Tag: filosofie van de taalwetenschap

Red ons van de normale taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het is een eigenaardig artikel, dat Morten Christiansen en Nick Chater onlangs publiceerden in het prestigieuze Nature Human Behaviour. Ze verbinden twee dingen aan elkaar die op het eerste gezicht niet veel met elkaar te maken hebben. In de eerste plaats constateren ze dat de taalwetenschap versnipperd is geraakt en roepen ze op tot meer geïntegreerde taalwetenschap. In de tweede plaats vinden ze dat we af moeten van de taaltheorie van Noam Chomsky.

Hoezo? Staat die taaltheorie dan integratie in de weg? Voor zover ik kan zien, is daar geen sprake van, en de auteurs dragen ook geen echte argumenten voor aan deze toch opmerkelijke stelling. Er worden of zijn in de loop van de tijd onderzoeken gedaan naar taal in het brein, taal in de vroegste fasen van het mensenleven, taal in ontwikkeling, taal in variatie, taal in de samenleving en noem maar op die op de een of andere manier aansloten op die theorie van Chomsky. Die theorie kan daarom best fout zijn – gegeven de feilbaarheid van de mens is dat zelfs zeer waarschijnlijk – maar om te zeggen dat deze inherent de integratie van de taalwetenschappen stuit, dat lijkt mij nu echt klinkklare onzin. Het past geloof ik vooral in een techniek die taalonderzoekers al decennia gebruiken om aandacht te trekken: te beweren dat ze nu definitief afrekenen met Chomsky, want die kennen de meeste mensen tenminste. Beweren dat je afrekent met Marc van Oostendorp heeft veel minder dat effect. Lees verder >>

Is de taalkunde wel een soort biologie?

Door Marc van Oostendorp

Jan Koster, emeritus hoogleraar taalwetenschap in Groningen, is misschien wel de diepste denker onder de Nederlandse taalkundigen van dit moment. Hij heeft carrière gemaakt als een loyaal dissident binnen de door Noam Chomsky geïnitieerde generatieve grammatica – iemand die deel uitmaakte van de school, maar er wel altijd zijn eigen interpretatie aan gaf en bovendien niet bang was het op belangrijke punten oneens te zijn met Chomsky en/of diens aanhangersVooral naar buiten was hij altijd een goed soldaat voor de generatieve gedachte; in de jaren tachtig discussieerde hij er bijvoorbeeld over met de schrijver Karel van het Reve in het Hollands Maandblad.

Maar in een recent Gronings Festschrift brengt hij wel een harde klap uit. “Het minste dat we kunnen zeggen”, zegt hij (omdat het kan), “is dat het, achteraf bezien, meer hype dan inhoud had. Ik denk echter dat we een stap verder moeten zetten: het veroorzaakte misschien groot enthousiasme en een enorme impuls aan empirisch onderzoek, maar conceptueel was het (…) een totale mislukking en liet het ’t vakgebied ongeveer achter waar het voor midden jaren vijftig [toen Chomsky op het toneel verscheen] ook al was.” Lees verder >>