Tag: Floris ende Blancefloer

Voer voor filologen (en lexicografen) : “ende hooch .xvij. stellinghen”

Door Willem Kuiper

Het overkomt mij hoogstzelden, maar de CD-ROM Middelnederlands, het Middelnederlandsch Woordenboek én het Woordenboek der Nederlandse Taal laten mij in de steek. Het gaat om een woord in een zin in de prozaroman Van Floris ende Blancefleur, zoals gedrukt door Guillaem van Parijs, Antwerpen 1576. Floris is eindelijk in Babilonien gearriveerd en vertelt zijn gastheer Daris en diens echtgenote Litoris dat hij gekomen is om Blancefleur te vinden, die daar opgehokt zit in de harem van de emir, en haar terug naar Spaengien te brengen. Daris vindt dat geen goed idee. Om te beginnen vindt hij het doodzonde dat Floris zijn leven waagt uit liefde voor een vrouw. Bovendien is de emir onoverwinnelijk (mijn editie):

Bron: DOVO

Ende die stadt van Babilonien is wijt en[de] breet .xx. mijlen, ende die mueren sijn dicke ende hooch .xvij. stellinghen, ende sijn van sulken stof ghemaect datter gheen yser op en mach winnen, so dat dye van binnen niemant en ontsien. Daer sijn oock constelijc in dye mueren gemaect .xxxi. stalen poorten, ende daer sijn oock .v.C de grootste torrens die oyt man sach. Die torrens houden .viij. hondert heeren vanden meesten van Babilonien die die stadt ende vesten bewaren, ende elck heer is so machtich dat hi eenen coninck niet wijken en soude. Lees verder >>

Voer voor filologen: “ere sire amien” (Floris ende Blancefloer, r. 675)

Door Willem Kuiper

Iedereen die Floris ende Blancefloer gelezen heeft, weet dat daarin een beker beschreven wordt, vergeleken waarbij de championsleaguecup verschrompelt tot een bekertje uit de koffieautomaat. Deze beker was gemaakt door Vulcanus en rondom beschilderd met de schaking van Helena door Paris, de achtervolging door Menelaus, de tocht van de Grieken over zee en de belegering van de stad Troje.
Op het deksel van de beker was afgebeeld hoe Paris een oordeel moest uitspreken over wie de mooiste was van de drie godinnen Juno, Pallas en Venus. Geen van drieën durfde erop te vertrouwen dat zij als mooiste gekozen zou worden, en daarom probeerden zij Paris om te kopen. Het bod van Venus beviel hem het best: Kies mij en je krijgt de mooiste vrouw ter wereld! En daarom vond Paris Venus de mooiste.
De kers op de taart was een karbonkelsteen boven op het deksel van de beker. Karbonkelstenen gaven licht in de Middeleeuwen en waren onvoorstelbaar handig in donkere ruimten zoals een kelder, waar onder andere wijn bewaard wordt. Probeer de goede fles maar eens te vinden in het donker. Welnu, daar was die deksel met karbonkelsteen geknipt voor (mijn editie):

660    Opten scedel stont .i. carbonkel steen.
           Ens kelre so donker ne geen,
           al eiser in licht no vier,
           daerne in die hant hout die bottelgier,
           hi maket so licht daer binnen
665    dat men daer bi moge bekinnen
           so wat haven soet moge sijn,
           moraet, clareit ochte wijn,
           penninge van zilvere of van goude
          of so wat men kiesen woude.

Die laatste twee regels heeft P. Leendertz jr. uit zijn overigens prachtige editie (Leiden 1912) geschrapt. Hij vermeldt dat in een voetnoot, maar zonder argumentatie waarom. De meest gangbare editie nu is die van J.J. Mak, derde druk 1970. Die staat op de CD-ROM Middelnederlands en is overgenomen door de DBNL. De editie Mak is een versimpelde herdruk van de editie Leendertz, zonder dat dit expliciet medegedeeld wordt. Ook de editie Mak mist deze twee regels, maar zónder voetnoot, en zo raakte de Middelnederlandse letterkunde twee versregels kwijt. Waar Leendertz de tekst van het handschrift zijns inziens verbeterde en dat verantwoordde in een voetnoot, nam Mak de verbeteringen over zonder voetnoot. Wie de editie Mak citeert, doet er goed aan het handschrift LTK 191-2 te raadplegen, voor zover dat nog leesbaar is. Lees verder >>

