Tag: filosofie

Lezen is denken

Door Marc van Oostendorp

Wat zou het handig voor ons vak zijn als je van lezen een beter mens werd! Stel je voor: je overhandigt je buurjongetje dat op school niet wil deugen een exemplaar van De nachtstemmer, en zie: ineens kan hij wél meekomen. Of plaagt hij in ieder geval zijn zusje niet meer. Neerlandici als wonderdokters – de salarissen zouden razendsnel stijgen en als gevolg daarvan daarna al even vliegensvlug de studentenaantallen.

De gedachte dat lezen op de een of andere manier ‘nuttig’ is, is niet helemaal vreemd aan onze cultuur. In 2012 schreef een Belgische politierechter aan een verkeersovertreder voor dat hij Tonio moest lezen, A.F.Th. van der Heijdens boek over het dodelijke ongeluk van zijn zoon.

Lees verder >>

ἐκ πάντων ἓν καὶ ἐξ ἑνὸς πάντα

De Multatulileescursus (51)

Door Marc van Oostendorp

– … en Hugo heeft op het laatste moment afgezegd!

– Zodat we deze week dus maar met zijn tweeën zijn. Misschien is het dan niet zo aardig om door te gaan met het bespreken van de Volledige Werken. Te veel mensen missen dat dan.

– Misschien kunnen we het dan een keer hebben over iets waar de meeste van onze vrienden niet echt voor lijken te komen: Multatuli’s stijl.

– Zijn stijl?

Lees verder >>

Coetzee, fictie en filosofie

Door Marc van Oostendorp

Het is in veel opzichten een interessant boek, Coetzee, een filosofisch leesavontuur van Hans Achterhuis. Zoals de schrijver benadrukt is het de eerste grote Nederlandstalige studie van het werk van de Zuid-Afrikaanse auteur, ook al is die (Engelstalige) schrijver zeer populair in Nederland en heeft hij zelf in zijn essays herhaaldelijk laten blijken goed op de hoogte te zijn van de Nederlandse letterkunde. Achterhuis beoefent bovendien een vrij uniek genre in onze letteren: dat van de filosofische reflectie op fictie.

De essays bespreekt Achterhuis niet – hij beperkt zich tot enkele van de romans. Aan het begin van het boek legt hij uit dat de relatie tussen filosofie en literatuur sinds mensenheugenis getroebleerd is – Plato wilde dat dichters zouden worden uitgesloten uit de ideale republiek omdat ze mensen met hun fictie belemmerden in hun zoektocht naar de absolute waarheid. En de roman is volgens Milan Kundera wel het meest antiplatonische genre van allemaal omdat het genre oproept tot speelsheid, tot dromen, tot vormen van denken die voorbij het puur rationele gaan, en tot concentratie op de tijd in plaats van op de eeuwigheid.

Lees verder >>

Een nieuwe theorie over hoe zinnen zich ontvouwen in de tijd

Door Marc van Oostendorp

Soms lees je een wetenschappelijk boek, waarvan je meteen denkt: dat wordt niks. Ik ben in mijn carrière overigens een paar keer in de gezegende omstandigheid geweest dat ik een paar jaar later met veel succes precies de in dat boek voorgetelde theorieën ging aanhangen: niets is bevredigender aan het wetenschappelijk bedrijf dan tot een geheel nieuw idee te komen.

Maar ik betwijfel dus of me dat gaat overkomen met Syntax with oscillators and energy levelsvan de Amerikaanse taalkundige Sam Tilsen.

Zolang als ik taalkundige ben, kom ik af en toe bèta-wetenschappers tegen die taal ook heel interessant vinden en die menen dat de reden dat de taalkunde maar niet opschiet is omdat taalkundigen allemaal simpele alfa’s zijn met naïeve ideeën. Laat een stelletje natuurkundigen een paar jaar aan de taal werken en alle problemen werken als sneeuw voor de zon. Wat zij vervolgens voorstellen zijn dingen die al 100 keer geprobeerd zijn.  Lees verder >>

Poëtisch naturalisme

Door Marc van Oostendorp

Hoe het met jullie is, weet ik niet, maar boeken die Het Grote Plaatje heten, kan ik niet laten liggen, vooral als de ondertitel dan ook nog belooft dat het boek gaat over de ‘oorsprong van het leven, van betekenis en van het universum zelf’.

Want dat wetenschappers belachelijk weinig aan het grote plaatje toekomen, dat is duidelijk. Er wordt heel wat afgepriegeld in de laboratoria en achter de leestafels van de geleerde wereld. Dit artikel moet nog echt even worden aangepast aan de eisen van de reviewers om meer verwijzingen naar literatuur; daar moet iemand een keynote voorbereiden voor een internationaal congres; en hier probeert iemand dagenlang met veel geduld te achterhalen hoe het precies zat met de correspondentie van Agatha Deken.

