van Lucebert!

Door Marc van Oostendorp


De uitkomsten van een experiment met Lucebert zijn bekend! Zestig jaar geleden onderwierp de jonge neerlandicus P.P.J. van Caspel in het Fonetisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam een aantal jonge dichters – waaronder Lucebert, Jan Elburg, Bert Schierbeek en Remco Campert – aan allerlei experimenten. Hij snoerde bijvoorbeeld ze in een korset om hun ademhaling te meten, maar hij maakte ook opnamen van als ze gedichten voorlazen.

De geluidsopnamen van die sessies hebben decennia lang stof vergaard in de archieven van het Amsterdams laboratorium. Maar onlangs zijn die archieven geheel en al overgegaan naar het Meertens Instituut, en hier gedigitaliseerd. En zo zijn ook die opnamen weer opgedoken. Bijvoorbeeld, deze, van Lucebert:

Lees verder >>

Troonrede 2015: inwesteringen

Door Marc van Oostendorp



De journalist Jan Kuitenbrouwer begon erover, gisteren op Twitter, en sindsdien laat het me niet meer los: de uitspraak door onze koning van de [v]. Nog geen twee geleden verscheen er een proefschrift waarin werd aangetoond hoe de uitspraak van de [v] steeds dichter bij die van de [f] komt te liggen (zodat er geen verschil meer is tussen vier en fier), nu merkte Kuitenbrouwer op dat er in de Troonrede af en toe een [v] klinkt die meer klinkt als de [w] in wier:

Lees verder >>

Finansjering

Door Marc van Oostendorp

De taal borrelt. Je komt als enkel indidu oren en ogen tekort en daarom kun je als onderzoeker die geïnteresseerd is in de taal nu eigenlijk niet zonder Twitter, dat je berichten stuurt als:

Het zei mij dus niets, het was mij nooit eerder opgevallen, maar gelukkig zijn er andere Twitteraars. En het gelukkigst van alles is dat de taalkundige Dirk Bakker op Twitter zit, onder zijn anagroniem Drabkikker.  Die had binnen de kortste keren enkele overtuigende voorbeelden van YouTube gehaald. Bijvoorbeeld bij deze meneer (ongeveer op 5 minuten en 10 seconden):


Of bij deze (na ongeveer 10 seconden):
Lees verder >>

Je kunt een hetero herkennen aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp


Zeg me willekeurig wat en ik zal u zeggen wie u bent. Je kunt uit één gesproken zin al een enorme schat aan gegevens halen. Ja, die zin heeft waarschijnlijk een inhoud, maar die inhoud is meestal maar een fractie van alle informatie.

Aan de stem hoor je van alles over de emotionele staat van die persoon (is zij boos of is hij verdrietig?), over zijn of haar leeftijd, zijn of haar geslacht, zijn of haar sociale en geografische herkomst en zelfs over zijn of haar seksuele geaardheid.

Lees verder >>

‘Kral’ is een woord, ‘rkal’ zijn wat letters, zegt ons brein

Door Marc van Oostendorp

Hoe zit ik in jullie hoofd? Waarschijnlijk in ieder geval voor een deel als een verzameling instructies aan je tong, en de spiertjes in je wangen en lippen: mark. Dat blijkt uit allerlei onderzoek: wanneer je mensen woorden laat lezen, lichten er delen van de hersenen op die je gebruikt om je spieren onder controle te houden.

Sommige taalkundigen en psychologen concluderen daaruit dat alles wat er te zeggen valt over taalklanken, geformuleerd kan worden in termen van zulke spierbewegingen. In het Nederlands hebben we – net als in veel andere talen – wel veel woorden als plat, prat, klad en krat, maar niet de woorden lpat, rpat, lkat of rkat. Dat is natuurlijk omdat die woorden te lastig uit te spreken zijn, stellen die taalkundigen.

Uit een deze week in PNAS gepubliceerd artikel blijkt dat het wel wat ingewikkelder zit.

Lees verder >>

De R komt uit de kast

Door Marc van Oostendorp


Aan het eind van zijn proefschrift dat helemaal gaat over de [R] voor het Nederlands – dat is mijn favoriete soort boeken – haalt de Utrechtse geleerde Koen Sebregts onze Amerikaanse collega William Labov aan die taalwetenschappers indeelde naar de plaats waar ze hun werk deden: in de bibliotheek, het oerwoud, de studeerkamer, het laboratorium of op straat”.

In de bibliotheek vinden we bijvoorbeeld de taalhistoricus, in het oerwoud de veldwerker die met uitsterven bedreigde indianentalen vastlegt, in de studeerkamer de grammaticus, in het laboratorium de psycholinguïst en op straat de sociolinguïst die vastlegt hoe er in het wild gesproken wordt.