Floris ende Blancefloer: een tapijt in wording

Door Jozef Janssens

In Assenede (Oost-Vlaanderen) is onder impuls van de geschiedkundige kring Hallekin een jubileum gestart rond 750 jaar Floris ende Blancefloer. Uitgaande van het boek dat ik in 2015 bij Davidsfonds publiceerde en geïnspireerd door het Tapijt van Bayeux wordt thans door een 80-tal borduursters gewerkt aan het Tapijt van Assenede: een 90-tal taferelen die het liefdesverhaal uitbeelden in een “tapijt” van meer dan honderd meter. 41 taferelen zijn intussen volledig afgewerkt, 25 zijn in wording. Het enthousiasme is erg groot en het resultaat is van een hoog niveau en wordt voor het eerst publiekelijk opgesteld in een tijdelijke tentoonstelling in Het Wagenhuis in Axel van 13 juli 2018 tot 28 januari 2019: Liefde overwint alles.

Een tafereel dat eerder deze maand werd voltooid zie je hieronder. Het geeft een idee van wat het zal worden (einde: hopelijk 2019). Lees verder >>

Column 102: Voer voor filologen: Dubbelzinnigheid

Door Willem Kuiper

Noem het een beroepsziekte, maar ik lees nooit één boek tegelijk. Minstens twee. Soms lees je iets in het ene boek dat je zonder het andere boek weer snel zou vergeten. Maar omdat in het andere boek iets vergelijkbaars staat, krijgt zo’n passage opeens een onverwachte dimensie.

In het chanson de geste Elaine de Constantinople varen vader Anthoine de Constantinople en schoonzoon Henry d’Angleterre in gezelschap van hun (klein)zonen Martin en Brisse en hun peetvader, de aartsbisschop van Tours, nadat zij Bruges (Brugge) op de Saracenen veroverd hebben, via l’Escluse (Sluis) het zeegat uit op zoek naar Elaine. Wij, de luisteraars en lezers, weten dat Helena under cover in Tours verblijft, maar omdat de wind uit de verkeerde hoek waait, gaan zij aan land in het heidense Escoche (Schotland), waar zij het beleg slaan voor de stad Hantonne (Southampton). Hantonne is in handen van koning Gamaus, de broer van koning Amaury d’Escoche, die eerder in het verhaal een belangrijke rol speelde als vrijwillige bekeerling tot het Christendom en vervolgens als onverschrokken voorvechter in de strijd tegen de Saracenen, wat hij uiteindelijk bekopen moest met de kruisdood in Castres (Plaisance) in Lombardie. Gamaus is een Saraceen in hart en nieren, maar zijn zuster Ludiane is tot het Christendom geneigd en wil niets liever dan een christen echtgenoot en een christen leven leiden. In de strijd voor Hantonne hakt Brisse – die zijn naam dankt aan de afgehakte arm (bras) / hand van zijn moeder – Gamaus een hand af. Maar in het verdere verloop van de strijd worden hij, de aartsbisschop van Tours, en koning Anthoine gevangen genomen. De wraakzuchtige Gamaus wil hen de volgende dag op een gruwelijke manier om het leven laten brengen, maar Ludiane praat hem dat uit zijn hoofd: Het is verstandiger de gevangenen als wisselgeld te bewaren. Een volgende keer worden er Saracenen gevangen genomen, en dan heb je wat om te ruilen. Gamaus kan zich hierin vinden en vertrouwt de gevangenen aan Ludiane toe, omdat hij geen fiducie heeft in zijn eigen gevangenbewaarders. Hij is als de dood dat die zich zullen laten omkopen. Tussen de bedrijven door heeft Ludiane een blik op het drietal kunnen werpen: twee mannen op leeftijd en één jonge man.
Lees verder >>

Floris ende Blancefloer van Diederic van Assenede, door Jozef Janssens e.a.