En ondertussen schrijft bijna niemand ooit een boek over hoe het grote plaatje precies in elkaar zit. Wat weten we nu eigenlijk van de wereld. Lees verder >>

Waarom ψυχή ‘ziel’ én ‘vlinder’ was

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (156)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Psyche

Ik las de Phaedo met mijn vijfde klas
en in de tekst kwam het woord ψυχή voor:
ik legde, aan ’t nog kinderlijk gehoor,
uit waarom ψυχή ‘ziel’ én ‘vlinder’ was.

Terwijl ik nóg eens de passage las
was er ineens een ritseling, en een spoor
van glanzen kwam, van ’t raam, de ruimte door.
Er zat een grote vlinder voor ’t glas.

Het was een dagpauwoog. En ieder zag
de purperen gloed, die op zijn vleugels lag;
de ogen, waar het aetherblauw in brandt.

Ten laatste – hij zat rustig op de hand –
bracht hem een jongen weg. Onaangerand,
zei hij, was hij ontweken naar het blauw

(Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten)

Het woord ψυχή schrijf je in het Nederlands meestal als psyche.  Ida Gerhardt kiest er in dit gedicht (behalve in de titel) voor om het met Griekse letters te schrijven, maar het blijft aantoonbaar wel een Nederlands woord. In het Grieks staat er een accent op de tweede klinker, en belangrijker nog: die tweede klinker is lang. Het is daarom, even technisch, een jambisch woord, maar in de twee regels waarin het voorkomt staat het steeds op een plaats waardoor klemtoon op de eerste lettergreep hoort. Er staat ψυχή, maar om het te laten lopen moet je psyche lezen.

Er is met die psyche nog wel meer aan de hand. Volgens de Gerhardt-kenner Mieke Koenen gebruikte Plato de vlinder in zijn hele werk nooit als symbool voor de ziel: dat werd bij de Grieken pas later (na Aristoteles) een gebruikelijke metafoor. Het is dus op het eerste gezicht een overbodige uitleg die de dichteres aan haar ‘kinderlijk gehoor’ geeft.

Vandaar misschien de wonderlijke vorm van de vierde regel. Je zou eigenlijk uitleggen dat een lerares aan haar klas uitlegt dat ψυχή ‘vlinder’ en ‘ziel’ kan betekenen, maar in plaats daarvan verkondigt ze waarom dat zo is. Dat ene woord maakt de les ineens meer dan een eenvoudige taalles, het wijdt de leerlingen in een diepere waarheid in. Voor vlinder en ziel heeft het Grieks niet toevallig hetzelfde woord, er zit een waarom achter.

Aanvulling. Mieke Koenen meldt (via Facebook): Ook mooi om te weten: Gerhardt wilde de laatste regel niet afsluiten met een punt: om de oneindigheid van het blauw te tonen. Maar de zetters zetten er steeds weer een punt achter en op zeker moment gaf Gerhardt zich gewonnen

Die driftige en toch trage voetstap

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (155)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen,
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u doodgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde die gij schond.

Ik ben genezen van het bitter kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.

(Ida Gerhardt, Het levend monogram, 1955)

Van alle stijlregels die gebroken kunnen worden is de stijlregel die zegt dat je geen woorden mag herhalen het duidelijkst een stijlregel die goede schrijvers regelmatig breken. Dit beroemde gedicht van Ida Gerhardt drijft er bijvoorbeeld op: de parallellie tussen het zwaar dragen de ik en het zwaar dragen van gij, van de hand van gij en de hand van ik, alsmede van beider liefde en haat. Lees verder >>

Willem Frederik Hermans was een slecht filosoof. Nou en?

Door Marc van Oostendorp

Ik ben oud genoeg om even ‘oei!’ te denken als ik lees dat iemand beweert dat Willem Frederik Hermans iets ‘volstrekt verkeerd begrepen’ heeft. Als de meester het maar niet hoort! Tot ik besef dat de meester natuurlijk al enige tijd dood is en dat hij de schrijver van zulke krasse woorden niets meer kan maken.

Met een gerust hart kunnen we dus het essay lezen dat de Oostenrijkse neerlandicus, typograaf en filosoof Rainer Erich Scheichelbauer onlangs publiceerde met de eenvoudige titel Willem Frederik Hermans als filosoof. Er blijft in dat boekje niet veel over van de schrijver als denker. Hij blijkt te hooi en te gras bij een aantal wijsgeren wat ideeën te hebben opgedaan zonder ze echt goed begrepen te hebben en zonder dat de samenvoeging van die ideeën een coherent geheel opleverde.
Lees verder >>

Niet meer in het klaslokaal zijn

In memoriam Hubert Dreyfus (1929-2017)

Door Marc van Oostendorp

Ik hoorde pas vorige week dat Hubert Dreyfus overleden is. Hij behoorde tot de moderne filosofen die ik het meest heb bewonderd.