Waarom wordt de R op zoveel verschillende manieren uitgesproken?  En hoeveel verschillende manieren zijn dat eigenlijk?
Lees verder >>

De nieuwe sj: The fault in our stasj

Door Marc van Oostendorp


Ineens hoorde ik hem ook: de nieuwe  sj. Verschillende mensen hadden me er al op gewezen, en toen kwam er een dag dat ik naar een paar jonge vrouwen op de radio luisterde – altijd jonge vrouwen – en daar klonk hij luid en duidelijk.

De Zuid-Afrikaanse taalkundigen Daan Wissing en Andries Coetzee hadden hem bijvoorbeeld al in het Afrikaans gehoord en zijn begonnen met onderzoek daarnaar. Andries was deze zomer in Nederland en hoorde hem ook bij Nederlandse promovendae. En nu stuurde @JillyRocket me via Twitter een link naar een radio-reportage van deze zomer, en daar is hij in volle glorie te horen.

Luister hier zelf. Je hoort er jonge vrouwen praten over een jongevrouwenfilm in het radioprogramma EenVandaag. Ze doen het allemaal. Luister maar, bijvoorbeeld naar het begin van deel 2 van de opname: de verslaggeefster Laura Kors (Kosj) praat met een aantal zeventienjarige Amsterdamsen over de film The fault in our stars [stasj].

Lees verder >>

Stage GTRP: verbeteren en aanvullen van transcripties van Nederlandse en Vlaamse Dialecten

In het  GTRP is een deeltijds stageplaats beschikbaar (minimaal 20 uur per week) waarvoor specifieke kennis van het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA) vereist is. Het GTRP bestaat uit meer dan 600 dialecten van Fries tot Ripuarisch. De dialecten worden gesproken in Nederland, Vlaanderen en enkele in Frans-Vlaanderen. Elk dialect bestaat uit een lijst van 1876 items (woorden, woordgroepen en een paar korte zinnetjes) getranscribeerd in het IPA. Inmiddels zijn er ook meer dan 110 te beluisteren op internet, ga naar:
click op plaatsen,vervolgens op bijvoorbeeld K: Kerkrade, transcriptie.
Het is de bedoeling dat de komende jaren alle dialecten zo beschikbaar komen.

Lees verder >>

‘Ik heb’ of ‘ik hep’

Door Marc van Oostendorp


De b aan het eind van een woord wordt in het Nederlands uitgesproken als een (ik hep) en de d als een (ik hat). Het Nederlands staat daar zeker niet alleen in: ook het Catalaans, het Duits, het Pools en het Russisch en nog tal van andere talen doen dat.

Wat er technisch gebeurt is: je laat je stembanden niet meer trillen tijdens het uitspreken van die slotmedeklinker. Dat maakt precies het verschil uit: een t maak je op dezelfde plaats in de mond als de d, een p als de b – alleen trillen je stembanden niet. (Je kunt dat zelf voelen door je vinger op je strot te leggen terwijl je die klanken uitspreekt.)

Verscherping  heet dit verschijnsel, en hoewel het misschien maar iets kleins is, fascineert het mij. Er blijken allerlei aspecten aan te zitten die ons een inkijkje bieden in hoe taal eigenlijk werkt.

Zo staat er nu weer een artikel in het nieuwe nummer van het Journal of Phonetics over het verschijnsel (hier is een gratis preprint).
Lees verder >>

De atomen van de taal in onze hersenen

Door Marc van Oostendorp


Hoe zitten spraakklanken in ons hoofd? De n of de ee, om er maar twee te noemen – hoe hebben we die opgeslagen? Wanneer we bijvoorbeeld iemand nee horen zeggen, iemand van wie we de stem nog nooit gehoord hebben, hoe herkennen we die klanken dan? We moeten ze ergens mee vergelijken, maar met wat?

De Russisch-Amerikaanse taalgeleerde Roman Jakobson (1896-1982) had daar een theorie over. Volgens hem zijn klinkers en medeklinkers geen atomen, maar moleculen: ze bestaan zelf uit nog kleinere eenheden, die corresponderen met instructies voor de uitspraak. Hersendeskundigen hebben nu, zeventig jaar later, nieuw bewijs voor die gedachte gevonden.

Lees verder >>

Middelnederlands met een harde g

Door Marc van Oostendorp

‘Laat Middelnederlands klinken!’ Dat is het motto van de app Vogala die Frits van Oostrom eerder deze maand uitbracht voor de iPad. Naast Van Oostrom brengen enkele andere specialisten op het gebied van de middelnederlandse literatuur en bekende stemmen als Mieke van der Weij en Jean-Marc van Tol het Middelnederlands tot gehore.

Dat is heel loffelijk, en ik ben blij dat Vogala er is. De app is gratis en op deze manier kunnen mensen dichter bij die oude taal, die geschiedenis, die soms ontroerende literatuur worden gebracht. De app is prettig voor geïnteresseerde leken, voor scholieren, voor mensen die nieuwsgierig zijn naar de levende taal van enkele eeuwen geleden. Maar wat mij nu interesseert: klonk het Middelnederlands ook echt zoals in deze app?

Lees verder >>