Door Willem Kuiper

Naar men denkt omstreeks 1160 schreef naar men denkt ene Robert d’Orbigny een schitterende genreparodie getiteld Floire et Blancheflor, waarin hij zowel het chanson de geste als de klassieke roman op de hak nam, leentjebuur speelde bij de Arabieren en de Byzantijnen, en tussen de bedrijven door de kruistochtepiek voor joker zette. Hij maakte er geen geheim van dat het verhaal verzonnen was – hij had het uit de mond van twee zusjes die het op hun beurt van een clerc hadden gehoord, die het weer in een boek gelezen had – wat in die dagen revolutionair was. Hoofdpersonen zijn twee ‘kinderen’, de Spaanse (Saraceense) koningszoon Floire en de dochter van een door diens vader geroofde christen vrouw, Blancheflor. Omdat zij op Pasque florie (Palmpasen) geboren zijn, dragen zij bloemennamen. Floire staat voor de rode roos, het symbool van (mannelijke) eros. Blancheflor voor de witte roos, de egelantier, symbool van zowel liefde als zuiverheid. Omdat zij onder hetzelfde gesternte verwekt en geboren zijn, lijken zij uiterlijk op elkaar en zijn hun zielen gelijkgestemd. Van kinds af aan willen zij alleen maar in elkaars gezelschap verkeren. Hun liefde is even onbedorven als oprecht en absoluut, en negeert het verschil in religie (Islam versus Christendom), het verschil in stand en status (koningszoon versus dochter van een slavin) en zelfs het verschil in sexe: zij zijn niet alleen elkaars evenbeeld, ook is er sprake van rolomkering. In een wereld die bol staat van fysiek geweld en die gedomineerd wordt door het recht van de sterkste slaagt Floire erin zijn doel te bereiken door eerst medelijden op te wekken, en later wat list en bedrog dankzij hulp van anderen.

   
Een jaar of veertig later zal een bewerker van deze antiheld Floire een normale jongen maken, die op vijftienjarige leeftijd  – dat is de leeftijd waarop een jongen ‘man’ wordt – Blancheflor van de dood redt door het uitoefenen van zinvol geweld. Maar die ‘ridderlijke’ versie heeft het toch moeten afleggen tegen het ‘idyllische’ origineel, dat zich niet alleen over West-Europa verspreidde in handschrift en druk, maar ook in de daarop volgende eeuwen bleef voortleven in de harten van jong volwassenen als een tijdloos verhaal over een exemplarisch paar geliefden.
Lees verder >>

Een nieuwe Disneyfilm in de maak?

Door Ine Kiekens

‘[…] Laet Blancefloere leven, edel here,
Si es onsculdich, die scout es mijn,
Doet becopen dies die sculde sijn.’
‘Here’, sprac Blancefloer, ‘an dese woort
En hout u niet, die ghi hebt ghehoort.
Ic ben die sake, die scout es mijn;
En haddic inden tor niet ghesijn,
Sone waer myn lief niet comen daer”
Bovenstaande verzen (v. 3657-3664) vormen een hoogtepunt in het middeleeuwse verhaal van Floris ende Blancefloer. Elk van de protagonisten wenst immers op het geciteerde moment door de emir te worden vermoord, als daarmee het leven van de ander kan worden gered. Het getuigt van een sterk staaltje opofferingskracht van de beide geliefden, die na een lange periode van scheiding dachten opnieuw het geluk te hebben gevonden. Maar wat ging er aan deze penibele situatie vooraf?

Lees verder >>

15 oktober: Symposium over Floris ende Blancefloer

WEGEN VAN CONTACT: HANDSCHRIFTEN EN CULTUREN

SYMPOSIUM OVER FLORIS ENDE BLANCEFLOER

WOENSDAGMIDDAG 15 0KTOBER-VOSSIUSZAAL UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK LEIDEN

De geschiedenis van Floris ende Blancefloeris misschien het meest romantische verhaal uit de Middeleeuwen. Twee kinderen, een islamitische koningszoon en de dochter van een christelijke slavin, groeien samen op in Spanje. Wanneer de ouders van Floris ontdekken dat hun zoon verliefd is op Blancefloer, verkopen ze het meisje aan de emir van Babylon. Die is zo onder de indruk van haar, dat hij met haar in het huwelijk wil treden. Floris reist Blancefloer achterna in de hoop bij haar te kunnen komen. Door een list lukt dat, maar de emir betrapt ze in bed. De geliefden worden ter dood veroordeeld, maar uiteindelijk is iedereen zo onder de indruk van hun wederzijdse liefde, dat de emir ze begenadigt.

Het verhaal van Floris ende Blancefloer was gedurende de middeleeuwen en nog lang daarna uitermate populair in heel Europa. Het oorspronkelijk in het Frans geschreven verhaal is vertaald in het Nederlands, Duits, Engels, Noors, Spaans en Italiaans.

De afgelopen jaren hebben wetenschappers in Nederland en België vanuit verschillende disciplines deze tekst bestudeerd. Op een mini-symposium, dat plaats zal vinden op woensdagmiddag 15 oktober, zullen zij hun onderzoek voorstellen.
De deelname is gratis, maar wij stellen het op prijs als u zich vooraf aanmeldt.
Dit kan door een mailtje te sturen naar:
Asghar Seyed-Gohrab: a.a.seyed-gohrab@hum.leidenuniv.nl of