Dat had niet in de eerste plaats te maken met het werk waarmee hij het beroemdst zou worden: zijn kritiek op de Kunstmatige Intelligentie uit de vroege jaren 70. Ik geloof dat er alle reden is om heel kritisch te zijn op alle hedendaagse pretenties dat een ‘slimme computer’ om de hoek op ons staat te wachten en die redenen in 1972 nog veel sterker waren. Maar de meeste kritiek op Kunstmatige Intelligentie in het algemeen (‘computers zullen nóóit denken’) begrijp ik nooit, omdat ik niet snap waarom het soort argumenten dat dan naar voren worden gebracht niet ook gebruikt kunnen worden om te beargumenteren dat mensen ook niet kunnen denken.

Ter plekke

Het had wel een beetje te maken met het feit dat Dreyfus een bewonderaar was van volkomen duistere ‘continentale’ denkers zoals Heidegger en Merleau-Ponty. Lees verder >>

Is de taalkunde wel een soort biologie?

Door Marc van Oostendorp

Jan Koster, emeritus hoogleraar taalwetenschap in Groningen, is misschien wel de diepste denker onder de Nederlandse taalkundigen van dit moment. Hij heeft carrière gemaakt als een loyaal dissident binnen de door Noam Chomsky geïnitieerde generatieve grammatica – iemand die deel uitmaakte van de school, maar er wel altijd zijn eigen interpretatie aan gaf en bovendien niet bang was het op belangrijke punten oneens te zijn met Chomsky en/of diens aanhangersVooral naar buiten was hij altijd een goed soldaat voor de generatieve gedachte; in de jaren tachtig discussieerde hij er bijvoorbeeld over met de schrijver Karel van het Reve in het Hollands Maandblad.

Maar in een recent Gronings Festschrift brengt hij wel een harde klap uit. “Het minste dat we kunnen zeggen”, zegt hij (omdat het kan), “is dat het, achteraf bezien, meer hype dan inhoud had. Ik denk echter dat we een stap verder moeten zetten: het veroorzaakte misschien groot enthousiasme en een enorme impuls aan empirisch onderzoek, maar conceptueel was het (…) een totale mislukking en liet het ’t vakgebied ongeveer achter waar het voor midden jaren vijftig [toen Chomsky op het toneel verscheen] ook al was.” Lees verder >>

Karakters, agenten en causale verbanden

Door Marc van Oostendorp

9780199282609Hebben jullie er boodschap aan dat ik hier vroeg in de ochtend in mijn pyjama’tje zit te tiepen? Dat vroeg ik me af terwijl ik het boek Narratives and Narrators. A Philosophy of Stories van de Britse filosoof Gregory Currie aan het lezen was.

Currie raakt in dat boek aan allerlei intrigerende kwesties die te maken hebben met het verschijnsel verhaal. Wanneer beginnen we een opsomming van gebeurtenissen een verhaal te noemen? Wat heeft het vertellen van een verhaal met imitatie te maken? En wat is eigenlijk een ironische manier van vertellen? Wat is ‘karakter’ en als het karakter van de personages zo’n belangrijke structurerende en drijvende kracht is achter heel veel verhalen, hebben we dan eigenlijk wel wat aan verhalen als de wetenschap meer en meer lijkt aan te tonen dat het hele begrip ‘karakter’ misschien wel een illusie is?

Lees verder >>

De Dikke Van Dale als filosofisch traktaat

Door Marc van Oostendorp


Wat is taal? Zijn het de klanken die we uitstoten? De woorden die ergens opgeslagen zijn in onze hersenen? De structuur van de zinnen in de archieven van NRC Handelsblad? Ik ben nu al bijna twintig jaar taalkundige, maar ik mag nog altijd graag luisteren naar mensen die het uitleggen, want ik ben er nog steeds niet uit.

Het voorwoord van Van Dale is dan fijn studiemateriaal: ongeveer iedere tien jaar formuleert weer een hoofdredacteur van dat eerbiedwaardige naslagwerk zijn visie op taal en taalverandering. (Hierboven staat een prezi van een praatje dat ik deze zomer hield bij het congres van de internationale vereniging voor neerlandistiek waarin ik onder andere op die voorwoorden inging).

En nu is er dus weer een nieuwe!

De eerste zin is al een heel opmerkelijke.
Lees verder >>

Je moet je taal veranderen

Door Marc van Oostendorp


De “verlamming die tegenwoordig over de geesteswetenschappen ligt” is er volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Je moet je leven veranderen aan te wijten “dat de beoefenaren zich in meerderheid hebben opgesteld als ongebonden beschouwers in het archief [waarin alles zonder onderscheid wordt opgeslagen en bewaard] en het programmatische werk aan de vorming van een toekomstige beschavingscode aan het toeval en het fanatisme hebben overgelaten.”

(Ik vertaal het zelf even vrijelijk. Ja, het boek stamt uit 2009; ik kan hopelijk wel alles lezen in mijn leven, maar niet alles tegelijkertijd.)

Kenteren

Sloterdijk beweert in het boek dat de mens een wezen is dat omhoog wil, dat door oefenen, oefenen, oefenen naar het onmogelijke wil reiken. Allerlei ontwikkelingen die hij uitvoerig bespreekt, hebben er in de moderne tijd echter toe geleid dat afgezien van enkele reservaten zoals de topsport dat gereik is geraakt. En een van die ontwikkelingen is dus dat geesteswetenschappers er genoegen mee nemen te beschrijven wat er zich zoal in de wereld voordoet in plaats van te expliciteren wat het onmogelijke is waar gereikt naar zal moeten worden. Men blijft, in Sloterdijks woorden, “in het basiskamp”.

Sloterdijk voorspelt ook dat dit zal kenteren. Inmiddels, vijf jaar later, is daar misschien wel een aanwijzing voor. In ieder geval in mijn eigen vak, de taalkunde.
Lees verder >>

Wat betekent het woord ding volgens Noam Chomsky?

Door Marc van Oostendorp


Het zijn grote vragen, die Noam Chomsky stelt in drie nieuwe artikelen in het Journal of Philosophy: Wat is taal? Wat kunnen we begrijpen? En wat is het gemeenschappelijk belang? De artikelen zijn kort en heel duidelijk geschreven; samen vormen ze denk ik de beste inleiding op zijn eigen (‘late’) werk die Chomsky schreef.

In het eerste artikel staat Chomsky’s begrip van taal als instrument van het denken centraal; ik schreef daar hier vorig jaar een reeksje over. In het derde artikel gaat het over de filosofische achtergronden van zijn politieke activisme. Het tweede artikel gaat over een minder bekend aspect van Chomsky’s denken – dat over de vraag wat nu precies de relatie is tussen ons denken en de werkelijkeheid.

Voor Chomsky gaapt de kloof tussen die twee bijna onmetelijk diep – wat natuurlijk opvallend is voor zo’n succesvol wetenschapper.
Lees verder >>

Geert Grote Pen 2013


In juni vindt de uitreiking plaats van de Geert Grote Pen 2013, een prijs voor de beste masterscriptie filosofie geschreven in de Nederlandse taal. Deze scriptieprijs is een initiatief van de Stichting Geert Grote Pen, die met de prijs aandacht wil vragen voor herwaardering van het gebruik van de Nederlandse taal, niet alleen in de filosofie maar in het onderwijs en de (geestes)wetenschappen in het algemeen.
De genomineerden voor de prijs worden op 7 juni bekend gemaakt op de website. De uitreiking vindt plaats op 28 juni vanaf 14.30 in de Latijnse school in Deventer. Het exacte programma verschijnt eveneens binnenkort op de site.
Bundel

De Stichting Geert Grote Pen wil de genomineerde scripties, waaronder die van de winnaar en het juryrapport, graag als bundel in druk en als e-boek presenteren. Om deze uitgave mogelijk te maken is de Stichting nog op zoek naar intekenaren. Voor meer informatie zie: http://www.geertgrotepen.nl/download/ggpen_2013_crowdfunding.pdf.

Aristoteles’ Politica in Nederlandse vertaling


Deze maand verschijnt bij de Historische Uitgeverijde eerste Nederlandse vertaling ooit van de Politicavan Aristoteles.
De Politica is een belangrijke tekst in de geschiedenis van het westerse politieke denken. In dit werk beschouwt Aristoteles de organisatie van het staatkundige verband en de plaats van de burger daarin. Hij gaat op zoek naar de voorwaarden voor de beste staatsvorm, de juiste verhouding tussen burger en politiek, en naar de ethische grondslagen van een geluk brengende samenleving. Daarbij schetst Aristoteles ook wat in zijn ogen het beste staatkundige verband is en hoe de opvoeding de burger dient voor te bereiden op zijn rol in de gemeenschap. De Politica vormt samen met de Ethica en de Retorica, die al eerder in Nederlandse vertaling verschenen,  de drie pijlers onder Aristoteles’ politieke filosofie.
De vertaling van de Politicais van de hand van Jan Maarten Bremer en Ton Kessels, beiden emeritus hoogleraar Griekse taal- en letterkunde. Het boek is het vijfde deel in de serie Aristoteles in Nederlandse vertaling.
Aristoteles: Politica. Vertaald door Jan Maarten Bremer en Ton Kessels. Groningen: Historische Uitgeverij, 2012. 368 pp. ISBN: 978 90 6554 0041. Prijs: € 38,75